OERA LINDA BOEK - CHRONOLOGIE (1917-HEDEN)   1800-1916

 

 

19170000 Boeles. P.C.J.A., -Johan Winkler's nagelaten geschrift over het Oera-Linda-Bok (get. Nov. 1916). - De Vrije Fries XXV, 1917, pp. 32-53.

19170414 L.F. Over de Linden aan G. Kraus brief (min.) van 1917, 14 Apr.

19170426 L.F. Over de Linden aan mr F.C.L.A. (= P.C.J.A.) Boeles brief (min.) van 1917, 26 Apr.

19170331 L.F. Over de Linden aan P.H. Eydman-Giltay brief (min.) van 1917, 31 Maart.

19170000 P.C.J.A. Boeles, Johan Winkler's nagelaten geschrift over het O.L.B. met naschrift in De Vrije Fries, 1917, bl. 3-53.

19170309 C. de Boer aan idem brief van 1917, 9 Maart.

19170330 F.M. Eykman-Giltay aan idem brief van 1917, 30 Maart.

19170330 F.M. Eykman-Giltay aan L.F. Over de Linden  brief van 1917, 30 Maart.

19170331 L.F. Over de Linden  aan P.H. Eydman-Giltay brief (min.) van 1917, 31 Maart.

19170401 Brief van S.J. Meyer aan L.F. over de Linden d.d. 1 april 1917: Tekst ontbeekt.

19170414 L.F. Over de Linden aan G. Kraus brief (min.) van 1917, 14 Apr.

19170426 L.F. Over de Linden aan mr F.C.L.A. (= P.C.J.A.) Boeles brief (min.) van 1917, 26 Apr.

19170710 L.F. Over de Linden aan S.J. Meyer brief (min.) van 1917, 10 Juli.

19170717 A. Glastra van Loon aan L.F. Over de Linden brieven van 1916, 8 Dec. en 1917, 17 Juli.

19170717 Brief van A. Glastra van Loon aan L.F. over de Linden van 17 juli 1917: Tekst ontbreekt.

19171024 Brief van S.J. Meyer aan L.F. over de Linden d.d. 24 october 1917: Tekst ontbeekt.

19171129 Brief van S.J. Meyer aan L.F. over de Linden d.d. 29 november 1917: Tekst ontbeekt.

 

19180127 Dr G.A. Wumkes aan L.F. Over de Linden brieven van 1918, 27 Jan. en 4 Febr.

19180506 Johs. Kuiken aan idem brieven van 1918, 6, 10 en 14 Mei.

19180508 L.F. Over de Linden aan Johs. Kuiken brief (min.) van 1918, 8 Mei.

19180000 Meijer, S.J. Een en ander in verband met het Oera Linda Bok [door S.J. Meijer]. – Bandoeng : Vorkink, 1918. – 66 p. : ill. ; 23 cm.

19180300 Meyer. S.J., - Een en ander in verband met het Oera Linda Bok. Bandoeng, N.V. Mij Vorkink, Leeuwarden, N.V. Noord Ned. boekh. 1918, 66 pp. 8°. [get. Bandoeng, Maart 1918, S.J. Meyer]

19180906 Prof. dr J.H. Scholte aan Van Poelje afschrift-brief van 1918, 6 Sept.

19180000 Rimen en teltsjes fen de Broerrren Halbertsma. Fyfte printinge, mei printen fen Ids Wiersma, libbensskets fen Dr.G.A. Wumkes, en op 'en nij neisjoen fen O.H. Sytstra. Ljouwert, 1918.

19180513 Rouwbrief meldende het overlijden van S.J. Meyer, 13 Mei 1918.

19180000 MEIJER, S.J Een en ander in verband met het Oera Linda Bok. Bandoeng, Mij. Vorkink, 1918. 1e druk 66 pp. ingenaaid. Uitklapplaat met de gebruikte lettertekens van het handschrift.

19180127 Dr G.A. Wumkes aan L.F. Over de Linden brieven van 1918, 27 Jan. en 4 Febr.

19180204 Dr G.A. Wumkes aan L.F. Over de Linden brieven van 1918, 27 Jan. en 4 Febr.

19180300 Meyer. S.J., - Een en ander in verband met het Oera Linda Bok. Bandoeng, N.V. Mij Vorkink, Leeuwarden, N.V. Noord Ned. boekh. 1918, 66 pp. 8°. [get. Bandoeng, Maart 1918, S.J. Meyer]

19180506 Brief van Johs. Kuiken aan L.F. over de Linden d.d. 6 mei 1918: Tekst ontbreekt.

19180506 Johs. Kuiken aan idem brieven van 1918, 6, 10 en 14 Mei.

19180506 Johs. Kuiken aan L.F. Over de Linden brieven van 1918, 6, 10 en 14 Mei.

19180508 L.F. Over de Linden aan Johs. Kuiken brief (min.) van 1918, 8 Mei.

19180510 Johs. Kuiken aan L.F. Over de Linden brieven van 1918, 6, 10 en 14 Mei.

19180513 Rouwbrief meldende het overlijden van S.J. Meyer, 13 Mei 1918.

19180514 Brief van Johs. Kuiken aan L.F. over de Linden d.d. 10 mei 1918: Tekst ontbreekt.

19180514 Johs. Kuiken aan L.F. Over de Linden brieven van 1918, 6, 10 en 14 Mei.

19180531 Rouwbrief meldende het overlijden van S.J. Meyer, 13 Mei 1918.

19180906 Prof. dr J.H. Scholte aan Van Poelje afschrift-brief van 1918, 6 Sept.

19190107 Overlijden van Leendert Floris over de Linden (1837-1919) , tweede zoon van Cornelis over de Linden.

19190000 Herm. Hylkema schreef over een studie over Joost Halbertsma.

 

19201015 L (= Lesturgeon). H.A., - Over de handschriften van prof. Chasles (Ook over het O.L.B.). - De Nieuwe Crt. 1920, 15 Oct.

19201015 L (= Lesturgeon). H.A., - Over de handschriften van prof. Chasles (Ook over het O.L.B.). - De Nieuwe Crt. 1920, 15 Oct.

19201015 L (= Lesturgeon). H.A., - Over de handschriften van prof. Chasles (Ook over het O.L.B.). - De Nieuwe Crt. 1920, 15 Oct.

 

1921-1922 Wieland, Hermann: Atlantis- Edda und Bibel. Nürnberg 1921-2

 

19220000 H. Wirth, De uileborden en andere zinnebeeldige teekens in Friesland en het oud-Friesche geloof (Bolswarder Courant, 19 Dec. 1922).

19220000 Boissevain. J.W., - Bespr. van S J. Meyer: Een en ander in verband met het O.L.B. [*235]. - Museum XXIX, 1922, p. 202.

19220000 Boissevain. J.W., - Bespr. van S J. Meyer: Een en ander in verband met het O.L.B. [235]. - Museum XXIX, 1922, p. 202.

19220729 Een mystificatie, Neptunus als Neef Teunis. Het geheim van het O.L.B. - Haagsche Post 1922, 29 Juli.

19220729 Een mystificatie, Neptunus als Neef Teunis. Het geheim van het O.L.B. - Haagsche Post 1922, 29 Juli.

19221100 Wirth. H., - Lezing te Sneek over: De uileborden in Friesland in verband met het oud-Friesche geloof. - Bolswarder Crt. 1922, 6 Dec.; Nw. Sneeker Crt. begin Nov. 1922.

19221100 Wirth. H., - Lezing te Sneek over: De uileborden in Friesland in verband met het oud-Friesche geloof. - Bolswarder Crt. 1922, 6 Dec.; Nw. Sneeker Crt. begin Nov. 1922.

19221107 Het Oera Linda Boek (Over de opvatting van Prof. H. Wirth). - Nieuws v.d. Dag 1922, 7 Nov.; Heldersche Crt. 1922, 7 Nov.

19221107 Het Oera Linda Boek (Over de opvatting van Prof. H. Wirth). - Nieuws v.d. Dag 1922, 7 Nov.; Heldersche Crt. 1922, 7 Nov.

19221206 Wirth. H., - Lezing te Sneek over: De uileborden in Friesland in verband met het oud-Friesche geloof. - Bolswarder Crt. 1922, 6 Dec.; Nw. Sneeker Crt. begin Nov. 1922.

 

19230500 J.J. Hof, It geheim fen it Oera-Linda-Boek, opstel in It Heitelan, Mei en Juni 1923.

19230000 Dr. G.A. Wumkes, Frijmitselderij en Oera-Linda-Boek (Sneek 1923). Volgens Wumkes werd het portret in 1871 naar J.G. Ottema verstuurd. In de rechterbovenhoek heeft Ottema de sterfdatum 22 februari 1874 vermeld, waarboven staat 'overleden'. Op de achterzijde heeft Ottema de genealogie van het Oera Linda Boek vermeld.

19230000 Meyer. S.J.W., - Het Oera Linda Bok. (Bespr. van het boek van S.J. Meyer [nr. *235]. - Ts. voor Taal en Letteren X, 1923, pp. 135-138.

19230000 Meyer. S.J.W., - Het Oera Linda Bok. (Bespr. van het boek van S.J. Meyer [nr. 235]. - Ts. voor Taal en Letteren X, 1923, pp. 135-138.

19230000 Wumkes. G.A., - Frijmitselderij en Oera Linda boek. Fen -- mei in portret en 2 facsimile's, Oerprintsel út 'It Heitelân'. - Snits, Brandenburgh, Boschma & Co, Mei 1923, 32 pp. 8°.

19230000 Wumkes. G.A., - Frijmitselderij en Oera Linda boek. Fen -- mei in portret en 2 facsimile's, Oerprintsel út 'It Heitelân'. - Snits, Brandenburgh, Boschma & Co, Mei 1923, 32 pp. 8°.

19230421 Wumkes. G.A., - Bodders yn 'e Fryske striid: C. Over de Linden, - It Heitelân V, 1923, 21 Apr. - 5 Mei, pp. 182-185, 196-198, 206-208. [Afzonderlijk verschenen onder de titel: Frijmitselderij en Oera Linda boek

19230421-19230505  Wumkes. G.A., - Bodders yn 'e Fryske striid: C. Over de Linden, - It Heitelân V, 1923, 21 Apr. - 5 Mei, pp. 182-185, 196-198, 206-208. [Afzonderlijk verschenen onder de titel: Frijmitselderij en Oera Linda boek [nr. 24l]

19230506 Alting, J.H Carpentier - Het Oera Linda Bok een maçonniek document? - De Broederketen, Weekbl. voor Vrijmetselaren (Amersfoort), II, 1923, 26 Mei. pp. 321-329.

19230512 Hof. J.J., It geheim fan it Oera Linda bok. It Heitelân V, 1923, 12 Mei - 9 Juni, pp. 219-222, 230-232, 242-244, 255-257, 266-270.

19230512-19230609 Hof. J.J., It geheim fan it Oera Linda bok. It Heitelân V, 1923, 12 Mei - 9 Juni, pp. 219-222, 230-232, 242-244, 255-257, 266-270.

19230526 Alting, J.H Carpentier - Het Oera Linda Bok een maçonniek document? - De Broederketen, Weekbl. voor Vrijmetselaren (Amersfoort), II, 1923, 26 Mei. pp. 321-329.

19230630 Wirth. H., - Thet Oera Linda Bok (ingezonden uit Sneek, 24 Juni 1923). - Nw. Rotterd. Crt. 1923, 30 Juni.

19230630 Wirth. H., - Thet Oera Linda Bok (ingezonden uit Sneek, 24 Juni 1923). - Nw. Rotterd. Crt. 1923, 30 Juni.

 

19240000 Aantekeningen uit 1924 van C. Over de Linden (C IV) betreffende 'Thet Oera Linda Bôk'. De aantt. Omvatten: a paginatuur van het hs. vergeleken bij de 2de druk van Ottema's vertaling, b Indeling van het hs., 3 Verwijzingen naar de inhoud van het hs., 4 Afwijkingen in Ottema's vertaling? en bijzonderheden, 5 Corresponderende pagina's van het hs., 6 Schema voor een systeem van onderzoek.

19240000 Aantekeningen uit 1924 van C. Over de Linden (C IV) betreffende 'Thet Oera Linda Bôk'. De aantt. omvatten: a paginatuur van het hs. vergeleken bij de 2de druk van Ottema's vertaling, b Indeling van het hs., 3 Verwijzingen naar de inhoud van het hs., 4 Afwijkingen in Ottema's vertaling? en bijzonderheden, 5 Corresponderende pagina's van het hs., 6 Schema voor een systeem van onderzoek.

19240000 Wumkes. G.A., - Cornelis Over de Linden. – Nw. Biogr. Woordenboek VI, 1924, 954-956.

19240000 Wumkes. G.A., - Cornelis Over de Linden. – Nw. Biogr. Woordenboek VI, 1924, 954-956

19240119 M (= Molenaar).E., - Het 'Oera Linda Boek’ Feuilleton.- Fr. Volksbl. 1924,19 Jan.- 31 Mei.

19240119-19240531  M (= Molenaar). E., - Het 'Oera Linda Boek’ Feuilleton. - Fr. Volksbl. 1924, 19 Jan. - 31 Mei.

19240219 Jong Hzn. M. de, - Het geheim van het Oera Linda Boek. - Heldersche Crt. 1924, 19 Febr.

19240219 Jong Hzn. M. de, - Het geheim van het Oera Linda Boek. - Heldersche Crt. 1924, 19 Febr.

 

19250000 Nauta. G.A., - Nog iets over het Oera Linda Bok (C. Over de Linden bezat het boek van De Volney). - Het Boek IV, 1925, pp. 73-74.

19250000 Nauta. G.A., - Nog iets over het Oera Linda Bok (C. Over de Linden bezat het boek van De Volney). - Het Boek IV, 1925, pp. 73-74.

19250323 Jong Hzn. M. de, - Waarom Verwijs niet? (Antwoord aan dr C.P. Burger jr) (get. 7 Sept. 1925). - Leeuw. Nieuwsbl. 1925, 23 Maart.

19250725 Jong Hzn. M. de, - Het Oera Linda Boek (Verwijs zal de auteur zijn). - De Groene Ansterdammer 1925, 25 Juli.

19250725 Jong Hzn. M. de, - Het Oera Linda Boek (Verwijs zal de auteur zijn). - De Groene Ansterdammer 1925, 25 Juli.

19250729 Het Oera-Linda-Boek [overzicht van het art. van dr M. de Jong Hzn [nr. 249]. – Leeuw. Crt. 1925, 29 Juli.

19250729 Het Oera-Linda-Boek [overzicht van het art. van dr M. de Jong Hzn [nr. 249]. – Leeuw. Crt. 1925, 29 Juli.

19250808 Zijderveld. A., - Het Oera Linda Boek. Eelco Verwijs, toch de schrijver? - De Groene Ansterdammer 1925, 8 Aug.

19250808 Zijderveld. A., - Het Oera Linda Boek. Eelco Verwijs, toch de schrijver? - De Groene Ansterdammer 1925, 8 Aug.

19250821 Burger jr. C.P., - Het Oera-Linda-Boek en dr Eelco Verwijs. – Leeuw. Nieuwsbl. 1925, 21 Aug.

19250821 Burger jr. C.P., - Het Oera-Linda-Boek en dr Eelco Verwijs. – Leeuw. Nieuwsbl. 1925, 21 Aug.

19250831 Briefkaart van J. te Winkel aan C.P. Burger Jr d.d. 31 augustus 1925. Amsterdam 31 Aug. 1925 (briefkaart) Zeer geachte Heer Burger. Hartelijk dank ik u, dat gij krachtig in de bres zijt gesprongen voor de eer van den eerlijken Verwijs, en dat gij de vriendelijkheid had! mij een nummer van het ,,Leeuwarder Nieuwsblad'' toe te zenden, waarin gij dat deedt. Met vriendsch. groet, hoogachtend Uw J. TE WINKEL.

19250831 Briefkaart van J. te Winkel aan C.P. Burger Jr d.d. 31 augustus 1925: Amsterdam 31 Aug. 1925 (briefkaart), Zeer geachte Heer Burger. Hartelijk dank ik u, dat gij krachtig in de bres zijt gesprongen voor de eer van den eerlijken Verwijs, en dat gij de vriendelijkheid hadt mij een nummer van het 'Leeuwarder Nieuwsblad' toe te zenden, waarin gij dat deedt. Met vriendsch. groet, hoogachtend Uw J. te Winkel.

19250907 Jong Hzn. M. de, - Waarom Verwijs niet? (Antwoord aan dr C.P. Burger jr) (get. 7 Sept. 1925). - Leeuw. Nieuwsbl. 1925, 23 Maart.

19250912 Wirth. H., - Het Oera Linda Boek (Tegen de opvattingen van dr. M. de Jong Hzn, get. Marburg a.d. Lahn, 4de Oogst 1925). - De Groene Amsterdammer 1925, 12 Sept.

19250912 Wirth. H., - Het Oera Linda Boek (Tegen de opvattingen van dr. M. de Jong Hzn, get. Marburg a.d. Lahn, 4de Oogst 1925). - De Groene Amsterdammer 1925, 12 Sept.

19250926 Jong Hzn. M. de, - Het Oera Linda Boek (Antwoord aan prof. Wirth). - De Groene Amsterdammer 1925, 26 Sept.

19250926 Jong Hzn. M. de, - Het Oera Linda Boek (Antwoord aan prof. Wirth). - De Groene Amsterdammer 1925, 26 Sept.

19251010 Wirth. H., - Oergeschiedenis, oud-Friesche Volkskunde en Oera-Linda-boek (get. Marburg a.d. Lahn, 10 Oct. 1925). - Leeuw. Crt. 1925, 31 Oct.

19251031 Wirth. H., - Oergeschiedenis, oud-Friesche Volkskunde en Oera-Linda-boek (get. Marburg a.d. Lahn, 10 Oct. 1925). - Leeuw. Crt. 1925, 31 Oct.

 

19260000 Jong Hzn. M. de. - Johan Winkler en het Oera-Linda-Boek (een inleidende studie). - De Vrije Fries XXVIII, 1926, pp. 111-127.

19260000 Jong Hzn. M. de. - Johan Winkler en het Oera-Linda-Boek (een inleidende studie). - De Vrije Fries XXVIII, 1926, pp. 111-127.

19260000 Wirth. H., Das Atlantis problem. - Jubiläums almanach Eugen Diederichs Verlag, Jena 1926, pp. 69- 79.

19260000 Wirth. H., Das Atlantis problem. - Jubiläums almanach Eugen Diederichs Verlag, Jena 1926, pp. 69- 79.

19260000 Wumkes. G.A., - Opmerkingen oer it Oera Linda boek. - In: Bodders yn de Fryske striid, Boalsert 1926, pp. 508-510.

19260000 Wumkes. G.A., - Opmerkingen oer it Oera Linda boek. - In: Bodders yn de Fryske striid, Boalsert 1926, pp. 508-510.

19260000Artikel van Dr. M. de Jong Hzn in de Vrije Fries d.d. 1926 Uit: De Vrije Fries 28 (1926), 111-127. [PDF-bestand]Johan Winkler en het Oera-Linda-Boek (een inleidende studie) Dr. M. de Jong Hzn Al mei it just net noflik hjitte, Dat immen mei de roskaem pielt, Dy wier is, scil him sizze litte, As hy mar klear de wierheit fielt. H.T. VAN WARNERS In 1916 overleed te Haarlem op 75-jarige leeftijd de heer Johan Winkler, bekend folklorist, van huis uit geneesheer, van 1865-75 als zoodanig te Leeuwarden gevestigd, waar hij geboren was; beoefenaar van de Friese taal en geschiedenis, in zijn Leeuwarder tijd bestuurslid-bibliothecaris van het Friesch Genootschap van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde, de laatst overgeblevene van hen, die over de wieg van het Oera-Linda-Boek gestaan hadden, als weleer de Pleiaden over Klaasje Zevenster, onbewust van de herkomst van het wicht; hij was getuige geweest van al de tobberij der eerste jaren, van de trage groei van handschrift tot boek. En voor en na de uitgave had hij de eerste schermutselingen over de echtheid meegemaakt en zich niet onbetuigd gelaten. Winkler's overlijden was een gebeurtenis voor het Friesch Genootschap en voor allen, die in Frieslands verleden en Friese cultuur belang stelden. In 1907 immers had Winkler bij het Genootschap in bewaring gegeven een kistje, dat naar zijn zeggen de bescheiden bevatte, die de openbaring zouden brengen van het geheim van het Oera-Linda-Boek. Cornelis over de Linden, de Helderse meesterknecht aan de Marine-werf, was volgens hem de vervaardiger niet.1 Wie het dan wel was of waren, zou uit de gedeponeerde stukken blijken .... na Winkler's dood. Want pas dan, zoo had hij bepaald, zou het geheim ontsluierd mogen worden. Toen nu Winkler van deze aarde verscheiden was, werd het kistje in de bestuursvergadering van 18 Maart 1916 geopend Het bleek te bevatten: een aantal brochures, kranten, enz alle op het Oera-Linda-Boek betrekking hebbende, en voorts een aantal brieven van verschillende personen, de meeste van (p. 112) Verwijs, aan Winkler gericht, benevens een memorie van Winkler's hand. In dit schrijven nu, dat de sleutel tot het geheim moest bevatten, werd beweerd, dat de vervaardigers van het Oera-Linda-handschrift waren: Dr. Eelco Verwijs en zijn academievriend Ds. François Haverschmidt, van 1862-64 predikant bij de Ned. Herv. Gemeente aan Den Helder, daarna te Schiedam, als Piet Paaltjens toen en later algemeen bekend. Scheepstimmerbaas Over de Linden was naar de beschouwing van Johan Winkler niet meer dan de handlanger dier beide heren geweest. De opbrengst van het kistje was voor het Genootschapsbestuur een grote teleurstelling. Wel is waar was reeds lang te voren bekend geworden, welke personen Winkler op het oog had. In zooverre wist men dus, hoeveel men te wachten had. De teleurstelling, waaraan Mr. Boeles in De Vrije Fries uiting gaf2, was dan ook meer het gevolg hiervan, dat men verwacht had - en met recht mocht verwachten - dat Winkler, indien ook al geen positieve bewijzen, dan ten minste zoodanige gegevens aan het licht zou brengen, dat zijn opvatting daardoor hoogstwaarschijnlijk, althans aannemelijk gemaakt zou worden. Dit nu is, we moeten het Mr. Boeles toegeven, niet geschied. De gedrukte stukken brachten natuurlijk geen nieuws; de geschreven stukken echter ook niet; de brieven van Verwijs schenen veeleer in tegenspraak met Winkler's beweren; en de memorie van Winkler zelf. ... ja, wat bracht die voor nieuws? In hoofdzaak slechts dit: Zij gaf de persoonlijkemotivering van de mystificatie, die echter voor de beide hoofdaanleggers niet dezelfde geweest zou zijn. Volgens Winkler was het er Verwijs alleenlijk om te doen geweest, de toenmalige archivaris van Leeuwarden, W. Eekhoff, die als geschiedschrijver van Friesland en van Leeuwarden naam had, er in te laten lopen. Bij Haverschmidt zou de bedoeling voorgezeten hebben, het openbaringsgezag van de Bijbel aan te tasten. Zooverre de laatste betreft, weet Winkler letterlijk niets tot staving van zijn vermoeden bij te brengen; Verwijs' motieven licht hij toe met een aantal mededelingen over de persoonlijke verhouding tussen de stedelijke en de provinciale archivaris. Eekhoff schijnt een man geweest te zijn, die zich in het dagelijks leven door een ietwat afgemeten deftigheid onderscheidde. We (p. 113) kennen Verwijs, ook uit Verdam's levensbeschrijving, genoeg, om te weten, dat zoo iets onfeilbaar zijn spotlust moest opwekken. Eekhoff, zoo herinnert Winkler, hield hardnekkig vast aan de ouderwetse titulatuur archivarius, schoon toenmaals reeds al zijn collega's zich archivaris noemden. Dit moet Verwijs aanleiding gegeven hebben, Eekhoff bij voorkomende gelegenheid "de laatste der archivariussen" te noemen. Een ander maal betitelde hij hem als "Wopke de Profeet". Verwijs' toeleg met het O.L.B. mislukte, zoo zegt Winkler. Eekhoff liep niet in de val.3 Er werd echter een ander slachtoffer gemaakt. Dr. J.G. Ottema, conrector van het Leeuwarder Gymnasium, spande zich uit alle macht voor de zaak, alsof zij de hoogste eer van Friesland gold en rustte niet, voor hij in 1872 het Oera-Linda-Boek, met de vertaling in het Nederlands er naast, uitgegeven had. Verwijs, die jegens Ottema niets kwaads in zijn schild had gevoerd, liet niettemin de zaak op zijn beloop en hield zich verder op een afstand. Tot zoover Johan Winkler. In een in het Fries geschreven, zeer lezenswaard artikel4 heeft de heer J.J. Hof de opmerking gemaakt, dat degenen, namens wie Mr. Boeles sprak, vermoedelijk onder de indruk van de teleurstelling, Winkler's mededelingen toch wel wat al te laag hebben aangeslagen.5 Deze opmerking is juist, maar ietwat vaag. Ik zou me aldus willen uitdrukken: Men heeft uitsluitend naar objectieve gegevens uitgezien en daardoor voor de subjectieve kant van Winkler's verklaringen geen oog gehad. De objectieve waarde van Winkler's memorie is, zooals ik te zijner tijd zal aantonen, nog geringer dan Mr. Boeles aannam. En evenwel had deze gewicht moeten hechten aan het feit, aan het blote feit, dat een man van eer, als Johan Winkler, die de lijdensgeschiedenis van het begin af meegemaakt had, in zijn ouderdom de behoefte gevoeld heeft. een verklaring af te leggen in handen van hen, die, naar hij veronderstellen mocht, zijn ernst begrepen, en wel in de plechtigste vormen, bij wijze van testament; dat deze man negen jaar vrede gehad heeft met zijn uiterste wilsbeschikking, en op hoge leeftijd (p. 114) is overleden zonder een enkel woord herroepen of enige nadere verklaring gegeven te hebben. Hof zegt: "Ik heb Johan Winkler gekend, lange jaren. Als een goed mens, als een goed Fries, als een aristocraat van de geest, als een orthodox Christen.6 En ik weet voor mijzelf één ding: die man wenste niet de dood in te gaan met een lichtvaardige beschuldiging van medemensen op de lippen". Dit getuigenis kan slechts strekken tot versterking van onze opvatting. Derhalve: De ernst en de integriteit van Johan Winkler hadden voor Mr. Boeles een argument moeten zijn - onder beneficie van inventaris natuurlijk - maar tòch een argument. Dat is de subjectieve waarde van Winkler's openbaarmaking, geheel op zichzelf beschouwd. Uit de mededelingen van Hof betreffende zijn omgang - te Haarlem - en zijn latere briefwisseling met Johan Winkler, blijkt voorts, dat de oude man vele jaren met die Oera-Linda-geschiedenis omgepakt heeft. Ook dit is reeds op zichzelf een belangrijk subjectief gegeven; het bewijst, naast Winkler's ernst en integriteit, zijn nood en zorg. Acuut werd de kwaal, toen in 1903, na een 25-jarige periode van schijndood, het Oera-Linda-Boek opnieuw in de litteratuur verscheen. In het opstel van F. Bezemer in het tijdschrift Noord en Zuid, jaargang 1903, dat in 1907 in de bundel Nieuws uit Oude Boeken herdrukt werd, zijn geen nieuwe gezichtspunten geopend. Integendeel! de schrijver behandelt het geval als een curiosum uit de oude doos en bepaalt zich tot een referaat van de opvattingen van Beckering Vinckers. Winkler voelde zich verontrust. Hij zocht met de heer Bezemer en in het vervolg met ieder, die zich in krant of tijdschrift over het O.L.B. had uitgelaten, in verbinding te komen, om invloed uit te oefenen op de zienswijze der schrijvers.7 Zoo schreef in de Oprechte Haarlemsche Courant Steven Kleykamp (een schuilnaam), wiens identiteit Winkler vergeefs heeft trachten vast te stellen; zoo in Het Boek, van tijd tot tijd de stand van zaken opnemende. Dr. Burger; zoo ten slotte de heer Hof, die in Hepkemade zaak had aangeroerd.8 Er was iets, (p. 115) dat Winkler dreef, om voor dezen allen en o.a. ook voor de heer J.T. Eekhoff, die in 't bijzonder werk maakte van het O.L.B.9, een tip van de sluier op te lichten, door soms één, maar ook wel eens - zoo aan de heer Eekhoff - beide de hoofdschuldigen aan het drogwerk met name te noemen. Zoo kwam het dat Winklers bedoelingen, wat de personen betreft, al lang geen geheim meer waren, toen het kistje geopend zou worden. Deze zooveel onrust verradende, onderhandse schrijverij, een vreemd en abnormaal verschijnsel bij een man, die zooveel gepubliceerd had als Johan Winkler, leidde niet tot het doel, had veeleer een averechts resultaat. Daardoor werd hem die Oera-Linda-historie tot een obsessie, waarvan hij zich tot elken prijs bevrijden wilde. In 1906 schreef hij aan Hof, dat hij bezig was alles na te snorren, wat met het O.L.B. in betrekking stond. Dat zijn de voorbereidende maatregelen voor zijn Oera-Linda-testament. Zoo hoopte Winkler voor goed de boze geest te bannen, die hem zoo lang gekweld had en zijn laatste levensjaren te vrijwaren tegen ergernis. Sterk kwam dit uit in 1912, toen Hof in April en Juni twee artikelen schreef over het O.L.B. in het Nieuwsblad van Friesland. "Daarmee is die verdrietige zaak, die nu al 45 jaar mij veel verdriet en ergernis gegeven heeft, opnieuw opgehaald", schrijft Winkler. Het is haast roerend hoe hij zijn jongere vriend verzoekt, alles te doen, wat hij als redacteur kan doen, om te verhinderen, dat er nu verder over die kwestie geschreven wordt. Hij heeft immers te Leeuwarden zijn testament doen neerleggen. "Zoo graag wilde ik, dat men maar enkele jaren wilde wachten ...."10 Men mag wel aannemen, dat de heer Hof, wanneer hem toentertijd de betekenis van Winkler's depositie te Leeuwarden voor Winkler zelf bewust geweest was, bedoelde artikelen voorlopig in de pen gehouden had. Want dat is het, wat wij hier uitdrukkelijk moeten vaststellen: bij alles, wat het verder mag zijn of niet mag zijn, is Winkler's testament in elk geval een hyper-subjectieve en, door de plechtige inbewaargeving van het kistje,een symbolise verlossingsdaad. Dit verklaart voldoende, hoe Winkler zich tevreden kon stellen met zoo'n pover "bewijs"- (p. 116) materiaal. Komt enerzijds de objectieve waarde daarvan nu nog sterker in verdenking, anderzijds wordt de subjectieve waarde ervan niet weinig versterkt. Wij mogen derhalve Winkler niet scheiden van die gegevens; hij heeft het zelf ook niet gedaan. Wij moeten m.a.w. het subject-Winkler mede tot object maken, d.w.z. de gegevens van het kistje niet anders beschouwen dan in verband met Winkler zelf. Dit geeft al aanstonds het volgende inzicht: Er bestond bij de mens Johan Winkler een diepe, een levende, een heilige, haast relegieuze overtuiging, dat alles, wat Beckering Vinckers in schijnbaar strenge bewijsvoering met overdaad van materiaal betoogd had, op drijfzand rustte en dat - om het minste te noemen en binnen Winkler's ervaringsgebied te blijven - Eelco Verwijs willens en wetens een onecht stuk, aan welks ontstaan hij mede schuldig was, de kring van hetFriesch Genootschap binnengesmokkeld had. Deze, op inwendige ervaring berustende overtuiging is, wel te verstaan, niet te houden voor een mening, gegrond op enkele meer of minder betwistbare gegevens. Zulk een mening over de oorsprong van het O.L.B. zou voor ons volkomen waardeloos zijn. Neen, het gaat om een stuk leven, om het pond vlees, dat deze zaak van de oude man gevergd had. We zullen nu in de eerste plaats de vraag stellen, die ook Hof zich gesteld heeft: Waarom heeft die duistere zaak de oude Winkler zoo gekweld? Wij zullen niet ontkennen, dat het hem niet onverschillig geweest is, of hij bij de goedgelovigen, dan wel bij de echtheidontkenners ingedeeld werd. Zoo zond hij nog in latere jaren aan Dr. Burger een exemplaar van de Leeuwarder Courant van Sept. 1871. bevattende een artikel van zijn hand, waaruit overduidelijk bleek, dat hij niet in de val gelopen was, indie val tenminste niet Maar er is toch geen redelijke grond, om aan te nemen, dat Winkler's onrustige bedrijvigheid van 1903 en volgende jaren ten doel had zijn critise naam te redden. Wie had die aangetast? Niemand. En Bezemer zeker niet. Trouwens, de kwestie van echtheid of onechtheid was toen voor niemand een kwestie meer. Verder smeedt men geen nieuwehypothese, als men oud inzicht bewijzen wil, en dan vooral geen hypothese, die zijn eigen critise naam volstrekt niet onaangetast laat. Want dit moeten we goed in 't oog houden: (p. 117)De Verwijs-hypothese plaatst Winkler zelf in de rol van gedupeerde en is bovendien een verloochening van al wat hij vroeger zelf over de kwestie geschreven had. Om met het laatste te beginnen: Winkler had indertijd het resultaat van Beckering Vinckers' onderzoek naar de schrijver volkomen aanvaard, zooals hij zich ook van ganser harte had aangesloten bij diens kritiek op de taal van het O.L.B. Dit komt in de eerste plaats tot uiting in een artikel van zijn hand in De Nederlandsche Spectator van 1877.11 Het was geschreven naar aanleiding van een voorafgaand anoniem stuk. waarin o.a. de volgende zinsnede voorkwam: "In die dagen was de familie Over de Linden groot en het boek beroemd. Van alle kanten kwam men als in pelgrimage naar Den Helder om het eerbiedwaardig overblijfsel te zien". "Zelfs in een stad in ons dierbaar vaderland was het gansch niet de bon ton aan de echtheid te twijfelen". Die stad was Leeuwarden. En nu "stak" het Winkler toentertijd ongetwijfeld, dat hij bij de goedgelovige Leeuwarders ingedeeld werd. Om te laten uitkomen, dat niet alle Leeuwarders zich bij de neus lieten nemen, gaf hij een geregeld overzicht van wat hij in de handschrift-affaire gedaan had. Hij had opdracht gekregen van het Friesch Genootschap om het door Verwijs genomen afschrift van hetO.L.B. op taal en inhoud te onderzoeken. In zijn - zeer sober - verslag12 had Winkler verklaard, dat het handschrift hem zeer verdacht voorkwam; dat de inhoud allervreemdst, deels mythologies, deels histories en de taal ten dele Oud-Fries was, maar dat er ook uitdrukkingen in voorkwamen, die van jonge dagtekening schenen te zijn, schoon hij geen antwoord kon geven op de vraag, wanneer, door wie en met welk doel het handschrift zou zijn vervaardigd. Nu - 1877 - kon hij er aan herinneren, dat hij en zijn vriend Gerben Colmjon, Verwijs' opvolger aan het Provinciaal Archief, reeds in 1871 polemiek gevoerd hadden met de verdediger van de echtheid tot het uiterste, de latere uitgever Dr. J.G. Ottema. Met zeer doorzichtige bedoeling kon hij gewag maken van Ottema's toorn over zijn hardnekkige ongelovigheid. (p. 118) In een van zijn brochures had Ottema Johan Winkler gesignaleerd als de man, die in plaats van te zeggen: "Ik weet het niet", er de voorkeur aan gegeven had, zijn onkunde te bemantelen met een waanwijze minachting voor het Oera-Linda-Boek. Ottema had Winkler naderhand wel zijn verontschuldigingen aangeboden13, maar deze had zich de zaak zoo aangetrokken, dat hij zich genoopt gevoelde, af te treden als bestuurs-lid-bibliothecaris van het Friesch Genootschap. Zoodat Winkler zelfs min of meer de houding aannam van een slachtoffer van zijn ongeloof aan de echtheid van het O.L.B. Vrees voor zijn critise naam, het motief, dat Hof ten onrechte aanneemt voor Winkler's bedrijvigheid na 1903, deed dus toentertijd nog zijn volle werking. En Winkler gebruikte het juiste, het aangewezen middel, om het postvatten van verkeerde meningen te zijnen opzichte tegen te gaan: de publicatie.14 In genoemd artikel komt reeds uit, hoe hij zich bij voorbaat aansloot bij Beckering Vinckers' resultaten in zijn onderzoek naar de schrijver, wiens aanstaande ontmaskering hij zelfs het begin van het einde noemt.15 Hoe volkomen Winkler door Beckering Vinckers overtuigd werd, blijkt echter nergens beter uit dan uit een artikel van Winkler's hand in "Ostfriesisches Monatsblatt" van Juni 1877.16 Van 't boekje van B.V. heet het: "Man kaufe sich nur getrost das Büchlein und wird sich nachher über die 1½ Mark, welche es kostet, gewisz nicht beklagen". En verder: "Dieser und jener und vorab Dr. J.G. Ottema, der gar zu arg durch den Betrug mitgenommen und angeführt ist, hat dieses seiner eigenen schwachen Kritik zu danken. Kein Mann von luchtiger Wissenschaft doch hat sich, so bald das ganze Oera-Linda-Buch zu lesen war, anführen und mitnehmen lassen". "Am Ende, wir Friesen können uns Glück wünschen, dasz endlich durch Dr. J. Beckering Vinckers' Bemühungen das Rätsel des (p. 119) vielbesprochenen, berüchtigten Oera-Linda-Buchs für jeden Unbefangenen, für jeden Verständigen vollstandig gelost worden ist." Duidelijker kon het niet gezegd worden. Het was in deze tijd, dat Winkler zelfs met Beckering Vinckers in vertrouwelijke correspondentie stond, één van zin in de Oera-Linda-zaak, zoo zelfs, dat B.V.Winkler kon aansporen de zaak eens in Friesland ter hand te nemen.17 Welk een minachting voor kritiekloze mensen als Ottema, die eigenlijk niet beter verdienen, dan hun geschiedt! Hoe duidelijk klinkt daardoor heen de toon: Ik dank u, dat ik niet ben gelijk deze. Die toon van blijde verzekerdheid zou eerst gesmoord moeten worden. voor er plaats kwam voor de theorie-Verwijs- Haverschmidt. Verwijs - ach, hoe ver was Winkler er toenmaals van af, in hem de bedriegelijke vervaardiger van het O.L.B. te zien. zooals hij later deed. Toevallig had hij zijner in datzelfde Spectator-artikel gedacht. Na opgemerkt te hebben, dat iedere Fries, in Friese taal en geschiedenis niet onbedreven, met hem tot dezelfde conclusie van onechtheid gekomen zou zijn, vervolgt hij: "Ja, dat Dr. Eelco Verwijs 't eerst eenige bladen van 't O.L.B., bij 't Friesch Genootschap van Geschied- Oudheid- en Taalkunde ter tafel bracht, is waar. Maar Dr. Verwijs is geen Fries en (ni fallor) met de eigenaardigheden der Friese taal niet zoo vertroud, om daardoor reeds terstond tot d'ontdekking van de valschheid van 't O.L.B. te kunnen komen. Voor zooverre ik weet, heeft-i dan ook nooit d'echtheid van 't O.L.B. onvoorwaardelijk verkondigd, noch verdedigd. Dat-i in 't begin twijfelde, 't bewijst eenvoudig, dat-i zelve te eerlijk was, om terstond zo grote oneerlijkheid bij een ander, bij den schrijver-eigenaar van 't handschrift, te kunnen vermoeden". Ziedaar, Verwijs' rechtschapene onkunde onder de welwillende bescherming van de Friese expert Winkler. Hoe beschamend moet het voor deze geweest zijn, tot de erkentenis te komen - hoe dan ook - dat die onbevoegde het ding, dat hij niet beoordelen kon !.... zelf tot aanzijn geroepen had. Hoe meedogenloos hard en snijdend moet hem Verwijs' spotlach in de oren geklonken hebben. Daarbij voegde zich het besef, dat die Verwijs hem, juist hém had uitgekozen voor het onderzoek (p. 120) van het manuscript. Want dat het Friesch Genootschap Winkler met het uitbrengen van rapport belast had, was geschied op voorstel van Verwijs.18 In welk licht moest hem nu zijn correspondentie met Verwijs verschijnen, diens vertrouwelijke brieven, diens pogingen om hem te overreden, het O.L.B. te vertalen! Kunnen we er nog wel één ogenblik aan denken, dat Winkler zijn Verwijs-Haverschmidt-hypothese geopperd zou hebben, omdat het hem hinderde, dat zijn krities vermogen in twijfel getrokken was? Neen, die hypothese, geworteld in diepe, zeer diepe ervaring, is voor hem geweest een smartelijke erkenning van de waarheid. De man, die voor "zijn naam" niet beter had kunnen doen dan te zwijgen, heeft zonder enige andere dan inwendige noodzaak, maar uit een noodzaak, een tafereel van de Oera-Linda-historie gegeven, dat hem zelf deed zien in de rol van dubbel gedupeerde, van de onkritise, de goedgelovige naprater van Beckering Vinckers, en in de rol van slachtoffer van Eelco Verwijs. Wel mocht hij zich nu herinneren, wat hij eens van Ottema geschreven had, die "gar zu arg durch den Betrug mitgenommen und angeführt" was, maar dit "seiner eigenen schwachen Kritik" te wijten had. Wat Winkler uitsprak, waren derhalve geen losse beweringen, was geen ijdel, op sensatie belust gepraat van loslippige ouderdom, tevens dienende om hemzelf in een schoner licht te plaatsen; neen ! ondanks zich zelf is Winkler gekomen tot het uitspreken van datgene, wat zich als onafwijsbare waarheid aan hem had opgedrongen. De kategorise imperatief! Daarin nu ligt de betekenis van zijn verklaringen, echter alleen voor zooverre wij mogen aannemen, dat zij op die inwendige ervaring berusten. Welk een tegenstelling tussen Verwijs' rechtschapene onkunde in de Spectator en zijn duivelskunsten van later. Welk een afstand tussen die hovaardige, lichtelijk waanwijze uitspraak, waarin, met voor Friezen van vroeger en later tijd eigenaardige mentaliteit, onbevoegdheid van niet-Friezen verkondigd wordt, om in zaken, Friesland betreffende, mee te spreken - en deze (p. 121) openbaring, die in haar diepste wezen niet anders was dan de schaamtevolle erkentenis van eigen jeugdige onkunde, dwaling en misvatting! Hoe diep een val van de rustige hoogte eener zelfbehaaglijke zekerheid, niet als Ottema en zooveel anderen, het slachtoffer te zijn van een domslimme falsaris tot in de diepten van de twijfel en het knagend besef, door deze zelfgenoegzaamheid de dupe geworden te zijn van een falsificator, met wie hij a.h.w. onder één dak gewoond had! Een lange tijd van worsteling, van tegenspartelen moet daar tussen liggen, een tijd van uitvluchten en zelfbedrog Het woelde en gistte in Winkler, maar hij hield zich gesloten. Hof, met wie hij op vertrouwelijke voet stond, heeft meer dan eens gepoogd, hem over 't Oera-Linda-Boek aan het spreken te krijgen. Vergeefs. Over "dat sleaue boek" liet hij zich toen nog niet uit. Nadat echter sinds 1903 het O.L.B. een wederopstanding beleefd had en er beschouwingen in het oude genre verschenen; toen men Beckering Vinckers - nu histories geworden - voor feuilletonnistise en antiquarise doeleinden begon uit te buiten toen werd het voor Winkler een gewetenszaak, of hij dat kwaad mocht laten voortwoekeren. Er zijn tekenen, die er op wijzen, dat Winkler - ondanks ommeslag van waanwijsheid tot contritie - nimmer tot de rechte zelfkennis in dezen gekomen is. Ware dat wel het geval geweest, hij had de ganse Oera-Linda-historie weten te objectiveren en daardoor zich zelf de rust verschaft, waarnaar hij zoozeer, maar vergeefs verlangde. Hoogstwaarschijnlijk zou hij dan ook wel eenige positieve aanwijzingen hebben kunnen geven, die aanvaard zouden zijn. Winkler is echter nimmer boven het Oera-Linda-Boek uit kunnen komen. Vandaar dat hij getracht heeft, zich zelf te sparen, zooveel mogelijk. In zijn memorie stelt Winkler het voor, alsof Verwijs - toen deze hem brief op brief schreef, om hem aan het vertalen te krijgen - hem eigenlijk in vertrouwen had willen nemen, hetgeen echter op zijn oprechte eenvoud afgestuit zou zijn. Zoo iets is volstrekt uitgesloten; men leze aandachtig Verwijs' brieven en herinnere zich Winkler's pedante grootspraak van 1877. Winkler verweert zich door de gedachte van medeplichtigheidslechts tegen de voor hem zooveel hinderlijker, van onbewust werktuig geweest of als zoodanig bedoeld te zijn De gedachte, door Verwijs gebruikt (p. 122) te zijn, heeft hij zoo ver mogelijk van zich gehouden. Opmerkelijk zijn zijn zeer sympathieke woorden aan het adres van den heer Eekhoff, volgens Winkler het eigenlijk bedoelde slachtoffer. Winkler kòn meegevoelen met Eekhoff, achter wiens rug hij zich schuilhoudt. Want hij mocht het nu boven allen twijfel achten, dat Verwijs hem, als rapporteur en vertaler, een hoofdrol had toebedeeld in de tragi-comedie.19 Verwijs moet gedacht hebben, dat de jonge, onervaren, wellicht wat pedante amateur-filoloog, zich door die onderscheiding vereerd zou gevoelen, een handig werktuig voor zijn doeleinden. Zulke gedachten mogen het geweest zijn, die om toegang aangeklopt hebben bij de oude, verontruste Winkler. Hij heeft het echter niet over zich kunnen verkrijgen, de waarheid in deze gedaante te zien, hard en ongesluierd. Toch is het merkwaardig, dat de stukken, die ons in staat stellen tot een oordeel over Winkler's vroegere denkbeelden, zooals Spectator-1877 en Ostfriesisches Monatsblatt, met vele andere door Winkler in het kistje gedeponeerd zijn, bij zijne, hem zelf verschonende memorie, evenals de belangrijke brieven van Verwijs. Winkler verschaft dus wel de middelen tot interpretatie van zijn memorie en dient weer, ondanks zich zelf, de waarheid.20 Wij hebben in het bovenstaande alleen met Verwijs rekening gehouden, alsof de theorie niet Haverschmidt naast Verwijs gesteld had. We zullen daar rekenschap van moeten geven. Vooreerst geeft Winkler niet de minste positieve aanwijzing op Haverschmidts medeplichtigheid. Ten tweede heeft hij in de waardering van Haverschmidt's motieven sterk geweifeld, zooals ook uit de mededelingen van de heer Hof blijkt. Pas in het laatste halfjaar, voorafgaande aan het Oera-Linda-testament, is hij tot de overtuiging gekomen, dat het Haverschmidt er om te doen geweest is, het gezag van de Bijbel aan te tasten.21 Ten derde weten wij van geen enkel persoonlijk (p. 123)contact van Winkler met Haverschmidt, dat de mogelijkheid van inwendige ervaring, van intuïtief weten open laat, hetgeen in zijn verhouding tot Verwijs juist een moment van betekenis moet geweest zijn. Wat Winkler over Haverschmidt - en Over de Linden - gezegd heeft, is hoogst waarschijnlijk niet meer dan een verstandelijke hypothese geweest voortkomende uit deze overleggingen, die iedereen maken kan: Haverschmidt was een academievriend van Verwijs. Hij is predikant aan Den Helder geweest. Daar kwam hij in aanraking met Over de Linden. - Met zulke overleggingen geraakte Winkler echter buiten zijn eigenlijk ervaringsgebied. In hoeverre deze waard zijn een punt van onderzoek uit te maken, onafhankelijk van de persoon Winkler, zij daargelaten. Binnen Winkler's ervaringsgebied was echter slechts plaats voor een Verwijs-theorie. Het komt mij voor, dat we in Winkler's streven, om ook anderen dan Verwijs in de ontstaansgeschiedenis van het O.L.B. te betrekken, weer een onbewuste poging moeten zien om zichzelf te neutraliseren. Hoe is de grote ommeslag in Winkler's denkwijze ten aanzien van het O.L.B. en zijn ontstaan te verklaren? Het is moeilijk daarop een bepaald antwoord te geven, want Winkler heeft alles achterwege gelaten, wat ons in staat had kunnen stellen, ons daarover een oordeel te vormen. Deze omstandigheid wettigt het vermoeden, dat we hier staan voor een in hoofdzaak intern psychies proces, d.w.z. dat naar alle waarschijnlijkheid slechts weinige en geringe feiten invloed op Winkler's denkwijze gehad hebben; dat andere combinatie van reeds aanwezige elementen, onder invloed van studie, levenservaring en veranderde omgeving, bovenal onder invloed van een veranderde opvatting van hetkarakter van het O.L.B. eenvermoeden, ten slotte een overtuiging gevormd hebben, waarvoor hij a posteriori de nodige bewijsstukken heeft trachten bijeen te brengen. (Winkler spreekt van "stille nasporingen"), wat hem zelfs niet in de verte gelukt is. Als ik wel zie, dan moet een heel vaag gevoel van beetgenomen te zijn, reeds uit de eerste dagen van het O.L.B. dagtekenen. Dit is dan mede oorzaak geweest van Winkler's dralen (het duurde een jaar voor hij met zijn onnozel verslagje gereed was). Men weet, dat er reeds destijds te Leeuwarden (p. 124) waren, die zeiden: "Het zal een grap van Verwijs zijn".22 Dit primaire gevoel is dan onder een zware voorstellingenlast bedolven geraakt. Vermoedelijk is Ottema's gezag en ernst en macht van feitenmateriaal daar niet vreemd aan, al was die dan ook pro. Ottema's hardnekkige verdediging moest bij zijn tegenstanders, vooral bij Friezen, die zijn ernst kenden en waardeerden, toch ongetwijfeld de indruk achterlaten, dat in het O.L.B. een man met bijzondere kwaliteiten aan het werk geweest was, degelijk en ernstig, zoodat de gedachte aan platte beetnemerij verworpen moest worden. Eindelijk ontsloeg het geharnast betoog van Beckering Vinckers hem van alle overgebleven scrupules. Winkler's Spectator-artikel bevat daarom waarschijnlijk ook een element afrekening van de schrijver met zich zelf, met zijn twijfelingen, zijn geheime vrees. Inderdaad, hij heeft zich gaarne door Beckering Vinckers laten overtuigen. In hetzelfde jaar 1877 plaatste Winkler in De Navorscher23 een stukje, dat als een aanvulling vanB.V.'s bewijzenmateriaal bedoeld was. Een Voorlooper van het O.L.B. heet het. Daarin wees hij als hoofdbron aan een werk van de Vlaamse raadsheer Charles Joseph de Grave, getiteld:République des Champs Elysées ou Monde ancien, Gent, 1806, welk werk volgens Winkler zoozeer met het O.L.B. overeenstemde, dat hij het ene niet anders kon beschouwen dan als een navolging van het andere. Elders kom ik op dit werk terug. Hier willen wij alleen maar vaststellen, dat Winkler - hij had het wel even mogen vermelden - deze suggestie niet aan zich zelf verschuldigd was. Zij was afkomstig van Jules Andrieu, die inThe Academy, van 17 Juni 1876, het O.L.B. en genoemd boek van De Grave, meende te kunnen afleiden uit een gemeenschappelijke bron: een Zweeds werk van Olof Rudbeck, Upsala, 1679, getiteld: Atland eller Mannheim. Deze theorie (Beckering Vinckers' onthullingsbrochure was nog niet verschenen), werd door Taco H. de Beer in het weekblad Euphonia van 24 Juni d.a.v. (no. 13) aan het Nederlandse publiek medegedeeld. Beckering Vinckers had schijnbaar deze suggestie versmaad of (p. 125) genegeerd. Uit een brief van hem aan Winkler24 blijkt, dat hij er wel rekening mee gehouden had, doch dat het desbetreffende gedeelte ten offer gevallen is aan de bekrompenheid van de drukker. Winkler in elk geval acht Andrieu's aanwijzing een andere bejegening waard. Hij meent die met B.V.'s resultaten in overeenstemming te brengen door De Grave niet naast, maar boven het O.L.B. te plaatsen.25 Dat Ottema in het bezit was van een De Grave, vindt Beckering Vinckers hoogst belangrijk, evenals blijkbaar Winkler. Er is niet veel aandacht aan Winkler's stukje in De Navorscher geschonken. De schrijver is trouwens in gebreke gebleven, zijn opvatting nader te demonstreren. De onmogelijkheid, om zijn stelling waar te maken, moet hem, ondanks enige overeenkomst in algemene trekken, toen het er op aan kwam, spoedig gebleken zijn. Toch geloof ik, dat het nadenken over dit zonderlinge boek van De Grave, dat een fantastise ideaal-republiek plaatste aan de monden van de Rijn; dat alle beschaving van daar deed uitgaan; dat 't eiland Schouwen maakte tot het eiland van Circe, verblijfplaats van Ulysses, die respectievelijk hun namen zouden geleend hebben aan Zierikzee en Vlissingen26 - zeer veel heeft bijgedragen om Winkler het ware karakter van het Oera-Linda-Boek te openbaren. "Een sleau boek" noemde hij het later, d.w.z. een mal, dwaas, vreemd boek vol flauwe ... gekheid. Dat was al veel gewonnen, want schoon eenzijdig, deze opvatting ging boven Beckering Vinckers' resultaten uit en wees de weg naar de oplossing. Zoo heeft De Grave ongetwijfeld de smorende invloed van Beckering Vinckers bij Winkler helpen te niet doen. Heeft Winkler Verwijs nog een keer ontmoet in de drie levensjaren, die de laatste nog restten, B.V. op de vergaderingen van de Maatschappij der Nederl. Letterkunde, waarvan ook Winkler sedert 1875 lid was? En heeft hij daar nadere suggesties ontvangen? Het is mogelijk, maar onbewijsbaar. Eén belangrijke factor moeten wij nog in rekening brengen. (p. 126) In hetzelfde jaar 1877 had Winkler Friesland metterwoon verlaten en zich te Haarlem gevestigd. Zijn veeljarig verblijf in Holland, waar hij niet onder de onmiddellijke invloed van een Friesland en elkander verheerlijkende geleerdenkring stond; waar hij met Nederlandse geleerden en Nederlandse wetenschap in aanraking kwam en zijn Friese aspiratiën tot Groot-Nederlandse wist om te vormen, moet op de algemene kleur van zijn denken van groten invloed geweest zijn. Daar begon het duister voor hem op te doemen, wat hem wel nimmer als klare, objectieve waarheid voor ogen gestaan heeft: dat de Friese wetenschap een halve eeuw bij de Hollandse ten achter was; dat de wetenschappelijke kritiek daar geen reiniging gebracht had; dat nieuwere inzichten op het gebied van taal en historie aan Friesland voorbijgegaan waren en nieuwe methodes van onderzoek daar geen ingang hadden gevonden. Friesland met zijn in vele opzichten eigene cultuur miste nu zijn Athenaeum, dat een schakel had kunnen vormen met de Hollands-Nederlandse wetenschap. De Bibliotheek was naar Leeuwarden gegaan, en een Buma, die de Buma-bibliotheek en de Buma-lenen gesticht had, mocht er van gedroomd hebben, Leeuwarden tot het brandpunt van een hoge Friese cultuur te maken; het Friesch Genootschap mocht zich met ijver wijden aan zijn taak van voornaamste drager dier cultuur, Leeuwarden was geen toonaangevend centrum geworden, dat op een lijn te stellen ware met de grote Nederlandse centra van wetenschap en kunst, - en de prestaties van het Friesch Genootschap waren niet in overeenstemming met de aanspraken, die men stilzwijgend of luide genoeg deed gelden. Dit moet Winkler langzamerhand tot half-bewustheid gekomen zijn door zijn langdurig verblijf in Holland. Vreemde schamplichten zag hij spelen over het Oera-Linda-Boek, dat de hoogheid en de oudheid van de Friese stamcultuur zoo buitensporig verhief, met schijn van ernst, ja, met niet meer dan een schijn, want de frivole toon van het "sleaue boek" klonk steeds scheller en hatelijker voor hem  op. Naarmate voor Winkler's besef de klove tussen Friese werkelijkheid en het Friese ideaal dieper werd, onthulde zich voor hem het ware karakter van het Oera-Linda-Boek. Steeds duidelijker hoorde hij daarin de lach schateren van Mephisto, die de Friezen deze drogbeelden voor ogen getoverd had, zooals hij weleer de (p. 127) verblufte stamgasten im Bremer Ratskeller deed, toen zij elkaars neuzen voor kersen hielden en begonnen te "raufen"27 , zooals hij nu de Friezen met satanies genoegen had zien plukharen. Wie was de spotgeest, "naneef van den vader der logenen", gelijk Verwijs eenmaal Cornelis over de Linden betiteld had? Wie was de vreemde geest, die buiten en boven die relatief ietwat achterlijke cultuur stond; die haar in haar kracht en zwakheid, haar tendenzen en idealen, haar middelen en doeleinden zoo volkomen doorgrond had? Het was dezelfde Eelco Verwijs, die schoon in aanzienlijke betrekking de Genootschapskring binnengetreden, als geen Fries zijnde, in zaken, Friesland betreffende, niet voor vol werd aangezien; de aartsspotter, die deze behandeling uit de hoogte - niet alleen het jonge amateurtje Johan Winkler veroorloofde zich die houding - met de pijlen van zijn vernuft betaald zette. Het gevoel voor deze situatie is Winkler langzamerhand gekomen. Hij, Verwijs, moest de man geweest zijn, die hen allen doorzien en hen allen om de tuin geleid had. Tal van kleine feitjes uit de voorgeschiedenis van het O.L.B. lieten tot schrik van Winkler een nieuwe duiding toe ... Dat Winkler niet alles scherpomlijnd voor zich gezien heeft, is ten dele het gevolg van zijn tegenspartelen, van zijn persoonlijk verweer tegen de rol van dupe. Maar toch ook hiervan, dat hij, de arts-dilettant-taal- en geschiedkundige, zelfs later, niet ver genoeg boven en buiten die kringen stond, en hun tendenzen en idealen niet voldoende wist te verloochenen. Zoo bleef hij bij zijn beoordeling van de situatie aan de personen hangen. Zijn ganse visie was ingesteld op de tegenstelling tussen Eekhoff en Verwijs. Hij zag niet, wilde niet, en kon ten dele ook niet zien, dat het antagonisme tusschen de archivaris en de archivarius symptomaties was. En zijn haat concentreerde zich op het "sleaue boek", dat hij met zijn voelen gepeild had ... tenslotte, - maar niet met zijn denken omvat. Noten. In druk verschenen als voetnoten, hier omgenummerd naar eindnoten. 1) Dit werd vrij algemeen aangenomen op gezag van de Kamper taalgeleerde J. Beckering Vinckers. 2) De Vrije Fries, XXV, bl. 32, vv. 3) Zoo meende Winkler. Wij weten echter beter. 4) It Heitelân, jg. 1923, nrs. 19-23. 5) Aldaar, bl. 242. 6) It Heitelân, bl. 257. Cursivering van Hof. 7) Aldaar, bl. 244. 8) Aldaar, bl. 243. 9) Tijdschrift voor Boek- en Bibliotheekwezen. VI. 1908, bl. 237, vv. 10) It Heitelân, bl. 255. 11) Het artikel is gedagtekend 14 Maart. Ook in het kistje gedeponeerd. 12) Verslagen van het Friesch Genootschap, bl. 202. 13) Deze verontschuldigingsbrief behoorde tot de inhoud van het kistje. 14) Vergelijk hiermee zijn handelwijze na 1903. 15) Beckering Vinckers' brochure Wie heeft het Oera-Linda-Boek ge- schreven? was toen nog niet van de pers. Zij verscheen nog hetzelfde jaar (1877). Winkler was van de komst der brochure op de hoogte. 16) Ook in het kistje gedeponeerd. 17) Blijkens brieven, in het kistje gedeponeerd, doch niet gepubliceerd. 18) Verslagen van het Friesch Genootschap, 1869-70, bl. 190 en 195. 19) Zie Verslagen van het Friesch Genootschap 1869-70 bl. 190 en 195 en in De Vrije Fries, XXV, bl. 50. 20) Daarom is het te betreuren, dat in de De Vrije Fries XXV met de andere stukken niet een volledige inventaris van Winkler's kistje gepubliceerd is. 21) It Heitelân, bl. 244. 22) Dr. C.P. Burger in Tijdschrift voor Boek- en Bibliotheekwezen, jg. 1907. 23) De Navorscher, 1877, bl. 115. 24) In het kistje. 25) Andrieu nam aan, dat het O.L.B., in 't laatst van de 17de eeuw uit Rudbeck's werk afgeleid was. Dit is met B.V.'s opvatting niet te rijmen. 26) Vgl. de zotte plaatsnamen-afleidingen in het O.L.B.: Leiden uit Lydasburcht (van de half-godin Lyda), enz. 27) Goethe, Faust.

19260710 Hof. J.J. - De stand der Oera Linda Boek-kwestie (N.a.v. het artikel van dr M. de Jong Hzn. in de Vrije Fries XXVIII [nr. 257]. - Leeuw. Nieuwsbl. 1926, 10, 17, 24 Juli.

19260710 Hof. J.J. - De stand der Oera Linda Boek-kwestie (N.a.v. het artikel van dr M. de Jong Hzn. in de Vrije Fries XXVIII [nr. *257]. - Leeuw. Nieuwsbl. 1926, 10, 17, 24 Juli.

19260717 Hof. J.J. - De stand der Oera Linda Boek-kwestie (N.a.v. het artikel van dr M. de Jong Hzn. in de Vrije Fries XXVIII [nr. 257]. - Leeuw. Nieuwsbl. 1926, 10, 17, 24 Juli.

19260724 Hof. J.J. - De stand der Oera Linda Boek-kwestie (N.a.v. het artikel van dr M. de Jong Hzn. in de Vrije Fries XXVIII [nr. 257]. - Leeuw. Nieuwsbl. 1926, 10, 17, 24 Juli.

19260928 Linden. K.C. Over de, - Het ‘Oera Linda Bok' (Kritiek op uitlating van medewerker R. v. S., die van bedriegerij had gesproken). -Soerabaiasch Handelsbl. 1926, 28 Sept.

19260928 Linden. K.C. Over de, - Het ‘Oera Linda Bok' (Kritiek op uitlating van medewerker R. v. S., die van bedriegerij had gesproken). -Soerabaiasch Handelsbl. 1926, 28 Sept.

 

19270000 Dr. M. de Jong Hzn, Het geheim van het Oera Linda Boek, Bolsward, 1927. Toont aan, dat E. Verwijs het OLB geschreven heeft.

19270000 Jong, M. de Het geheim van het Oera-Linda-Boek door M. de Jong Hzn. – Bolsward : Osinga, 1927. – 405, [2] p. : ill., facs., portr. ; 25 cm.

19270000 M. de Jong Hzn. — Het geheim van het Oera-Linda-boek, 1927.

19270000 Brugmans. H., - Het Oera-Linda-boek (N.a.v. dr W. de Jong Hzn: Het geheim …, Bolsward, 1927). - De Groene Amsterdammer 1928, 21 Jan.

19270000 Canne. R.W., - It Oera Linda Boek (Petear mei dr M. de Jong Hzn). - It Heitelân IX, 1927, pp. 38-40.

19270000 Canne. R.W., - It Oera Linda Boek (Petear mei dr M. de Jong Hzn). - It Heitelân IX, 1927, pp. 38-40.

19270000 Canne. R.W., Skôging oer dr M. de Jong Hzn: Het geheim Bolsward, 1927. - It Heitelân 1928, pp. 22- 23.

19270000 Canne. R.W., Skôging oer dr M. de Jong Hzn: Het geheim Bolsward, 1927. - It Heitelân 1928, pp. 22- 23.

19270000 Haeringen. C.B. van, - Bespr. van dr M. de Jong Hzn: Het geheim … Bolsward 1927 en J.J. Hof: Verwijs en het O.L.B., Leeuw. 1928. - De Nieuwe Taalgids XXII, 1928, pp. 308-310.

19270000 Jong Hzn, .M. de (1927) Het geheim van het Oera-Linda-boek. Bolsward.

19270000 Jong Hzn. M. de, - Het geheim van het Oera-Linda-Boek (get. A'dam, 2 Oct. 1927). - Bolsward, A.J. Osinga, 1927, 405, (3) pp. 8°.

19270000 Jong, M. de: Het geheim van het Oera-Linda-Boek. Bolsward 1927

19270111 Jong Hzn. M. de, - Ottema's vervalsing (get. 5 Jan. 1927). – Leeuw. Nieuwsbl. 1927, 11 Jan.

19270111 Jong Hzn. M. de, - Ottema's vervalsing (get. 5 Jan. 1927). – Leeuw. Nieuwsbl. 1927, 11 Jan.

19270113 Het Oera-Linda-boek. Door dr Ottema vervalscht? - De Telegraaf 1927, 13 Jan.

19270113 Het Oera-Linda-boek. Door dr Ottema vervalscht? - De Telegraaf 1927, 13 Jan.

19270125 Molenaar. E., - Ottema's vervalsching, met een groot vraagteken (met naschrift van J.J. Hof) (get. Franeker, 17 Jan. 1927). - Leeuw. Nieuwsbl. 1927, 25 Jan. O.

19270125 Molenaar. E., - Ottema's vervalsching, met een groot vraagteken (met naschrift van J.J. Hof) (get. Franeker, 17 Jan. 1927). - Leeuw. Nieuwsbl. 1927, 25 Jan. O.

19270126 Het Oera Linda boek. Publicatie van dr M. de Jong. - De Telegraaf 1927, 26 Jan.

19270202 Molenaar. E., - Kort verweer inzake het O.L.B. (Met naschrift van J.J. Hof). - Leeuw. Nieuwsbl. 1927, 2 Febr.

19270202 Molenaar. E., - Kort verweer inzake het O.L.B. (Met naschrift van J.J. Hof). - Leeuw. Nieuwsbl. 1927, 2 Febr.

19270204 Het Oera Linda Boek. Echt of valsch? - Haarlem's Dagbl. 1927, 4 Febr.

19270204 Het Oera Linda Boek. Echt of valsch? - Haarlem's Dagbl. 1927, 4 Febr.

19270204 Is het O.L.B, echt of valsch? Friesland wacht op dr De Jong. - De Telegraaf 1927, 4 Febr. O.

19270204 Is het O.L.B, echt of valsch? Friesland wacht op dr De Jong. - De Telegraaf 1927, 4 Febr. O.

19270209 Wumkes. G.A., - Het O.L.B. en de Prov.Bibliotheek van Friesland. - Leeuw. Nieuwsbl.1927, 9 Febr.

19270209 Wumkes. G.A., - Het O.L.B. en de Prov.Bibliotheek van Friesland. - Leeuw. Nieuwsbl.1927, 9 Febr.

19270213 Steeds geheimzinniger. Het Oera-Linda-raadsel. - De Telegraaf 1927, 13 Febr.

19270213 Steeds geheimzinniger. Het Oera-Linda-raadsel. - De Telegraaf 1927, 13 Febr.

19270215 Jong Hzn. M. de, - Dr G.A. Wumkes en de Prov. Bibliotheek van Friesland (get. 15 Febr. 1927). - Leeuw. Nieuwsbl. 1927, 17 Febr.

19270215 Jong Hzn. M. de, - Dr G.A. Wumkes en de Prov. Bibliotheek van Friesland (get. 15 Febr. 1927). - Leeuw. Nieuwsbl. 1927, 17 Febr.

19270218 Het Oera Linda Boek. Prof. Wirth en dr De Jong als tegenstanders. Is het mysterieuze hs. echt? - De Telegraaf 1927, 18 Febr. O.

19270218 Het Oera Linda Boek. Prof. Wirth en dr De Jong als tegenstanders. Is het mysterieuze hs. echt? - De Telegraaf 1927, 18 Febr. O.

19270218 Wumkes . G.A., - Een nieuw bedrijf in de Oera-Linda-komedie. - Leeuw. Nieuwsbl. 1927, 18 Febr.

19270218 Wumkes . G.A., - Een nieuw bedrijf in de Oera-Linda-komedie. - Leeuw. Nieuwsbl. 1927, 18 Febr.

19270219 Het Oera Linda Boek. De studie van dr M. de Jong. Auteur en bibliothecaris. - Alg. Handelsbl. 1927, 19 Febr.

19270219 Het Oera Linda Boek. De studie van dr M. de Jong. Auteur en bibliothecaris. - Alg. Handelsbl. 1927, 19 Febr.

19270219 Jong Hzn. M. de, - Slotwoord aan de publicist en aan de bibliothecaris dr. G.A. Wumkes (get. 19 Febr. 1927). - Leeuw. Nieuwsbl. 1927, 22 Febr.

19270220 Het Oera Linda Bok (Over dr M. de Jong Hzn en dr G.A. Wumkes). - Nw. Rott. Crt. 1927, 20 Febr.

19270220Het Oera Linda Bok (Over dr M. de Jong Hzn en dr G.A. Wumkes). - Nw. Rott. Crt. 1927, 20 Febr.

19270222 Jong Hzn. M. de, - Slotwoord aan de publicist en aan de bibliothecaris dr. G.A. Wumkes (get. 19 Febr. 1927). - Leeuw. Nieuwsbl. 1927, 22 Febr.

19270226 Het Oera Linda boek. Publicatie van dr M. de Jong. - De Telegraaf 1927, 26 Jan.

19270306 Sterck. J.F.M., - Iets over 'Thet Oera Linda Bok' (De rol van Verwijs). - De Zondagscourant van de Maasbode 1927, 6 en 13 Mrt.

19270306 Sterck. J.F.M., - Iets over 'Thet Oera Linda Bok' (De rol van Verwijs). - De Zondagscourant van de Maasbode 1927, 6 en 13 Mrt.

19270313 Sterck. J.F.M., - Iets over 'Thet Oera Linda Bok' (De rol van Verwijs). - De Zondagscourant van de Maasbode 1927, 6 en 13 Mrt.

19270317 Het mysterieuze Oera Lindaboek. Echt of valsch? Een onderhoud met dr De Jong. - De Telegraaf 1927, 17 Maart.

19270317 Het mysterieuze Oera Lindaboek. Echt of valsch? Een onderhoud met dr De Jong. - De Telegraaf 1927, 17 Maart.

19270405 Bibliothecaris en onderzoeker. De quaestie De Jong - Wumkes. - Alg. Handelsbl. 1927, 5 Apr.

19270405 Bibliothecaris en onderzoeker. De quaestie De Jong - Wumkes. - Alg. Handelsbl. 1927, 5 Apr.

19270509 Thet Oera Linda Bok (dr. J.F.M. Sterck in 'De Maasbode' over dr. E. Verwijs). - Leeuw. Crt. 1927, 9 Mei.

19270509 Thet Oera Linda Bok (dr. J.F.M. Sterck in 'De Maasbode' over dr. E. Verwijs). - Leeuw. Crt. 1927, 9 Mei.

19270521 Verslag van de rede van B.J. Schurer over 'Het Oera Linda bok' voor de Onderwijsinspectievergadering te Franeker (31 Mei 1927). - Leeuw. Crt. 1927, 1 Juni.

19270601 Verslag van de rede van B.J. Schurer over 'Het Oera Linda bok' voor de Onderwijsinspectie- vergadering te Franeker (31 Mei 1927). - Leeuw. Crt. 1927, 1 Juni.

19270614 Jong Hzn. M. de, - Het Oera-Linda-Boek (over de rede van B.J. Schurer). - Franeker Crt. 1927, 14 Juni.

19270614 Jong Hzn. M. de, - Het Oera-Linda-Boek (over de rede van B.J. Schurer). - Franeker Crt. 1927, 14 Juni.

19270621 Het Friesche 'ulenbord' in de universiteit te Berlijn (lezing van prof. H. Wirth op 21 Juni 1927). -  Leeuw. Nieuwsbl. 1927, 10 Aug.

19270621 Molenaar. E., - Het Oera Linda Boek (Aan dr M. de Jong Hzn.). - Franeker Crt. 1927, 21 Juni.

19270621 Molenaar. E., - Het Oera Linda Boek (Aan dr M. de Jong Hzn.). - Franeker Crt. 1927, 21 Juni.

19270628 K. - Entdeckung der Welt-Ur-Religion (Onderzoek van prof. Wirth). - Deutsche Zeitung 1927, 28 Juni.

19270628 K. - Entdeckung der Welt-Ur-Religion (Onderzoek van prof. Wirth). - Deutsche Zeitung 1927, 28 Juni.

19270701 Jong Hzn. M. de, - Het Oera Linda Boek (Aan E. Molenaar). - Franeker Crt. 1927, 1 Juli.

19270701 Jong Hzn. M. de, - Het Oera Linda Boek (Aan E. Molenaar). - Franeker Crt. 1927, 1 Juli.

19270705 Molenaar. E., - Het Oera Linda Boek (Aan dr. M. de Jong Hzn). - Franeker Crt. 1927, 5 Juli.

19270705 Molenaar. E., - Het Oera Linda Boek (Aan dr. M. de Jong Hzn). - Franeker Crt. 1927, 5 Juli.

19270730 Prof. dr H. Wirth aan dr G.A. Wumkes brieven van 1927, 30 Juli.

19270730 Prof. dr H. Wirth aan dr G.A. Wumkes brieven van 1927, 30 Juli.

19270810 Het Friesche 'ulenbord' in de universiteit te Berlijn (lezing van prof. H. Wirth op 21 Juni 1927). - Leeuw. Nieuwsbl. 1927, 10 Aug.

19270911 L (= Lesturgeon). H.A., - Mixed Pickles (over het O.L.B. als litteraire vervalsing). - Soerabaiasch Handelsbl. 1927, 17 Sept.

19270917 L (= Lesturgeon). H.A., - Mixed Pickles (over het O.L.B. als litteraire vervalsing). - Soerabaiasch Handelsbl. 1927, 17 Sept.

19271002 Jong Hzn. M. de, - Het geheim van het Oera-Linda-Boek (get. A'dam, 2 Oct. 1927). - Bolsward, A.J. Osinga, 1927, 405, (3) pp. 8°.

19271004 Het Oera-Lindaboek. (Een geschil tusschen dr. M. de Jong en dr. G.A. Wumkes, ten berde gebracht op de vergadering van de Ver. van Archivarissen). Nieuwsblad van Friesland 4. 10. 1927.

19271004 Het Oera-Lindaboek. (Een geschil tusschen dr. M. de Jong en dr. G.A. Wumkes, ten berde gebracht op de vergadering van de Ver. van Archivarissen). Nieuwsblad van Friesland 4. 10. 1927.

19271215 Jong. S.D. de, - Het geheim van het Oera-Linda-boek. - Leeuw. Crt. 1927, 15 en 16 Dec.

19271215 Jong. S.D. de, - Het geheim van het Oera-Linda-boek. - Leeuw. Crt. 1927, 15 en 16 Dec.

19271216 Jong. S.D. de, - Het geheim van het Oera-Linda-boek. - Leeuw. Crt. 1927, 15 en 16 Dec.

19271227 Jong Hzn. M. de, - Het geheim van het Oera-Linda-Boek (met naschrift van S.D. de Jong) (get. 27 Dec. 1927). - Leeuw. Crt. 1927, 29 Dec.

19271229 Jong Hzn. M. de, - Het geheim van het Oera-Linda-Boek (met naschrift van S.D. de Jong) (get. 27 Dec. 1927). - Leeuw. Crt. 1927, 29 Dec.

 

1928 voorjaar Hof. J.J., - Verwijs en het O.L.B. Leeuwarden, R. van der Velde (April 1928), 52 pp. 8° [Overgedrukt uit het Leeuw. Nws. bl., voorjaar 1928]

19280000 Brugmans, H. Nieuws over het Oera Linda Bok? (1928)

19280000 Brugmans. H., - Het Oera-Linda-boek (N.a.v. dr W. de Jong Hzn: Het geheim …, Bolsward, 1927). - De Groene Amsterdammer 1928, 21 Jan.

19280000 Brugmans. H., - Nieuws over het Oera Linda Bok? - Mededelingen der Kon. Akademie van Wetenschappen. Afd. Letterkunde deel 66, 1928, serie B, pp. 110-128.

19280000 Brugmans. H., - Nieuws over het Oera Linda Bok? - Mededelingen der Kon. Akademie van Wetenschappen. Afd. Letterkunde deel 66, 1928, serie B, pp. 110-128.

19280000 Brugmans. H., - Valsche Historie. - Bibliotheekleven XIII, 1928, pp. 239-259. [op pp. 253-259 over het O.L.B.]

19280000 Burger jr. C.B., - Het laatste slachtoffer van het O.L.B. (prof. dr H. Brugmans). - Het Boek XVII, 1928, p. 367.

19280000 Burger jr. C.B., - Het laatste slachtoffer van het O.L.B. (prof. dr H. Brugmans). - Het Boek XVII, 1928, p. 367.

19280000 Burger jr. C.B., - Het O.L.B. en Eelco Verwijs. - Het Boek XVII, 1928, pp. 273-300.

19280000 Burger jr. C.B., - Het O.L.B. en Eelco Verwijs. - Het Boek XVII, 1928, pp. 273-300.

19280000 C.P. Burger, Het Oera-Linda-Boek en Eelco Verwijs, 1928 Is het nodig, na Fruin en Boeles nog aandacht te wijden aan het betoog van dr. M. de Jong Hz., dat Verwijs de maker zou zijn van het Oera-linda-boek? 1)Eigenlijk moest het niet noodig zijn; beiden hebben het ongegronde, het onaannemelijke van dat betoog al afdoend aangetoond.En dat minder kritische lezers aan het dikke boek van De Jong gezag blijven toekennen, zal toch wel niet te verhelpen zijn. Lang heb ik geaarzeld, eer ik besloot, mij nog eens opnieuw in het vraagstuk te verdiepen; geruimen tijd heb ik het zelfs uitgesteld, van het boek van De Jong kennis te nemen.Maar in gesprekken werd er mij meer dan eens op gewezen, dat het toch van belang kon zijn, dat ik de zaak nog eens behandel.'t Schijnt wel dat ik onder de nu levenden zoowat de eenige ben die nog herinnering heb aan den gang der zaak, die Verwijs persoonlijk goed en lang heb gekend, en die ook de oudere tijdgenooten van de Oera-linda-boek-geschiedenis nog in herinnering voor mij zie. Nu heb ik dan het dikke boek doorgelezen. Een woord van lof komt den schrijver zeker toe. Hij heeft het verstaan, een onderwerp dat eene zoo uitvoerige behandeling nauwelijks waard schijnt zoo te bespreken, dat hij den lezer bijna doorloopend boeit. Verdient hij ook den lof die hem wel gegeven is, dat hij den lezer geheel openhartig en onpartijdig den gang van zijn onderzoek en al de feiten die tot juiste beoordeeling van de behandelde quaesties kunnen leiden, voorlegt ? Mij dunkt, slechts voor een deel. Soms geeft hij inderdaad de feiten, en daarop zijn oordeel, en laat daarbij den lezer de vrijheid, ook een afwijkende of tegengestelde conclusie te trekken. Maar vaak ook worden de feiten zoo geheel met het oog op de door den auteur gewilde conclusie gerangschikt, zoo doorspekt met zijn kijk op de zaak, dat het werkelijk een criti- 1) Het geheim van het Oera-linda-boek door M. de Jong Hzn. Bolsward 1927. Fruin in Het Boek 1928 blz. 6. Boeles in de Vrije Fries dl. XXVIII. 274  sche lezer eischt om te zien, dat die kijk niet de eenige, niet de juiste kan zijn. En op sommige punten laat hij geheel in den steek; van de quaestie Stadermann maakt hij zich al heel wonderlijk af ; de zoo belangrijke vraag naar de verhouding van Ottema tot Over de Linden behandelt hij in 't geheel niet. En wat is nu mijn indruk van het betoog van de Jong ? Dat hij zijne stelling niet zou kunnen bewijzen wist ik van tevoren. Ik heb dit reeds zoo duidelijk uitgedrukt in mijne vroegere besprekingen van Oera-linda-boek-quaesties, dat ik het niet behoef te herhalen. 1) Bovendien heeft de Jong in de periodieke meedeelingen over het boek dat komen moest, waarmee hij het publiek een paar jaren lang heeft bezig gehouden, dat zelf al eenigszins te kennen gegeven. Eindelijk is het overtuigend door Fruin en door Boeles in het licht gesteld. Toch, het kon niet anders, was mijne verwachtting wel een beetje gespannen; wie met zoo groote stelligheid in telkens wisselenden vorm aankondigt, dat hij een afdoend betoog zal gaan brengen, moet toch wel iets tot steun van zijne meening te zeggen hebben; en als die man dan bovendien den naam heeft van een scherpzinnig geschiedvorscher, dan verwacht men wel wat. De teleurstelling was echter volkomen; niet alleen ontbreekt elk bewijs, maar zelfs elke ernstige aanwijzing ! Maar laten we het boek zelf ter hand nemen. De voorrede kunnen we onbesproken laten. En ook de inleiding, die de strekking heeft den lezer vooruit vertrouwd te maken met de conclusie, dat Verwijs de auteur van het Oera-linda-boek is. Dan volgt een hoofdstuk 'Johan Winkler en het Oera-lindaboek'. Dit hoofdstuk bewijst niets, en bedoelt ook niet, iets te bewijzen. Toch is het voor De Jong's betoog van groote beteekenis. Immers onder de menschen die iets van het Oera-linda-boek weten, is Winkler de eenige die Verwijs als auteur - zij het dan niet als eenigenauteur - heeft aangewezen. Welke waarde kan en moet die aanwijzing voor ons hebben ? Geene, was de meeding van de commissie van het Friesch Genootschap die de als bewijsstukken door Winkler nagelaten geschriften bestudeerde. Daartegenover stelt De Jong fijne zeer hooge schatting van de waarde van die stukken. We moeten hier even herinneren aan den loop der zaak, waarin 1) Het Boek 1925 blz. 362, met opgaaf van vroegere besprekingen; 1926 blz. 102. 275 schrijver dezes rechtstreeks betrokken was 1). Het was in 1907 en 1908, dat Johan Winkler in brieven aan verschillende menschen het een en ander losliet over zijne meening, maar voor meer afdoende meedeelingen, zij het ook geen bewijzen zwart op wit, verwees naar eenige stukken door hem gesteld, verzameld en verzegeld, die na zijn dood zouden mogen worden geraadpleegd en gepubliceerd. Hoewel ik van de zaak genoeg wist, om voorloopig te gelooven dat Winkler het mis had, moesten we natuurlijk die bewijsstukken afwachten. Bij de opening van het verzegelde pakje na Winklers dood kwam er echter geen enkel bewijsstuk uit; alleen een aardige beschrijving van zijde hand, hoe het deels naar al zijne herinnering, deels naar zijne persoonlijke meening was toegegaan. De brieven die er bij waren, toonden geen auteurschap van Verwijs, maar eene wetenschappelijke gedachtenwisseling tusschen dezen en Winkler over de vraag naar de echtheid van het handschrift. De conclusie van de heeren, die deze stukken onderzochten, was dus zeer terecht, dat de bewering van Winkler, dat hij over het ontstaan van het handschrift alles wist, geene waarde had. Het is dus wel een zeer zwakke grondslag, waarop nu DeJong zijne theorie bouwt. En zijn zorgvuldig onderzoek maakt de zaak nog bedenkelijker. Het blijkt dat Winkler heel in den aanvang met zoovelen had gedacht 'het zal wel een grap van Verwijs zijn'; dat te hij, tot eigen onderzoek geroepen, bevonden had dat de zaak anders was, dat Verwijs een wezenlijk handschrift had ontvangen uit den Helder, van de familie Over de Linden afkomstig, en dat het verdere onderzoek van Beckering Vinckers in den heer Cornelis Over de Linden den maker van het handschrift met groote waarschijnlijkheid had aangewezen.Hoe was Winkler dan op zijn ouden dag op dien eersten onjuisten indruk terug gekomen ? De Jong tracht deze vraag te beantwoorden, maar zijne bladzijden lange bespreking is al heel leeg van inhoud. We vernemen het niet. Het was blijkbaar alleen de ongefundeerde meening van den jongen man, die bij den grijsaard weer boven was gekomen. Een heel zwak fundament voor de theorie van de Jong!En hetWinklerhoofdstuk typeert het heele boek; de uitvoerigheid van debespreking maskeert de zwakheid van het betoog. 1) Tijdschr. v. boek- en bibl., 1907, 275; 1908, 94 en 237. Zie ook de als Bijlage hierachter afgedrikte brieven. 276 DE BEWEERDE PARODIEERING VAN DE FRIESCHE WETENSCHAP Een hoofdstuk van rijken inhoud volgt : 'Friese cultuur in de 19e eeuw''; het behandelt in 't algemeen 'stamgevoelens en wetenschap' en daarna één voor één de ,,vertegenwoordigers der Friese wetenschap'. De schrijver legt overal den nadruk op het wel eens bekrompene van de voorliefde voor het gewest, op al de tekortkomingen van Friesche geleerden, en van studiewerken die in Friesland en over Friesche geschiedenis en taal verschenen.Het zal een blijvende bron zijn voor hen die in die gewestelijke geschiedenis belang stellen, maar de kritisch aangelegde lezer zal zeker al dat wetenschappelijke werk niet zoo laag aanslaan als de schrijver. Wie zijn suggesties wegdenkt ziet hier niet een bekrompen kliekje in domme vereering voor zijne afgoden verdiept, maar een groep van knappe mannen en kloeke werkers, die een klein gewest eer aandoet. Men bedenkt natuurlijk daarbij, dat Friesland geen universiteit had, gymnasia in verval, nog geen hoogere burgerschool; dat het de mannen van de rechterlijke macht en de predikanten waren die de officieele wetenschap vertegenwoordigden, en hij zal met waardeering zien, dat er toch nog wezenlijk veel wordt gepresteerd.Hij zal tevens opmerken, dat daar nog liefhebbers meedoen van wie men streng wetenschappelijk werk niet mag verwachten, en hij zal meenen dat de schrijver hoogst onbillijk oordeelt over hun werk, wanneer dat, zooals van zelf spreekt, wel eens echt liefhebberswerk is; immers ,,ook t pogen zelfs is schoon'. Hij zal nog in 't bijzonder den Stadsarchivaris opmerken, W. Eekhoff, ook al geen gestudeerd man in officieelen zin, maar een man van heel groote en heel degelijke kennis, wiens werk ons nog telkens wanneer we er mede in aanraking komen met bewondering vervult. En als dan deschrijver ons telkens weer wijst, waar een jong en knap man van studie als Verwijs met sommige Friezen in botsing komt, en er aan herinnert, hoe hij met den 'archivarius'Eekhoff graag een loopje neemt, dan mogen we deze feiten aannemen, maar we kunnen niet meegaan met de schatting dier feiten die De Jong ons wil opdringen. Het Friesch Genootschap vooral krijgt een heel onvriendelijk beeld.Maar ook hier leze men niet wat de Jong suggereert, maar trachte zich eene schets te vormen uit de door hem meegedeelde feiten; en men ziet een gewestelijk genootschap, dat er zijn mag, 277 waar veel werk wordt gedaan, goed en degelijk werk dat voor een deel zijn waarde behoudt. En zien we dan Verwijs eens opstuiven als hij met een commissie niet kan opschieten, omdat zijn rondschrijven niet beantwoord wordt - wel, wie heeft niet in eigen omgeving zulke ervaringen ?Dwingt zulk eene kleine ergernis noodwendig tot een ondergrondsch werk om nu die menschen eens tot voor het nageslacht te parodieeren ? Om de zaak zoo te nemen zou men geen Verwijs moeten zijn, geen vroolijke, joviale, eerlijke, ronde man, die een grap loslaat, wel eens iemand kwetst, misschien wel in een raak rijmpje, maar die niets achterbaksch heeft. Het hoofdstuk over ''Verwijs en de parodie'' is weer heel kenschetsend voor de methode van De Jong. Daar wordt in eene reeks voorbeelden in proza, maar vooral in dicht, aangetoond dat Verwijs een schitterenden aanleg had om na te doen en te parodieeren, soms ten koste van anderen. Ik schrijf 'soms', want het eenige voorbeeld van een wezenlijk scherpen aanval was die tegen Van Vloten, een man die het er ook van zijn kant wezenlijk wel naar maakte. A1 die andere voorbeelden zijn schertsend gemaakte Middelnederlandsche gedichtjes; ze wijzen zeker op een eigenaardig talent, en het overzicht dat De Jong er van geeft is een van de prettigste passages uit zijn boek - maar in de aardige en levendige schets schuilt weer een duiveltje. De suggestie dat dit alles eenige overeenkomst met een parodistisch bedoeld Oera-linda-boek heeft, moet den lezer meevoeren tot het knaleffect, de twee eigengemaakte gedichtjes door Verwijs in een middelnederlandsche bloemlezing opgenomen. En zoo moet de lezer sterk onder den indruk worden gebracht, dat deze kleine falsificatie met die van het Oera-linda-boek op ééne lijn staat. Laat de lezer zich niet meevoeren, dan blijft van het betoog niets over. Hij ziet dan een hatelijken aanval tegen Van Vloten, openlijk gedaan en dus van het achterbaksche werk aan het O.-l.-b. hemelsbreed verschillend; voorts eene reeks onschuldige aardige rijmpjes en versjes die met dat taaie handschriftwerk in 't geheel geen overeenkomst hebben ; en eindelijk die kleine bloemlezing-falsificatie die dan moet toonen dat Verwijs tot zoo iets in staat was, maar waarin toch geenerlei stof ligt voor eene vergelijking met het hem toegeschreven moeizame en hatelijke gedoe. Immers hier ontbreken de hoofdtrekken van dat gedoe geheel: geen werk van zwaren opzet en lang gepeuter, en hoegenaamd 278 geen hatelijke parodieering. Nu vindt men die opneming van eigen versjes in de bloemlezing niet in den haak; voor hem was het een vroolijke grap, en liep er eens iemand mee in, welnu, die was er niet minder om ! Hij kwam dan rond voor zijn grap uit, beide partijen konden erom lachen. Hij was trouwens ook niet de eerste die zoo iets deed ; - misschien wel de laatste - daar immers de wetenschap zoo veel ernstiger is geworden. Ik raad ieder die eenigszins onder den indruk is gekomen, dat hier toch wel goede argumenten voor De Jong's theorie in zitten, het hoofdstuk eens te herlezen, met de vraag of er nu wezenlijk eenige aanwijzing. voor Verwijs als maker van een als parodie opgevat Oera-linda-boek in te te vinden is ? Het antwoord kan niet anders dan volstrekt negatief zjjn. [ontkenning van Verwijs] En als quasi-terloops de uitdrukkelijke ontkenning van Verwijs, en de feitelijke ontkenning, ingesloten in zijn Verslag aan Gedeputeerde Staten, als niet van beteekenis worden op zij geschoven, dan ligt daarin een van de ergste methode-fouten van De Jong: de kalmte waarmee hij ieder die iets gezegd heeft dat zijne theorie onhoudbaar maakt, eenvoudig liegen heet. En dan durft hij schrijven: 'Naar ik meen, bestaat er geen enkel bezwaar van morelen aard, dat het toekennen van het auteurschap aan Verwijs in den weg zou staan, noch zijn reis naar Den Helder, noch zijn rapport aan Gedeputeerden, noch zijn andere bemoeiingen met het handschrift. We moeten deze momenten dus niet te zwaar aanslaan en zijn 'plechtige verklaring' voor kennisgeving aannemen'. Tot zulke enormiteiten komt de 'geschiedvorscher' die eene vooropgezette theorie volstrekt aannemelijk wil maken. Een geheele reeks van uitingen die vierkant hare onhoudbaarheid aantoonen, wordt zoo maar, gewetenloos, op zij geschoven. En de wezenlijke aanwijzingen van het auteurschap van Verwijs, dat aldoor maar vast wordt voorop gesteld, moeten nog komen !  [Het bovenstaande is onverkort van toepassing op Prof. Goffe Jensma, die opnieuw Verwijs opneemt in zijn complottheorie en dat vergoeilijkt door te zeggen, dat Verwijs reden had om zijn betrokkenheid te ontkennen. MMAK] DE INHOUD VAN HET OERA-LINDA-BOEK 'De inhoud van het Oera-linda-boek onder het gezichtspunt van Verwijs' auteurschap' is de titel van het omvangrijkste hoofdstuk van het boek van De Jong; het omvat meer dan honderd bladzijden (140-257). De eenige die voor hem het Oera-linda-boek zoo grondig heeft ontleed, is wellicht Vitringa. Wie het onder lei- 279 ding van een van beiden later nog eens mocht willen doen, dien zou ik aanraden het boekje van Vitringa te kiezen, die met onverstoorbaren goeden luim de wereldhistorie volgens het Oera-linda-boek heeft opgebouwd. De Jong's behandeling is bedorven door dat geheel willekeurige 'gezichtspunt'. Hij begint met een overzicht, waarin hij stilstaat bij den naam Konerêd, om te wijzen op een van de hiervoor besproken gedichtjes van Verwijs 'de jonge Coenraad', en waarin hij Liko Ovira Linda vereenzelvigt met Eelco Verwijs - wie met zulke aanwijzingen aankomt moet toch wel erg gebrek hebben aan wezenlijke aanwijzingen ! En dan merkt hij op dat de maker van het O.-1.-b. de jaargangen van De Vyije Fries getrouwelijk raadpleegde; men vraagt zich daarbij af, of Verwijs de eenige is die dit kan gedaan hebben ! Dergelijke opmerkingen worden talrijker bij de bespreking van den Eeredienst volgens het O.-1.-b. Al even te voren wijst hij als heel opmerkenswaard aan, dat een in het boek behandeld onderwerp 'een onderwerp van gesprek kan uitgemaakt hebben op een der vele vergaderingen van het Friesch Genootschap' ! En dan, er komen spelling-kwesties voor, en Verwijs 'heeft zich ernstig met de spelling van het Friesch bezig gehouden'. En hij 'stelde veel belang in oude heidense gebruiken' waarvan ook in het boek sprake is. In een werk van Montanus is sprake van het Jul of rad, dat in het O.-l.-b. een groote rol speelt, en Verwijs was met dit werk vertrouwd, hij ontleende er zelfs eene stelling aan bij zijne dissertatie ! Met die stellingen werkt De Jong meer, alsof daaruit heel veel is af te leiden; we weten echter te goed, dat zulke stellingen volstrekt geen nauwkeurige vertrouwdheid met het onderwerp bewijzen; men kreeg ze vaak van den promotor of van een kennis en was volkomen tevreden met noteering van een paar argumenten voor en tegen. Een heel sterke aanwijzing vindt De Jong in het woord Tanfang, dat al weer op gebruik van het boek van Montanus wijst 'En vooral: is het niet vreemd, dat Verwijs nimmer alarm geslagen heeft over deze treffende overeenkomst van het Oera-linda-boek met zijn oude Montanus ?' Zoo staat er werkelijk; het antwoord mag luiden: neen, volstrekt niet vreemd; Verwijs was niet verplicht hierop bijzondere aandacht te vestigen, laat staan ,,alarm te slaan'. Deze schijnargumenten zijn te talrijk om ze alle op te noemen. Nog minder beteekenen de satirische opmerkingen, als: 'Schalkse monnik, wat lacht gij onder uw papekappe !' of: 'Satan kende zijn 280 Pappenheimers. Hij grimlachte in zijn baard.' Uitroepen die moeten dienen om de reeds gevestigde overtuiging van den auteur , krachtig te doen uitkomen, in de verwachting zoodoende de lezers mee te sleepen. De redeneer-methode is uiterst praktisch; alles moet tot één zelfde conclusie leiden. Heeft het O. 1. b. uitingen, overeenkomende met wat verijs wel eens heeft gezegd of geschreven, dan wijst dit op hem als auteur; zijn er uitingen tegenovergesteld aan die van V., dan is hij het ook, die opzettelijk zichzelf weerlegt ; zijn er beschouwingen die aan het werk van andere geleerden aansluiten, dan is het Verwijs, die hen parodieert; strijden ze met de bewering van een Hettema, Dirks of Ottema, dan is het Verwijs die hen door het getuigenis van een oude kroniek in den hoek duwt. Zoo komt men er altijd; een geval dat werkelijk op Verwijs wijst zoekt men in deze geheele uitvoerige studie tevergeefs. Verwijs was inderdaad niet de 'complexe natuur' die De Jong van hem maakt (de aangehaalde uitdrukking is van De Jong); hij was een open en oprecht man. Maar veel gekker is het dat de eenvoudige amanuensis Harmen Eilers door De Jong in de zaak betrokken wordt. Verwijs kan natuurlijk - dat voelde De Jong wel - het handschrift niet zelf hebben gemaakt; daarvoor was een helper noodig, en het uiterst beperkte personeel van Archief en Bibliotheek bestond slechts uit dezen éénen man. Hij moet er dus aan geloven, en nu vindt De Jong zijn hand terug in de enkele letters, ter verklaring bij het O.-l.-b.-alfabet geschreven. Fruin heeft dit afdoende teruggewezen. Wat De Jong verder vertelt is nog veel gezochter; diezelfde Eilers moet op zijn ouden dag aan inzinking hebben geleden, op zelfmoord uitgeloopen; en zijn advocaat Troelstra wist dat hij een schier radelooze vrees had voor den heer Duparc. Niets wijst bij dat alles op eenig verband met het Oera linda boek. Of De Jong dit alles maar zoo neerschrijft, of wel de zaak nader onderzocht heeft, blijkt niet. We zouden willen vragen of Duparc dan iets van het geheim kan geweten hebben ? Ik heb den ouden heer in zijn latere rustjaren te Amsterdam goed gekend hij kwam graag een praatje maken aan de Bibliotheek, in herinnering aan mijn vader, dien hij hoog waardeerde. Zijn belangstelling liep over alle mogelijke dingen, hij schreef nog veel in tijdschrift-artikelen en brochures, maar over het Oera-linda-boek heb ik hem nooit hooren uitpakken ! En hoe ongerijmd is de geheele voorstelling. Als mogelijk ver- 281 ondersteld, dat de klerk zulk een werk in opdracht van zijn chef deed, zonder te begrijpen wat het was - zou hij dan zijn heele verdere leven, al die jaren dat hij onder Colmjon werkte, er over hebben kunnen blijven zwijgen? Behalve Verwijs, zou dus ook Eilers een 'complexe natuur' zijn geweest ! De voor enkele jaren afgetreden griffier der Staten een oude vriend van mij, die den man lang heeft gekend, en die in de Oera-linda-boek-quaestie levendig belang stelt, kon bij die gedachte een lach niet weerhouden. Bij de bespreking van die loopende schriftletters in het O. 1. b., waarmee in Ottema's uitgaaf eene falsificatie heeft plaats gehad, ons door De Jong in afbeelding duidelijk vertoond, is het onderzoek onvoltooid gebleven. Ook verder krijgen we over Ottema geene voldoende inlichting, en we vragen ons af, waarom niet ? Lees ik al de beschouwingen van De Jong, dan zie ik van Verwijs niets, dat verdacht is, niets dat het licht niet mag zien. Maar waar Ottema ter sprake komt, blijven we voor vreemde dingen staan. Waarom vervalscht hij het schrift ? Waarom legt hij Hettema, die in de taal van het O. 1. b. modern werk herkende, het zwijgen op? En al eerder - wat mag het geweest zijn, dat hem er toe bracht, zich zoo gretig op het Oera-linda-boek te werpen, toen het door Winklers advies in het Genootschap scheen te hebben afgedaan? Waarom heeft de Jong hier zijn onderzoek gestaakt ? Bij de familie Over de Linden is een zeer omvangrijke briefwisseling tusschen Cornelis Over de Linden en Ottema, waarin zooals de heer L. F. Over de Linden mij meedeelde, juist de vraag of men het runschrift wel zal publiceeren besproken wordt. Die briefwisseling zou toch wel eens voor de verhouding van Ottema tot Over de Linden en tot het O. 1. b. iets belangrijks kunnen inhouden; de bestudeering ervan zou misschien meer opleveren dan de hypothese, dat Verwijs het handschrift heeft gemaakt. Is hier een voelbare leemte in het onderzoek van De Jong, e1ders geeft hij te veel, en wel waar hij het heeft over den rijksarchivaris Mr. L. Ph. C. van den Bergh. Hij fantaseert van eene 'animositeit tusschen Verwijs en Van den Bergh', wil in de woorden van den laatste, als hij over het O. 1. b. schrijft '1k . . . . verwijs liever naar het verslag' eene aanduiding van Verwijs als maker zien. Dit is wel heel gezocht ; V. d. B. was een ernstige, door en door droge geleerde, en tot zulk een malle bedekte aanduiding zeker niet in staat. 282 Aan het slot van het omslachtige onderzoek van den inhoud vinden we Van den Bergh weer, die 'Mephisto herkende aan zijn paardevoet' (sic), en iets hooger weer de verzekering, dat we 'voor de zooveelste maal het positieve bewijs'' hebben van Verwijs' auteurschap - terwijl zelfs het begin van zulk een bewijs nog niet is geleverd. Een kleiner hoofdstuk 'het O. 1. b. en de vrijmetselarij' betoogt dat er geene vrijmetselaars-gedachten in het boek zitten. Evenwel wat meegedeeld wordt van Vosmaers uitingen en van die van Wumkes, en vooral wat Carpentier Alting schrijft, dat nl. 'kan vastgesteld worden dat een maçonniek denkend en voelend man de auteur is geweest', dat alles maakt meer indruk dan het afwijkende besluit van De Jong. Het kwam in diens kraam niet te pas, daar hem niet bleek dat Verwijs vrijmetselaar geweest is; en hij geniet er meteen van, Wumkes met minachting op zij te kunnen zetten. Eenig bewijs voor de stelling van De Jong zit hier niet in; het hoofdstukje bedoelt blijkbaar slechts, een mogelijk tegenbewijs af te weren. Ook het veel belangrijker hoofdstuk over de taal van het O. 1. b. brengt geen bewijsmateriaal, al tracht de Jong wel kleinigheden aan te wijzen, en al brengt hij het ,,humoristies karakter van de O.-1.-b.-taal op den voorgrond om daardoor bij den specialen aanleg van Verwijs te kunnen aanknoopen. Eer De Jong tot het volgende hoogst belangrijke betoog overgaat, acht hij het nuttig, zijn slotsom - neen zijn vooropgezette stelling - voor de zooveelste maal nog eens met nadruk te herhalen: 'Na alles, wat wij aangevoerd hebben, mogen wij het zonder aanmatiging voor bewezen houden, dat de schrijver van het befaamde Oera-Linda-boek niemand anders is dan Dr. EELCO VERWIJS'. We mogen toegeven, dat hierin geen aanmatiging ligt, maar een van twee: of heel sterke zelfverblinding, of grove misleiding van de lezers. Juist wat wij hier voor bewezen zouden mogen houden is nog in 't geheel niet bewezen. DE GESCHIEDENIS VAN HET OERA-LINDA-BOEK Maar we zien volkomen duidelijk, dat de auteur behoefte voelde om zijne stelling nog eens nadrukkelijk neer te schrijven. Want hij staat nu voor heel groote moeilijkheden, en door het auteurschap van Verwijs als bewezen voorop te stellen, wapent hij zich daar- 283 tegen. Immers de herkomst van het handschrift nasporende, geraakt men geheel van Verwijs af. Langs dezen historischen weg zoekende, komt men naar Den Helder vanwaar het handschrift kwam, bij de familie Over de Linden, die het bezat, en meende of althans beweerde, het van ouder tot ouder te hebben bezeten; en trouwens het handschrift is naar zijn inhoud een familie-kroniek, geschreven door en voor de leden van dat oude geslacht. En Verwijs had geenerlei betrekking tot die familie, Verwijs was nooit in Den Helder geweest. Wie dus de herkomst van het handschrift naspeurt, den auteur er van zoekt, komt, regelmatig werkende, nooit op Verwijs. De Jong wil echter volstrekt Verwijs als auteur zien, neemt dus maar aan, dat hij het is, dat zulks bewezen is, en gaat dan wel langs denzelfden weg op zoek, maar natuurlijk niet naar den auteur, maar naar diens medewerkers of medeplichtigen. Eerst natuurlijk CORNELIS OVER DE LINDEN. Wat bij hem en de zijnen over het handschrift te vinden was, is al door Berk voor Beckering Vinckers nagespeurd; De Jong doet dat alles nog eens over; wij kunnen het hier ter zijde laten. Alleen moet ik herhalen, wat ik in der tijd al over die speurtochten van Berk schreef, dat Over de Linden niet behoorlijk werd behandeld. Ook de Jong maakt het niet beter; zijne vrijmoedigheid om de menschen maar rondweg van liegen te beschuldigen, kan zich hier vrij uitvieren. Dat is niet juist; wie een zelfde verhaal op verschillende tijden aan verschillende menschen doet, zal dat bijna nooit onveranderd doen ; die kleine afwijkingen en tegenstrijdigheden behoeven geen leugens te zijn. Nog erger maakt De Jong het met meester Sipkens, die verklaard heeft, het handschrift in 1860 te hebben gezien. De verklaring, door Beckering Vinckers tot ons gekomen, is heel stellig ; men mag niet denken aan een ander handschrift en ook niet aan een vergissing in het jaartal. En nu zegt De Jong brutaalweg 'Sipkens liegt'. En hoe verdedigt hij die bewering ? Dat beproeft hij niet eens; zijn eigen willekeurige en onbewijsbare theorie zou onhoudbaar zijn, als hij moest aannemen dat Sipkens waarheid had gesproken ! Daarom wordt hij maar in koelen bloede voor een leugenaar uitgemaakt. We komen op HAVERSCHMIDT, ook al vroeger en laatstelijk door Winkler als een der auteurs van het Oera-linda-boek gedoodverfd. Er is een toon in het O. 1. b. die aan Piet Paaltjens herinnert, en Haverschmidt was als student bevriend met Verwijs, en 284 was van 1862-1864 predikant in Den Helder; hij kon dus tusschenpersoon tusschen Verwijs en Over de Linden zijn geweest. Maar hij zelf heeft uitdrukkelijk verklaard, het Oera-linda-boek niet te kennen, en de familie Over de Linden in 't geheel niet te hebben gekend. En hier is De Jong op eens heel nauwgezet; Haverschmidt heeft een en ander, volgens hem, niet gelogen. We kunnen dit niet anders dan goedkeuren; intusschen ontvalt hem zoodoende een noodige schakel in zijne hypothese. Hij moet nu met heel veel kunst en vliegwerk aanwijzen, hoe Verwijs op de hopelooze onderneming is kunnen komen, zijn satirische geschiedwerk op te stellen als familiekroniek van menschen in een ander gewest, die hij volstrekt niet kende; hoe hij daarna door tusschenpersonen dat handschrift heeft moeten in handen spelen van den scheepstimmermansbaas te Den Helder, en heeft moeten afwachten hoe het dan weer over een Harlingschen schoolmeester als tusschenpersoon in handen van hem, den auteur zelven, zou komen om het in het publiek te brengen. Deze opzet is zoo volkomen onaannemelijk, de gang van zaken zoo gezocht, alles is geheel verzonnen, en wel zoo verzonnen dat het verhaal ongelooflijk is. Mochten we nog iets hechten aan het onbewezen auteurschap van Verwijs, dan is deze goocheltoer wel voldoende, om ons het inzicht bij te brengen, dat de heele hypothese onhoudbaar is. De Jong zelf zegt : ,,Ja, lezer ! dit is nu fantasie, maar - gij zult het moeten erkennen - geen fantasie die zich losmaakt van de bodem der werkelijkheid.'' Neen ! denkt de lezer die het zelf denken niet geheel op zij heeft gezet; het is een onzinnige fantasie die geen bodem heeft; den geschiedvorscher onwaardig ! WIE HEEFT HET OERA-LINDA-BOEK GEMAAKT ? Deze vraag komt onvermijdelijk bij elk gesprek over het boek, en niemand kan er ooit een zeker antwoord op geven. Ja, Becker ring Vinckers antwoordde : Cornelis Over de Linden. En zoo antwoordt de Jong nu : Verwijs. Maar daarbij zal toch altijd de toevoeging noodig zijn, dat de zaak eigenlijk nog onzeker is. Maar Beckering Vinckers staat hier toch, zooals uit het reeds besprokene opnieuw blijkt, het sterkst. Het handschrift is van Cornelis Over de Linden afkomstig. En daar brengt nu juist eene 285 kleine ontdekking van De Jong eene sterke aanwijzing van het auteurschap van Over de Linden. Hij vond in diens nalatenschap vellen van het papier van het handschrift, klaar en gelinieerd, maar nog niet geelbruin gekleurd en nog niet beschreven. Dit wijst, ondanks de gedwongen verklaring die de Jong ervan geeft, toch wel de werkplaats aan, waar het handschrift is vervaardigd. Die nalatenschap van Cornelis 0. d. L. is lange jaren in het bezit geweest van diens zoon, den heer L. F. Over de Linden te Den Helder. In 1916 had ik het genoegen, daar een bezoek te brengen. De gastheer was een eenvoudige oude heer, Wethouder van Den Helder, gastvrij en hoffelijk; ik kreeg niet alleen het handschrift te zien, waarom het mij in hoofdzaak te doen was, maar ook alles wat er mee in verband stond, handschriften van den vader, brieven, waaronder een geheele reeks van I. G. Ottema, en werkinstrumentjes, waaronder een glad stukje been, geschikt om het papier door wrijving een gladde oppervlakte te geven, zooals men had opgemerkt dat met het papier van het O. l. b. was gebeurd. Voor gezette bestudeering van dat alles was toen geen tijd, maar ik kreeg de verzekering dat alles ook bij een herhaald bezoek tot mijn beschikking zou zijn, en dat zelfs dingen die eene gezette bestudeering mochten vorderen, mij eventueel wel onder voldoende waarborgen naar Amsterdam zouden kunnen worden toegezonden. Ik stel er prijs op, dit hier te vermelden, omdat de heer L. F. O. d. L. alweer door De Jong zeer onheusch wordt aangevallen, alsof hij 40 jaar lang alle onderzoek zou hebben tegengehouden. Heeft hij in der tijd wel eens inzage van het een en ander geweigerd, dan is dit na de wijze waarop Berk hem behandeld had, heel begrijpelijk. Maar bovendien was het niet de heer L. F. o. d. L. die in dien tijd in deze zaken besliste; hij raadpleegde Ottema. en deze wees hem de gedragslijn aan. Om op Cornelis O. d. L. terug te komen - we weten nu dat hij aan het handschrift heeft gewerkt. Is hij dus de auteur, en zoo ja, is hij de eenige auteur? Beckering Vinckers vroeger, nu ook Fruin en Boeles, nemen dit als waarschijnlijk aan. De meening is echter van ouds krachtig tegengesproken, vooral door zijn zoon L. F. Over de Linden, en door Gerrit Jansen, onderwijzer te Den Helder, en 'corrector van C. O.'s nagelaten geschriften'. Dat laatste getuigenis vooral is zwaarwegend; Jansen heeft inderdaad niet alleen 'nagelaten' geschriften van C. O. gecorrigeerd, maar kreeg bij zijn leven al de opstellen van den man, die steeds schrijvende 286 was, geregeld ter correctie. En die correctie kwam neer op geheele omwerking van het geschrevene, dat èn in taal èn in stijl verbazend onbeholpen was. Jansen kon in het geheel anders geredigeerde O. 1. b. den schrijver niet herkennen; dat moest een ander zijn. Heeft Jansen geweten of vermoed, wie die ander kon zijn, dan heeft hij zeker gemeend, dit niet te mogen uitspreken. Maar wij mogen wel vermoeden, dat als iemand hierover nadere inlichtingen kon geven, hij het zou zijn.En zoo scheen dan nieuw licht te komen döor een stuk in het Handelsblad van 25 Maart 1916. Het luidt aldus : Amsterdam 21 Maart 1916. Mijne Heeren ! Nu telkens het Oera Linda boek in de Bladen ter sprake komt en men 't over den schrijver van dat wonderlijke boek niet eens is en allerhande gissingen worden gemaakt, geloof ik niet langer te mogen zwijgen. Van mijnen Oom, den heer Gerrit Jansen, vroeger aan den Helder woonachtig die zich zeer voor 't Oera Linda boek interesseerde, heb ik voor diens dood vernomen dat de Heer C. Over de Linden, scheepstimmermansbaas aan den Helder, nimmer de schrijver van dat boek is geweest, maar de heer E. Stadermann, boekbinder en tolk aan den Helder. Deze persoon was hoogst ontwikkeld en zeer begaafd, had dezelfde ideeen als in 't bewuste boek zijn weergegeven. Deze Stadermann las en sprak behalve de Europeesche talen ook Latijn, Grieksch en Hebreeuwsch. De naam Oera Linda boek had even goed 'Stadermannbok' kunnen zijn en zou aan den inhoud niets veranderd hebben. De heer S. die om redenen van verzet tegen de Saksische regeering uit zijn land vluchtte, wilde zeker zijn eigen naam verzwijgen en is met den heer Over de Linden overeen gekomen, diens naam en voorouders voor zijn boek te bezigen. Hoogachtend, W.J.C. JANSEN. Wat zegt de Jong hiervan ? Niets anders dan deze woorden, die op orakeltaal gelijken: 'Het is mij na heel wat moeite gebleken dat deze W.J.C. Jansen ... lucht was. Hoogstwaarschijnlijk heeft een belanghebbende de hand in deze misleiding gehad. Want belanghebbenden waren er.' Dat is niet veelmeer dan onzin, ingekleed alsof het van heel veel gewicht ware. En er volgt nog: 'ls het vreemd, dat ik mij bijwijlen meer detective dan wetenschappelijk onderzoeker voelde . . . '  287 Zeker, wetenschappelijk ziet de afdoening van dit toch wel interessante vraagstukje er niet uit. En als verslag van een detective beschouwd, verraadt het een speurder die er niets van maakt en zich achter woorden verschuilt. Trouwens in verhalen heeft men bijna altijd een detective die op een verkeerd spoor is geraakt, en daar niet meer van is af te brengen. Zoo ook hier. EELCO VERWIJS Het is eene ware verademing, als men na het boek van De Jong te hebben doorgelezen, het levensbericht ter hand neemt, dat Verdam van zijn onderen vriend Verwijs heeft gegeven. Daar, van den auteur die hem niet heeft gekend, een verwrongen beeld, waarin de man van open, oprecht karakter, de man uit één stuk, door eene kunstige doorloopende drogredeneering wordt gemaakt tot een 'complexe natuur'. Hier een wezenlijke schets naar het leven, van iemand die hem door en door kende, en waarin geen plaats is voor dien tweeden, geheimen Verwijs, een Liko, die naast zijne wezenlijke, nooit rustende en blijmoedig verrichte werkzaamheid, geruimen tijd een voortgezette arbeid in het geheim zou hebben verricht met geen ander doel dan zekere menschen, wier quasi-wetenschappelijke werk hem niet aanstond, voor tijdgenoot en nakomeling hopeloos belachelijk te maken, daarbij zichzelf hoeveel mogelijk schuil houdende. Die Verwijs van De Jong is volstrekt onbestaanbaar; hij is een vrucht van een zieke verbeelding, van eene methode van historisch onderzoek, die eigen, kranke fantasie in de plaats stelt van een objectief naspeuren van wat geweest is, van wat werkelijk heeft geleefd. Van hen die Verwijs gekend hebben - ze zijn er nauwelijks meer - zou niemand zeker iets van die schets gelooven. Zelfs Winkler, die als jongmensch, en later als bejaard man op nieuw, geloofde dat in het O. 1. b. iets van Verwijs stak, heeft daarbij niet gedacht aan zulk een diabolisch berekenden toeleg, maar alleen aan een soort studentengrap. Trouwens in het Oera-linda-boek zit zulk een kwaadaardige toeleg niet. Was dit wel het geval, dan zou de auteur er al heel kaal af zijn gekomen. Niemand, voor De Jong, zou zijne bedoeling hebben verstaan. Niemand, ook de getroffenen zelven niet. En zou het denkbaar zijn, dat nu, nadat De Jong de strekking van het werk heeft bloot gelegd, iemand naar diens suggestie zijn oordeel zou regelen, bij kennismaking met het werk van mannen als De Haan, 288 Hettema, Eekhoff, Ottema, Dirks enz. enz., en die achtenswaardige zoekers en werkers van een vorig geslacht er om zou gaan uitlachen en minachten ? Het is niet aan te nemen, gelukkig! Het Oera-linda-boek heeft in het leven, het werken en het denken van Verwijs niet zulk een groote plaats ingenomen, als De Jong ons wil doen gelooven. Zijne geheele werkzaamheid in Friesland, zijne bemoeiingen met Friesche geschiedenis en Friesche taal zijn in zijn levenswerk van een beperkt belang. Het Oera-lindaboek is hem ongezocht op het lijf gekomen, het is een tijd lang voor hem een puzzle geweest, tot welker oplossing hij niet heeft kunnen komen. Het is hem blijkbaar aangenaam geweest, dat hij door de verandering in zijn werkkring, de taak om het raadsel op te lossen aan anderen kon overdragen. Daarna was het voor hem alleen eene herinnering. Hij voelde eenige sympathie, ja bewondering voor den grappenmaker die het dan moest hebben gemaakt. En hij herinnerde zich bij voorkeur de wezenlijke grappen die het bevat, vooral de naamafleidingen en wat de auteur daaraan vastknoopt. Loopen we de feiten even door. Hij was in 1858 leeraar aan het gymnasium te Franeker geworden, waar hij als docent in de nieuwe talen 'a11e denkbare vakken behalve de oude talen moest doceeren in een ondenkbaar groot aantal uren' en, voegt de levensbeschrijver er aan toe 'hoewel hij steeds met genoegen aan dien tijd terugdacht en hij ook later bewijzen van vriendschap en erkentelijkheid mocht ontvangen voor hetgeen hij in die betrekking gedaan had, zoo moet hij toch een gevoel van verademing gehad hebben, toen hij in 1862 benoemd werd tot archivaris-bibliothecaris van Friesland'. En reeds in 1868 verliet hij deze betrekking, en ging naar Leiden, om Matthijs de Vries ter zijde te staan als mederedacteur van het Nederlandsch Woordenboek. De Jong voelt hier in het levensbericht een leegte. We hadden volgens hem mogen verwachten, 'ingelicht te zullen worden over Verwijs' leven en werken daar in het Noorden, over zijn verhouding tot het Friezendom en de kringen van Friese geleerden en schrijvers, over persoonlijke verhoudingen van aangenamen of on- aangenamen aard.' Maar de biograaf zelf heeft, altoos volgens de Jong, weinig geweten en begrepen van de rol die Verwijs in de Linda-oorden gespeeld had.' Dit laatste is juist, als men De Jongs kijk op de zaak heeft, maar deze dateert van 1927, is een vrucht van late fantasie. 289 Verwijs was in 1830 geboren, en was na eene onvruchtbare studie in de godgeleerdheid, eindelijk in 1857 in de letteren gepromoveerd en toen, 28 jaar oud, leeraar geworden. De enkele woorden over dat leeraarschap die we aanhaalden, doen ons al voldoende 'voelen, dat in die jaren 1858-1862 wel geen sprake kan geweest zijn van een bijzondere rol, in Friesland te spelen. De werkzaamheid als archivaris en bibliothecaris gaf hem meer tijd, maar de ondervinding leert ons, dat wie in zulk werk nieuw inkomt, daarmee van zelf bezet is, en daarnaast niet zoo heel veel anders op zijne schouders kan nemen. Bovendien valt zijn huwelijk, valt de aanvang van zijn eigen familieleven in deze jaren. En ziet men dan, of bij De Jong zelf , of bij Verdam, wat hij in die enkele jaren nog op wetenschappelijk gebied gedaan, en wat hij uitgegeven heeft, dan is dat meer dan genoeg om dat korte tijdvak, ook in het leven van een buitengewoon werkzaam man, te vullen. Nu moet hij volgens De Jong bovendien nog 'sporen achtergelaten hebben in het geestelijk leven van het volk dat hem in zich opnam.' Dat zijn groote woorden; natuurlijk heeft hij wel meegedaan in het leven in Friesland. Hij was schoolopziener, en hij werd lid van het Friesch Genootschap, was daar ook werkend bestuurslid, nam zitting in commissies voor bepaalde onderzoekingen, hield voordrachten in vergaderingen. Maar dat is dan ook genoeg. Men kan eer vragen hoe iemand dat alles bij zijn ambtswerk doet, dan in ernst zoeken, hoe de leegte die hier dan nog heet over te blijven moet worden aangevuld. En nu het Oera-linda-boek. Eenige doortrek-bladen van een moeielijk te ontcijferen handschrift werden hem in het najaar 1867 ter hand gesteld. Hij zal er eerst vreemd tegen aan gekeken hebben, heeft zich er in verdiept, en vond er o. a. malle grappen, die wel aan hem besteed waren, maar hem geen ernstiger indruk gaven. Dan weer vond hij oude wetsvoorschriften in een ongewone taal, maar die toch wel een Oudfriesch dialect leek, die zoo ze niet oud waren, zeker door een knap kenner van de Friesche wetten moesten zijn opgesteld. Was dat alles ernst of scherts? De Harlingsche onderwijzer [Jansen] die het hem, den schoolopziener-archivaris, had toegezonden, was als een snaak bekend - men kon niet weten. Verwijs hield de zaak natuurlijk niet geheim; daar was geen enkele reden voor. Hij vertelde al licht iets van de malle grappen en en deed dat naar zijn aard met groot pleizier. En het gevolg was dat de toehoorders het weer over vertelden, en dat men niet an- 290 ders dacht of dat heele handschrift was een grap van Verwijs. Die opvatting heeft ondanks alles voortgeleefd bij het onkundige publiek, is bij iemand die eigenlijk wèl beter wist, Johan Winkler, op zijn ouden dag weer boven gekomen, en heeft ten slatte weer den speurzin ontstoken van een geschiedvorscher met detectieven- aanleg en zoo tot den onzinnige theorie van De Jong den grondslag gelegd . Toch was allang meer van de zaak bekend; op de doortrekblaadjes was kennismaking met het werkelijk bestaande handschrift gevolgd, ook al weer niet in eens, maar bij stukjes en beetjes. Het bleek een oude Friesche kroniek te zijn van zeer bevreemdenden inhoud, tevens geredigeerd als familiekroniek van de overoude Friesche familie Over de Linden te Den Helder, wier voorouders zich in een dubbele voorrede als opstellers van de kroniek deden kennen. Verwijs heeft in den zeer korten tijd van zijne bemoeiingen niet tot een duidelijk inzicht kunnen komen, wat hij van het handschrift moest denken. Moest de Provincie Friesland zich er mee bemoeien en het trachten te koopen, opdat het niet naar elders verkocht zou worden en voor goed verloren gaan ? Of compromitteerde men zich door er waarde aan te hechten ? Tot eene beslissing is hij niet gekomen, zelfs nog niet toen hij in opdracht van de Provincie naar Den Helder was gereisd en met den eigenaar C. Over de Linden had gesproken. Men stelt het wel voor, alsof dit toch wel heel vreemd is, daar wij nu immers zoo duidelijk voelen en tasten dat het boek een modern werk van fictie, het handschrift een bedriegelijk peuterwerk is. Men vergeet dan echter, dat het een allervreemdst handschrift is, op geen ander handschrift gelijkend, dat wij het nu gemakkelijk lezen en goed overzien in de geriefelijke uitgaaf, terwijl Verwijs slechts gedeelten zag in doortrek, en eerst later in originali, maar nooit het geheel kon bestudeeren. Men vergeet ook, dat hij niet het boek rustig langen tijd heeft kunnen lezen en herlezen en alles overwegen, maar dat zijn rapport aan Gedeputeerde Staten gedateerd is van 17 December 1867, dus enkele maanden na ontvangst van de eerste doortrekjes. En kon hij zich dien korten tijd onverpoosd aan dit onderzoek wijden ? Wel neen, zijn werk aan het archief, het groote werk van de catalogiseering der Provinciale bibliotheek, zijne middelnederlandsche studies en uitgaven, dat alles ging door. En bovendien 291 was er iets anders dat hem zeker meer interesseerde en meer bezighield dan het vreemde handschrift; hij was in besprek [sic] met zijn leermeester en vriend, professor Matthijs de Vries te Leiden die hem bij zich wenschte als medewerker aan het grofte Woordenboek. Inderdaad had hij bij het vragen van de opdracht om naar den Helder te reizen, het plan zoo gemaakt, dat de reis verder zou gaan over Leiden. Hij behoefde dan, daar het een reis voor persoonlijk belang was, geene kosten aan de Provincie in rekening te brengen en heeft dat ook niet gedaan. De reis naar Leiden is beslissend geworden. ik geloof in tweeërlei opzicht. Vooreerst is alles daar geregeld voor zijn nieuwe functie, de verhuizing is dan ook na korten tijd gevolgd. En ten tweede heeft hij met De Vries de Oera-linda-boek-quaesties uitvoerig besproken, en hoewel ook deze geleerde over taal en inhoud niet bij zoo korte kennismaking afdoende kon oordeelen, kreeg hij toch één sterken indruk : taal en inhoud voor 't oogenblik daargelaten, maar de stijl is modern. Deze indruk van den man wiens oordeel hij boven dat van anderen stelde heeft op zijn eigen meening een sterken invloed gehad, al gaf het ook niet een dadelijken doorslag. In het Verslag aan Gedeputeerde Staten laat hij zich na de kennismaking met het handschrift nog even voorzichtig uit; tot aankoop raadt hij echter niet, en daaraan schijnt ook verder niet te zijn gedacht. Op zijn lange aarzelen bouwt De Jong vooral zijne theorie ; die aarzeling zou slechts voorgewend zijn, en zou verraden dat hij er meer van wist. We schuiven die gevolgtrekking, waartoe we volstrekt niet het recht hebben, als willekeurig op zij. Die bespreking met De Vries leert ons nog iets. Met dien leermeester dien hij zoo heel hoog stelde, en met wien hij steeds de hartelijkste oprechte vriendschap onderhield, zou hij onmogelijk het onwaardige spel hebben kunnen spelen, dat we naar De Jongs opvatting hem zouden toedichten. Een gelijksoortig op zichzelf afdoend gegeven vind ik elders bij De Jong. Hij beschrijft ons een commissoriaal onderzoek van de rechtsbepalingen uit het Oera-linda-boek door Verwijs met Telting en Bloembergen. Dit is ook volstrekt ondenkbaar, als Verwijs zelf van het ontstaan van het boek iets zou geweten hebben. We zien hier drie mannen van heel groote kunde, echte mannen van wetenschap, waaronder Verwijs en Telting, die zwager s waren en intieme vrienden. Alles wat op wetenschappelijk gebied bij Ver-  292 wijs omging besprak hij daar bij zijn zwager aan huis. Terughouding tusschen die mannen was er niet, en is ondenkbaar. Ondenkbaar is ook de volmaakte en voortgezette geheimzinnigheid van den satiricus. Dat hij zulk een werk deed, zonder er zelfs met zijn vrouw over te praten, schijnt nog mogelijk. Maar achterna? Verwijs sprak, als er aanleiding was, graag over 't Oera-linda-boek, maar nooit alsof het zijn eigen werk was, nooit alsof daardoor . de Friesche wetenschap was aan de kaak gesteld ! Door dit zwijgen miste de satire volkomen haar doel ! En hij moest zich dit volstrekte zwijgen dan toch als dwingende plicht hebben opgelegd. Noch zijne vrouw, noch zijn zwager en diens zoons, hebben in dien zin ooit iets vernomen. In zijn papieren zou ook alles wat daarop kon wijzen, met alle zorg moeten zijn vernietigd ! Maar is het nog wel noodig, met argumenten te strijden tegen eene zoo geheel onhoudbare, een zoo ongefundeerde hypothese? Verwijs heeft na zijn vertrek uit Leeuwarden het onderzoek van zich afgeschoven ; hij heeft het overgedragen aan het Friesch Genootschap en aan Johan Winkler. Hij heeft dezen nog wel schriftelijk van raad gediend; maar daarbij zelf geene beslissing willen geven - heel natuurlijk, want hij had, zoolang hij 't in handen had, niet tot eene beslissing kunnen komen. Ottema heeft verder de zaak ter hand genomen en de uitgaaf bezorgd; anderen hebben zich op de kritiek geworpen, met afdoend succes Beckering Vinckers. Het resultaat van diens onderzoek gold ook voor Verwijs; hij laat zich daarover meer dan eens duidelijk uit. Maar hij heeft meteen bewondering voor den maker van het Oera-linda-boek die allen, en ook hem zelven, zoo prachtig bij den neus heeft gehad. In een brief, die gepubliceerd is, heeft hij zijn eigen inzicht eens de een beetje geflatteerd voorgesteld, alsof hij op de terugreis van Den Helder, de bladen die hij bij zich had indiende, al hartelijk had zitten lachen om den snaak die hem had beetgenomen. Om dit te verstaan moet men met zijn briefstijl rekening houden, die hem verleidde tot een vlotte boeiende voorstelling. Maar geflatteerd is het; hij schaamde zich later wel wat - wie is geheel vrij van valsche schaamte - over zijn lange onzekerheid in die echtheidsvraag van het handschrift. lk eindig hier. Wie zich volstrekt wil laten overtuigen door De Jong, zal dat wel blijven doen. Maar hij kent niet den waren Verwijs. C.P. Burger Jr. 293 – 300 BIJLAGE. Eenige brieven van Joh. Winkler, J. T. Eekhoff, Hugo Suringar, en J. te Winkel, aan C. P. Burger Jr.

19280000 Canne. R.W., Skôging oer dr M. de Jong Hzn: Het geheim Bolsward, 1927. - It Heitelân 1928, pp. 22- 23.

19280000 Dingler, Hugo an Untersturmführer [Sievers, Wolfram] 17.12.36: „… da ich derjenige war, der ihn (Wüst, Walther) auf das Wirthsche Werk aufmerksam machte und in vielen langen Unterredungen von der Richtigkeit und Bedeutung der ideengeschichtlichen Resultate Wirths zu überzeugen vermochte." Gewinnt auch Pfaff, Alfred + Merck, Mathilde (Frau des Pharma-Industriellen Merck). Legt auch bei Mausser, Otto den Grund für sein Verständnis der Sache. BA NS 21 / 699

19280000 Fokkema, K. - Het geheim van het OeranLindaboek. Opwaartsche wegen 6 (1928/29) 420-433.

19280000 Folkertsma. E.B., - Oer it Oera Linda boek. - Yn ús eigen tael 1928, pp. 153-156.

19280000 Fruin. R., - De jongste poging tot opheldering van het Oera-Linda-boek mysterie. - Het Boek XVII, 1928, pp. 6-12.

19280000 Fruin. R., - De jongste poging tot opheldering van het Oera-Linda-boek mysterie. - Het Boek XVII, 1928, pp. 6-12.

19280000 Haeringen. C.B. van, - Bespr. van dr M. de Jong Hzn: Het geheim … Bolsward 1927 en J.J. Hof: Verwijs en het O.L.B., Leeuw. 1928. - De Nieuwe Taalgids XXII, 1928, pp. 308-310.

19280000 Haeringen. C.B. van, - Bespr. van dr M. de Jong Hzn: Het geheim … Bolsward 1927 en J.J. Hof: Verwijs en het O.L.B., Leeuw. 1928. - De Nieuwe Taalgids XXII, 1928, pp. 308-310.

19280000 Japikse. N., - Het Oera-Linda-Boek. – Bijdr. voor Vaderl. Gesch. en Oudheidkunde, VIe reeksVII,1928,pp.154-156.

19280000 Japikse. N., - Het Oera-Linda-Boek. – Bijdr. voor Vaderl. Gesch. en Oudheidkunde, VIe reeks VII, 1928, pp. 154-156.

19280000 Muller. J.W., - Het geheim van het O.L.B. Bespr. van [290]. - Museum XXXVI, 1928, pp. 81-84.

19280000 P. C. J. A. Boeles — De auteur van het Oera-Linda-Boek, Leeuwarden, 1928.

19280000 Verslag van de vergadering van de Kon. Akad. v. Wetenschappen, waar Prof. Brugmans sprak over: Nieuws over het O.L.B.? - Alg. Handelsbl. 1928, 13 Nov. [ook in Leeuw. Crt. 1928, 13 Nov.]

19280000 Wirth. Hermann, - Der Aufgang der Menschheit, Untersuchungen zur Geschichte der Religion, Symbolik und Schrift der Atlantisch-Nordischen Rasse. Textband I : Die Grundzuge, Mit 68 Textabbildungen, 28 Bildbeilagen und einem Schrifttafelanhang. - Jena, E. Diederichs, 1928 (4), 632 pp. 8°.

19280000 Wirth. Hermann, - Der Aufgang der Menschheit, Untersuchungen zur Geschichte der Religion, Symbolik und Schrift der Atlantisch-Nordischen Rasse. Textband I : Die Grundzuge, Mit 68 Textabbildungen, 28 Bildbeilagen und einem Schrifttafelanhang. - Jena, E. Diederichs, 1928 (4), 632 pp. 8°.

19280000Boeles. P.C.J.A., - De auteur van het O.L.B. (get. 6 Febr. 1928). - De Vrije Fries XXVIII, 1928, pp. 437-471.

19280000Muller. J.W., - Het geheim van het O.L.B. Bespr. van [*290]. - Museum XXXVI, 1928, pp. 81-84.

19280130 Bespr. van dr M. de Jong Hzn: Het geheim … Bolsward, 1927. - Alg. Handelsbl. 1928, 30 Jan. Av.

19280130 Bespr. van dr M. de Jong Hzn: Het geheim … Bolsward, 1927. - Alg. Handelsbl. 1928, 30 Jan. Av.

19280206 Boeles. P.C.J.A., - De auteur van het O.L.B. (get. 6 Febr. 1928). - De Vrije Fries XXVIII, 1928, pp. 437-471.

19280310 T (= Tol). (J. van der) - Skôging fen it boek fan dr M. de Jong Hzn: Het geheim van het O.L.B. - Sljucht en Rjucht 1928, 10 Maart, pp. 155-156.

19280310 T (= Tol). (J. van der) - Skôging fen it boek fan dr M. de Jong Hzn: Het geheim van het O.L.B. - Sljucht en Rjucht 1928, 10 Maart, pp. 155-156.

19280400 Hof. J.J., - Verwijs en het O.L.B. Leeuwarden, R. van der Velde (April 1928), 52 pp. 8° [Overgedrukt uit het Leeuw. Nws. bl., voorjaar 1928]

19280410 Hof. J.J., -Prof. Fruin over het O.L.B. - Leeuw. Nieuwsbl. 1928, 10 Apr.

19280410 Hof. J.J., -Prof. Fruin over het O.L.B. - Leeuw. Nieuwsbl. 1928, 10 Apr.

19280418 Het Oera Linda Boek. Drieërlei oordeel. - Nw. Rotterd. Crt. 1928, 18 April, Av.

19280418 Het Oera Linda Boek. Drieërlei oordeel. - Nw. Rotterd. Crt. 1928, 18 April, Av.

19280421 Fruin. R., - Woord van verweer inzake het O.L.B. – Leeuw. Nieuwsbl. 1928, 21 Apr.

19280421 Fruin. R., - Woord van verweer inzake het O.L.B. – Leeuw. Nieuwsbl. 1928, 21 Apr.

19280508 Hof. J.J., - Mr Boeles en het O.L.B. - Leeuw. Nieuwsbl. 1928, 8, 9 en 10 Mei.

19280508 Hof. J.J., - Mr Boeles en het O.L.B. - Leeuw. Nieuwsbl. 1928, 8, 9 en 10 Mei.

19280509 Hof. J.J., - Mr Boeles en het O.L.B. - Leeuw. Nieuwsbl. 1928, 8, 9 en 10 Mei.

19280510 Hof. J.J., - Mr Boeles en het O.L.B. - Leeuw. Nieuwsbl. 1928, 8, 9 en 10 Mei.

19280521 Boeles, P.C.J.A. - De heer Hof over het O.L.B. - Leeuw. Nieuwsbl. 1928, 21, 22 en 25 Mei.

19280521 Boeles, P.C.J.A. - De heer Hof over het O.L.B. - Leeuw. Nieuwsbl. 1928, 21, 22 en 25 Mei.

19280522 Boeles, P.C.J.A. - De heer Hof over het O.L.B. - Leeuw. Nieuwsbl. 1928, 21, 22 en 25 Mei.

19280525 Boeles, P.C.J.A. - De heer Hof over het O.L.B. - Leeuw. Nieuwsbl. 1928, 21, 22 en 25 Mei.

19280525 Re- en dupliek (J.J. Hof en mr P.C.J.A. Boeles). - Leeuw. Nieuwsblad 1928, 25 Mei,

19280525 Re- en dupliek (J.J. Hof en mr P.C.J.A. Boeles). - Leeuw. Nieuwsblad 1928, 25 Mei,

19280928 Dr G.A. Wumkes aan C. Over de Linden (C IV) brieven (min.) van 1928, 28 Sept. en 21 Oct.

19280928 Dr G.A. Wumkes aan C. Over de Linden (C IV) brieven (min.) van 1928, 28 Sept. en 21 Oct.

19281021 Dr G.A. Wumkes aan C. Over de Linden (C IV) brieven (min.) van 1928, 28 Sept. en 21 Oct.

19281113 Verslag van de vergadering van de Kon. Akad. v. Wetenschappen, waar Prof. Brugmans sprak over: Nieuws over het O.L.B.? - Alg. Handelsbl. 1928, 13 Nov. [ook in Leeuw. Crt. 1928, 13 Nov.]

1928-1929 Fokkema, K. - Het geheim van het OeranLindaboek. Opwaartsche wegen 6 (1928/29) 420-433.

 

19290000 Smaadschrift, romantiek of wetenschappelijk bewijs? dr. M. de Jong Hzn. – Bolsward : Osinga, 1929. – 56 p. ; 24 cm.

19290000 Brugmans. H., - Valsche Historie. - Bibliotheekleven XIII, 1928, pp. 239-259. [op pp. 253-259 over het O.L.B.]

19290000 Burger jr. C. P., - Alweer het Oera Linda Boek. - Het Boek XVIII, 1929 pp. 315-316.

19290000 Burger jr. C. P., - Alweer het Oera Linda Boek. - Het Boek XVIII, 1929 pp. 315-316.

19290000 Burger jr. C. P., - Weer een offer van de Oera Linda kolk. - Het Boek XVIII, 1929, p. 23.

19290000 Burger jr. C. P., - Weer een offer van de Oera Linda kolk. - Het Boek XVIII, 1929, p. 23.

19290000 Folkertsma. E.B., - Oer it Oera Linda boek. - Yn ús eigen tael 1928, pp. 153-156.

19290000 Wüst, Walther: Gedanken über Wirths „Aufgang der Menschheit." Zs f Missionskunde und Religionswissenschaft 44, 1929, 257-274 + 289-307

19291100 Jong Hzn. M. de, - Smaadschrift, romantiek of wetenschappelijk bewijs? - Bolsward, A.J. Osinga, Nov. 1929, 56 pp. 8°.

19291100 Jong Hzn. M. de, - Smaadschrift, romantiek of wetenschappelijk bewijs? - Bolsward, A.J. Osinga, Nov. 1929, 56 pp. 8°.

 

19300000 J.H. Halbertsma. Fryslân (Wize út Berner Oberland) op 'e nij biwurke fen J.Paardekoper. Ljouwert, 1930.

1930000 Wumkes. G.A., - Opmerkingen oer it O.L.B. In Paden fen Fryslân I, Boalsert 1932, pp. 27, 172, 173, 178, 184, 438, 439.

19300000 Boeles. P.C.J.A., - De houding van dr Eelco Verwijs ten opzichte van het O.L.B. en het Friesch Genootschap. - De Vrije Fries XXX, 1930, pp. 1-52.

19300000 Boeles. P.C.J.A., - De houding van dr Eelco Verwijs ten opzichte van het O.L.B. en het Friesch Genootschap. - De Vrije Fries XXX, 1930, pp. 1-52.

19300000 Muller. J.W., - Bespr. van dr. M. de Jong Hzn: Smaadschrift, romantiek of wetenschappelijk bewijs [*318]. - Museum XXXVII, 1930, pp. 187-188.

19300000 Muller. J.W., - Bespr. van dr. M. de Jong Hzn: Smaadschrift, romantiek of wetenschappelijk bewijs [318]. - Museum XXXVII, 1930, pp. 187-188.

 

19310000 Overlijden van Dr. Frans Goslings (1847-1931), afschrijver van het Oera Linda Boek.

19310000 Burger jr. C.P., - De houding van Eelco Verwijs ten opzichte van het O.L.B. en het Friesch Genootschap. - Het Boek XX, 1931, pp. 127-128.

19310000 Burger jr. C.P., - De houding van Eelco Verwijs ten opzichte van het O.L.B. en het Friesch Genootschap. - Het Boek XX, 1931, pp. 127-128.

19310000 Burger jr., C.P., - De houding van Cornelis Over de Linden ten opzichte van het O.L.B. - Het Boek XX, 1931, pp. 128-130

19310000 Burger jr., C.P., - De houding van Cornelis Over de Linden ten opzichte van het O.L.B. - Het Boek XX, 1931, pp. 128-130

19310000 Wirth. H., - Was heisst Deutsch? Ein urgeistes geschichtlicher Rückblick zur Selbstbesinnung und Selbstbestimmung. Veroffentlichung der Herman Wirth-Gesellschaft. Jena, Eugen Diederichs Verlag, 1931, 60 pp. 8°

19310000 Wirth. H., - Was heisst Deutsch? Ein urgeistes geschichtlicher Rückblick zur Selbstbesinnung und Selbstbestimmung. Veroffentlichung der Herman Wirth-Gesellschaft. Jena, Eugen Diederichs Verlag, 1931, 60 pp. 8°

19310000 Wumkes. G.A., - De Burmania-sprekwirden en it O.L.B. - Sljucht en Rjucht 1931, pp. 57-61. Ook in Paden fen Fryslân I, 1932, pp. 172-178.

19310000 Wumkes. G.A., - De Burmania-sprekwirden en it O.L.B. - Sljucht en Rjucht 1931, pp. 57-61. Ook in Paden fen Fryslân I, 1932, pp. 172-178.

19310820 Wirth. H., - Das Geheimnis von Arktis-Atlantis. - Die Woche. Berlin, 20 Aug., pp. 1144-1148, 1156.

19310820 Wirth. H., - Das Geheimnis von Arktis-Atlantis. - Die Woche. Berlin, 1931 20 Aug., pp. 1144-1148, 1156.

 

1932 0000DEBRUNNER, Albert: [Rez. von:] Herman Wirth und die deutsche Wissenschaft. Unter Mitwirkung von F. Bork, H. Plischke, Bruno K. Schultz, L. Wolff hg. v. F. WIEGERS. München. 1932 Idg. Forschgen 50, 1932, 156-9

1932 J.H. Halbertsma. Nacht. Muzyk fan Marten van der Veen. Ljouwert, 1932.

19320000 BAEUMLER, Alfred / FEHRLE, Eugen (Hg.): Was bedeutet Herman WIRTH für die Wissenschaft. Lpz.

19320000 DEBRUNNER, Albert: [Rez. von:] Was bedeutet Herman Wirth für die Wissenschaft? Unter Mitwirkung von Prof. Dr. Fehrle u.a. hg. v. Alfred BAEUMLER. Leipzig. 1932 Idg. Forschgen 50, 1932, 283-7

19320000 KUTZLEB, Hjalmar: Scholastik von heute II: Herman Wirth. Die neue Literatur 33, 1932, 108-112

19320000 Ms. Dingler o.D.,. (nach 1932): Hugo Dingler: Zur Methode der Palaeoepigraphik. (pro Wirth unter Hinweis auf W?st) BA BDC Ahnenerbe PA. Dingler, Bl.167-186

19320000 Schröder. P.H., - Parodieën in de Nederlandse Letterkunde. Diss. G.U. A'dam. - Haarlem, H.D. Tjeenk Willink & Zoon N.V., 1932, VIII. 240 pp. 8°. [Op pp. 108-109 over dr E. Verwijs en het O.L.B.]

19320000 Schröder. P.H., - Parodieën in de Nederlandse Letterkunde. Diss. G.U. A'dam. - Haarlem, H.D. Tjeenk Willink & Zoon N.V., 1932, VIII. 240 pp. 8°. [Op pp. 108-109 over dr E. Verwijs en het O.L.B.]

19320000 Was bedeutet Herman Wirth für die Wissenschaft? Herausgegeben von Prof. dr Alfred Baeumler. - Leipzig, Koehler & Amelang, 1932, 94 pp. 8°.

19320000 Was bedeutet Herman Wirth für die Wissenschaft? Herausgegeben von Prof. dr Alfred Baeumler. - Leipzig, Koehler & Amelang, 1932, 94 pp. 8°.

19320000 WIEGERS, Fritz (Hg): Herman Wirth und die deutsche Wissenschaft. (Unter Mitwirkung von F. Bork, H. Plischke, Bruno K. Schultz, L. Wolff.) München. 1932

19320000 Wirth, Herman, und die deutschen Wissenschaft. Unter Mitwirkung von Prof. F. Bork, Königsberg, Prof. dr H. Plischke, Göttingen, Dr Bruno K. Schultz, München, Prof. dr L. Wolff, Göttingen, Herausgegeben von dr F. Wiegers, Berlin. - München, J.F. Lehmanns Verlag, 1932, 69 pp. 8°.

19320000 Wirth, Herman, und die deutschen Wissenschaft. Unter Mitwirkung von Prof. F. Bork, Königsberg, Prof. dr H. Plischke, Göttingen, Dr Bruno K. Schultz, München, Prof. dr L. Wolff, Göttingen, Herausgegeben von dr F. Wiegers, Berlin. - München, J.F. Lehmanns Verlag, 1932, 69 pp. 8°.

19320000 Wumkes. G.A., - De Burmania-sprekwirden en it O.L.B. - Sljucht en Rjucht 1931, pp. 57-61. Ook in Paden fen Fryslân I, 1932, pp. 172-178.

19320000Wumkes. G.A., - Opmerkingen oer it O.L.B. In Paden fen Fryslân I, Boalsert 1932, pp. 27, 172, 173, 178, 184, 438, 439.

 

19330000 Overlijden van Hein Kofman (1853-1933), zoon van Cornelia Reuvers, dochter van Hendrik Reuvers, echtgenoot van Aafje over de Linden.

19330000 Proefschrift van P.A. Jongsma over Dr. J. Halbertsma, 1933.

19330000 Prof. Herman Wirth publiceert een verkorte vertaling van het OLB.

19330000 Gombault. Charles, - Van het oude Friesland. Het Oera Linda-Boek. - Ons Land Panorama 1933, 6 Jan.

19330000 M[UCKERMANN], F[riedrich] S.J.: Hermann [!] Wirth, Ura- Linda-Chronik und Nationalsozialismus. Der Gral 28, 1933-4, 376

19330000 Schrder, Edward [Rez. zu:] Die Ura- Linda-Chronik. Hg Herman Wirth Anzeiger f d dt Altertum 52, 1933, 201f

19330000 Wirth, Herman: Die Ura Linda Chronik. Leipzig 1933

19330000 Wirth. Herman, - Die Ura Linda chronik. Ubersetzt und mit einer einführenden geschichtlichen Untersuchung herausgegeben von --. - Leipzig, Koehler & Amelang Verlag z. j. (1933), 321 pp. 8°. [Het boek verscheen 8 Dec. 1933 en is geïllustreerd met 269 afbb.]

19330000Schröder, Ernst - Boekbespreking van : Die Ura Linda Chronik, Übers. Und herausg. von H. Wirth. 1933.

19330102 o. V.: Die Ura-Linda-Chronik auch in Holland als F?lschung betrachtet. Vossische Zeitung 2.1.33 [wieder abgedruckt: Ethi- sche Kultur 42,1, 15.1.33, 11f]

19330106 Gombault. Charles, - Van het oude Friesland. Het Oera Linda-Boek. - Ons Land Panorama 1933, 6 Jan.

19330115 MERKER, Paul / RANKE, Friedrich / SIEBS, Theodor / STELLER, Walther: Um dt Wissenschaft und Sprache. Her- mann [!] Wirth und die Ura->Linda-Chronik<.Zur Ura-Linda- Chronik. [s.a. Schesische Zeitung 192, Nr. 355, 28.12.] Ethische Kultur 42,1, 15.1.33, 9-11

19330400 HERRMANN, Fritz H.: Herman Wirth?s Werk und die Wis- senschaft. Deutsche Rundschau 59, 235, Apr. 33, 57f

19330514 Wirth's Heilbrenger. Actueele oer-religie voor de Ariërs. Poolgebied als bakermat van het edele Noordsche ras beschouwd. Strijd tegen Christendom? - De Telegraaf 1933, 14 Mei.

19330514 Wirth's Heilbrenger. Actueele oer-religie voor de Ariërs. Poolgebied als bakermat van het edele Noordsche ras beschouwd. Strijd tegen Christendom? - De Telegraaf 1933, 14 Mei.

19331100 PLASSMANN, Joseph Otto: Die Ura Linda-Chr. Germanien H. 11, Nov. 33, 323-9

19331100 Plassmann, Joseph Otto: Die Ura Linda-Chronik Germanien H. 11, Nov 33, 323-329

19331100 Plaszmann. J.O., - Die Ura Linda-Chronik. - Germanien Monatshefte für Vorgeschichte zur Erkenntnis deutschen Wesens, Leipzig, 1933, Nov., pp. 323-329.

19331100 Plaszmann. J.O., - Die Ura Linda-Chronik. - Germanien Monatshefte für Vorgeschichte zur Erkenntnis deutschen Wesens, Leipzig, 1933, Nov., pp. 323-329.

19331111 Bremer, Otto [Rez. zu Wirths Ausgabe der Ura-Linda- Chronik] Hallesche Nachrichten 11.11.33

193312 28 MERKER, Paul / RANKE, Friedrich / SIEBS, Theodor / STELLER, Walther: Zur Ura-Linda-Chronik. [s.a. : Ethische Kultur 42,1, 15.1.33, 9-11] Schesische Zeitung 192,355, 28.12.33

19331208 Wirth. Herman, - Die Ura Linda chronik. Ubersetzt und mit einer einführenden geschichtlichen Untersuchung herausgegeben von --. - Leipzig, Koehler & Amelang Verlag z. j. (1933), 321 pp. 8°. [Het boek verscheen 8 Dec. 1933 en is geïllustreerd met 269 afbb.]

19331228 Het 'Oera Linda Bok'. - Rotterd. Nieuwsbl. 1933, 28 Dec.

19331228 Het 'Oera Linda Bok'. - Rotterd. Nieuwsbl. 1933, 28 Dec.

19331228 Zur Ura-Linda-Chronik. - Unterhaltungs beilage der schlesischen Zeitung 1933, 28 Dec. [ingezonden stuk getekend door de leden van het 'Deutsches Institut der Universität Breslau: prof. dr P. Merker, prof. dr F. Ranke, prof. dr Th. Siebs, prof. dr W. Steller; overgenomen in: Hallische Nachrichten 1934, 3 Jan.

19331229 Hoekma, F.J. - Brieven uit Duitsland. Een en ander over de Oera-Lindakroniek. (N.a.v. de op handen zijnde uitgave v.h. Oera-Lindaboek door Prof. dr. H. Wirth). Nieuwsblad van Friesland 29.12.1933.

19331229 Hoekma, F.J. - Brieven uit Duitsland. Een en ander over de Oera-Lindakroniek. (N.a.v. de op handen zijnde uitgave v.h. Oera-Lindaboek door Prof. dr. H. Wirth). Nieuwsblad van Friesland 29.12.1933.

19331230  Het Oera Linda boek, ongezouten Duitsche critiek - De Telegraaf 1933, 30 Dec.

19331230 Het Oera Linda boek, ongezouten Duitsche critiek - De Telegraaf 1933, 30 Dec.

19331230 Het Oera Linda-boek, Een vertaling in het Duitsch. - Alg. Handelsbl. 1933, 30 Dec.

19331230 Het Oera Linda-boek, Een vertaling in het Duitsch. - Alg. Handelsbl. 1933, 30 Dec.

19331231 Het Oera Linda boek. De kern er van is volgens prof. dr H. Wirth echt. De oudste en belangrijkste bron van de cultuurgeschiedenis van het Noorden. - Nw. Rotterd. Crt. 1933, 31 Dec.

19331231 Het Oera Linda boek. De kern er van is volgens prof. dr H. Wirth echt. De oudste en belangrijkste bron van de cultuurgeschiedenis van het Noorden. - Nw. Rotterd. Crt. 1933, 31 Dec.

19331231 Neckel, Gustav. [Rez. zu Wirths Ausgabe der Ura-Linda- Chronik] Der Tag 31.12.33

 

19340123 J. van Dam schrijft in de Telegraaf dat de Verwijs hypothese van M. de Jong algemeen ingang heeft gevonden.

19340202 Prehistoricus Walter Hansen ondersteunt in Der Hamburgischer Correspondent de Verwijs hypothese.

19340504 Herman Wirth wordt op de Universiteit van Berlijn het zwijgen opgelegd in een wetenschappelijk debat.

1934 Hitler's goddelijke zending bewezen. 'Uit de echtheid' van het O L.B. - Volksbl. van Friesl. 1934, 9 Jan.

1934 TACKENBERG, Kurt: Die Ura-Linda-Chronik. Altschlesische Blätter 9, 1934, 24f

19340422 , 22 Apr.; Augsburger Postzeitung 1934, 26 Apr.

1934000 JACOB-FRIESEN, Karl Hermann: „Die Ura-Linda-Chronik." Vergangenheit und Gegenwart 24, 1934, 125-8

19340000 Alde-fryske religy. Prefester Wirth to Ljouwert. (Lezingen in Friesland; Oera Linda boekcultus). In : Slj. en Rj., jg. 1934, no. 52; jg. 1935, nos. 1 en 2.

19340000 Amberger, Heinz: Zur „Ura Linda-Chronik" Die Sonne I,2, 1934, 35-39

19340000 Beyer, Hans (Dozent Lehrerbildungsseminar Danzig ? Mini- referent REM): Schrifttum, das wir ablehnen. (Vortrag auf der Tagung des >Verbands der Volksbibliothekare< ): [v.a. gegen den Mutterkult] Die B?cherei 1, 1934, 255-9 ? Teilabdr. in: Andrae, Friedrich: Volksb?cherei und Nationalsozialismus. Wiesbaden 1970, 152-6

19340000 Bittner, Karl Gustav: Wege und Irrwege zu deutscher Vorzeit. Bemerkungen zum Ura-Linda-Streit. Freie Welt 14, 325, 1934, 46-51

19340000 BLOCH, Ernst: Steiners Uralinda-Chronik. [geht auf die Ura-Linda-Chronik nicht weiter ein, behandelt sie nur als Metapher im engeren Sinn] in: BLOCH, Ernst: Literari- sche Aufs?tze. Ges. Werke Bd. 9. Ffm. 1965, S. 27-30

19340000 Boeles. P.C.J.A., - Bespr. van Herman Wirth: Die Ura Linda Chronik, Leipzig 1933. - De Vrije Fries XXIII, 1934, pp. 138-142.

19340000 Boeles. P.C.J.A., - Bespr. van Herman Wirth: Die Ura Linda Chronik, Leipzig 1933. - De Vrije Fries XXIII, 1934, pp. 138-142.

19340000 Braak. Menno ter, - Pirandello in practijk. Het O.L.B. weer actueel. - Forum maandschrift voor Letteren en kunst, Rotterdam, III, 1934, pp. 159-165.

19340000 Braak. Menno ter, - Pirandello in practijk. Het O.L.B. weer actueel. - Forum maandschrift voor Letteren en kunst, Rotterdam, III, 1934, pp. 159-165.

19340000 Claassen. Oswald, - Streitgespräch um die Ura-Linda-Chronik - Kölnische Zeitung 1934.

19340000 Claassen. Oswald, - Streitgespräch um die Ura-Linda-Chronik - Kölnische Zeitung 1934.

19340000 Dokumentationen und Forschungen zu den Oera-Linda-Handschriften.  [Facs. herdr. van de uitg.: Berlin: Klinkhardt & Brerrnann, 1934].

19340000 Dr. S.: Die ?Ura-Linda-Chronik.? Der Fels 29, 4, 1934/35, 163-7

19340000 DRESLER, A.: (Amtsleiter der Reichspressestelle der NSDAP) „Die Ura-Linda-Chronik." Deutschlands Erneuerung 18, 1934, 173-7

19340000 FISCHER, Hanns: „Zum Kampf um die Ura Linda-Chronik." Zs. f. Welteislehre 2, 5, 1934, 133-44

19340000 Gerstenhauer, Max Robert: Der Streit um die Ura Linda- Chronik Die Sonne I,2, 1934, 115121 + 172-176

19340000 GLASER, Rudolf: Herman Wirth und seine Urlichtreligion. Altschlesische Blätter 9, 1934, 20-22

19340000 GLASER, Rudolf: Wer ist Herman Wirth. Altschlesische Blätter 9, 1934, 22f

19340000 GOEGE, G.: „Die Weltanschauung Herman Wirths". in: W. KÜNNETH / S. SCHREINER (Hg.): „Die Nation vor Gott". Bln. 1934. S. 464-508

19340000 HERRMANN, Albert: Unsere Ahnen und Atlantis. Nordische Seeherrschaft von Skandinavien bis nach Nordafrika. [Rez. J. v. LEERS: Nordische Welt 2, 10/11/12, Okt. – Dez. 1934, 92]. Bln. 1934

19340000 Het Oera Linda Bok (Prospectus van het boek van H. Wirth, de verklaring van het Duitse instituut van de universiteit Breslau, ingezonden stuk van prof. Siebs in de Schlesische Zeitung van 6 Jan. 1934). - Tijdschr. voor Rechtsgesch. XIII, afl. 1, 1934, pp. 96-103.

19340000 HIGELKE, Kurt: „Über den Geschichts-und Quellenwert der Ura-Linda-Chronik." Die dt. Schule 38, 1934, 345-7

19340000 HÜBNER, Arthur: „Herman Wirth und die Ura-Linda- Chronik." [Rezensionen:] — Kulz, Werner: Die Sonne I,2, 1934, 508 – Viëtor, Karl: Zs f Dt Bildung 10,1, Jan 1934, 407 – Fritz Böhm, Zs. f. Volkskunde NF 6= 44, 1934, 74) Berlin. 1934

19340000 Hübner. Arthur, - Herman Wirth und die Ura-Linda-Chronik. - Berlin und Leipzig, Walter de Gruyter & Co. (Juni) 1934, 41 pp. 8°- [N.a.v. de discussie in de aula van de Berlijnse universiteit op 4 Mei 1934].

19340000 It Oera Linda boek. Forteld troch ús boppemaster yn in gearkomste by him thus, fen "De joge Sieddinge". (ill). (Korte populaire uiteenzetting met hier en daar commentaar). In : Slj.. en Rj., jg. 1934, nos 14 t/m 18 en nr. 20.

19340000 It Oera Linda boek. Forteld troch ús boppemaster yn in gearkomste by him thus, fen "De joge Sieddinge". (ill). (Korte populaire uiteenzetting met hier en daar commentaar). In : Slj.. en Rj., jg. 1934, nos 14 t/m 18 en nr. 20.

19340000 JACOB-FRIESEN, Karl Hermann: Herman Wirths Ura- Linda-Chronik und die deutschen Vorgeschichtsforscher Nachrichtenblatt f dt Vorzeit 10, 1934, 130-5

19340000 K.H.: Zur Ura-Linda-Chronik. Die dt. Schule 38, 1934, 494f

19340000 Kieler rechts-u. staatwissenschaftliche Fakultät BA NS 21/661

19340000 Krantenknipsels betr. het Oera Lindaboek : 1 Eine Erklärung Herman Wirths in Sachen der Ura-Linda-Chronik, Januar 1934 2 Schröder, Ernst - Boekbespreking van : Die Ura Linda Chronik, Übers. und herausg. von H. Wirth. 1933. Sonderdr. aus Mitteil. der Akad. zur wisschensch. Erforschung und zur Pflege des Deutschtums, Hftm. I, .jrg. 1934; 3 Steche, T. - Die Ura-Linda-Chronik altgermanisch oder gefalscht? In : Volk. Beobachter 11.1.1934. 4 Hüber, A. - Das wahre Gesicht der Ura-Linda Chronik. In: Der Tag, … Mai 1934.

19340000 KROGMANN, Willy: „Ahnenerbe oder Fälschung. – Eine Klarstellung in Sachen der Ura.Linda.Chronik." Berlin. 1934

19340000 Krogmann. Willy, - Ahnenerbe oder Falschung? Eine Klarstellung in Sachen der Ura Linda Chronik. - Berlin, dr Emil Ebering, (voorjaar) 1934, 30 pp. 8°. [Tegen Wirth; C. Over de Linden zal de auteur zijn, eventueel met hulp van E. Stadermann]

19340000 Krogmann. Willy, - Ahnenerbe oder Falschung? Eine Klarstellung in Sachen der Ura Linda Chronik. - Berlin, dr Emil Ebering, (voorjaar) 1934, 30 pp. 8°. [Tegen Wirth; C. Over de Linden zal de auteur zijn, eventueel met hulp van E. Stadermann]

19340000 Lebenslauf Duinker: bis 1935: in Holland für die Propaganda der NSNSP. Stv. Major Kruyt. Vor 33 Anhänger von Ludendorf. 1934 Mitbegründer der Niederländischen NS Partei in Essen. Seit 34 Mitglied von >Welt-Dienst< in Erfurt (Leitung Oberstleutnant Fleischhauer), besuchte als Abgeordneter der NL-Bewegung einige Pan-Arische Kongresse (Nürnberg. + Erfurt). „Hier in Essen kennt mich Kommissar Schweim von der Gestapo." BA BDC PA. Duinker

19340000 LEERS, Johann v.: Die Ura-Linda-Chronik. Dt. Ärzteblatt 64, Nr. 1-52, 1934, 525-7

19340000 LINDEN, Walther: „Rückblick auf die Ura-Linda-Chronik." Zs f Deutschkunde 38, 1934, 739-49

19340000 MACKENSEN, Lutz: Skandal um Ura-Linda. – Baltische Monatshefte, 1934, 370-8

19340000 MICKO, Heinrich: Ura-Linda-Dämmerung. Zs. f dt Bildung 10, 7/8, 1934, 382-7 (vgl. ibid. 10, 6, S. 335)

19340000 o. V.: [Rez. ] Zur Ura-Linda-Chronik. Bücherkunde der Reichsstelle zur Förderung des dt Schrifttums 1,1934, 16f

19340000 o.V. [H.A.]: „Ura-Linda-Chronik" und Theatersäbel. Die Sonne I,2, 1934, 458

19340000 S (= Schultz). W., - Wo lag Atlantis? Neue Antworte auf uralte Frage (Over het boek van prof. A.

19340000 Schröder. Edward, - Arthur Hübner: Herman Wirth und die Ura Linda Chronik, Berlin 1934 [nr. 486]. - Historische Zeitschrift, Band 151, 1935, 568-570.

19340000 SCHULTZ, Wolfgang: „Zur Ura-Linda-Chronik." Völkische Kultur 2, 1934, 134-9

19340000 Sonderdr. aus Mitteil. der Akad. zur wisschensch. Erforschung und zur Pflege des Deutschtums, Hftm. I, .jrg. 1934;

19340000 TRAUB, D.: „Rundgang". Eiserne Blätter 16, 1934, 71-6 (hier 74ff)

19340000 Ura-Linda-Chronik. - Der grosze Brockhaus XV, 1934, 341.

19340000 Ura-Linda-Chronik. - Der grosze Brockhaus XV, 1934, 341.

19340000 Viëtor: Karl: [Rez. zu:] A. Hübner: Herman Wirth und die Ura-Linda-Chronik. Bln. 1934 Zs. f dt Bildung 10,1934, 407

19340000 Wiersma. J.P., - Lyda- Finda-Frya-sage, De sage van Jessos. In: Friesche sagen, Zutphen, (Oct) 1934, pp. 12-24, 264-265.

19340000 Wumkes. G.A., - De Iester froedmaster (J.L. Kiestra) en Ossian. In: Paden fen Fryslân II, Boalsert 1934, pp. 194-199. Ook: Frisia 1928, pp. 20-26. [over de invloed van Ossian vgl. Paden II, pp. 80, 89, 94.]

19340000 Wumkes. G.A., - De Iester froedmaster (J.L. Kiestra) en Ossian. In: Paden fen Fryslân II, Boalsert 1934, pp. 194-199. Ook: Frisia 1928, pp. 20-26. [over de invloed van Ossian vgl. Paden II, pp. 80, 89, 94.]

19340000 Wumkes. G.A., - Dr M. de Jong Hzn (1931). - In: Paden fen Fryslân II, Boalsert 1934, pp. 498-502. Ook in: It Heitelân XIII, 1931, pp. 341-343.

19340000 Wumkes. G.A., - Dr M. de Jong Hzn (1931). - In: Paden fen Fryslân II, Boalsert 1934, pp. 498-502. Ook in: It Heitelân XIII, 1931, pp. 341-343.

19340000 Wumkes. G.A., - Ofskie oan dr Wirth. In: Paden fen Fryslân II, Boalsert 1934, pp. 482-485. Ook in: It Heitelân VI, 1924, p. 63.

19340000 Wumkes. G.A., - Ofskie oan dr Wirth. In: Paden fen Fryslân II, Boalsert 1934, pp. 482-485. Ook in: It Heitelân VI, 1924, p. 63.

19340000 Wumkes. G.A., - Opmerkingen oer it Oera Linda Boek. In: Paden fen Fryslân II, Boalsert, 1934, pp. 197, 211-212, 366, 465, 483-484, 501-502.

19340000 Wumkes. G.A., - Opmerkingen oer it Oera Linda Boek. In: Paden fen Fryslân II, Boalsert, 1934, pp. 197, 211-212, 366, 465, 483-484, 501-502.

19340000Dokumentationen und Forschungen zu den Oera-Linda-Handschriften. [Facs. herdr. van de uitg.: Berlin: Klinkhardt & Brerrnann, 1934].

19340100 Eine Erklärung Herman Wirths in Sachen der Ura-Linda-Chronik, Januar 1934

19340100 o.V. [Kurzbericht über Podiumsdiskussion am 4.5.1933] Zs f Dt Bildung 10,1, Jan 1934, 335

19340100 o.V. [Kurzbericht über Wirth und die Ura-Linda-Chronik.] Zs f Dt Bildung 10,1, Jan 1934, 63

19340100 SUFFERT, O.: Zum Streit um die Ura Linda-Chronik. Germanien H. 1, Jan 34, 49-56

19340102  Het Oera Linda Boek, Het 'Deutsche Institut der Universität Breslau' contra prof. Wirth. - Leeuw. Crt. 1934, 2 Jan.

19340102 Het Oera Linda Boek, Het 'Deutsche Institut der Universität Breslau' contra prof. Wirth. - Leeuw. Crt. 1934, 2 Jan.

19340103 Daar is het O.L.B. weer! Nu 'erfdeel van het Duitsche volk' Prof. Wirth gelooft er in en vliegt er in. - Het Volk 1934, 3 Jan. - Ook: Volksbl. v. Friesl. 1934, 6 Jan.

19340103 Thet Oera Linda bok en het Derde Rijk. - Het Vaderland 1934, 3 Jan. Ook: Nw. Rott. Crt. 1934, 4 Jan.

19340103 Thet Oera Linda bok en het Derde Rijk. - Het Vaderland 1934, 3 Jan. Ook: Nw. Rott. Crt. 1934, 4 Jan.

19340103 Zur Ura-Linda-Chronik. - Unterhaltungs beilage der schlesischen Zeitung 1933, 28 Dec. [ingezonden stuk getekend door de leden van het 'Deutsches Institut der Universität Breslau: prof. dr P. Merker, prof. dr F. Ranke, prof. dr Th. Siebs, prof. dr W. Steller; overgenomen in: Hallische Nachrichten 1934, 3 Jan.

19340105  Cosmopolitica. Herman Wirth. - De Tijd 1934, 5 Jan.

19340105 Cosmopolitica. Herman Wirth. - De Tijd 1934, 5 Jan.

19340105 Het Oera Linda boek. - Rotterd. Nieuwsbl. 1934, 5 Jan.

19340105 Het Oera Linda boek. - Rotterd. Nieuwsbl. 1934, 5 Jan.

19340106  Daar is het O.L.B. weer! Nu 'erfdeel van het Duitsche volk' Prof. Wirth gelooft er in en vliegt er in. - Het Volk 1934, 3 Jan. - Ook: Volksbl. v. Friesl. 1934, 6 Jan.

19340106 Het Oera Linda Bok (Prospectus van het boek van H. Wirth, de verklaring van het Duitse instituut van de universiteit Breslau, ingezonden stuk van prof. Siebs in de Schlesische Zeitung van 6 Jan. 1934). - Tijdschr. voor Rechtsgesch. XIII, afl. 1, 1934, pp. 96-103.

19340106 Het 'Oera Linda bok'. – Opr. Haarlemsche Crt.1934, 6 Jan.

19340106 Het 'Oera Linda bok'. – Opr. Haarlemsche Crt.1934, 6 Jan.

19340106 Siebs. Th., - Um den Wert der Ura-Linda-Chronik, - Schlesische Zeitung, Breslau, 1934, 6 Jan.

19340106 Siebs. Th., - Um den Wert der Ura-Linda-Chronik, - Schlesische Zeitung, Breslau, 1934, 6 Jan.

19340108 Zum Streit um die Ura-Linda-Chronik. Eine Erklärung Prof. Herman Wirth's. - Magdeburgische Zeitung 1934, 7 Jan. Ook: Hallische Nachrichten 1934, 8 Jan.; Bremer Nachrichten 1934, 8 Jan.

19340108 Zum Streit um die Ura-Linda-Chronik. Eine Erklärung Prof. Herman Wirth's. - Magdeburgische Zeitung 1934, 7 Jan. Ook: Hallische Nachrichten 1934, 8 Jan.; Bremer Nachrichten 1934, 8 Jan.

19340109 Brentani. Mario Heil de, - Die Ura-Linda-Chronik. Herman Wirth antwortet auf die Vorwürfe. - Bremer Nachrichten 1934, 6 Jan. Ook: Volksparole, Düsseldorf 1934, 9 Jan.

19340109 Brentani. Mario Heil de, - Die Ura-Linda-Chronik. Herman Wirth antwortet auf die Vorwürfe. - Bremer Nachrichten 1934, 6 Jan. Ook: Volksparole, Düsseldorf 1934, 9 Jan.

19340109 Die Ura-Linda-Chronik. - Bayerischer Kurier, München 1934, 9 Jan.

19340109 Die Ura-Linda-Chronik. - Bayerischer Kurier, München 1934, 9 Jan.

19340109 Het Oera Linda boek. Prof Wirth verweert zich. Met antwoord van prof. Siebs. - Leeuw. Crt. 1934, 9 Jan.

19340109 Het Oera Linda boek. Prof Wirth verweert zich. Met antwoord van prof. Siebs. - Leeuw. Crt. 1934, 9 Jan.

19340109 Hitler's goddelijke zending bewezen. 'Uit de echtheid' van het O L.B. - Volksbl. van Friesl. 1934, 9 Jan.

19340109 Jongs. D. de, - Nieuws over het O.L.B.? Een nieuw werk van Prof. Wirth. - Leeuw. Crt. 1934, 9 en 11 Jan.

19340109 Jongs. D. de, - Nieuws over het O.L.B.? Een nieuw werk van Prof. Wirth. - Leeuw. Crt. 1934, 9 en 11 Jan.

19340110  Der Streit um die Ura-Linda-Chronik. - Vossische Zeitung, Berlin, 1934, 10 Jan.

19340110 Bitter. Karl Gustav, - Wege und Irrwege. Grundsätzliches zum Ura-Linda-Streit. - Hannoverscher Kurier 1934, 10 Jan.

19340110 Boeles. P.C.J.A., - Het Oera Linda-boek. - Nw. Rotterd. Crt. 1934, 10 Jan.

19340110 Boeles. P.C.J.A., - Het Oera Linda-boek. - Nw. Rotterd. Crt. 1934, 10 Jan.

19340110 Der Streit um die Ura-Linda-Chronik. - Vossische Zeitung, Berlin, 1934, 10 Jan.

19340111 Fehde um Ura Linda. Sensationen um gefälschte Pergamente. - Kieler Zeitung 1934, 11 Jan.

19340111 Fehde um Ura Linda. Sensationen um gefälschte Pergamente. - Kieler Zeitung 1934, 11 Jan.

19340111 Pastenaci. Kurt, - Der Kampf um die Ura-Linda-Chronik. - Kreuz-Zeitung, Berlin, 1934, 11 Jan.

19340111 Pastenaci. Kurt, - Der Kampf um die Ura-Linda-Chronik. - Kreuz-Zeitung, Berlin, 1934, 11 Jan.

19340111 Steche, T. - Die Ura-Linda-Chronik altgermanisch oder gefalscht? In : Volk. Beobachter 11.1.1934.

19340111 Steche, Theodor: [Zur Ura-Linda-Chronik] VB 11.1.34

19340111 Wirth. Herman, - Um die Ura-Linda-chronik. - Hamburger Nachrichten 1934, 11 Jan. Ook: Rheinisch Westfälische Zeitung,Essen,1934,11 Jan.

19340111 Wirth. Herman, - Um die Ura-Linda-chronik. - Hamburger Nachrichten 1934, 11 Jan. Ook: Rheinisch Westfälische Zeitung, Essen, 1934, 11 Jan.

19340112 Der Streit um die Ura Linda Chronik (Het standpunt van de 'Völkische Beobachter'). - Rostocker Anzeiger 1934, 12 Jan.

19340112 Der Streit um die Ura Linda Chronik (Het standpunt van de 'Völkische Beobachter'). - Rostocker Anzeiger 1934, 12 Jan.

19340112 Niebelschütz. Ernst von, - Der Bruderzwist um die Ura-Linda-Chronik. Ein Streit der Extreme. - Dresdner Neueste Nachrichten 1934, 12 Jan.

19340112 Niebelschütz. Ernst von, - Der Bruderzwist um die Ura-Linda-Chronik. Ein Streit der Extreme. - Dresdner Neueste Nachrichten 1934, 12 Jan.

19340112 o. V.: Um die Ura-Linda-Chronik. Echt oder unecht? Schesische Zeitung 193,20, 12.1.34 [Unterhaltungsbeilage]

19340112 SEGER, Hans: Die Tatsachenberichte der Chronik und die Vorgeschichte Schesische Zeitung 193,20, 12.1.34 [Unterhaltungsbeilage]^

19340112 Seger. Hans, - Die Tatsachen-berichte der Chronik und die vorgeschichte. - Schlesische Zeitung 1934, 12 Jan.

19340112 Seger. Hans, - Die Tatsachen-berichte der Chronik und die vorgeschichte. - Schlesische Zeitung 1934, 12 Jan.

19340112 STELLER, Walther: Die Wirth’sche Theorie im Lichte des Nationalsozialismus. Eine Warnung. Schesische Zeitung 193,20, 12.1.34 [Unterhaltungsbeilage]

19340112 Steller. Walther, - Die Wirth'sche Theorie im Lichte des National-sozialismus. - Schlesische Zeitung, Breslau, 1934, 12 Jan.

19340112 Steller. Walther, - Die Wirth'sche Theorie im Lichte des National-sozialismus. - Schlesische Zeitung, Breslau, 1934, 12 Jan.

19340112 Urbanek, Hans, - Schädlich für die deutsche Ostforschung. Nochmals die Ura-Linda-Chronik. - Königsberger Allg. Zeitung 1934, 12 Jan.

19340112 Urbanek, Hans, - Schädlich für die deutsche Ostforschung. Nochmals die Ura-Linda-Chronik. - Königsberger Allg. Zeitung 1934, 12 Jan.

19340114 E. M. - Um die Ura-Linda-Chronik. Ein interessanter wissenschaftlicher Streit. - General-anzeiger, Dortmund, 1934, 14 Jan.

19340114 E. M. - Um die Ura-Linda-Chronik. Ein interessanter wissenschaftlicher Streit. - General-anzeiger, Dortmund, 1934, 14 Jan.

19340114 Prof. Wirth antwortet auf die Erklärung der Breslauer Professoren. - Königsberger Allg. Zeitung 1934, 10 Jan. Ook: Germania, Berlin, 1934, 11 Jan.; Breslauer Neueste Nachrichten 1934, 14 Jan.; Kölnische Volkszeitung 1934, 16 Jan.

19340115 370 80 oder 800 Jahre? Der Streit um die Ura-Linda-Chronik. Falschungen die die Welt erregten. - Berliner Volks-Zeitung 1934, 15 Jan.

19340115 80 oder 800 Jahre? Der Streit um die Ura-Linda-Chronik. Falschungen die die Welt erregten. - Berliner Volks-Zeitung 1934, 15 Jan.

19340115 Wirth. H., und die Ura Linda Chronik (Het standpunt van prof. Gustav Neckel). - Augsburger Postzeitung 1934, 15 Jan.

19340116  Nieuws over het O.L.B.? (Ingezonden met onderschrift van S.D. de Jong). – Leeuw. Crt. 1934, 16 Jan.

19340116 Nieuws over het O.L.B.? (Ingezonden met onderschrift van S.D. de Jong). – Leeuw. Crt. 1934, 16 Jan.

19340116 Prof. Wirth antwortet auf die Erklärung der Breslauer Professoren. - Königsberger Allg. Zeitung 1934, 10 Jan. Ook: Germania, Berlin, 1934, 11 Jan.; Breslauer Neueste Nachrichten 1934, 14 Jan.; Kölnische Volkszeitung 1934, 16 Jan.

19340116 Ranke. Pr., - Die Sprachwissenschaft und die Ura-Linda-Chronik (Met het oordeel van prof. dr Hans Naumann). - Schlesische Zeitung 1934, 16 Jan.

19340116 Ranke. Pr., - Die Sprachwissenschaft und die Ura-Linda-Chronik (Met het oordeel van prof. dr Hans Naumann). - Schlesische Zeitung 1934, 16 Jan.

19340118 Die Ura-Linda-Chronik. -Hamburger Fremdenblatt 1934, 18 Febr.

19340118 Meulen, H. van der, - Het Oera Linda boek (get. R'dam, 16 Jan. 1934). – Leeuw. Crt. 1934, 18 Jan.

19340118 Meulen, H. van der, - Het Oera Linda boek (get. R'dam, 16 Jan. 1934). – Leeuw. Crt. 1934, 18 Jan.

19340118 Molenaar. E., - Daar is het O.L.B. weer! – Volksbl. van Friesl. 1934, 18 Jan.

19340119 Losch. Philipp, - Die Ura Linda Chronik. - Frankfurter Zeitung, Frankfurt a. M. 1934, 19 Jan.

19340119 Losch. Philipp, - Die Ura Linda Chronik. - Frankfurter Zeitung, Frankfurt a. M. 1934, 19 Jan.

19340119 Richthofen gegen die Linda-Chronik. Festsitzung der Kgl. Deutschen Gesellschaft. - Königsberger Allg. Zeitung 1934, 19 Jan.

19340119 Richthofen gegen die Linda-Chronik. Festsitzung der Kgl. Deutschen Gesellschaft. - Königsberger Allg. Zeitung 1934, 19 Jan.

19340120 Karg, Fritz: Die Ura Linda-Chronuk. Fälschung oder germanische Geschichtsquelle. Leipziger neueste Nachrichten 20.1.34

19340120 Karg. Fritz, Die Ura Linda-Chronik. Falschüng oder germanische Geschichtsquelle. - Leipziger neueste Nachrichten 1934, 20 Jan.

19340120 Karg. Fritz, Die Ura Linda-Chronik. Falschüng oder germanische Geschichtsquelle. - Leipziger neueste Nachrichten 1934, 20 Jan.

19340120 Wirth en het O.L.B. Scherpe critiek van archeologische zijde. – Leeuw. Crt. 1934, 20 Jan.

19340120 Wirth en het O.L.B. Scherpe critiek van archeologische zijde. – Leeuw. Crt. 1934, 20 Jan.

19340120 Wirth. H., - Humor um die Ura Linda Chronik. - Volksparole Düsseldorf 1934, 20 Jan.

19340120 Wirth. H., - Humor um die Ura Linda Chronik. - Volksparole Düsseldorf 1934, 20 Jan.

19340123 Dam, Jan van: Is het Oera Linda Boek echt of onecht? Prof. H. Wirth op het oorlogspad. De Telegraaf 23.1.34

19340123 Dam. J. Van, - Is het O.L.B, echt of onecht? Prof. H. Wirth op het oorlogspad. - De Telegraaf 1934, 23 Jan.

19340123 Dam. J. Van, - Is het O.L.B, echt of onecht? Prof. H. Wirth op het oorlogspad. - De Telegraaf 1934, 23 Jan.

19340123 Overlijden van Dirk Goslings (afschrijver van het Oera Linda Boek) 1933: Prof. dr. J. van Dam in De Telegraaf d.d. 23 januari 1934: De vraag, wie dan wel de maker van dit meesterwerk van travestie en parodie geweest is, wordt vrij algemeen in den geest van dr. M. de Jong beantwoord, die [...] dr. Eelco Verwijs, een voortreffelijk kenner der middeleeuwsche letterkunde en bovendien op dat gebied als parodist bekend, als zoodanig aanwees.

19340123 Richter. Erwin, - Um den Aussage-wert des 'Oera Linda Bok'. - Westdeutscher Beobachter, Köln, 1934, 23 Jan.

19340123 Richter. Erwin, - Um den Aussage-wert des 'Oera Linda Bok'. - Westdeutscher Beobachter, Köln, 1934, 23 Jan.

19340123 Was enthalt die Ura Linda Chronik? - Volksparole, Düsseldorf, 1934, 23 en 24 Jan.

19340123 Was enthalt die Ura Linda Chronik? - Volksparole, Düsseldorf, 1934, 23 en 24 Jan.

19340124 Franke. Hermann, - Die Ura-Linda-Chronik, Der Streit um die 'Germanenbibel'. - Hildesheimsche Zeitung 1934, 24 Jan.

19340124 Franke. Hermann, - Die Ura-Linda-Chronik, Der Streit um die 'Germanenbibel'. - Hildesheimsche Zeitung 1934, 24 Jan.

19340125 Rondom het O.L.B. Een professorale blunder. - Leeuw. Crt. 1934, 25 Jan.

19340125 Rondom het O.L.B. Een professorale blunder. - Leeuw. Crt. 1934, 25 Jan.

19340125 Uber Hermann Wirths 'Ura Linda Chronik' (Het standpunt van de 'Evangelische Pressedienst'). - Deutsches Volksblatt, Stuttgart, 1934, 25 Jan.

19340125 Uber Hermann Wirths 'Ura Linda Chronik' (Het standpunt van de 'Evangelische Pressedienst'). - Deutsches Volksblatt, Stuttgart, 1934, 25 Jan.

19340126 Kos. Ernst, - Ora Linda Bok! (gedicht). - Leeuw. Nieuwsbl. 1934, 26 Jan.

19340126 Kos. Ernst, - Ora Linda Bok! (gedicht). - Leeuw. Nieuwsbl. 1934, 26 Jan.

19340126 Neckel gegen die Echtheit der Ura Linda Chronik. - Vossische Zeitung, Berlin, 1934, 26 Jan.

19340126 Neckel gegen die Echtheit der Ura Linda Chronik. - Vossische Zeitung, Berlin, 1934, 26 Jan.

19340126 Urbaneck. Hans, - Die 'Ura-Linda-Chronik'. Die älteste Darstellung germanischer Vorzeit? - Preussische Zeitung, Königsberg, 1934, 26 Jan.

19340126 Urbaneck. Hans, - Die 'Ura-Linda-Chronik'. Die älteste Darstellung germanischer Vorzeit? - Preussische Zeitung, Königsberg, 1934, 26 Jan.

19340128 Bernhard. Carl, - Der Streit um die Ura-Linda-Chronik. - Kölnische Zeitung 1934, 28 Jan.

19340128 Bernhard. Carl, - Der Streit um die Ura-Linda-Chronik. - Kölnische Zeitung 1934, 28 Jan.

19340128 Landau. Paul, - Patriotische Falschungen. Der Bund, Breslau, 1934, 28 Jan.

19340128 Landau. Paul, - Patriotische Falschungen. Der Bund, Breslau, 1934, 28 Jan.

19340200 Kiewning. - Der Turm der Veleda in der Ura Linda Chronik. - Germanien. Monatshefte für Vorgeschichte zur Erkenntnis deutschen Wesens, Leipzig, 1934, Febr., pp. 44-49.

19340200 Kiewning. - Der Turm der Veleda in der Ura Linda Chronik. - Germanien. Monatshefte für Vorgeschichte zur Erkenntnis deutschen Wesens, Leipzig, 1934, Febr., pp. 44-49.

19340200 Kutzleb, Hjalmar: Die Ura Linda Chronik. Die Neue Literatur 35,2, Feb 1934, 105—6

19340200 o. V. [Protokoll der Februarsitzung der Gesellschaft f Philol] u.a. über Vortrag Neckel, Gustav über die Ura-Linda-Chronik BA NS 15 292 Bl 357826

19340200 Piebenga. J., - Een eeuwig raadsel? Het 'Oera Linda Bok'. - Alg. Weekbl. voor Christendom en cultuur 1934, 2 Febr.

19340200 Suffert, O., - Zum Streit um die Ura Linda-Chronik. - Germanien. Monatshefte für Vorgeschichte zur Erkenntnis deutschen Wesens, Leipzig, 1934, Febr., pp. 44-49.

19340200 Suffert, O., - Zum Streit um die Ura Linda-Chronik. - Germanien. Monatshefte für Vorgeschichte zur Erkenntnis deutschen Wesens, Leipzig, 1934, Febr., pp. 44-49.

19340200 WIRTH, Hermann [!]: Die Ura-Linda-Chronik. Das älteste Zeugnis germanisch-deutscher Geschichte wiederentdeckt? Westfälische Heimat 16, 1 / 2, Hartung [=Jan.]/Hornung [=Feb.] 1934, 12f

19340200 Wirth. H., - Die Ura Linda Chronik. Text-Ausgabe, übersetzt von --. - Leipzig, Koehier & Amelang- Verlag (1934), 128 pp. 8° (get. Michendorf, Febr. 1934)

19340200 Wirth. H., - Die Ura Linda Chronik. Text-Ausgabe, übersetzt von --. - Leipzig, Koehier & Amelang- Verlag (1934), 128 pp. 8° (get. Michendorf, Febr. 1934)

19340200 Wirth. Herman, - Der Kampf um der neuen Geist deutscher Wissenschaft. Der erste Abschnitt in der Auseinander-setzung um die Ura-Linda-Chronik. - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 22 Hornung (Febr.)

19340200 Wirth. Herman, - Der Kampf um der neuen Geist deutscher Wissenschaft. Der erste Abschnitt in der Auseinander-setzung um die Ura-Linda-Chronik. - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 22 Hornung (Febr.)

19340200 Ziegler. M., - Nordisches Schrifttum (Bespr. van Germanien, Febr. 1934). - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 8 Maart.

19340202 Hansen. W., - Der Streit um die Ura-Linda-Chronik (Door -- leiter der Fachgruppe Vorgeschichte im Kampfbund für dëutsche Kultur). - Hamburgischer Correspondent 1934, 2 Febr.

19340202 Hansen. W., - Der Streit um die Ura-Linda-Chronik (Door -- leiter der Fachgruppe Vorgeschichte im Kampfbund für dëutsche Kultur). - Hamburgischer Correspondent 1934, 2 Febr.

19340202 Piebenga. J., - Een eeuwig raadsel? Het 'Oera Linda Bok'. - Alg. Weekbl. voor Christendom en cultuur 1934, 2 Febr.

19340203 Franke. Hermann, - Die 'Ura-Linda-Chronik'. - Deutsches Volksbl., Stuttgart, 1934, 3 Febr. Ook: Westfälischer Volksblatt, Paderborn, 1934, 15 Febr.

19340203 Krause. Wolfgang, (Königsberg). - Ura Linda-Chronik und Germanentum. - Kieler Zeitung 1934, 4 Febr. Ook: Schlesische Zeitung, Breslau, 1934, 5 Febr.; Westfälische Landeszeitung, Dortmund, 1934, 8 Febr.; Hannoverscher Kurier 1934, 11 Febr.; Darmstadter Tagblatt 1934, 17 Febr.; Ostpreussische Zeitung, Königsberg, 1934, 1 Maart; Danziger Neueste Nachrichten 1934, 14 Maart.

19340203 N(iebelschütz). E. v., - Der Bruderzwist um die Ura-Linda-Chronik. - Magdeburgische Zeitung 1934, 3 Febr.

19340203 N(iebelschütz). E. v., - Der Bruderzwist um die Ura-Linda-Chronik. - Magdeburgische Zeitung 1934, 3 Febr.

19340204 Um die Ura-Linda-Chronik. - (Opvattingen van Edw. Schroeder en prof. Bolko von Richthofen). - Deutsche Zukunft, Berlin, 1934, 4 Febr.

19340204 Um die Ura-Linda-Chronik. - (Opvattingen van Edw. Schroeder en prof. Bolko von Richthofen). - Deutsche Zukunft, Berlin, 1934, 4 Febr.

19340205 Krause. Wolfgang, (Königsberg). - Ura Linda-Chronik und Germanentum. - Kieler Zeitung 1934, 4 Febr. Ook: Schlesische Zeitung, Breslau, 1934, 5 Febr.; Westfälische Landeszeitung,

19340208 Dortmund, 1934,8 Febr.; Hannoverscher Kurier 1934, 11 Febr.; Darmstadter Tagblatt 1934, 17 Febr.; Ostpreussische Zeitung, Königsberg, 1934, 1 Maart; Danziger Neueste Nachrichten 1934, 14 Maart.

19340209 Ura-Linda-Chronik eine Falschung. Stellungnahme Prof. Edward Schröders. - Hannoverscher Kurier 1934, 9 Febr.

19340209 Ura-Linda-Chronik eine Falschung. Stellungnahme Prof. Edward Schröders. - Hannoverscher Kurier 1934, 9 Febr.

19340210 Alte Weisheit aus der Ura-Linda-Chronik. - Düsseldorfer Lokal-Zeitung 1934, 10 Febr.

19340210 Alte Weisheit aus der Ura-Linda-Chronik. - Düsseldorfer Lokal-Zeitung 1934, 10 Febr.

19340211 Der Streit um die Ura-Linda-Chronik. Eine ablehnende Stellungnahme Geheimrat Schröders. - Rostocker Anzeiger 1934, 11 Febr.

19340211 Der Streit um die Ura-Linda-Chronik. Eine ablehnende Stellungnahme Geheimrat Schröders. - Rostocker Anzeiger 1934, 11 Febr.

19340211 Geyer. Wilm., - Der Fall Hermann Wirth. Zum Streit um die 'Ura-Linda-Chronik'. - Lübecker General Anzeiger 1934, 11 Febr.

19340211 Vom Franken Hunibald bis zum Schiffszimmermann Over de Linden. Die Ura-Linda-Chronik-eine groteske Falschung. - Braunschweigische Landeszeitung 1934, 14 Febr.

193402111 Geyer. Wilm., - Der Fall Hermann Wirth. Zum Streit um die 'Ura-Linda-Chronik'. - Lübecker General Anzeiger 1934, 11 Febr.

19340214 Vom Franken Hunibald bis zum Schiffszimmermann Over de Linden. Die Ura-Linda-Chronik-eine groteske Falschung. - Braunschweigische Landeszeitung 1934, 14 Febr.

19340215 Der Kampf geht weiter. Hermann Wirth und die Ura-Linda-Chronik. - Hannoverscher Kurier 1934, 15 Febr.

19340215 Der Kampf geht weiter. Hermann Wirth und die Ura-Linda-Chronik. - Hannoverscher Kurier 1934, 15 Febr.

19340215 Franke. Hermann, - Die 'Ura-Linda-Chronik'. - Deutsches Volksbl., Stuttgart, 1934, 3 Febr. Ook: Westfälischer Volksblatt, Paderborn, 1934, 15 Febr.

19340217 Im Brennspiegel. Noch einmal Ura-Linda-Chronik. - Kölnische Volkszeitung 1934, 17 Febr.

19340217 Im Brennspiegel. Noch einmal Ura-Linda-Chronik. - Kölnische Volkszeitung 1934, 17 Febr.

19340217 Wirth. Herman, kampft weiter. - (verklaring van H. Wirth). - Magdeburgische Zeitung 1934, 17 Febr.

19340217 Wirth. Herman, kampft weiter. - (verklaring van H. Wirth). - Magdeburgische Zeitung 1934, 17 Febr.

19340218 Die Ura-Linda-Chronik. -Hamburger Fremdenblatt 1934, 18 Febr.

19340222 Eine Zeitschrift Herman Wirth's (Tezamen met de indoloog prof. Walther Wüst - München zal W. een tijdschrift uitgeven: 'Forschungen für Geistesurgeschichte und Palaeoepigraphie'). - Magdeburgische Zeitung 1934, 22 Febr.

19340222 Eine Zeitschrift Herman Wirth's (Tezamen met de indoloog prof. Walther Wüst - München zal W. een tijdschrift uitgeven: 'Forschungen für Geistesurgeschichte und Palaeoepigraphie'). - Magdeburgische Zeitung 1934, 22 Febr.

19340223 Hesselbach. Die Ura-Linda-Chronik (Een exact bewijs van de onechtheid van de bronnen van het hs. kan niet worden gegeven). - Hannoverscher Anzeiger 1934, 23 Febr.

19340223 Hesselbach. Die Ura-Linda-Chronik (Een exact bewijs van de onechtheid van de bronnen van het hs. kan niet worden gegeven). - Hannoverscher Anzeiger 1934, 23 Febr.

19340300 Dresler, A., - Die Ura-Linda-Chronik. Von - Amtsleiter der Reichspressestelle der N.S.D.A.P. (Wirth mag de kroniek niet met de N.S.D.A.P. verbinden). - Deutschlands Erneuerung, Monatsschrift für das deutsche Volk, München, XVIII, 1934, Heft 3, März. pp. 172-177. Conclusie overgenomen in: Königsberger Allg. Zeitung, 1934, 15 Maart; Berliner Tageblatt 1934, 23 Maart; Deutsche Tageszeitung, Berlin, 1934, 23 Maart; Schlesische Zeitung, Breslau, 1934, 25 Maart; Magdeburgische Zeitung 1934, 25 Maart; Nw. Rotterd. Crt. 1934, 26 Maart; Germania, Berlin, 1934, 27 Maart; Het Vaderland 1934, 27 Maart; Westfälisches Volksblatt, Paderborn, 1934, 28 Maart; Markischer Stadtund Landbote, Bad Freienwalde, Oder, 1934, 1 Apr.; Augsburger Postzeitung 1934, 4 Apr.; Kölnische Volkszeitung 1934, 6 Apr.; Badischer Beobachter, Karlsruhe, 1934, 15 Apr.

19340300 Dresler, A., - Die Ura-Linda-Chronik. Von - Amtsleiter der Reichspressestelle der N.S.D.A.P. (Wirth mag de kroniek niet met de N.S.D.A.P. verbinden). - Deutschlands Erneuerung, Monatsschrift für das deutsche Volk, München, XVIII, 1934, Heft 3, März. pp. 172-177. Conclusie overgenomen in: Königsberger Allg. Zeitung, 1934, 15 Maart; Berliner Tageblatt 1934, 23 Maart; Deutsche Tageszeitung, Berlin, 1934, 23 Maart; Schlesische Zeitung, Breslau, 1934, 25 Maart; Magdeburgische

19340300 NECKEL, Gustav: Die Ura-Linda-Chronik. NS-Monatshefte 5,48, März 34, 273-5

19340300 Schultz. Wolfgang, - Zur Ura Linda-Chronik (Het O.L.B.-geval is een geval Wirth, dat niet gesteund wordt door het nat. soc. Duitsland). - Völkische Kultur. Monatsschrift für die gesamte geistige Bewegung des neuen Deutschlands, Dresden, 1934, Maart, pp. 134-139.

19340300 Schultz. Wolfgang, - Zur Ura Linda-Chronik (Het O.L.B.-geval is een geval Wirth, dat niet gesteund wordt door het nat. soc. Duitsland). - Völkische Kultur. Monatsschrift für die gesamte geistige Bewegung des neuen Deutschlands, Dresden, 1934, Maart, pp. 134-139.

19340301 Noch einmal Ura-Linda-Chronik (De afwijzende mening van dr K. Tackenberg). - Westfalisches Volksblatt, Paderborn, 1934, 21 Febr. Ook: Ostpreussische Zeitung, Königsberg, 1934, 1 Maart.

19340301 Noch einmal Ura-Linda-Chronik (De afwijzende mening van dr K. Tackenberg). - Westfalisches Volksblatt, Paderborn, 1934, 21 Febr. Ook: Ostpreussische Zeitung, Königsberg, 1934, 1 Maart.

19340308 Bernhardo Carl, - Die Ura Linda-Chronik. Die Geschichte des Dokuments. Der Kampf um die Echtheit. - Stuttgarter Neues Tagblatt 1934, 8 Maart.

19340308 Bernhardo Carl, - Die Ura Linda-Chronik. Die Geschichte des Dokuments. Der Kampf um die Echtheit. - Stuttgarter Neues Tagblatt 1934, 8 Maart.

19340308 Ziegler. M., - Nordisches Schrifttum (Bespr. van Germanien, Febr. 1934). - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 8 Maart.

19340318 Aus der Ura-Linda-Chronik; Die arge Zeit. - Die Grüne Post, Berlin, 1934, 18 Maart.

19340325 Jo möchte etwas zur Ura-Linda-Chronik sagen. - Die Grüne Post, Berlin, 1934, 25 Maart.

19340325 Jo möchte etwas zur Ura-Linda-Chronik sagen. - Die Grüne Post, Berlin, 1934, 25 Maart.

19340325 Zeitung 1934, 25 Maart; Nw. Rotterd. Crt. 1934, 26 Maart; Germania, Berlin, 1934, 27 Maart; Het Vaderland 1934, 27 Maart; Westfälisches Volksblatt, Paderborn, 1934, 28 Maart; Markischer Stadtund Landbote, Bad Freienwalde, Oder, 1934, 1 Apr.; Augsburger Postzeitung 1934, 4 Apr.; Kölnische Volkszeitung 1934, 6 Apr.; Badischer Beobachter, Karlsruhe, 1934, 15 Apr. 421 Aus der Ura-Linda-Chronik; Die arge Zeit. - Die Grüne Post, Berlin, 1934, 18 Maart.

19340326 Het Oera Linda Boek. Dr Wirth en N.S.D.A.P. - Nw. Rotterd. Crt. 1934, 26 Maart.

19340326 Het Oera Linda Boek. Dr Wirth en N.S.D.A.P. - Nw. Rotterd. Crt. 1934, 26 Maart.

19340327 Die Ura Linda-Chronik. Ein Vortrag Freiherr von Richthofen's Ober Irrwege in der germanischen Religionsgeschichte. - Königsberger Allg. Zeitung 1934, 27 Maart.

19340327 Die Ura Linda-Chronik. Ein Vortrag Freiherr von Richthofen's Ober Irrwege in der germanischen Religionsgeschichte. - Königsberger Allg. Zeitung 1934, 27 Maart.

19340327 Het Oera-Linda-Boek, Dr Wirth en de N.S.D.A.P. - Het Vaderland 1934, 27 Maart. Ook: Nieuwe Crt. Den Haag, 1934, 27 Maart; IJmuider Crt. 1934, 27 Maart.

19340327 Het Oera-Linda-Boek, Dr Wirth en de N.S.D.A.P. - Het Vaderland 1934, 27 Maart. Ook: Nieuwe Crt. Den Haag, 1934, 27 Maart; IJmuider Crt. 1934, 27 Maart.

19340327 Het Oera-Linda-Boek, Dr Wirth en de N.S.D.A.P. - Het Vaderland 1934, 27 Maart. Ook: Nieuwe Crt. Den Haag, 1934, 27 Maart; IJmuider Crt. 1934, 27 Maart.

19340327 Het Oera-Linda-Boek, Dr Wirth en de N.S.D.A.P. - Het Vaderland 1934, 27 Maart. Ook: Nieuwe Crt. Den Haag, 1934, 27 Maart; IJmuider Crt. 1934, 27 Maart.

19340330 Der Streit um die Ura Linda Chronik, Verfalschung oder Urfalschung (De opvattingen van de professoren Neckel, E. Schröder, Rud. His). - Schwäbischen Merkur, Stuttgart, 1934, 30 Maart.

19340330 Der Streit um die Ura Linda Chronik, Verfalschung oder Urfalschung (De opvattingen van de professoren Neckel, E. Schröder, Rud. His). - Schwäbischen Merkur, Stuttgart, 1934, 30 Maart.

19340330 Liebmann. K., - In Sachen der 'Ura Linda'-Chronik (Pleidooi voor de echtheid). - Die Literarische Welt, Berlin, I, 1934, 30 Maart.

19340330 Liebmann. K., - In Sachen der 'Ura Linda'-Chronik (Pleidooi voor de echtheid). - Die Literarische Welt, Berlin, I, 1934, 30 Maart.

19340400 NECKEL, Gustav: Zur Ura-Linda-Chronik. Island 20,1, Apr-Juni 34, 103-7

19340405 Braak. Menno ter, - Nog eens het O.L.B. Thans weer echt verklaard. (Kurt Liebmann pleit voor de echtheid). - Het Vaderland 1934, 5 Apr.

19340405 Braak. Menno ter, - Nog eens het O.L.B. Thans weer echt verklaard. (Kurt Liebmann pleit voor de echtheid). - Het Vaderland 1934, 5 Apr.

19340405 Urbanek. Hans, - Urgermanentum? Aus der "Preussischen Zeitung" dem Kampfblatt der ostpreussischen National-sozialisten (Tegen Wirth), - Darmstadter Tagblatt 1934, 5 Apr.

19340405 Urbanek. Hans, - Urgermanentum? Aus der "Preussischen Zeitung" dem Kampfblatt der ostpreussischen National-sozialisten (Tegen Wirth), - Darmstadter Tagblatt 1934, 5 Apr.

19340406 Die Ura-Linda-Chronik im Lichte der Rechtsgeschichte (De opvatting van prof. Rud. His - Münster). - Stuttgarter Neues Tagblatt 1934, 6 Apr. Ook: Danziger Neueste Nachrichten 1934, 6 Apr.; Thüringer Allg. Zeitung, Erfurt, 1934, 6 Apr.; Kölnische Volkszeitung 1934, 6 Apr.

19340406 Die Ura-Linda-Chronik im Lichte der Rechtsgeschichte (De opvatting van prof. Rud. His - Münster). - Stuttgarter Neues Tagblatt 1934, 6 Apr. Ook: Danziger Neueste Nachrichten 1934, 6 Apr.; Thüringer Allg. Zeitung, Erfurt, 1934, 6 Apr.; Kölnische Volkszeitung 1934, 6 Apr.

19340407 Quaeritur. - Mijnheer de voorzitter! (Overzicht van de beoordeling van het O.L.B. van de verschijning af). - De Morgen 1934, 7 Apr.

19340407 Quaeritur. - Mijnheer de voorzitter! (Overzicht van de beoordeling van het O.L.B. van de verschijning af).- DeMorgen 1934,7 Apr.

19340410 Aus der Katholischen Welt. Babylonische Sprachverwirrung (Over het nieuwe heidendom). - Badischer Beobachter, Karlsruhe 1934, 10 Apr.

19340410 Aus der Katholischen Welt. Babylonische Sprachverwirrung (Over het nieuwe heidendom). - Badischer Beobachter, Karlsruhe 1934, 10 Apr.

19340410 Buttler. Werner, - Die Archäologie in der Ura-Linda Chronik (Dit onderzoek is niet nat. socialistisch en evenmin wetenschap). - Kölnische Zeitung 1934, 10 Apr. Ook: Danziger Neueste Nachrichten

19340410 Buttler. Werner, - Die Archäologie in der Ura-Linda Chronik (Dit onderzoek is niet nat. socialistisch en evenmin wetenschap). - Kölnische Zeitung 1934, 10 Apr. Ook: Danziger Neueste Nachrichten 1934, 22 Apr.; Augsburger Postzeitung 1934, 26 Apr.

19340413 Haupt [REM] an Rosenberg, 13.4.34: Zur Ura-Linda-Chronik.: Diskussion nicht hinter verschlossenen Türen tagen (wie z.B. G f dt. Philologie). Wirth selbst auftreten lassen. BA NS 8/122 Bl.98

19340414 Die Ura-Linda-Chronik (Het oordeel van Eugen Rindt in 'Natur und Kultur'). - Kölnische Volkszeitung 1934, 14 Apr.

19340414 Die Ura-Linda-Chronik (Het oordeel van Eugen Rindt in 'Natur und Kultur'). - Kölnische Volkszeitung 1934, 14 Apr.

19340415 Rohden. Von, - Die Ura Linda-Chronik. - Davoser Revue 1934, 15 Apr.

19340415 Rohden. Von, - Die Ura Linda-Chronik. - Davoser Revue 1934, 15 Apr.

19340422 Eine tschechische 'Ura Linda-Chronik'. - Schlesische Zeitung, Breslau, 1934, 22 Apr.

19340422 Eine tschechische 'Ura Linda-Chronik'. - Schlesische Zeitung, Breslau, 1934, 22 Apr.

19340500 Hüber, A. - Das wahre Gesicht der Ura-Linda Chronik. In: Der Tag, … Mai 1934.

19340500 Koch, Anton: Um Herman Wirth. Stimmen der Zeit 64,8, Mai 1934, 130-2

19340503 Kaul. Heinrich, - Die Religion unserer Urvater. - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 3 Mei.

19340503 Kaul. Heinrich, - Die Religion unserer Urvater. - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 3 Mei.

19340504 Der Kampf um die Ura-Linda-Chronik (Aankondiging van een 'Aussprache-abend' op 4 Mei 1934 te Berlijn). - Acht Uhr Abendblatt, Berlin, 1934, 28 Apr.; Berlin-Steglitzer Anzeiger 1934, 28 Apr.; Der Berliner Westen 1934, 29 Apr.; Germania, Berlin, 1934, 29 Apr.; Kreuz-Zeitung, Berlin, 1934, 1 Mei; B.Z. am Mittag, Berlin, 1934, 2 Mei; Berliner Börsen-Zeitung 1934, 2 Mei; Der Tag, Berlin, 1934, 2 Mei; Deutsche Allg. Zeitung, Berlin, 1934, 3 Mei; Neue Zeit, Charlottenburg, 1934, 3 Mei; Berliner Lokal-Anzeigër 1934, 3 Mei; Berliner Volkszeitung 1934, 3 Mei.

19340504 Der Kampf um die Ura-Linda-Chronik (Aankondiging van een 'Aussprache-abend' op 4 Mei 1934 te Berlijn). - Acht Uhr Abendblatt, Berlin, 1934, 28 Apr.; Berlin-Steglitzer Anzeiger 1934, 28 Apr.; Der Berliner Westen 1934, 29 Apr.; Germania, Berlin, 1934, 29 Apr.; Kreuz-Zeitung, Berlin, 1934, 1 Mei; B.Z. am Mittag, Berlin, 1934, 2 Mei; Berliner Börsen-Zeitung 1934, 2 Mei; Der Tag, Berlin, 1934, 2 Mei; Deutsche Allg. Zeitung, Berlin, 1934, 3 Mei; Neue Zeit, Charlottenburg, 1934, 3 Mei; Berliner Lokal-Anzeigër 1934, 3 Mei; Berliner Volkszeitung 1934, 3 Mei.

19340504 Wüst, Walther [Auszug aus der Podiumsrede] IfZ München MA 1190 / 3

19340505 Aufruhr um Ura Linda Chronik. Leidenschaftliche Aussprache in der neuen Aula. - Der Angriff, Berlin, 1934, 5 Mei.

19340505 Aufruhr um Ura Linda Chronik. Leidenschaftliche Aussprache in der neuen Aula. - Der Angriff, Berlin, 1934, 5 Mei.

19340505 Der Streit um die Ura Linda Chronik. Aussprache-abend in der Berliner Universität. - Berliner Börsenzeitung 1934, 5 Mei. 447 Neuenstein. M. von, - Disputation über die Ura Linda-Chronik. Aussprache-abend in der Berliner Universität. Hermann Wirth verteidigt seine Stellung. Schlagende Beweise gegen die Echtheit des Werkes. - Schlesische Zeitung, Breslau, 1934, 6 Mei. Ook: Hamburger Nachrichten 1934, 8 Mei.

19340505 Der Streit um die Ura Linda Chronik. Aussprache-abend in der Berliner Universität. - Berliner Börsenzeitung 1934, 5 Mei.

19340505 F. - Der Streit um die Ura Linda Chronik. Wissenschaft oder personliche Deutung? - Berliner Lokal- Anzeiger 1934, 5 Mei.

19340505 F. - Der Streit um die Ura Linda Chronik. Wissenschaft oder personliche Deutung? - Berliner Lokal- Anzeiger 1934, 5 Mei.

19340505 Kampf um die Ura-Linda-Chronik unentschieden. - Der Berliner Posten 1934, 5 Mei.

19340505 Kampf um die Ura-Linda-Chronik unentschieden. - Der Berliner Posten 1934, 5 Mei.

19340505 Littmann, - Gelehrten-krieg um Ura Linda. 4¼ Stunden Redeschlacht in der Universität. - Deutsche Allgemeine Zeitung 1934, 5 Mei.

19340505 Littmann, - Gelehrten-krieg um Ura Linda. 4¼ Stunden Redeschlacht in der Universität. - Deutsche Allgemeine Zeitung 1934, 5 Mei.

19340505 o.D. [nach 4.5.34) WEGNER, Max: „Der Prozess Ura- Linda." BA NS 21/809

19340505 o.V. (-en): „Aufruhr um Ura-Linda-Chronik." Der Angriff, 5.5.34, S. 4

19340505 o.V.: „Der Streit um die Ura-Linda-Chronik.- Ausspracheabend in der Berliner Universität". Berliner Börsenzeitung Nr. 210, 5.5.34 [Dieser Artikel findet sich auch in der ZASammlung im BA NS 21/811 sowie in NS 21 / 563]

19340505 P. dr W., - Wirth 's Abrechnung mit seinen Gegnern. Um die Quellen-echtheit der Ura Linda Chronik. - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 5 Mei.

19340505 P. dr W., - Wirth 's Abrechnung mit seinen Gegnern. Um die Quellen-echtheit der Ura Linda Chronik. - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 5 Mei.

19340505 Streitgespräch um die Ura-Linda-Chronik. Berliner Gelehrte gegen 'Germanenbibel' Prof. Wirth verteidigt sich (Met afbb. van de sprekers). - Der Tag, Berlin, 1934, 5 Mei.

19340505 Streitgespräch um die Ura-Linda-Chronik. Berliner Gelehrte gegen 'Germanenbibel' Prof. Wirth verteidigt sich (Met afbb. van de sprekers). - Der Tag, Berlin, 1934, 5 Mei.

19340505 Um die Ura Linda Chronik. Oeffentliche Debatte in der Universität. – B.Z. am Mittag, Berlin, 1934, 5 Mei.

19340505 Um die Ura Linda Chronik. Oeffentliche Debatte in der Universität. – B.Z. am Mittag, Berlin, 1934, 5 Mei.

19340505 W[aldmann] an Koehler + Amelang: Reichsüberwachungsamt: Hübner wies nach: Fälschung. Rosenberg wird Ablehnung für NS verbindlich machen. Erfahren, daß Wirth und Wüst Zs. in Ihrem Verlag planen. Neue Zss. für Propagandaministerium unerwünscht. NS 8/153 Bl.129

19340505 ZA (unbekannter Herkunft): Podiumsdisk. zwischen Wirth, Neckel, Steche (KfdK), Jakob- Friesen, Wüst, Hübner. Ausspracheltr. Neumann BA NS 21/563

19340506 CESAR, Werner: „Um die Echtheit der Ura-Linda-Chronik. – Ist sie nur eine politische Tendenzschrift?" Berliner Börsenzeitung Nr. 211. 6.5.34 [Dieser Artikel findet sich auch in der ZASammlung im BA NS 21/811 sowie in BA NS 21 / 563]

19340506 César. Werner, - Um die Echtheit der Ura-Linda-Chronik. Ist sie nur eine politische Tendenz-schrift? - Berliner Börsen-Zeitung 1934, 6 Mei.

19340506 César. Werner, - Um die Echtheit der Ura-Linda-Chronik. Ist sie nur eine politische Tendenz-schrift? - Berliner Börsen-Zeitung 1934, 6 Mei.

19340506 Der Kampf um die Echtheit der Ura Linda Chronik. - Bremer Nachrichten 1934, 6 Mei.

19340506 Der Kampf um die Echtheit der Ura Linda Chronik. - Bremer Nachrichten 1934, 6 Mei.

19340506 Eine Gelehrten-disputation über die Ura-Linda-Chronik. - Frankfurter Zeitung, Frankfurt a. M., 1934, 6 Mei.

19340506 Eine Gelehrten-disputation über die Ura-Linda-Chronik. - Frankfurter Zeitung, Frankfurt a. M., 1934, 6 Mei.

19340506 F.C. - Kampf um die Ura-Linda-Chronik? Germanische Urgeschichte oder liberaler Staatsroman? - Kreuz-Zeitung, Berlin, 1934, 6 Mei.

19340506 F.C. - Kampf um die Ura-Linda-Chronik? Germanische Urgeschichte oder liberaler Staatsroman? - Kreuz-Zeitung, Berlin, 1934, 6 Mei.

19340506 LITTMANN: Gelehrtenkrieg um Ura Linda. 4 ¼ Stunden Redeschlacht in der Universität. Dt. Allgmeine Zeitung 73, 6.5.34

19340506 o.V.: „Der Wert der Ura-Linda-Chronik. – Oeffentliche Aussprache in der Berliner Universität". VB Nr. 126/127, 6./7. Mai 34, S. 5. – s.a. BA NS 21/811. Weitere ZA zum Thema BA NS 21/563

19340506 o.V.: „Gelehrtenkrieg um Ura-Linda-Chronik." Dt. Allgmeine Zeitung. 6.5.34, S. 17

19340506 Oera-Linda boek-debat te Berlijn, - De Telegraaf 1934, 6 Mei.

19340506 Oera-Linda boek-debat te Berlijn, - De Telegraaf 1934, 6 Mei.

19340506 S (= Schultz). W., - Der Wert der Ura-Linda-Chronik. Oeffentliche Aussprache in der Berliner Universität. - Völkischer Beobachter, Berlin, 1934, 6 Mei.

19340506 S (= Schultz). W., - Der Wert der Ura-Linda-Chronik. Oeffentliche Aussprache in der Berliner Universität. - Völkischer Beobachter, Berlin, 1934, 6 Mei.

19340506 Streitgespräch über die Ura-Linda-Chronik. - Königsberger Allg. Zeitung 1934, 6 Mei.

19340506 Streitgespräch über die Ura-Linda-Chronik. - Königsberger Allg. Zeitung 1934, 6 Mei.

19340506 Um die Ura-Linda-Chronik. - Dresdner Neueste Nachrichten 1934, 6 Mei.

19340506 Um die Ura-Linda-Chronik. - Dresdner Neueste Nachrichten 1934, 6 Mei.

19340507 Disputation um Ura-Linda. - Stuttgarter Neues Tagblatt 1934, 7 Mei.

19340507 Disputation um Ura-Linda. - Stuttgarter Neues Tagblatt 1934, 7 Mei.

19340507 Kos, Ernst - Ora Linda Bok! (Spotvers op het gedoe om het Oera Linda Boek). Nieuwsblad van Friesland 7.5. 1934.

19340507 Kos, Ernst - Ora Linda Bok! (Spotvers op het gedoe om het Oera Linda Boek). Nieuwsblad van Friesland 7.5. 1934.

19340507 Oera Lindaboek-debat te Berlijn (Wat "De Telegraaf" ervan schrijft). Nieuwsblad van Friesland 7.5. 1934).

19340507 Oera Lindaboek-debat te Berlijn (Wat "De Telegraaf" ervan schrijft). Nieuwsblad van Friesland 7.5. 1934).

19340507 Oppeln-Bronikowski. F. von, - Der Streit um die Ura-Linda-Chronik. - Berliner Tageblatt 1934, 7 Mei.

19340507 Oppeln-Bronikowski. F. von, - Der Streit um die Ura-Linda-Chronik. - Berliner Tageblatt 1934, 7 Mei.

19340507 Ura Linda'. - Bayerischer Kurier, München, 1934, 7 Mei.

19340507 Ura Linda'. - Bayerischer Kurier, München, 1934, 7 Mei.

19340507 Ura-Linda-Chronik. Der Kampf um die Echtheit. - Magdeburgische Zeitung 1934, 7 Mei.

19340507 Ura-Linda-Chronik. Der Kampf um die Echtheit. - Magdeburgische Zeitung 1934, 7 Mei.

19340507 W. - Streitgesprach um die Ura-Linda-Chronik, Hermann Wirth in Verteidigung und Angriff. - Hannoverscher Kurier 1934, 7 Mei.

19340507 W. - Streitgesprach um die Ura-Linda-Chronik, Hermann Wirth in Verteidigung und Angriff. - Hannoverscher Kurier 1934, 7 Mei.

19340507 Wissenschaftliche Aussprache über die Ura-Linda-Chronik. - Braunschweiger Allg. Anzeiger 1934, 7 Mei.

19340507 Wissenschaftliche Aussprache über die Ura-Linda-Chronik. - Braunschweiger Allg. Anzeiger 1934, 7 Mei.

19340508 Die Falschung der Ura-Linda-Chronik. Berliner Gelehrtenstreit um Prof. Hermann Wirth. Vor dem Begin einer neuen Wissenschaft? - National-Zeitung, Essen, 1934, 8 Mei. Ook: Volksparole, Düsseldorf, 1934 8 Mei.

19340508 Die Falschung der Ura-Linda-Chronik. Berliner Gelehrtenstreit um Prof. Hermann Wirth. Vor dem Begin einer neuen Wissenschaft? - National-Zeitung, Essen, 1934, 8 Mei. Ook: Volksparole, Düsseldorf, 1934 8 Mei.

19340508 Elisabeth Waldmann / Schmeller (Reichsstelle zur Förderung des dt Schrifttums) an Rosenberg, 8.5.34: Podiumskommission. Verweis auf Bericht im VB. Hübner, „der vorzüglich sprach" um Gutachten gebeten, für Rosenberg, der bremsend eingreifen soll. Mit Hübner erwogen, an Wirth heranzutreten: Widerruf oder Einschränkungen. Sonst amtliches Zurückziehen des Buches. Steche: Wirth nicht mit NS vereinbar. BA NS 8/153 Bl.127-8

19340508 Neuenstein. M. von, - Disputation über die Ura Linda-Chronik. Aussprache-abend in der Berliner Universität. Hermann Wirth verteidigt seine Stellung. Schlagende Beweise gegen die Echtheit des Werkes. - Schlesische Zeitung,Breslau,1934,6 Mei.Ook:Hamburger Nachrichten 1934,8 Mei.

19340508 Um die Ura-Linda-Chronik. - Germania, Berlin, 1934, 8 Mei.

19340508 Um die Ura-Linda-Chronik. - Germania, Berlin, 1934, 8 Mei.

19340508 Um die Ura-Linda-Chronik. Stürmischer Gelehrten-Disput in Berlin. - Danziger Neueste Nachrichten 1934, 8 Mei.

19340508 Um die Ura-Linda-Chronik. Stürmischer Gelehrten-Disput in Berlin. - Danziger Neueste Nachrichten 1934, 8 Mei.

19340509 B (= Butt1er). W., - Streitgespräch um die Ura-Linda-Chronik. - Rheinisch Westfalische Zeitung, Essen, 1934, 9 Mei.

19340509 B (= Butt1er). W., - Streitgespräch um die Ura-Linda-Chronik. - Rheinisch Westfalische Zeitung, Essen, 1934, 9 Mei.

19340509 De Oera-Lindaboek-kwestie. Daniel Wirth in de leeuwenkuil (Berlin, 4 Mei 1934). - Leeuw. Nieuwsbl. 1934, 9 Mei.

19340509 De Oera-Lindaboek-kwestie. Daniel Wirth in de leeuwenkuil (Berlin, 4 Mei 1934). - Leeuw. Nieuwsbl. 1934, 9 Mei.

19340509 Der Kampf um die Ura-Linda-Chronik. - Thüringer Allg. Zeitung, Erfurt, 1934, 9 Mei.

19340509 Der Kampf um die Ura-Linda-Chronik. - Thüringer Allg. Zeitung, Erfurt, 1934, 9 Mei.

19340509 Het Oera Linda Boek. Echec van Wirth op debatvergadering te Berlijn. – Leeuw. Crt. 1934, 9 Mei.

19340509 Het Oera Linda Boek. Echec van Wirth op debatvergadering te Berlijn. – Leeuw. Crt. 1934, 9 Mei.

19340509 Wirth Herman en het Oera Linda-boek. Groot debat te Berlijn. - De Banier, Rotterdam, 1934, 9 Mei.

19340509 Wirth Herman en het Oera Linda-boek. Groot debat te Berlijn. - De Banier, Rotterdam, 1934, 9 Mei.

19340509 Wirth krabbelt terug. Het O.L.B. is nu niet heelemaal echt meer. - Volksbl. v. Friesl. 1934, 9 Mei.

19340509 Wirth krabbelt terug. Het O.L.B. is nu niet heelemaal echt meer. - Volksbl. v. Friesl. 1934, 9 Mei.

19340510 Die offentliche wissenschaftliche Aussprache über die Ura-Linda-Chronik. - Deutsche Allg. Zeitung, Berlin, 1934, 10 Mei.

19340510 Die offentliche wissenschaftliche Aussprache über die Ura-Linda-Chronik. - Deutsche Allg. Zeitung, Berlin, 1934, 10 Mei.

19340510 Hübner. Arthur, - Das wahre Gesicht der Ura Linda Chronik. - Der Tag, Berlin, 1934, 10 Mei.

19340510 Hübner. Arthur, - Das wahre Gesicht der Ura Linda Chronik. - Der Tag, Berlin, 1934, 10 Mei.

19340511 Neumann. J., - Ura-Linda-Dämmerung. Die grosze offentliche Disputation über den Geschichts- und Quellen-wert der Ura Linda Chronik. - Danziger Allg. Zeitung 1934, 11 Mei.

19340511 Quellen-wert der Ura Linda Chronik. - Danziger Allg. Zeitung 1934, 11 Mei.

19340512 Krause. A., - Der Ura-Linda-Streit. - Kieler Zeitung 1934, 12 Mei.

19340512 Krause. A., - Der Ura-Linda-Streit. - Kieler Zeitung 1934, 12 Mei.

19340512 Richthofen. B. von, - Die Urheimat der Slawen. – Kreuz-Zeitung, Berlin, 1934, 12 Mei.

19340512 Richthofen. B. von, - Die Urheimat der Slawen. – Kreuz-Zeitung, Berlin, 1934, 12 Mei.

19340513 Die Diskussion über die Ura Linda Chronik. - Deutsche Zukunft, Berlin, 1934, 13 Mei.

19340513 Die Diskussion über die Ura Linda Chronik. - Deutsche Zukunft, Berlin, 1934, 13 Mei.

19340513 o.V. (Dr. theol. et jur.): „Hermann (!) Wirths Theologie und Ura-Linda-Chronik. Schönere Zukunft = Das neue Reich 9, 2, 33, 13.5.34, S. 845-7 1934 05 14 o.V. (E. S.): „Die ‚Ura-Linda-Chronik.’ und ihr Ende". Schönere Zukunft = Das neue Reich 10, 1, 3, 14.10.34, 73f.

19340517 JANNACK: Die Ura-Linda-Chronik. – Eine Auseinandersetzung über ihren Geschichts-und Quellenwert. Berliner Lehrerzeitung 15, 20, 17.5.34, 305f

19340519 Het Oera Linda Boek weer valsch! - Het Vaderland 1934, 19 Mei.

19340519 Het Oera Linda Boek weer valsch! - Het Vaderland 1934, 19 Mei.

19340520 BRETSCHNEIDER, Anneliese: „Der Geschichts-und Quellenwert der Ura-Linda-Chronik." Geistige Arbeit H. 10, 20.5.34, 9f.

19340524 Drei Jahr-tausende Germanischer Kultur. - Berliner Bürsen Zeitung 1934, 24 Mei.

19340524 Drei Jahr-tausende Germanischer Kultur. - Berliner Bürsen Zeitung 1934, 24 Mei.

19340527 Die Ura Linda-Chronik. - Neue Zürcher Zeitung, Zürich, 1934, 27 Mei.

19340527 Die Ura Linda-Chronik. - Neue Zürcher Zeitung, Zürich, 1934, 27 Mei.

19340527 Liberalisten gegen 'Liberalismas'. - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 27 Mei.

19340527 Liberalisten gegen 'Liberalismas'. - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 27 Mei.

19340531 Leers. Johann von, - Herman Wirth … und der Seismograph. - Nordische Mensch, Beilage der "Deutschen Zeitung" 1934, 31 Mei.

19340531 Leers. Johann von, - Herman Wirth … und der Seismograph. - Nordische Mensch, Beilage der "Deutschen Zeitung" 1934, 31 Mei.

19340600 Hübner. Arthur, - Herman Wirth und die Ura-Linda-Chronik. - Berlin und Leipzig, Walter de Gruyter & Co. (Juni) 1934, 41 pp. 8°- [N.a.v. de discussie in de aula van de Berlijnse universiteit op 4 Mei 1934].

19340600 Nieuwenkamp, H.W.M.J. Kits, - Thet Oera Linda Bok. 'Mundus vult decipi, ergo decipiatur'. - Eigen Volk VI, Juni 1934, afl. 6, pp. 120-131.

19340600 Nieuwenkamp, H.W.M.J. Kits, - Thet Oera Linda Bok. 'Mundus vult decipi, ergo decipiatur'. - Eigen Volk VI, Juni 1934, afl. 6, pp. 120-131.

19340602 Ein Dichter Niederdeutschlands und ein Forscher (Klaus Groth und Hermann Wirth). - Berliner Börsen-Zeitung 1934, 2 Juni.

19340602 Ein Dichter Niederdeutschlands und ein Forscher (Klaus Groth und Hermann Wirth). - Berliner Börsen-Zeitung 1934, 2 Juni.

19340604 Kügelgen C. von, - Der Kampf um die Ura Linda-Chronik. - Freie Presse, Lodz, 1934, 4 Juni.

19340606 Ritter. C., - Germanisches Volkstum. - Schwäbische Merkur, Stuttgart, 1934, 26 Juni.

19340620 Die Religion der Germanen. Eine Untersuchung ober Art und Wesen unserer Vorfahren. - Deutsche Allg. Zeitung, Berlin, 1934, 20 Juni.

19340620 Die Religion der Germanen. Eine Untersuchung ober Art und Wesen unserer Vorfahren. - Deutsche Allg. Zeitung, Berlin, 1934, 20 Juni.

19340620 Vergessene Urkunden sprechen (Ook over prof. Wirth ), - Braunschweigische Landeszeitung 1934, 20 Juni.

19340620 Vergessene Urkunden sprechen (Ook over prof. Wirth ), - Braunschweigische Landeszeitung 1934, 20 Juni.

19340621 Der 'misztrauische' Professor (Prof. dr Arthur Hübner). - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 21 Juni.

19340621 Der 'misztrauische' Professor (Prof. dr Arthur Hübner). - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 21 Juni.

19340622 Leers. Johann von, - Weltanschauungskampf um Herman Wirth. - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 22 Juni.

19340622 Leers. Johann von, - Weltanschauungskampf um Herman Wirth. - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 22 Juni.

19340622 o.V.: Der mißtrauische Professor Deutsche Zeitung 22.6.34

19340623 Eine Entscheidung im Streit um die Ura-Linda-Chronik (De 'Reichsschriftumsstelle beim Propagandaministerium' verklaart het O.L.B. onecht), -Berliner Börsen-Zeitung 1934, 23 Juni.

19340623 Eine Entscheidung im Streit um die Ura-Linda-Chronik (De 'Reichsschriftumsstelle beim Propagandaministerium' verklaart het O.L.B. onecht), -Berliner Börsen-Zeitung 1934, 23 Juni.

19340623 Feldkeller, Paul, - Weltanschauungskampf um Hermann Wirth (Over de samenkomst op 23 Juni 1934). - Magdeburgische Zeitung 1934, 25 Juni.-Ook: Saarbrücker Zeitung 1934, 27 Juni; Danziger Neueste Nachrichten 1934, 28 Juni.

19340623 K.W. - Der Weltanschauungskampf um Herman Wirth (Over de samenkomst op 23 Juni 1934). - National-Zeitung, Essen, 1934, 27 Juni.

19340623 Weltanschauungskampf um Hermann Wirth (Vergadering op 23 Juni 1934 te Berlijn van geestverwanten van Wirth). - Hannoverscher Courier 1934, 17 Juni. Ook: Kreuz-Zeitung 1934, 19 Juni; Der Tag, Berlin, 1934, 21 Juni; Bayerischer Kurier, München, 1934, 22 Juni; Film-Kurier, Berlin, 1934, 22 Juni; Dresdner Anzeiger 1934, 22 Juni; Deutsche Zeitung 1934, 23 Juni.

19340623 Weltanschauungskampf um Hermann Wirth (Vergadering op 23 Juni 1934 te Berlijn van geestverwanten van Wirth). - Hannoverscher Courier 1934, 17 Juni. Ook: Kreuz-Zeitung 1934, 19 Juni; Der Tag, Berlin, 1934, 21 Juni; Bayerischer Kurier, München, 1934, 22 Juni; Film-Kurier, Berlin, 1934, 22 Juni; Dresdner Anzeiger 1934, 22 Juni; Deutsche Zeitung 1934, 23 Juni.

19340624 Island oder Atlantis. - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 24 Juni.

19340624 Noch einmal Ura-Linda-Chronik (Over de samenkomst op 23 Juni 1934 te Berlijn). - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 24 Juni.

19340624 Noch einmal Ura-Linda-Chronik (Over de samenkomst op 23 Juni 1934 te Berlijn). - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 24 Juni.

19340625 Die Wissenschaftler für Herman Wirth (Verslag van de samenkomst op 23 Juni 1934 te Berlijn). - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 25 Juni.

19340625 Die Wissenschaftler für Herman Wirth (Verslag van de samenkomst op 23 Juni 1934 te Berlijn). - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 25 Juni.

19340625 Ein Schluszwort zur Ura Linda Chronik. - Augsburger Postzeitung 1934, 25 Juni.

19340625 Ein Schluszwort zur Ura Linda Chronik. - Augsburger Postzeitung 1934, 25 Juni.

19340625 Magdeburgische Zeitung 1934, 25 Juni.-Ook: Saarbrücker Zeitung 1934, 27 Juni; Danziger Neueste Nachrichten 1934, 28 Juni.

19340626 Lepsius. B. - Die Falschung des Simonides. - Deutsche Allg. Zeitung 1934, 26 Juni.

19340626 Lepsius. B. - Die Falschung des Simonides. - Deutsche Allg. Zeitung 1934, 26 Juni.

19340626 Ritter. C., - Germanisches Volkstum. - Schwäbische Merkur, Stuttgart, 1934, 26 Juni.

19340627 K.W. - Der Weltanschauungskampf um Herman Wirth (Over de samenkomst op 23 Juni 1934). - National-Zeitung, Essen, 1934, 27 Juni.

19340628 'Menschrune' oder Schiffsrune?' Bedeutsamer Altersfund auf Sylt. - Der Berliner Westen 1934, 28 Juni.

19340628 'Menschrune' oder Schiffsrune?' Bedeutsamer Altersfund auf Sylt. - Der Berliner Westen 1934, 28 Juni.

19340629 Lücke. P., - Nicht Asien, die Arktis? Neue Forschungen über die Herkunft der Eskimos. - Saarbrücker Zeitung 1934, 29 Juni.

19340629 Lücke. P., - Nicht Asien, die Arktis? Neue Forschungen über die Herkunft der Eskimos. - Saarbrücker Zeitung 1934, 29 Juni.

19340700 Nieuwenkamp. H.W.M.J. Kits, - Het wapen Over de Linden en het Oera Linda Boek. - Eigen Volk VI, 1934, Juli, pp. 143-144.

19340700 Nieuwenkamp. H.W.M.J. Kits, - Het wapen Over de Linden en het Oera Linda Boek. - Eigen Volk VI, 1934, Juli, pp. 143-144.

19340700 o.V. [Kremer = „Leiter der Reichsfachabteilung in der Reichsfachgruppe Kulturwissenschaften der Deutschen Studentenschaft"]: „Aufgaben der Kulturwissenschaften. Leitgedanken für die Fachschaftsarbeit." Unterkapitel „Geschichte und Vorgeschichte." Der deutsche Student 2, Juli

19340701 Hofmann. Wolfgang, - Weltanschauungskampf um Herman Wirth. Aussprache über die Ura-Linda-Chronik in Bachsaal, Berlin. - Deutsche Wochenschau, Berlin, 1934, 1 Juli.

19340701 Hofmann. Wolfgang, - Weltanschauungskampf um Herman Wirth. Aussprache über die Ura-Linda- Chronik in Bachsaal, Berlin. - Deutsche Wochenschau, Berlin, 1934, 1 Juli.

19340701 Knudsen. Hans, - Ende des Ura-Linda-Streites (Bespr. van A. Hübner: H. Wirth und die Ura Linda Chronik, Berlin 1934 [nr. 486]) - Rheinisch-Westfalische Zeitung, Essen, 1934, 1 Juli.

19340701 Knudsen. Hans, - Ende des Ura-Linda-Streites (Bespr. van A. Hübner: H. Wirth und die Ura Linda Chronik, Berlin 1934 [nr. *486]) - Rheinisch-Westfalische Zeitung, Essen, 1934, 1 Juli.

19340704 Kügelgen C. von, - Der Kampf um die Ura Linda-Chronik. - Freie Presse, Lodz, 1934, 4 Juni.

19340714 Siebs. Theodor, - Die 'Ura Linda-Chronik'. - Berner Tagblatt 1934, 14 Juli.

19340715 Wikinger (met ill. en aankondiging van het stichten van een 'Frei-lichtmuseum' door Herman Wirth te Mickendorf). - Berliner Volks-Zeitung 1934, 15 Juli.

19340715 Wikinger (met ill. en aankondiging van het stichten van een 'Frei-lichtmuseum' door Herman Wirth te Mickendorf). - Berliner Volks-Zeitung 1934, 15 Juli.

19340724 Braak, M. ter: Het Oera Linda Boek. Arthur Hübner contr Herman Wirth. De nieuwe "Germanenbijbel" tot zijn ware proporties teruggebracht. Het Vaderland 24.7.34

19340724 Braak. M. ter, - Het Oera Linda Boek. Arthur Hübner contra Herman Wirth. - Het Vaderland 1934, 24 Juli.

19340724 Braak. M. ter, - Het Oera Linda Boek. Arthur Hübner contra Herman Wirth. - Het Vaderland 1934, 24 Juli.

19340731 Het Oera Lindaboek in Duitschland. Brochure van prof. Arthur Hübner [nr. 486]. - Nw. Rotterd. Crt. 1934, 31 Juli.

19340731 Het Oera Lindaboek in Duitschland. Brochure van prof. Arthur Hübner [nr. *486]. - Nw. Rotterd. Crt. 1934, 31 Juli.

19340801 De nieuwe Germanenbijbel. Duitsche leeraren lezen hun leerlingen voor uit het Oera-Lindaboek. Prof. Hübner schrijft er een brochure tegen. [nr. 486]. - Volksbl. voor Friesland 1934, 1 Aug.

19340801 De nieuwe Germanenbijbel. Duitsche leeraren lezen hun leerlingen voor uit het Oera-Lindaboek. Prof. Hübner schrijft er een brochure tegen. [nr. *486]. - Volksbl. voor Friesland 1934, 1 Aug.

19340804 Bespr. van de brochure van Arth. Hübner. [nr. *486] . - Hamburger Fremdenblatt 1934, 4 Aug.

19340804 Bespr. van de brochure van Arth. Hübner. [nr. 486] . - Hamburger Fremdenblatt 1934, 4 Aug.

19340808 Finis Urae-Lindae. - Westdeutscher Beobachter, Köln, 1934, 8 Aug.

19340808 Finis Urae-Lindae. - Westdeutscher Beobachter, Köln, 1934, 8 Aug.

19340825 Die Ura-Linda-Chronik. - Rheinisch-Westfalische Zeitung, Essen, 1934, 25 Aug.

19340826 WADLER, Arnold: Die Ura L-Chr. Dichtung und Wahrheit um die alten Germanen. Pariser Tageblatt 257, 26. 8. 34, 3f

19340829 Nicht wir greifen an! Der Kampf um Herman Wille. - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 29 Aug.

19340829 Nicht wir greifen an! Der Kampf um Herman Wille. - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 29 Aug.

19340902 Dünninger. Josef , - Epilog zur Ura-Linda-Chronik. - Berliner Börsen-Zeitung 1934, 2 Sept.

19340902 Dünninger. Josef , - Epilog zur Ura-Linda-Chronik. - Berliner Börsen-Zeitung 1934, 2 Sept.

19340924 Dietz, Carl an Panzer, Friedrich: „… der eine Artikel über die ‚Ura-Linda’-Chronik verfiel dem Zensurverbot, das Herr Rosenberg erlassen hat, wonach von Mitte Juni an nichts über Herrn Wirth geschrieben werden darf …" UB Heidelberg Heid Ms 3824 G 2.97 Nr. 19

19340927 Kaul. Heinrich, - Noch einmal die Ura-Linda-Chronik. - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 27 Sept.

19340927 Kaul. Heinrich, - Noch einmal die Ura-Linda-Chronik. - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 27 Sept.

19341000 Herrmann. Albert. - Unsere Ahnen und Atlantis, Nordische Seeherrschaft von Skandinavien bis nach Nordafrika. Berlin, Klinkhardt & Biermann (Oct. 1934) 168 pp. 8°. Mit 90 Abb. [op pp. 21-103 over het Oera Linda boek].

19341000 Nordafrika. Berlin, Klinkhardt & Biermann (Oct. 1934) 168 pp. 8°. Mit 90 Abb. [op pp. 21-103 over het Oera Linda boek].

19341000 Wiersma. J.P., - Lyda- Finda-Frya-sage, De sage van Jessos. In: Friesche sagen, Zutphen, (Oct) 1934, pp. 12-24, 264-265.

19341012 Hübner, Arthur: o.T. [Kritik an Wirth und die Ura-Linda- Chronik.] BA BDC REM PA Hübner Bl. 8688

19341015 Wirth. H., und die Ura Linda Chronik (Het standpunt van prof. Gustav Neckel). - Augsburger Postzeitung 1934, 15 Jan.

19341018 Leers, Joh. Von, - 'Unsere Ahnen und Atlantis' (Over het boek van prof. A. Herrmann [nr. *518]). - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 18 Oct.

19341018 Leers, Joh. Von, - 'Unsere Ahnen und Atlantis' (Over het boek van prof. A. Herrmann [nr. 518]). - Deutsche Zeitung, Berlin, 1934, 18 Oct.

19341113 Herrmann [nr. *518] . - Berliner Lokal-Anzeiger 1934, 13 Nov.

19341113 S (= Schultz). W., - Wo lag Atlantis? Neue Antworte auf uralte Frage (Over het boek van prof. A. Herrmann [nr. 518] . - Berliner Lokal-Anzeiger 1934, 13 Nov.

19341216 Leers. Joh. von, - Durchschlagende Rechtfertigung der Ura-Linda-Chronik (Bespr. van [nr. *518]) - Deutsche Zeitung 1934, 16 Dec.

19341216 Leers. Joh. von, - Durchschlagende Rechtfertigung der Ura-Linda-Chronik (Bespr. van [nr. 518]) - Deutsche Zeitung 1934, 16 Dec.

19341217 Unsere Ahnen und Atlantis. Vortrag von Prof. A. Herrmann. - Deutsche Allg. Zeitung, Berlin, 1934, 17 Dec.

19341217 Unsere Ahnen und Atlantis. Vortrag von Prof. A. Herrmann. - Deutsche Allg. Zeitung, Berlin, 1934, 17 Dec.

19341220 Die Schrift - eine nordische Erfindung (Over de mening van prof. A. Herrmann). - Kieler Zeitung 1934, 20 Dec.

19341220 Die Schrift - eine nordische Erfindung (Over de mening van prof. A. Herrmann). - Kieler Zeitung 1934, 20 Dec.

19341221 Engelander. B., - Mystificaties: crisissymptoom. 'Protocollen van Zion', het jongste bewijs in Hitler- Duitsland. - Het Volk 1934, 21 Dec.

19341221 Engelander. B., - Mystificaties: crisissymptoom. 'Protocollen van Zion', het jongste bewijs in Hitler-Duitsland. - Het Volk 1934, 21 Dec.

19341222 Frysk studinte-kongres. Lêzingen fen Prof. Wirth. - Leeuw. Crt. 1934, 22 en 24 Dec.

19341222 Frysk studinte-kongres. Lêzingen fen Prof. Wirth. - Leeuw. Crt. 1934, 22 en 24 Dec.

19341223 Federatie van Friesche studenten. Het vierde congres te Leeuwarden. Lezingen van dr Hermann Wirth. - Nw. Rotterd. Crt. 1934, 23 Dec.

19341223 Federatie van Friesche studenten. Het vierde congres te Leeuwarden. Lezingen van dr Hermann Wirth. - Nw. Rotterd. Crt. 1934, 23 Dec.

19341224 Frysk studinte-kongres. Lêzingen fen Prof. Wirth. - Leeuw. Crt. 1934, 22 en 24 Dec.

19341224 Jong. S.D. de, - Prof. Wirth to Ljouwert. – Leeuw. Crt. 1934, 24 Dec.

19341224 Jong. S.D. de, - Prof. Wirth to Ljouwert. – Leeuw. Crt. 1934, 24 Dec.

19341225 Noordenbos. O., - Ariërs en Friezen (Over de lezingen van prof. Wirth ). – Nw. Rotterd. Crt. 1934, 25 Dec.

19341225 Noordenbos. O., - Ariërs en Friezen (Over de lezingen van prof. Wirth ). – Nw. Rotterd. Crt. 1934, 25 Dec.

19341229 Iets over de oorsprong van het Hakenkruis. - De Nederl. Nationaal Socialist 1934, 29 Dec.

19341229 Iets over de oorsprong van het Hakenkruis. - De Nederl. Nationaal Socialist 1934, 29 Dec.

19341230 Een zonderling protest. Ingezonden stuk van prof. Wirth (get. Berlin-Zehlendorf 30.12.1934) met naschrift van de redactie. - Nw. Rotterd. Crt. 1935, 6 Jan.

1934-1935 Alde-fryske religy. Prefester Wirth to Ljouwert. (Lezingen in Friesland; Oera Linda boekcultus) In : Slj. en Rj., jg. 1934, no. 52; jg. 1935, nos. 1 en 2.

1934-1935 WITTKO, Paul: Hermann [!] Wirth und sein Werk. Die Propyläen 32, 1934/5, 290f.

193450118 Molenaar. E., - Daar is het O.L.B. weer! – Volksbl. van Friesl. 1934, 18 Jan.

 

1935 0807 Piebenga. J., - Prof. Wirth yn Fryslân, Leeuw. Nieuwsbl. 1935, 7, 8, 9, 10 en 12 Aug.

1935 0808 Piebenga. J., - Prof. Wirth yn Fryslân, Leeuw. Nieuwsbl. 1935, 7, 8, 9, 10 en 12 Aug.

1935 0809 Piebenga. J., - Prof. Wirth yn Fryslân, Leeuw. Nieuwsbl. 1935, 7, 8, 9, 10 en 12 Aug.

1935 0810 Piebenga. J., - Prof. Wirth yn Fryslân, Leeuw. Nieuwsbl. 1935, 7, 8, 9, 10 en 12 Aug.

1935 0812 Piebenga. J., - Prof. Wirth yn Fryslân, Leeuw. Nieuwsbl. 1935, 7, 8, 9, 10 en 12 Aug.

19350000 Artikel: „Ura-Linda-Chronik" aus >Der große Herder< [Handschriftlicher Auszug von Heberer, Gerhard mit Literaturhinweis auf Edward Schröder und Arthur Hübner ] BA NS 21 / 563 aus: Der große Herder. Freiburg i. Br. Band: 12, 19354.

19350000 HERRMANN, Albert: „Neue Stimmen zur Ura-Linda- Chronik." Nordische Welt 29, 1935, 246-256

19350000 Jong Hzn, M. de, - Moderne Oera-Linda-cultuur in Duitschland. - Mensch en Maatschappij XI, 1935, pp. 30-42.

19350000 Jong Hzn, M. de, - Moderne Oera-Linda-cultuur in Duitschland. - Mensch en Maatschappij XI, 1935, pp. 30-42.

19350000 Krause. Wolfgang, - Die Ura Linda Chronik. - "Altpreuszen", Königsberg I, 1935.

19350000 Krause. Wolfgang, - Die Ura Linda Chronik. - "Altpreuszen", Königsberg I, 1935.

19350000 o.D. [nach 4.5.33) KRAUSE, Wolfgang: Uralinda Chr und Germanentum. Altpreußen 1, 1935 – BA NS 21/809 [Abschrift]

19350000 Schröder. Edward, - Arthur Hübner: Herman Wirth und die Ura Linda Chronik, Berlin 1934 [nr. *486]. - Historische Zeitschrift, Band 151, 1935, 568-570.

19350000 Wieser. Max, - Aufbruch des Nordens Einführung in die Forschungen Prof Herman Wirths Vortrag. - Berlin, Druck von R. Boll G.m.b.H. (1935), 24 , (4), 8°.

19350000 Wieser. Max, - Aufbruch des Nordens Einführung in die Forschungen Prof Herman Wirths Vortrag. - Berlin, Druck von R. Boll G.m.b.H. (1935), 24 , (4), 8°.

19350106 Een zonderling protest. Ingezonden stuk van prof. Wirth (get. Berlin-Zehlendorf 30.12.1934) met naschrift van de redactie. - Nw. Rotterd. Crt. 1935, 6 Jan.

19350109 Jong. S.D. de, - Een zeer zonderling protest (Tegen uitlatingen van prof. Wirth). - Nw. Rotterd. Crt. 1935, 9 Jan.

19350109 Jong. S.D. de, - Een zeer zonderling protest (Tegen uitlatingen van prof. Wirth). - Nw. Rotterd. Crt. 1935, 9 Jan.

19350126 Sipkes, Haaije, - Yn ‘e Fryske Herne. Thet Oera Linda Bok. - Opr. Haarlemsche Crt. 1935, 26 Jan. en 2 Febr.

19350126 Sipkes, Haaije, - Yn ‘e Fryske Herne. Thet Oera Linda Bok. - Opr. Haarlemsche Crt. 1935, 26 Jan. en 2 Febr.

19350202 Sipkes, Haaije, - Yn ‘e Fryske Herne. Thet Oera Linda Bok. - Opr. Haarlemsche Crt. 1935, 26 Jan. en 2 Febr.

19350203 Koch. H., - Atlantis (Over het boek van prof. A. Herrmann, [nr. 518]. - Kolnische Zeitung 1935, 3 Febr.

19350203 Koch. H., - Atlantis (Over het boek van prof. A. Herrmann, [nr. *518]. - Kolnische Zeitung 1935, 3 Febr.

19350216 Aus dem geistigen Leben Münchens (Rede van prof. J. Striedinger over het O.L.B.). - Augsburger Postzeitung 1935, 16 Febr.

19350216 Aus dem geistigen Leben Münchens (Rede van prof. J. Striedinger over het O.L.B.). - Augsburger Postzeitung 1935, 16 Febr.

19350221 Nockher. L., - Die Ura-Linda-Chronik. - Augsburger Postzeitung 1935, 21 Febr.

19350221 Nockher. L., - Die Ura-Linda-Chronik. - Augsburger Postzeitung 1935, 21 Febr.

19350300 Kurlbaum-Siebert. Margarete, - Wirklichkeitsgehalt der Ura Linda-Chronik. - Das Deutsche Wort nr. 10. Die Literarische Welt, Neue Folge, (Maart) 1935.

19350300 Kurlbaum-Siebert. Margarete, - Wirklichkeitsgehalt der Ura Linda-Chronik. - Das Deutsche Wort nr. 10. Die Literarische Welt, Neue Folge, (Maart) 1935.

19350300 Wirth, Albrecht: Zu Gunsten der Ura-Linda-Chronik Der Volkserzieher 39, 3, Mrz 35, 33-44

19350306 Ura-Linda-chronik, Atlantis und Vorgeschichte. - Deutsche Allg. Zeitung, Berlin, 1935, 6 Maart.

19350306 Ura-Linda-chronik, Atlantis und Vorgeschichte. - Deutsche Allg. Zeitung, Berlin, 1935, 6 Maart.

19350331 Bespr. van het boek van prof. A. Herrmann [nr. *518] . - Berliner Tageblatt 1935, 31 Maart.

19350331 Bespr. van het boek van prof. A. Herrmann [nr. 518] . - Berliner Tageblatt 1935, 31 Maart.

19350400 Much. Rudolf, - Bespr. van het boek van Arthur Hübner [nr. *486]. - Deutsche Literaturzeitung 1935 (April), Heft 16.

19350400 Much. Rudolf, - Bespr. van het boek van Arthur Hübner [nr. 486]. - Deutsche Literaturzeitung 1935 (April), Heft 16.

19350403 Nog eens het Oera Linda Boek. 'Herman Wirth und die Ura Linda Chronik' von Arth. Hübner [nr. 480]. - De Telegraaf 1935, 3 Apr.

19350403 Nog eens het Oera Linda Boek. 'Herman Wirth und die Ura Linda Chronik' von Arth. Hübner [nr. *480]. - De Telegraaf 1935, 3 Apr.

19350415 Theunnissen. Gert Heinz, - Selbstbehauphung des Christentums. Rückblick auf die religionswissenschaftliche Tagung in Berlin (met rede van Wirth). - Kölnische Zeitung 1935, 15 Apr.

19350415 Theunnissen. Gert Heinz, - Selbstbehauphung des Christentums. Rückblick auf die religionswissenschaftliche Tagung in Berlin (met rede van Wirth). - Kölnische Zeitung 1935, 15 Apr.

19350505 Neue Kritik an der Ura-Linda-Chronik (van prof. Arth. Hübner en prof. Rud. Much). - Schwäbischer Merkur, Stuttgart,1935,5 Mei.

19350505 Neue Kritik an der Ura-Linda-Chronik (van prof. Arth. Hübner en prof. Rud. Much). - Schwäbischer Merkur, Stuttgart, 1935, 5 Mei.

19350505 Wirth. Herman, 50 Jahre alt. - Magdeburgische Zeitung 1935, 5 Mei.

19350505 Wirth. Herman, 50 Jahre alt. - Magdeburgische Zeitung 1935, 5 Mei.

19350516 Het O.L.B. en de Noordsche Kultuur. Bespr. van het boek van A. Herrmann [nr. 518]. - Nw. Rotterd. Crt. 1935, 16 Mei. Ook: Leeuw. Crt. 1935, 16 Mei.

19350517 H. F.: Wie steht es mit Herman Wirth? Am 5. Mai vollendete Herman Wirth seinen 50. Geburtstag. Allensteiner Volksblatt 114, 17.5.35 [ZA in BA R 58/974 Bl. 154]

19350517 Z (= Ziegler). M., - Der Lebensbaum im germanischen Brauchtum. Eine Ausstellung von Prof. Herman Wirth in Berlin. - Völkische Beobachter, Berlin, 1935, 17 Mei.

19350517 Z (= Ziegler). M., - Der Lebensbaum im germanischen Brauchtum. Eine Ausstellung von Prof. Herman Wirth in Berlin. - Völkische Beobachter, Berlin, 1935, 17 Mei.

19350707 Peinlicher Nachweis (Over het boek van prof. Hübner en de mening van prof. Rud. Much). - Der Reichsbote, Berlin, 1935, 7 Juli.

19350707 Peinlicher Nachweis (Over het boek van prof. Hübner en de mening van prof. Rud. Much). - Der Reichsbote, Berlin, 1935, 7 Juli.

19350807 Piebenga. J., - Prof. Wirth yn Fryslân, Leeuw. Nieuwsbl. 1935, 7, 8, 9, 10 en 12 Aug.

19350807 Wirth. Herm., te Bakkeveen. De pleitbezorger van het Oera Linda Boek' zal spreken over de geestelijke erfenis van het Friesche volk. - De Telegraaf 1935, 7 Aug.

19350807 Wirth. Herm., te Bakkeveen. De pleitbezorger van het Oera Linda Boek' zal spreken over de geestelijke erfenis van het Friesche volk. - De Telegraaf 1935, 7 Aug.

19350812 De Poppesteen van Bergum en zijn omgeving Kindergeloof en volksmythen (Prof. Wirth doet onderzoek). - De Telegraaf 1935, 12 Aug.

19350812 De Poppesteen van Bergum en zijn omgeving Kindergeloof en volksmythen (Prof. Wirth doet onderzoek). - De Telegraaf 1935, 12 Aug.

19350814 De Poppesteen stelt teleur! - De Telegraaf 1935, 14 Aug.

19350814 De Poppesteen stelt teleur! - De Telegraaf 1935, 14 Aug.

19350814 Wirth. Herman, en zijn theorieën. Profeet van het nieuwe Duitschland. - Leeuw. Nieuwsbl. 1935, 14 Aug.

19350814 Wirth. Herman, en zijn theorieën. Profeet van het nieuwe Duitschland. - Leeuw. Nieuwsbl. 1935, 14 Aug.

19350819 Albert Herrmann an Himmler: Anbei „Neue Stimmen zur Ura-Linda-Chr.". Pfingsten in Holland gewesen. „überraschende Beobachtungen", „welche die Quellenechtheit schlagend bestätigen". BA BDC PA. A. Herrmann Bl.29

19350821 Oudheidkunde en religie. Wereldbeschouwing van prof. H. Wirth. - Alg. Handelsblad 1935, 21 Aug.

19350821 Oudheidkunde en religie. Wereldbeschouwing van prof. H. Wirth. - Alg. Handelsblad 1935, 21 Aug.

19351016 Het O.L.B. en de Noordsche Kultuur. Bespr. van het boek van A. Herrmann [nr. *518]. - Nw. Rotterd. Crt. 1935, 16 Mei. Ook: Leeuw. Crt. 1935, 16 Mei.

19351100 (november) Op verzoek en voor rekening van de Provinciale Bibliotheek te Leeuwarden worden fotocopieen van het handschrift gemaakt.

19351204 Duinker - Was ist mit dem Ura Linda Buch? - Der Juden Kenner 1935, 4 en 18 Dec.

19351204 Duinker - Was ist mit dem Ura Linda Buch? - Der Juden Kenner 1935, 4 en 18 Dec.

19351213 Pistor (Verlag des >Judenkenner<) an Wirth: anbei Nr. 42 >Der Judenkenner< mit Aufsatz „Was ist mit dem Ura-Linda-Buch?"

19351218 Duinker - Was ist mit dem Ura Linda Buch? - Der Juden Kenner 1935, 4 en 18 Dec.

19351222 C. Over de Linden (C IV) aan dr G.A. Wumkes brieven van 1935, 22 Dec. (opgave van brieven met betrekking tot het O.L.B.) en van 1938, 30 Oct.

19351222 C. Over de Linden (C IV) aan dr G.A. Wumkes brieven van 1935, 22 Dec. (opgave van brieven met betrekking tot het O.L.B.) en van 1938, 30 Oct.

 

1936 11 26 Mausser an Sievers: Dank für Zusendung des Buches von Köhler. „Eine Zierde für die Universität Kiel ist diese Arbeit gerade nicht." „Wenn so etwas in der Fakultät durchgeht - - - - - der Rest ist Schweigen." BA NS 21/563

19360000 Blécourt, Prof. Mr. A.S. de - Historisch en juridisch bewijs; oratie op 8 februari 1936. Wolters Groningen 1936, 71 pp.

19360000 KÖHLER, Heinz-Dieter: Studien zur Ura-Linda- Chronik. Weimar. 1936

19360000 Köhler. Heinz-Dieter, - Studien zur Ura-Linda-Chronik. - Weimar, Hermann Böhlaus Nachfolger, 1936, (6), 102 pp. 8°

19360000 Köhler. Heinz-Dieter, - Studien zur Ura-Linda-Chronik. - Weimar, Hermann Böhlaus Nachfolger, 1936, (6), 102 pp. 8°

19360000 o.D. [1936?] Ahnenerbe: Arbeitsplan Forschungsaufträge – Bl. 24 Ura-Linda-Chronik: Mitarbeiter: Wirth, Wüst, Dingler, Plassmann, Werner Müller, Herrmann, Albert BA NS 21 / 17

19360000 o.V.: Zur Ora Linda Chronik. Hagal 3, 1936 + 4, 1936, 61-63

19360000 Pronkstikjes út de Rimen en teltsjes fen Broerren Halbertsma. Ljouwert (1936).

19360000 Richthofen, Bolko von: Professor Stojanowsky und die „Ura- Linda-Chronik" Die Sonne 13,4, 1936, 150- 154

19360000 Uchli. Ernst, - Atlantis und das Ratsel der Eiszeitkunst Versuch einer Mysteriën-geschichte der Urzeit Europas. Mit 96 Abbildungen. - Stuttgart, Julius Hoffmann, (1936), 267 pp. 8°.

19360000 Uchli. Ernst, - Atlantis und das Ratsel der Eiszeitkunst Versuch einer Mysteriën-geschichte der Urzeit Europas. Mit 96 Abbildungen. - Stuttgart, Julius Hoffmann, (1936), 267 pp. 8°.

19360000 Wirth. Herman, - Die heilige Urschrift der Menschheit Symbolgeschichtliche Untersuchungen diesseits und jenseits der Nordatlantik. Band I Text, Band II Bilder. - Leipzig, Koehler & Amelang 1936 (8), 783, 196, 429 pp. 8°

19360000 Wirth. Herman, - Die heilige Urschrift der Menschheit Symbolgeschichtliche Untersuchungen diesseits und jenseits der Nordatlantik. Band I Text, Band II Bilder. - Leipzig, Koehler & Amelang 1936 (8), 783, 196, 429 pp. 8°

193601 30 Wirth an Wumkes: Over de Linden habe mitgeteilt, dass er die Ottema-Ausgabe an Wumkes überlassen habe. Eigene Aufnahmen bei Umzügen

19360102 Wirth an C. Over de Linden, 2.1.36: Bitte um Erlaubnis, Ura-Linda-Chr. fotografieren zu dürfen. BA NS 21/560

19360103 Wirth an Scotland: Betr.: Podiumsdiskussion. „… zeigten die Ausführungen von Prof. Jacob eine restlose Unkenntnis der Geschichte der Kultsymbolik." Ähnlich Hübner. „Wie mir bekannt ist, sind im Laufe dieses Sommers von gewisser Seite Versuche gemacht worden, bestimmte Leute, die notorisch zu der Reaktion in der Wissenschaft, und aus Veranlagung Gegner der nationalsozialistischen Bewegung sind, unter dem Motto der Mitarbeit einzuschalten." BA BDC PA Jacob-Friesen Bl.

19360200 Vuuren. L, van, en G.A. Evers. De zgn afgodsbeelden Fosta en Weda uit de. Mariakerk te Utrecht, Atlantis, de voorvaderen der Germanen en het Oera Lindabok. - Eigen Volk 1936, Febr. pp. 27-36.

19360200 Vuuren. L, van, en G.A. Evers. De zgn afgodsbeelden Fosta en Weda uit de. Mariakerk te Utrecht, Atlantis, de voorvaderen der Germanen en het Oera Lindabok. - Eigen Volk 1936, Febr. pp. 27-36.

19360208 Blécourt, Prof. Mr. A.S. de - Historisch en juridisch bewijs; oratie op 8 februari 1936. Wolters Groningen 1936, 71 pp.

19360213 Goepfert, A an Wirth: „… gelungen, nachzuweisen, daß die Fryasburg der Ura- Linda-Chronik die Fraya-Kultstätte Frauenstein gewesen ist und damit gleichzeitig die von Tacitus erwähnte Kultstätte der Nerthus mit dem Fesselwald des Semnonenlandes. – Damit ist andererseits die Echtheit eines Teiles der Ura-Linda-Chronik nachgewiesen." BA NS 21 / 815

19360307 Wumkes an Wirth: C. Over de Linden + Commissaris der konigin geben Zustimmung zur dt Ausgabe der Ura-Linda-Chronik. Bedingungen BA NS 21 / 563

19360320 Herrmann an Himmler: Herrmann freut sich, daß Himmler „in der Beurteilung der Ura-Linda-Chr. ganz auf meiner Seite steh(t)". Wie im Vorwort (von „Unsere Ahnen und Altlantis") „kritische Ausgabe", „die Echtes und Unechtes voneinander scheidet". Aufgabe „durchführbar". Herrmann s Buch habe „Grundlinien" dazu gegeben + Material, das weiter ergänzt werden müßte. „Da hierzu besonders die Mitarbeit eines philologischen Fachmannes notwendig ist, habe ich als solchen den Germanisten Professor Maußer in München gewonnen, der mir von Professor Wüst daselbst empfohlen wurde. (Ich darf Sie wohl bitten, diese letzte Mitteilung als vertraulich behandeln zu wollen.) Lediglich aus taktischen Gründen möchte ich Herman Wirth oder einen seiner nächsten Freunde nicht hinzuziehen, um nicht seinen Gegnern eine neue Waffe in die Hand zu geben." Herrmann hatte RuSHA um Finanzierung gebeten. Himmler hat Herrmann Gespräch angeboten. BA BDC PA. Albert Herrmann

19360401 Sievers an Himmler: „… unseren längeren Bemühungen gelungen…" Erlaubnis zur Herstellung einer Reproduktion der Ura-Linda-Chronik zu erhalten. 464,17RM Vorauszahlung. BA BDC Ahnenerbe- Reichsgeschäftsführung PA Sievers Bl. 135

19360419 Dingler an Sievers: Dingler empfiehlt Maußer neben Alfred Pfaff BA BDC PA. Dingler Bl.139

19360423 Ahnenerbe an Dingler: Ahnenerbe dankt für Hinweis auf Pfaff und Maußer. „Dass Dr. Otto Mausser ein Exemplar (der „Heiligen Urschrift" von Wirth) erhält, ist sicherlich besonders wertvoll, da er sich anscheinend eingehend mit diesen Dingen beschäftigt:" BA BDC PA. Dingler Bl.140

19360427 Sievers an Grau (Chefadjutantur RFSS): Zu >Kölnische Zeitung< Nr.157/8 vom 26.3.36: Angriff auf Ura-Linda-Chr. und Odalsrune = Angriff auf Hoheitszeichen der Partei. Wie zurückweisen? BA NS 21/661

19360505 Maußer an Wüst: Bankkredit Maußers (1000,-RM) seit Feb. gesperrt. Bankschuld: 1.359,95,-. Dazu Arztschulden über 600,-. Von 2 Ärzten „nach Noten ausgebeutet". In keiner Krankenkasse. Gallenerkrankung, keine Krankenkasse will ihn. Staatliche Beihilfe 245,-Ahnenerbe-Stip. 100,-. Einnahme aus Hörgeldern WS 445,52 BA NS 21/37+701

19360525 Maußer an Sievers: Maußer arbeitet mit Albert Hermann zusammen. Verbot Himmlers + Rosenbergs öff. Disk. über Ura-Linda-Chr. Maußers Schwager Studienprof. Wurmsee war Lehrer Himmlers BA NS 21/563+348

19360619 Galke an Mausser: 1.359,95RM überwiesen BA NS 21 / 037

19360620 Sievers an Himmler: Maußers Unterlagen „unter Ausschluß der Öffentlichkeit": Mitarbeiter: 1. Wirth: Symbolgeschichte. 2. Albert Hermann: Geographie. 3. Wüst: Sprachwissenschaft + Orientalistik. 4. Plassmann: (zus. mit Wirth + Herrmann + Wüst) Religionsgeschichte, Sage + Märchen. Maußer lebt von Vorlesungsgebühren + schriftstellerischer Tät. „einer der besten Kenner der nord. Philologie. sowie der germanischen Sprachwissenschaft", wohl der einzige, „der noch altfriesisch kennt." Hat längst Lehrstuhl verdient. Bitte 100RM befürworten BA NS 21/563

19360620 Sievers an Mausser: Ura-Linda-Kopie eingetroffen. 2. Exemplar wird kopiert. Mitteilung über Schwager Wurmsee an Himmler. Maussers Arbeit müsse bis zu Herrmanns Antritt seiner China-Reise Sommer 37 fertig sein. BA NS 21/563

19360701 Sievers an Himmler:

19360701 Sievers an Maußer: anbei 2 Fotokopien der Ura-Linda-Chronik. Bl. 169-188 und

19360705 Uweson. Ulf, - Bespr- van H. Wirth, Die heilige Urschrift, … [nr. 559]. - Völkischer Beobachter 1936, 5 Juli.

19360705 Uweson. Ulf, - Bespr- van H. Wirth, Die heilige Urschrift, … [nr. *559]. - Völkischer Beobachter 1936, 5 Juli.

19360708 Maußer an Basler: „Heute ist mir die Mitteilung geworden, dass sich der RFSS Himmler für meine sprachwissenschaftlichen Werke wie überhaupt für sprachliche Literatur sehr interessiere und so bin ich gebeten worden, meine einschlägigen Schriften Herrn Himmler zuzuleiten." IdS Mannheim, NL Basler III

19360708 Maußer an Sievers o.D. (nach 8.7.36): Sprachwissenschaftliches Interesse des Rektors Dr. Himmler hat sich offenbar auf Sohn vererbt. Beginn Studium der Fotokopien Ura-Linda-Chr. BA BDC PA. O. Maußer

19360710 Sievers an Kulz (>Die Sonne<): Zu >Die Sonne< H. 5, wo Artikel gegen Wirth. Anbei >Schwarze Korps< 30.5.36 BA NS 21/559

19360715 Het Oera Linda Boek, Fotocopie voor de bibliotheek te Leeuwarden. - Alg.Handelsbl. 1936, 18 Juli, Ook: Nw. Rotterd. Crt. 1936, 15 Juli.

19360715 Het Oera Linda Boek, Fotocopie voor de bibliotheek te Leeuwarden. - Alg.Handelsbl. 1936, 18 Juli, Ook: Nw. Rotterd. Crt. 1936, 15 Juli.

19360820 Maußer an Dekan München (= Wüst): Aller Verpflichtung gegenüber Bibliographischem Institut Leipzig. ledig. Jetzt Ura-Linda-Chr. [hsl. Zusatz Wüst:] Maußer hat "ein wirkliches Opfer gebracht (…), indem er seinen für ihn sehr günstigen Vertrag mit dem Bibliographischen Institut preisgegeben hat. (Er sollte ein nhd. Wörterbuch machen). Es ist bezeichnend für Maußers Bescheidenheit, wie diskret er diesen Verzicht formuliert. Ich halte es für sehr geboten, dass er ab 1.10.36 (wohl 38) in Form eines Stipendiums unterstützt wird." BA NS 21/563

19360916 Chemie der Feind der Falschungen. - Frankfurter Oder-Zeitung 1936, 15 Sept. Ook: Hessische Landeszeitung, Darmstadt, 1936, 18 Sept.; Bremer Zeitung 1936 18 Sept.; Hakenkreuzbanner Mannheim 1936, 18 Sept.

19360918 Chemie der Feind der Falschungen. - Frankfurter Oder-Zeitung 1936, 15 Sept. Ook: Hessische Landeszeitung, Darmstadt, 1936, 18 Sept.; Bremer Zeitung 1936 18 Sept.; Hakenkreuzbanner Mannheim 1936, 18 Sept.

19360918 Galke an Kasse: Reichsführer SS bezahlt für Ura-Linda-Untersuchung Maussers für 9 Monate 100.-RM monatlich BA NS 21 / 037

19360919 Sievers an Wüst: Betr.: Ura-Linda-Chronik. „Immer aus der gleichen Ecke die gleichen Gegner." 2 chemische Untersuchungen ergaben kein Kohlenstoff. „Im Laboratorium der Hoechster Farbwerke, ausgeführt von dem berühmten Kriegserfinder Prof. Schmidt, wurde einwandfrei festgestellt, dass es sich um Koghlenstoff, Brandstellen handelt und damit die Vermutungen voll erwiesen. Rom, Jesuit und Freimaurer arbeiten Hand in Hand." BA NS 21 / 661

19361011 Stellungnahme Dingler zu „Textkritische Untersuchung der Ura-Linda-Chr." von Maußer BA BDC PA. Dingler Bl.155-7 + NS 21/815+343 + PA. Maußer

19361021 Galke an Himmler: RSK verbot Verlag, Ura-Linda-Chr. in Katalog zu führen. Bitte, daß sich Galke deswegen in Verbindung setzt. BA NS 21/104

19361021 Heberer, Gerhard an Sievers: Kritik an Heinz Dieter Köhler „Studien zur Ura-Linda-Chr.". Und das als Dr.-Arbeit angenommen BA NS 21/345

19361024 Galke an v.Hase: Bitte um Stenogramm von Podiumsdiskussion BA NS 21/700

19361026 Dominicus. F.C., - James Macpherson 27 Oct. 1736-17 Febr. 1796. De geschiedenis van een geniaal letterkundig bedrog. - Het Vaderland 1936, 26 Oct.

19361026 Dominicus. F.C., - James Macpherson 27 Oct. 1736-17 Febr. 1796. De geschiedenis van een geniaal letterkundig bedrog. - Het Vaderland 1936, 26 Oct.

19361102 Chemie der Feind der Fälschungen. Prof. Wirth und die Ura Linda Chronik. - Hessische Landeszeitung, Darmstadt, 2 Nov. 1936.

19361102 Chemie der Feind der Fälschungen. Prof. Wirth und die Ura Linda Chronik. - Hessische Landeszeitung, Darmstadt, 2 Nov. 1936.

19361107 „Das Ende von Ura-Linda" o.V. zitiert o. Q. chemischen Fachblatt: Papier Ura-Linda-Chr. gewöhnliches Maschinenpapier Mitte 19. Jh. :HJ : das Kampfblatt der Hitler-Jugend 7.11.36, 11

19361110 Sievers an Maußer: Anbei Niederschrift der Aussprache über die Ura-Linda- Chronik in der Aula der Universität Berlin am 4.5.34 nach der stenographischen Aufnahme. BA NS 21 / 563

19361110 Sievers an Uweson: Sämtliche Zeitungen, die Artikel „Chemie, der Feind der Fälschungen," brachten, aufgefordert zu berichtigen. Geschehen. BA NS 21/661

19361110 Sievers an v.Hase: Dank für >Danziger Neueste Nachrichten< Artikel: „Chemie, der Feind der Fälschungen". Dank für Köhler. BA NS 21/661

19361110 Sievers an Wirth: Anbei die ersten beiden Berichte Maußers zur Ura-Linda- Chronik [00] BA NS 21 / 563

19361110 Sievers an Wirth: Köhlers Diss. auf Anregung Karl August Eckhardt Herbst

19361111 >Ahnenerbe< an Eher Verlag: Zu HJ 7.11.36 „Das Ende der Ura-Linda" Wirth selbst S.135: Papier Mitte 19. Jh. Berichtigen! Von wem Artikel. BA NS 21/661

19361112 Wüst an Sievers: Streng vertraulich: infolge Versetzung wird Ordinariat dt. Philologie Erlangen frei. Uns gelungen, Maußer an aussichtsreicher Stelle des Vorschlags zu platzieren. (hsl. Zusatz Sievers) Gaudozentenführer hat Gutachten über Maußer angefertigt, da Maurer in Erlangen fortkäme u. Maußer dorthin kommen sollte. Ministerium ist hinhaltend BA NS 21/701

19361116 Sievers an Dingler: Für Ura-Linda-Chr. bitte Beitrag „Psychologie der Fälschung" beisteuern. BA BDC PA. Dingler Bl.158

19361117 „Am Rande des Tags." Bez.: HJ-Artikel „Das Ende der Ura-Linda" Unechtheit endgültig erwiesen. Germania 17.11.36

19361119 Hugo Dingler an Sievers: bereit, Untersuchung zur Ura-Linda-Chr. zu liefern. Wirths >Aufgang der Menschheit< stieß Dingler erstmals 1927 in einem Buchladen auf. BA NS 21/563

19361120 Galke an Wüst: Sache Mausser RFSS sofort vorgelegt. Mitteilung in den nächsten Tagen. BA NS 21 / 691

19361123 Ahnenerbe an <Germania<: Bitte um Berichtigung. BA NS 21 / 661

19361123 Himmler an Sievers: Dingler hat „in diskreter Form" paläographische Erkundungen eingezogen. Bestätigen Mausser. Zu den „eigenartigen Trennungsstrichen" mitten in der Zeile im Ura-Linda- Manuskript, die Ottema weglasse: Deutet darauf hin, dass nur Kopie einer „Vorlage, die selbst wieder von einem Humanisten des 15. oder 16. Jahrhunderts gefertigt ist." Bitte Köhlers Buch, auf das Wüst auf Grund einer Anzeige im VB hinwies, für Mausser beschaffen. BA NS 21/563

19361129 Ura Linda-chronik. - Ein Rätsel gelöst. - Das Evangelische Deutschland, Berlin, 1936, 29 Nov.

19361129 Ura Linda-chronik. - Ein Rätsel gelöst. - Das Evangelische Deutschland, Berlin, 1936, 29 Nov.

19361130 Himmler an REM: „Wie mir mitgeteilt wurde, bewirbt sich Prof. Mausser, München, um die Einsetzung in das Ordinariat für Deutsche Philologie an der Universität Erlangen, das durch Versetzung frei geworden ist. Ich würde die Berufung Prof. Maussers, dessen Arbeiten ich ausserordentlich schätze, sehr begrüssen, da er hier einen für seine Forschungsarbeit hervorragenden Wirkungskreis hätte." BA NS 21 / 037 + 701 + 817 u.ö.

19361201 De Ura-Linda-Kroniek. - Het Nationale Dagbl. 1936, 1 Dec.

19361201 De Ura-Linda-Kroniek. - Het Nationale Dagbl. 1936, 1 Dec.

19361202 De Oera-Linda-Kroniek. - Nw. Rotterd. Crt. 1936, 2 Dec.

19361202 De Oera-Linda-Kroniek. - Nw. Rotterd. Crt. 1936, 2 Dec.

19361205 Nogmaals het 'Oera Linda' boek. - Het Nationale Dagbl. 1936, 5 Dec.

19361205 Nogmaals het 'Oera Linda' boek. - Het Nationale Dagbl. 1936, 5 Dec.

19361210 AV. Karl Th. Weigel: Gelungen, Jacob-Friesen als Landeskonservator auszuschalten, gemeinsam mit Amt Rosenberg. Weltanschaulich unzuverlässig. Unterlagen beim SD. Langsdorff dagegen: ausgezeichneter Wissenschaftler. Wider besseres Wissen. J-F habe sich Namen Friesen unbefugt zugelegt. J-F lasse in seinem Museum Dinge verschwinden, die nicht in seine Richtung passen. BA BDC PA. Jacob-Friesen Bl.342

19361216 unl. U. (SS-Untersturmführer Abwehr) an Eher Verlag: Zu dem Artikel in >HJ<: „Sämtliche Zeitungen, die gleich Ihnen den obigen Artikel veröffentlichten, haben die von uns verlangte Berichtigung gebracht. Lediglich von Ihnen fehlt das Belegexemplar, um dessen baldige Einsendung wir bitten." BA NS 21 809

19361217 Dingler, Hugo an Untersturmführer [Sievers, Wolfram] 17.12.36: „… da ich derjenige war, der ihn (Wüst, Walther) auf das Wirthsche Werk aufmerksam machte und in vielen langen Unterredungen von der Richtigkeit und Bedeutung der ideengeschichtlichen Resultate Wirths zu überzeugen vermochte." Gewinnt auch Pfaff, Alfred + Merck, Mathilde (Frau des Pharma-Industriellen Merck). Legt auch bei Mausser, Otto den Grund für sein Verständnis der Sache. Zur Teinahme Wirths am 2. Bande der Ura-Linda-Chronik: „Ich habe selbst damals gemeint, dass es eine Festigung der Wirthschen Position bedeuten würde, wenn ein Kreis von anderen Gelehrten sozusagen unabhängig von ihm die Lage stützen würde. Man kann aber auch anders denken und ich muss gestehen, dass nähere Ueberlegung mich zu einer gewissen Aenderung der Einstellung gebracht hat. Nachdem Prof. Wirth den ersten Ansturm der >Kritik< hat aushalten müssen, ist es vielleicht zwar weniger taktisch aber dafür menschlich richtiger, wenn man ihn auch hier dabei sein lässt." BA NS 21 / 699

19361229 Maußer an Sievers: Artikel „Ura-Linda-Chr." im Herder-Lexikon „unerhört" BA NS 21/563

19361231 Dr H. - Nochmals die Ura Linda Handschrift. - Germania, Berlin, 1936, 31 Dec.

19361231 Dr H. - Nochmals die Ura Linda Handschrift. - Germania, Berlin, 1936, 31 Dec.

19361231 ZA Heiermeier, Ann.: „Nochmals die Ura-Linda-Handschrift" Berichtigung. - Mit Verweis auf Arthur Hübner. Germania 31.12.36 – Auch BA NS 21 / 563

 

19370000 Boeles. P.C.J.A., - Bespr. van het boek van H.D. Köhler [nr. 558]. - De Vrije Fries XXXIV, 1937, pp. 125-126.

19370000 Boeles. P.C.J.A., - Bespr. van het boek van H.D. Köhler [nr. *558]. - De Vrije Fries XXXIV, 1937, pp. 125-126.

19370000 Cornelis over de Linden, kleinzoon, draagt familiebescheiden over aan de Provinciale Bibliotheek.

19370000 Kottenhoff. Anna, - Bespr. van het boek van H.D. Köhler [nr. 558]. - Die Bewegung, München, 1937, 4 Mei.

19370113 AV. Sievers: Zitiert Metzner-RSK: „Ich sehe auch im Programm der Schriftenreihe angezeigt, dass die >Ura-Linda-Chr.< erscheinen soll. Das halte ich nicht für zweckmäßig. Jedenfalls könnte das RuSHA sowie das Stabsamt dann nicht weiter mitwirken, wenn die >Ura-Linda-Chr.< wieder aufgerollt werden sollte, die m. E. Wirth doch überschätzt." Sievers: „Die gründliche, wissenschaftliche Untersuchung durch Prof. Maußer ist noch nicht abgeschlossen." etwa Ostern BA NS 21/40

19370120 Sievers an Galke: Bitte, Himmler Schreiben von Dingler überreichen, „dem bekannten Verfasser des bedeutenden Werks ‚Der Zusammenbruch der Wissenschaft und der Primat der Philosophie.’". „Aus dem Schreiben geht hervor, wie sehr er bisher schon für Professor Dr. Herman Wirth wirkte." BA NS 21 / 815 + BDC PA Dingler Bl.159-160

19370128 Ahnenerbe an Eher Verlag: Wir haben bis zum 10. Feb dem Vorsitzenden unseres Kuratoriums, RFSS Heinrich Himmler, Bericht über die Falschmeldung in Sachen ‚Ura-Linda-Chronik’ zu erstatten." Bitte um schnelle Erledigung. BA NS 21 / 661

19370128 Maussser an Sievers: Ura-Linda-Handschrift „unmöglich ein Autogramm." „Mit dieser Feststellung fällt aber allein das ganze Gebäude der Gegner zusammen." „Mein Bestreben ist es, ganz solide Arbeit zu leisten und eine Stellung zu schaffen, an der es möglichst nichts zu mäkeln gibt." BA NS 21/563

19370208 Eckhardt an RF (= Himmler): Anbei Studie + Richthofen an Köhler. K = Mitarbeiter (Unterscharführer im SD-HA). Warnt „vor jedem Eintreten für das hoffnungslose Machwerk >Ura-Linda-Chr.<". Diskutiert Wirths Leistung. BA NS 19/2241

19370209 Piebenga. J., - Yet altiid Atlantis. - Leeuw. Crt. 1937, 9 Febr.

19370209 Piebenga. J., - Yet altiid Atlantis. - Leeuw. Crt. 1937, 9 Febr.

19370225 Himmler an Eckhardt: Begriff „Seelenwanderung" meiden, sondern „Wiedergeburt in der Sippe, im eigenen Blut". In Sachen Ura-Linda-Chr. anderer Meinung. „Die gesamte dt. Wissenschaft könnte ja doch eigentlich froh und dankbar sein, wenn ich wissenschaftlicher vorgehe, als die Wissenschaft selbst. Ich bin nämlich nicht so kühn, von vornherein zu unterstellen, die Ura-Linda- Chronik wäre echt wie die Wissenschaft kühn von vornherein unterstellt, die Ura-Linda-Chronik sei eine Fälschung." Richthofen u.a. nicht in der Lage, Echtheit Ura-Linda-Chr. zu überprüfen. „Das kann nur der Sprachwissenschaftler, der eine, wie es bei allen derartigen Werken üblich war, notwendige Textkritik in einer wirklich genauen, von keiner Demagogie gestörten wohl vielleicht zwei Jahre langen Arbeit vornehmen kann." BA NS 19/2241

19370303 Sievers an Galke: Verwunderlich, dass REM so tut, als sei der Lehrstuhl in Erlangen nicht neu zu besetzen. Gau-Dozentenführer hat vom Dekan der Uni München Gutachten über Mausser angefordert. Wüst: Solche Anfragen bedeuten im Allgemeinen stets, dass eine Versetzung bevorsteht. BA NS 21 / 701

19370308 Mausser an Sievers: Anbei [00] Bericht. 2. Teil folgt. „Ich sehe – den weiteren Ausführungen wiederum vorausgegriffen – in diesen Zeichen [= Trennungszeichen] einen weiteren schlüssigen Beweis dafür, dass die Handschrift der Ura-Linda-Chronik kein modernes Autogramm, sondern treue Kopie einer alten Vorlage ist, die vielleicht selbst wieder eine Vorlage oder sogar deren mehr voraussetzt." BA NS 21/563

19370312 Eckhardt an Richthofen: Köhler zeigte Eckhardt: Richthofen an Köhler. Himmler läßt Richthofen sagen: Nur Sprachwissenschaftler: Maußer. Vor Erscheinen der Untersuchung Maußers von jeder Diskussion absehen! Burgfrieden auf 2 Jahre BA NS 19/2241

19370314 Germanische Frömmigkeit in der Christlichen Liturgie. – Germania, Berlin, 1937, 14 Maart.

19370314 Germanische Frömmigkeit in der Christlichen Liturgie. – Germania, Berlin, 1937, 14 Maart.

19370314 Hübner. Arthur, †. - Deutsche Allg. Zeitung 1937, 14 Maart.

19370314 Hübner. Arthur, †. - Deutsche Allg. Zeitung 1937, 14 Maart.

19370316 Deutsch verstehen - deutsch sein. Zum Tode Prof. Hübners. - De Angriff, Berlin, 1937, 16 Maart.

19370316 Deutsch verstehen - deutsch sein. Zum Tode Prof. Hübners. - De Angriff, Berlin, 1937, 16 Maart.

19370321 Hübner. Arthur, †. - Deutsche Zukunft 1937, 21 Maart.

19370321 Hübner. Arthur, †. - Deutsche Zukunft 1937, 21 Maart.

19370324 Berliner Börsenzeitung 1937, 24 Maart. Ook: Münchener Neueste Nachrichten 1937, 27 Maart; Kölnische Zeitung 1937, 25 Maart; Geraer Zeitung 1937, 25 Maart.

19370324 'Das Ahnenerbe' (prof. H. Wirth, S.S. Obersturmführer, als 'Ehren-prasident' door Himmler aangewezen). - Berliner Börsenzeitung 1937, 24 Maart. Ook: Münchener Neueste Nachrichten 1937,

19370330 Richthofen, Bolko von an Eckhardt: Hatte sowieso nicht Absicht, wieder in den Streit um Wirth und die Ura-Linda-Chronik einzugreifen. BA NS 19 / 2241

19370401 Hübner. Arthur, †. - Deutsche Rundschau 1937, 1 Apr.

19370401 Hübner. Arthur, †. - Deutsche Rundschau 1937, 1 Apr.

19370403 Sievers an Pohl: [wie 3.4.37]: „… weittragenden Erfolg zum Troste der Heiden und zur Erleichterung der Kinder Israels" mit Untersuchung Maußers BA NS 21/104

19370403 Sievers an v.Hase: „mit einem weittragenden Erfolg zum Troste der Heiden und zur Erleichterung der Kinder Israels zu rechnen" mit Untersuchung Maußers „Sehr schade ist ja, dass Prof. Arthur Hübner es vorgezogen hat, sich durch den rechtzeitigen Tod der Verantwortung wegen seiner leichtsinnigen Oberflächlichkeit zu entziehen." BA NS 21/808

19370404 Ms. Dingler: „Fragen bzgl. der Ura-Linda-Chr." u.a. 1. Chemisch feststellen lassen, ob Papier geräuchert (Wirth) oder gefärbt (Hübner). 2. „Wenn nach Hübner die Chr. als politische Tendenzschrift gedacht war, dann hätte der angenommene Verf. Cornelis den Wunsch haben müssen, sie möglichst publik zu machen." 3. Korrespondenz Ottema mit Cornelius noch vorhanden? 4. Korrespondenz Cornelius + Ottema mit Eiko Verwijs noch vorhanden? 5. Cornelius Over de Linden besaß Chr. Worp. (2 Seiten). 7. Gibt es altfriesische Bibelübersetzung? Von Chr. benutzt? 9. Datierung der Sintflut: holländischer Kalender von 1850 nach Hübner auf 2193. Ura-Linda-Chr.: Zeitpunkt des Untergangs von Atlantis. Keppler: 1696 nach Erschaffung der Welt. Jüdische Chronologie: Erschaffung 5777. Wann 2193 zuerst? BA BDC PA. Dingler Bl.161-162 + BA NS 21/343

19370411 Micko. Heinrich, - Arthur Hübner, seinem Andenken. - Deutsche Zurkunft 1937, 11 Apr.

19370411 Micko. Heinrich, - Arthur Hübner, seinem Andenken. - Deutsche Zurkunft 1937, 11 Apr.

19370420 Zum Gedachtnis Arthur Hübners. - Forschungen und Fortschritte, Berlin, 1937, 20 Apr.

19370420 Zum Gedachtnis Arthur Hübners. - Forschungen und Fortschritte, Berlin, 1937, 20 Apr.

19370423 Heberer an Sievers: zitiert aus Nekrolog Edward Schröders auf Arthur Hübner BA NS 21 / 563 aus >Forschungen und Fortschritte< 13,12, 20. IV.37, 155f

19370427 Telegramm Wüst (Gestapo) an Galke: Betr.: Präsident der >Deutschen Akademie<. „Gegen mich wurde Eintreten fuer Ura Linda Chronik geltend gemacht." BA NS 21 / 691

19370503 Sievers an Himmler: SS-Hauptsturmführer Wüst teilt mit, dass ihm von der Deutsche Akademie die Präsidentschaft der wissenschaftlichen Abteilung angetragen sei. BA NS 21 / 691

19370504 Anna Kottenhoff: „Ein Buch – Heinz-Dieter Köhler: Studien zur Ura-Linda-Chr." Die Bewegung Nr.18 (s.a. ZA, BA NS 21/563)

19370504 Kottenhoff. Anna, - Bespr. van het boek van H.D. Köhler [nr. *558]. - Die Bewegung, München, 1937, 4 Mei.

19370505 Koehler & Amelang Verlag an Sievers: Anbei Besprechung Köhler [nicht identisch] in >Die Bewegung.< „Bei der Bedeutung dieser Zs für die Studentenschaft dürfte es sich empfehlen, der Angelegenheit nachzugehen…" BA NS 21 / 104

19370512 Galke an RFSS: Arbeiten an der Ura-Linda-Chronik „wesentlich umfangreicher" als ursprünglich angenommen. Befürwortet Antrag Wüst auf Verlängerung der Förderung (100RM)

19370512 Sievers an Koehler + Amelang: Dank für Übermittlung Besprechung Köhler „schwaches Machwerk" (so Wüst + Maußer) BA NS 21 / 563 + 596+104

19370524 Wüst an Himmler: Harmjanz auf Tagung der Abt. Judenfrage des >Reichsinstituts f. Geschichte d. neueren Dtds<. Besucht Maußer, seinen alten Lehrer. Harmjanz abfällig über Ahnenerbe + Wirth. H. will gegen Ahnenerbe vorgehen. Bis 33 SS-Anhänger. Behutsam erledigen, weil Harmjanz Maußer planmäßige Prof. verschaffen will. „Heute kümmere sich ja bereits die letzte Feuerwehr um Dinge, die eigtl. nur das Reichswissenschaftsministerium angingen." BA NS 21/691 + NS 21/795-111

19370602 Galke an Kasse: Himmler entschied: Für Mausser 100RM für weitere 9 Monate. BA NS 21 / 701 + 814

19370604 SIEVERS an KOEHLER + AMELANG Verlag: Der Verlag KOEHLER und AMELANG wollte die Verteidigungsschrift von Baeumler et alii (1932) 1937 wieder auflegen. Das >AHNENERBE< erhebt Einspruch, weil es befürchtet, daß Herausgeber und einige Beiträger das zum Anlaß nähmen, sich von diesem Sammelband öffentlich zu distanzieren. BAK NS 21/736

19370611 Mausser an Himmler: Dank für Genehmigung der Fortdauer der Forschungsbeihilfe für weitere 9 Monate. Himmler habe ihn „abermals in großzügiger Weise gefördert und mich von drückender Sorge befreit, freigemacht für wissenschaftliche Arbeit, für notwendige Konzentration im Dienste des >Ahnenerbes<, vor allem in der Frage der Klärung des Ura-Linda-Problems." BA NS 21 / 037 + 701

19370619 Galke an Maußer: bestätigt Empfang Schreiben mit Schuldbekenntnis. Heute 1.359,95 überwiesen. BA NS 21/ 037

19370625 Wolff an Galke: Betr. Harmjanz. Mausser solle ihm „bei passender Gelegenheit" über tatsächliche Verhältnisse im Ahnenerbe aufklären. BA nS 21 / 691

19370626 Mausser an Galke: Dank für 1359.95. Bericht über die Ura-Linda-Chronik (20 Seiten) fertig BA NS 21 / 037

19370710 Mausser an Sievers: Anbei Ura-Linda-Bericht [00]. v.a. über „die rätselhaften Gedankenstriche, Ueber- und Unterpunktierungen." Bisher fast völlig übersehen. BA NS 21 / 348

19370715 Stellenbesetzungsplan Ahnenerbe: Forschungsauftr. Ura-Linda-Chr. Leitung Maußer. Mitarbeiter: Wirth, Wüst, Dingler, Plassmann, Werner Müller, Herrmann BA BDC Sonderakte O. 8262 Bl.20 (=88) ,

19370717 Sievers an Maußer: Empfangsbestätigung Ura-Linda-Chr S. 28-51 BA NS 21 / 596 20

19370827 Sievers an Wüst: Betr.: Berufung Dingler nach Jena. Reischle mitteilen, „dass er sich als Mitarbeiter für >Odal< wohl eignen würde." BA NS 21/ 597

19370831 Telefonat Wirth: Duinker hat Übersetzung der Ura-Linda-Chronik gefertigt. „Unbrauchbar." Bitte um Einwirkung auf Gerstenhauer, Schrift zurückzuziehen. BA NS 21 / 563

19370901 Mausser an Sievers: Schreibeigentümlichkeiten „dienen zur Gliederung der Komposita in ihre Bestandteile …" „Aufgabe, den Text durchzutaktieren …" Alsbald Kollation (Handschrift mit Ottemas Ausgabe), dann „grammatische Einzeluntersuchung." Dann Herstellung des neuen Textes. BA NS 21/563

19370903 Wirth (Ahnenerbe „Ehrenpräsident") an Sievers: Von Ministerialdirektor Geheimer Rat Gerstenhauer am 28.8. erfahren von Neuausgabe-Plan der Ura-Linda-Chronik durch Duinker. Gerstenhauer selbst: Duinker fehlen die fachwissenschaftlichen Voraussetzungen. „… wertloser, übler Dilettantismus" BA NS 21 / 563

19370918 Sievers an Maußer: Dank für Zwischenbericht. „wirklich sehr erfreuliche Aussichten." BA NS 21 / 597

19370923 Wüst an Gerstenhauer: Wirth machte Ahnenerbe Mitteilung, daß Gerstenhauer von Duinkers Plan der Neuherausgabe Ura-Linda-Chr. erzählte. Verhindern! BA NS 21/563

19370927 Gerstenhauer an Wüst: Stimmt zu: Duinker darf nicht veröffentlicht werden. Bearbeitet Duinker deswegen schon monatelang. Ohne Erfolg. Wenn auch weiterhin kein Erfolg, „müßten Sie allerdings die RSK in Bewegung setzen." BA NS 21 / 563

19371004 Sievers an Friesen-Bibliothek Bremen: Chr ‘Worp von Thabor’ in Bibliothek? Original im Staatsarchiv Aurich? BA NS 21 / 597

19371004 Sievers an Wüst: „Die Wandlung Jacob-Friesens, der bei uns in schlechtem Andenken steht wegen seiner gehässigen Kampfesweise gegen Herman Wirth und die gesamte Sinnbildarbeit überhaupt., ist immerhin sehr neckisch." Von ihm die altsächs. Buckelurne, die Ahnenerbe Himmler zum Geburtstag schenkte. BA NS 21/597

19371004 Werner Müller an Maußer: Zu Lebenslauf Ottemas + Over de Lindens wird Mausser in Kürze Abhandlung zugehen. Müller hat Ura-Linda-Chr.- Auseinandersetzungen zwischen 1870 – 1876 1934 antiquarisch erworben. Chronik WORP von Thabors befindet sich in der „Friesenbibliothek" von Roselius. Wohl dasselbe Exemplar, das Over de Linden besaß. NL Ottema dürfte im Archiv der >Friesch Genootschap< (Leeuwarden) zu finden sein. BA NS 21/563

19371013 Bremer Werkschau an Reichsgeschäftsführung Ahnenerbe: Chronik WORP von Thabor hier vorhanden Bd. 1: 1847, 2: 1850, 3: 1871, 4: Ms.1399 BA NS 21/814

19371015 Polte: Niederschrift über die Besprechung mit SSUnterscharführer Rampf vom Ahnenerbe am 14.10. im SDHA: Betr.: Welteislehre. „Hermann [!] Wirth lehne die Welteislehre ab, Gründe sind unbekannt. Vielleicht hat er Angst, noch einmal ein wissenschaftliches Fiasko zu erleiden." BA ZM 1582 A 4 Bl 213 23

19371020 Sievers an Wirth: Textkritische Untersuchung der Ura-Linda-Chronik geht wieter. Ende aber nicht absehbar. BA NS 21 / 598

19371023 Wolff an Maußer: Anordnung RFSS: 1. Schreiben wiss. Charakter an Wüst, alles andere an Sievers. 2. Schriften grundsätzl. Art von Wüst zu genehmigen. Meinungsverschiedenheiten nicht in Öffentlichkeit. „Grundsätzlich muss sich dabei jeder Mitarbeiter darüber klar sein, dass ausschliesslich die Auffassung des Reichsführers SS, nach der der Präsident seine Entscheidung trifft, für alle Fragen genannter Art massgebend ist." BA NS 21/37

19371027 Müller-Eberhart, Waldemar an Koehler & Ameling Verlag: Bei der Arbeit an der Fortsetzung von >Hereman< kam M-E die Ura- Linde-Chronik in die Hand. Anbei einiges zur Echtheitsfrage BA NS 21 / 563

19371027 Müller-Eberhart, Waldemar: „Ernste Betrachtung für völkische Zukunft. Ura-Linda-Chronik" „Eine Niederschrift, nur um zu fälschen, aus antisemitischen und pangermanischen Neigungen, wie es nachgesagt wird, erscheint angesichts der widersprechenden Tatsächlichkeiten hinsichtlich solcher an den Haaren herbeigezogenen Möglichkeit völlig fehlgehend." „Die archäologische Ausbeute der Abgrabungen der sog. Terpen (Wohnhügel an der Nordsee) und deren Beschreibung zu wissenschaftlichen Zwecken war damals noch nicht bekannt." BA NS 21 / 563 + 598

19371105 Sievers an Verlag Koehler & Amelang: „… die von Herrn Müller-Eberhart geforderte Prüfung der Chronik bereits seit 1 ½ Jahren unter Mitwirkung und im Einvernehmen mit Prof. Wirth erfolgt, und zwar mit den erfreulichsten Ergebnissen …" Guter Wille M-E’s anzuerkennen. Aber keine Mitwirkung. BA NS 21 / 563

19371109 Sievers an Gerstenhauer: Befürwortet Austausch von Materialien zu Ura-Linda- Chronik. „Die Behauptung Duinkers, dass Ottema vielfach falsch übersetzt habe, stimmt." BA NS 21 / 563 + 598

19371110 Maußer an Präsident [Wüst]: WORP nur zum Vergleich der Schreibeigenarten (Durchtaktierungen). Fotokopieren? Wenn über Bibliotheksweg ausgeliehen, „Gefahr, dass man in München auf die Arbeit an der Ura-Linda-Chr. aufmerksam wird." BA BDC PA. Maußer

19371112 Gerstenhauer an Reichsgeschäftsführer Nienert [= Sievers]: Bietet Beteiligung an der Neuausgabe der Uralinda-Chronik an. Zu Duinker: „Meine Bemühungen, ihn von der Veröffentlichung seines Ms abzubringen, haben leider keinen Erfolg gehabt." BA NS 21 / 563

19371112 H. C. jr. - Wirth en het O.L.B. - De Maasbode 1937, 12 Nov.

19371112 H. C. jr. - Wirth en het O.L.B. - De Maasbode 1937, 12 Nov.

19371116 AV. Plassmann: Mit Huth + Werner Müller einer Meinung: Duinker „Unsinn von seltener Reinheit". Schlägt Antrag Chef d. Polizei bei RSK vor: Nur Verwirrung und Unruhe. BA NS 21/563

19371126 Wüst an RFSS – Persönlicher Stab – Abteilung wirtschaftliche Hilfe: Betr.: Wirth, Herman „Ein Leuchter brennt". Kritik. 6. „Damit sich nicht die hinreichend bekannten Vorfälle der Ura- Linda-Chronik-Ausgabe wiederholen, muss ich die Schrift ablehnen." Stattdessen Huth, Otto „Der Julleuchter" (Von Wüst veranlasste Schrift) an Männer der Schutzstaffel verteilen. BA NS 21 / 598

19371204 Maußer an Harmjanz: Harmjanz = „alter Schüler" Maußers. Arbeit an Ura-Linda- Chr. ergab sich durch Schwager Wurmsee, „der der Lehrer des RF auf dem Landshuter Gymnasium war". Zu Wirth keine besondere Beziehung. RFSS hat alle Veröffentlichungen über Ura-Linda-Chr. untersagt. „Die Bearbeitung dient der rein privaten Unterrichtung des Herrn RF." Von „Zweck, auf dem Weg der germanistischen Untersuchung die Echtheit der Chr. festzustellen", keine Rede. BA NS 21/563

19371207 Harmjanz an Mausser: „Ich bin nun auf Grund Ihrer Mitteilung einigermaßen in Verlegenheit. Ihre Berufung zum 1. April 1938 nach Königsberg hatte ich in allen Phasen so vorbereitet, dass alles nach menschlichem Ermessen hätte in Ordnung gehen können. Nun haben aber die Königsberger diese Ura-Linda- Angelegenheit von irgendwoher gehört und wollen von mir genau wissen, wie es damit steht. Deren Meinung ist folgende, dass sie niemanden auf einen Lehrstuhl in Königsberg berufen können, der sich mit diesen Dingen auch nur annähernd befasst." Auch Harmjanz überrascht. Was tun? BA NS 21/563

19371210 Maußer an Harmjanz: Brief Maußer an Harmjanz 7.12.37 vertraulich an Dekan! Anbei Erlaß Rosenberg (00). M. werde sich „mit allen mir zu Verfügung stehenden Mitteln gegen eine Diffamierung meiner Person wenden (…), zumal es ja auch nicht unbekannt ist, dass dt. Gelehrte in Acht und Bann getan werden, weil sie BA NS 21/563

19371213 Sievers an Galke: Anbei Mausser an Harmjanz + Harmjanz an Mausser. Mausser bittet um Schutz. Inwiefern könnte hier RFSS eingreifen? BA NS 21 / 817

19371216 Galke an RFSS: Maußer dürfe „der Lehrstuhl an der Universität Königsberg deshalb nicht vorenthalten werden, weil er sich mit der Ura- Linda-Chronik beschäftigt, was weder Herrn von Richthofen, der Dekan an der Universität Königsberg ist, noch Herrn Dr. Harmjanz anscheinend paßt. – Allerdings sind nach Auskunft von Prof. Wüst die Untersuchungen des Prof. Mausser geeignet, einen großen Teil der sogenannten exakten Wissenschaftler, die sich damals in den Streit um die Ura-Linda-Chronik eingemischt haben, restlos zu blamieren." (hsl. Zusatz am Rand:) „nicht ab, da bereits berufen" BA NS 21/104+563

19371216 Sievers an Mausser: M. habe „in wirklich uneigennütziger, aufopfernder Weise Forschungen für das >Ahnenerbe< übernommen …, die von hohem Wert für uns sind. Umso mehr bedaure ich, dass Ihnen durch diesen Einsatz Misshelligkeiten entstanden sind … Sie dürfen getrost sein und wissen, dass wir getreu an Ihrer Seite stehen und alles tun werden, um Ihre Berufung zum guten Abschluß zu bringen." BA NS 21 / 598

19371217 Sievers an v. Hase: v. Hase hat wegen Wirth und Ura-Linda-Chr. Verfahren mit seinem Verlagskonzern am Hals. Stellungnnahme Sievers (nur persönlich) für Landgericht BA NS 21/809 (mit Zusatz auf Durchschlag für Wüst u. Galke)

 

19380000 Een befaamd handschrift wordt eigendom van de prov. Friesland. - Nieuwsbl. v. h. Noorden 1938, 26

19380000 Het Oera Linda Bok. - Der Vaderen Erfdeel III, 1938, p. 71.

19380000 Het Oera Linda Bok. - Der Vaderen Erfdeel III, 1938, p. 71.

19380000 Origineel handschrift ‘Thet Oera Linda Bok’ tellende 190 pp. gr. 4°. De pp. 100-69 tot en met 100-88, 100-93 tot en met 100-94 ontbreken. Het laatste aanwezige blad is genummerd 200-18. Het hs is in 1938 ten geschenke ontvangen van den heer C. Over de Linden te Amsterdam. [De P.B. bezit tevens 2 fotocopieën van dit origineel in wit op zwart en in zwart op wit]

19380000 Schmidt-Petersen, J.: Aeltestes friesisches Sprachdokument? Betr.: „An Tonderske Dachting." Der Herausgeber selbst bezeichnet das friesische Gedicht als eine Fälschung „wie die der Ura Linda-Chronik vor Jahren." Schmidt-Petersen von dem Dubliner Entdecker Joseph H Lloyd zugeschickt. Schmidt-Petersen hält es allerdings für möglich, dass Teile wirklich 1231 entstanden. Jahrbuch d Heimatbundes Nordfriesland 25, 1938, 160-166

19380000 Teske, Hans [Rez. zu]: Köhler, Heinz-Dieter: Studien zur Ura-Linda-Chronik. Literaturblatt für germanische und romanische Philologie 59, 1938, 94f

19380000 Thet Oera Linda Bok. Het handschrift ten geschenke gegeven aan Friesland. - Alg. Handelsbl. 1938,….

19380000 Thet Oera Linda Bok’ tellende 190 pp. gr. 4°. De pp. 100-69 tot en met 100-88, 100-93 tot en met 100-94 ontbreken. Het laatste aanwezige blad is genummerd 200-10. Het hs is in 1938 ten geschenke ontvangen van den heer C. Over de Linden te Amsterdam. [De P.B. bezit tevens 2 fotocopieën van dit origineel in wit op zwart en in zwart op wit]

19380000 Wiersma, J.P., - Thet Oera Linda Bok It singeliere hânskrift is yn eigendom oergien oan de Provinsje Fryslân. - Sljucht en Rjucht 1938, pp. 737-741.

19380000 Wiersma, J.P., - Thet Oera Linda Bok It singeliere hânskrift is yn eigendom oergien oan de Provinsje Fryslân. - Sljucht en Rjucht 1938, pp. 737-741.

19380105 Wüst an Mausser: Betr.: Lehrstuhl Königsberg. „Es ist soweit alles geklärt. Die Königsberger Fakultät wird in den nächsten Tagen eine Liste einreichen, in der Sie an erster Stelle stehen." „Darf ich Sie noch bitten, dass diese Angelegenheit nicht unter die Oeffentlichkeit kommt?" BA NS 21 / 563

19380114 Sievers an Johst: Bei Heinrichsfeier in Quedlinburg 1.7.37 Menz + Johst informiert, daß Ahnenerbe Ura-Linda-Chr. wissenschaftlich unter- BA NS 21/563 + 599 + PA. Duinker, BDC

19380115 Sievers an Bremer Werkschau: Bitte, WORP-Chronik über Bibliotheksaustauschverkehr an Maußer. „Bei der Anteilnahme, der Herr Generalkonsul Roselius für unsere Forschungsaufgaben immer bekundet hat, hoffe ich, sein Einverständnis für die Ausleihung dieses wertvollen Werkes zu erhalten." Vertraulich: Ura-Linda-Chr. Vergleich der Schreibeigentümlichkeiten BA BDC PA. Maußer

19380122 Sievers an Gerstenhauer: Der Präsident der RSK würde gerne auf das Ms Duinkers achten. „Da Sie ja allein das Ms kennen, wäre ich Ihnen für eine kurze offizielle Begutachtung, die ich an den Präsidenten der RSK weiterleiten kann, dankbar." BA NS 21 / 563 + 599

19380125 Bremer Werkschau an Ahnenerbe: Chronik von Worp von Thabor geht morgen ab. Bitte spätestens in 6 Wochen zurück. BA NS 21 / 814

19380204 Duinker an Reichsgeschäftsführer: Zur Kritik des Ahnenerbes an den Übersetzungen von friesisch lif und ach BA NS 21 / 563

19380216 Mausser an Ahnenerbe: 16.2. 11 h Maußer zu den Berufungsverhandlungen ins REM bestellt. BA NS 21 / 563

19380219 Lebenslauf. Duinker: BA BDC PA. Duinker

19380221 Gerstenhauer an Sievers: Betr.: Duinker. D. habe G. Ms überlassen G. möchte nun nicht „dieses Vertrauen missbrauchen; ich möchte also nichts sagen oder tun, was als Grundlage eines Vorgehens gegen Herrn D. benutzt wird." Erledigt sich, wenn D. keinen Verleger findet. Erst wenn doch ein Verlag das verlegen will, werde es ja brennend. BA BDC PA Gerstenhauer Bl 144

19380223 Sievers Aktenvermerk: Besprechung am 5.2.38 im REM zwischen Harmjanz, Wüst und Sievers. „Harmjanz zeigte sichtlich Verständnis für die Aufgaben des >Ahnenerbes< und hörte mit grosser Anteilnahme, dass unter Wüsts Leitung ein streng wissenschaftlicher Kurs gesteuert werde. … H. liess gesprächsweise einfliessen, Prof. Wüst möge doch ruhig dem RFSS gelegentlich sagen, dass bei der Berufung Maussers nach Königsberg auch er (Harmjanz) mitgewirkt habe." BA NS 21 / 795-111

19380224 Wüst an Himmler: „… dank Ihrer Befürwortung allen Widerständen zum Trotz gelungen …, Prof Dr. Mausser einen Lehrstuhl in Königsberg zu beschaffen." BA NS 21 / 600 + 701

19380305 Sievers an Gerstenhauer: Bez.: 21.2.38. Kommt „zu gegebener Zeit" drauf zurück. „Eine mündliche Stellungnahme ist dann vielleicht die gegebene Form." Interesse an G’s >Germanische Mittelstelle.< und ihre Kontakte zu >Des Vaderen Erfdeel.< BA BDC PA Gerstenhauer Bl. 146 + 145 + NS 21 / 600 + 815

19380317 Mausser an Sievers: Anbei Worp-Handschrift zurück. Die Ura-Linda-Handschrift ist von dieser „paläographisch in keiner Weise abhängig." BA NS 21 / 563

19380317 Mausser: „Die Ura-Linda-Chronik und die Chronik van Friesland des Worp von Thabor, 1399" Über die Schreibweise: „vollständige Fehlanzeige." BA NS 21 / 563

19380319 Gerstenhauer an Sievers: [Umfangreiches Selbstdarstellung ohne Bezug auf Ura-Linda- Chronik] G = u.a. „Bundesgroßmeister" des >Deutschbund.< >Germanische Mittelstelle< = „Zweckgemeinschaft des Deutschbunds. „… als einziger der alten völkischen Bünde zur weiteren Betätigung zugelassen." 1500 Mitglieder. 1898 gegründet. BA BDC PA Gerstenhauer Bl. 147-8

19380323 Sievers an Bremer Werkschau: Ura-Linda-Chr „in keiner Weise beeinflusst" von WORP. Handschrift völlig anders. BA NS 21/600

19380400 Ostern 38 Mausser an Himmler: „Ihr hochherzig gewährter Urlaubszuschuss von RM 200.— hat mich – ein wunderschöner, mir unvergessbarer, stimmungsstarker Moment! – am Sonnabend vor Ostern erreicht (…) Es ist mir eine Ehre und eine Beglückung Ihnen hochverehrter Herr Reichsführer, und dem >Ahnenerbe< dienen zu dürfen und die Möglichkeit zu haben, Ihnen meine dankbare Verbundenheit durch solide dt Wissenschaftsarbeit im Dienste Ihres Forschungsinstituts beweisen zu können." BA NS 21 / 348

19380401 Korrespondenzblatt REM: Zu Maußer: Vertretung germanische Philologie Königsberg BA BDC PA Maußer, PA

19380601 Pb. REM: Maußer nach Königsberg berufen. BA BDC PA. Maußer + Korrespondenzblatt REM

19380616 Preußischer Ministerpräsident: Vorschlag zur Ernennung des nichtbeamteten a.o. Prof Otto Mausser zum planmäßigen a.o. Prof. BA ZA V 143 Bl. 130

19380813 Sievers an Mausser: „Auf Grund Ihres umfassenden ausgezeichneten Gutachtens ist Vorsorge getroffen worden, dass die Arbeit von Duinker nicht erscheint." Bitte Einwände gegen Duinkers Antwort vorformulieren. BA BDC PA Maußer

19380824 Sievers an Precht (Nordischer Verlag): [Daraus geht hervor, dass der Verleger Duinkers in finanziellen Schwierigkeiten ist] BA NS 21 / 603

19380830 o.D: [nach 30.8. vor 8.10.38] Sievers an Nordischen Verlag: Das >Ahnenerbe< kann Duinker nicht empfehlen. BA BDC PA Duinker

19380902 Maußer Gutachten über Duinker: (3 Seiten). „Eine Veröffentlichung käme auf eine Rufschädigung des Ahnenerbes hinaus." (!) BA NS 21 /357

19380903 Mausser an Ahnenerbe: Zu Duinker: „Eine Publikation der Arbeit ist ganz unmöglich." BA NS 21 / 357

19380903 SD-Dossier über Dingler (SD II 2111-2 = Levin?): Dinglers Vita wie Lebenslauf. 26.11.37 „Nach 1934 las er wieder an der Uni München (philos. + mathe. Probleme)" „Aus seinen Schriften geht eindeutig ein positiver Verhältnis zum Judentum hervor." Kant „Rückschritt gegenüber jüd. Gesetzesmoral." Rabbiner der Wiener isrealitischen Kulturgemeinde: „Der jüdische Leser insbes. begegnet hier einer Erkenntnis des Judentums wie sie so originell und dabei so wahr und tief kaum jemals geboten wurde." (zitiert aus D.: „Zusammenbruch der Wissenschaft") D. Kampf gegen Einstein nur Kampf gegen Relativitätstheorie. So Jaensch + Krieck. D. von Tirala auf Lenard-Feier herausgestellt. „…vom ns. Denken weit entfernt." Auch privat philo-semitisch: Heirat mit Maria Stach von Goltzheim, die in 1. Ehe mit Th. Lessing verheiratet war, in 2. Ehe mit Adolf Naef. D. lernte Lessing nach eigenen Angaben nie kennen. L. verfolgte seine Frau aber mit Denunziationen. D. „nicht tragbar." BA BDC PA. Dingler Bl.128-132

19380903 Sievers an Mausser: RFSS zu Ausführungen der >Forschungsstätte für idgfinnische Kulturbeziehungen< [Grönhagen]: „… dass bei der mündlichen Überlieferung im Laufe der Zeiten unverständliche und altertümlich gewordene Worte durch neue Worte ersetzt werden, halte ich für sehr wahrscheinlich. Wenn man das aber für wahrscheinlich hält, so muss man zugleich anerkennen, dass der Gebrauch von neuartigen Worten in einer Erzählung … noch kein Beweis für eine neuartige Entstehung ist, und man kann das Alter einer Erzählung nicht endgültig anzweifeln." Von grundsätzlicher Bedeutung für die Ura- Linda-Chronik. BA NS 21 / 603

19380910 Duinker an RSK: Alle Unterlagen wurden der RSK vom Landeskulturwalter Essen zugeschickt. Wie steht es mit meiner Sache BA BDC PA Duinker

19380910 Duinker an RSK: Immer noch keine Nachricht. Bereit, nach Berlin zu kommen BA BDC PA Duinker

19380921 Sievers an Mausser: Dank für GA. Hatte nie Zweifel: Duinker = „minderwertiges Machwerk BA NS 21 / 348 + BA BDC PA Duinker

19380923 Precht an Rgf.: RSK hat Genehmigung für Duinker erteilt. Prüfung abgeschlossen? Will Ahnenerbe es herausbringen? Sonst Precht verpflichtet, es zu veröffentlichen. Bitte um Gewißheit, daß RFSS nichts dagegen. BA NS 21/357

19380928 Menz [ Ahnenerbe] an Promi: Verweis auf Besprechung mit Koch (Promi). Beigefügtes GA[00]: Duinker = „minderwertiges Machwerk." Verhindern, dass es in anderen Verlagen erscheint. BA NS 21 / 563

19380928 Sievers an Precht: Duinker nicht zu empfehlen. „Es müßte im Gegenteil sogar schärfster Einspruch gegen eine Veröffentlichung des Werkes erhoben werden… Die Übersetzung ist zwar vollständig, jedoch im wesentlichen nichts als eine zumeist sehr schlechte, vom Standpunkt des dt Stils völlig unmögliche Übertragung der holländischen Übersetzung Ottemas." „völlig unmögliches Stümperdeutsch." Vermutlich kann Verfasser nicht einmal friesisch. Kommentar nicht selten wortwörtlich Ottema. Befreiungsschein heißt nicht Genehmigung zur Veröffentlichung, bedeutet nur, dass der Schriftsteller im Bereich der RSK schriftstellerisch tätig werden kann. Kein Freibrief für das Werk selbst, auch dann nicht, wenn der Schein für ein bestimmtes Werk ausgesprochen wird. BA NS 21 / 357

19381000 Acte van schenking van het hs ‘Thet Oera Linda Bok’ aan de Prov. Bibliotheek van Friesland (Oct. 1938) [Met copie].

19381000 Acte van schenking van het hs ‘Thet Oera Linda Bok’ aan de Prov. Bibliotheek van Friesland (Oct.1938) [Met copie].

19381007 Duinker an Ahnenerbe: Precht überließ Duinker Schreiben vom 28.9.38. Ausführliche Verteidigung. „Ich bitte Sie, als aufrichtiger Kämpfer für die Idee Adolf Hitlers, mir reinen Wein einzuschenken und bin gerne bereit, die von Ihnen nachgewiesenen Fehler abzustellen, wenn Sie mir die Genehmigung zur Herausgabe versprechen." BA NS 21 / 357

19381008 Duinker an RSK: Dank für Befreiungsschein, „wobei Sie mir die Genehmigung zur Veröffentlichung meiner Übersetzung der Ura-Linda- Chronik erteilen." Precht befürchtet Beschlagnahme durch SS und will die Veröffentlichung daher nicht übernehmen. Was von Brief Sievers an Precht 28.9.38 (anbei) zu halten BA BDC PA Duinker

19381010 Koch (Promi) an Präsident RSK (Abschrift Koch): Duinker = „minderwertiges Machwerk." „Der RFSS, auf dessen Veranlassung die ‚Chronik der Oera Linda’ von namhaften Wissenschaftlern überprüft wird, hat mich um ein Einschreiten gegen die Duinker’sche Arbeit gebeten. In >Vertraulichen Mitteilungen< die dt Verleger anweisen, etwaige Angebote Duinkers abzulehnen. BA BDC PA Duinker + BA NS 21 / 357

19381013 Sievers an Maußer: „Auf Grund Ihres eingehenden und umfassenden Gutachtens ist Vorsorge getroffen worden, dass die Arbeit von Duinker nicht erscheint." Verlag hat eigene Ablehnung mitgeteilt. Anbei Br. Bitte D. kurz auf Einwände eingehen. BA BDC PA. Maußer + NS 21/357

19381017 Sievers an Duinker: Duinkers Übersetzung beleidige die dt Sprache BA NS 21 / 815

19381018 Acte van overdracht, schenking van het manuscript van het OLB aan de Provinciale Bibliotheek te Leeuwarden.

19381018 Sievers an Mausser: Duinker „sehr deutlichen Bescheid gegeben." BA NS 21 / 357

19381020 Precht an Reichsgeschäftsführer: Betr.: Duinker. „Auf Grund Ihres mir seinerzeit zugestellten GA hatte ich das Ms an Herrn Duinker zurückgegeben und habe gleichzeitig meine Verpflichtung Herrn D. gegenüber gekündigt. Selbstverständlich habe ich Herrn D Ihr GA als Begründung meiner Ablehnung zugänglich gemacht." BA NS 21 / 357

19381023 C. Over de Linden (C IV) aan M. Braaksma brief van 1938, 30 Oct.

19381023 Dr G.A. Wumkes aan Redactie dagbladen copie-brief bij artikel van 1938, 23 Oct.

19381023 Dr G.A. Wumkes aan Redactie dagbladen copie-brief bij artikel van 1938, 23 Oct.

19381026 Een befaamd handschrift wordt eigendom van de prov. Friesland. - Nieuwsbl. v. h. Noorden 1938, 26 Oct.

19381026 Een nieuwe faze in de O.L.B. geschiedenis. Het handschrift. - Leeuw. Crt. 1938, 26 Oct. Ook: Leeuw. Nieuwsbl. 1938, 26 Oct.

19381026 Een nieuwe faze in de O.L.B. geschiedenis. Het handschrift. - Leeuw. Crt. 1938, 26 Oct. Ook: Leeuw. Nieuwsbl. 1938, 26 Oct.

19381026 Het mysterieuse O.L.B. Het origineele handschrift in eigendom overgegaan aan de provincie Friesland. - Nw. Rotterd. Crt. 1938, 26 Oct.

19381026 Het mysterieuse O.L.B. Het origineele handschrift in eigendom overgegaan aan de provincie Friesland. - Nw. Rotterd. Crt. 1938, 26 Oct.

19381026 Thet Oera Linda Bok. Het handschrift ten geschenke gegeven aan Friesland. - Alg. Handelsbl. 1938, 26 Oct.

19381026 Trathnigg an Mausser: Bittet um Besprechung von Harmjanz ‚Ostpreußische Bauern. Volkstum und Geschichte.’ in >Germanien< BA NS 21 / 644

19381026 W. - Belangrijke aanwinst voor de Prov. Bibl. van Friesland. - De Maasbode 1938, 26 Oct.

19381026 W. - Belangrijke aanwinst voor de Prov. Bibl. van Friesland. - De Maasbode 1938, 26 Oct.

19381027 Het Oera Linda Boek. Origineel handschrift aan Friesland geschonken. - Nw. Apeldoornsche Crt. 1938, 27 Oct.

19381027 Het Oera Linda Boek. Origineel handschrift aan Friesland geschonken. - Nw. Apeldoornsche Crt. 1938, 27 Oct.

19381027 Oera Linda Kroniek. Handschrift uit familiebezit afgestaan aan Prov. Bibliotheek van Friesland. - De Telegraaf 1938, 27 Oct.

19381027 Oera Linda Kroniek. Handschrift uit familiebezit afgestaan aan Prov. Bibliotheek van Friesland. - De Telegraaf 1938, 27 Oct.

19381027 Thet Oera Linda Bok. Het origineele handschrift geschonken aan de Provinciale Bibliotheek. - Groninger Dagblad 1938, 27 Oct. Ook: Ons Noorden 1938, 27 Oct.

19381027 Thet Oera Linda Bok. Het origineele handschrift geschonken aan de Provinciale Bibliotheek. - Groninger Dagblad 1938, 27 Oct. Ook: Ons Noorden 1938, 27 Oct.

19381028 Braak. M. ter, - Thet Oera Linda Bok. Een zonderlinge verklaring van dr. G.A. Wumkes. - Het Vaderland 1938, 28 Oct.

19381028 Braak. M. ter, - Thet Oera Linda Bok. Een zonderlinge verklaring van dr. G.A. Wumkes. - Het Vaderland 1938, 28 Oct.

19381029 Belangrijke aanwinst voor de Friesche wetenschap. Het O.L.B. naar de Prov. Bibliotheek. - De Tijd 1938, 29 Oct.

19381029 Belangrijke aanwinst voor de Friesche wetenschap. Het O.L.B. naar de Prov. Bibliotheek. - De Tijd 1938, 29 Oct.

19381029 Sibe (= S. de Jong, Huizum). - Thet Oera Linda Bok. Nou yn 'e Kanselarij (Fries gedicht). - Leeuw. Nieuwsbl. 1938, 29 Oct.

19381029 Thet Oera Linda Bok (Uit de artikelen van dr Menno ter Braak in Het Vaderland). - Leeuw. Nieuwsbl. 1938, 29 Oct.

19381029 Thet Oera Linda Bok (Uit de artikelen van dr Menno ter Braak in Het Vaderland). - Leeuw. Nieuwsbl. 1938, 29 Oct.

19381030 (Tjalma. Foeke?) - Het Oera Linda Boek. - Nw. Rotterd. Crt. 1938, 30 Oct.

19381030 C. Over de Linden (C IV) aan M. Braaksma brief van 1938, 30 Oct.

19381031 Het Oera Linda Bok. Eenige mededeelingen van dr M. de Jong Hzn. - Alg. Handelsbl. 1938, 31 Oct.

19381031 Het Oera Linda Bok. Eenige mededeelingen van dr M. de Jong Hzn. - Alg. Handelsbl. 1938, 31 Oct.

19381101 Een tweetal bladzijden uit het O.L.B. - Leeuw. Crt. 1938, 1 Nov.

19381101 Een tweetal bladzijden uit het O.L.B. - Leeuw. Crt. 1938, 1 Nov.

19381105 Het Oera Linda Boek. - Nieuwsbl. v. h. Noorden 1938, 5 Nov.

19381105 Het Oera Linda Boek. - Nieuwsbl. v. h. Noorden 1938, 5 Nov.

19381106 Het 'Oera Linda Bok'. Een onderhoud van dr J.F.M. Sterck met Eelco Verwijs, die als auteur wordt beschouwd. - De Maasbode 1938, 6 Nov.

19381106 Het 'Oera Linda Bok'. Een onderhoud van dr J.F.M. Sterck met Eelco Verwijs, die als auteur wordt beschouwd. - De Maasbode 1938, 6 Nov.

19381108 Duinker an RSK: Auf meine Anfrage vom 8. 10. bisher keine Antwort. Liegt Sievers richtig? BA BDC PA Duinker

19381109 Sievers an Mausser: Duinker bittet um Kenntnis- und Stellungnahme BA NS 21 / 605

19381113 Maußer an Sievers: Betr.: Duinker. „Die Übersetzung des Herrn Duinker und sein Kommentar werden einen Jubelschrei der Feinde der Ura- Linda-Chronik auslösen. Es ist eine Sünde an der Chronik, so ein Werk in die Welt zu schicken." BA NS 21/563

19381114 Neuer Streit um das Oera-Linda-Boek. - Klinische Zeitung 1938, 14 Nov.

19381114 Neuer Streit um das Oera-Linda-Boek. - Klinische Zeitung 1938, 14 Nov.

19381125 Mausser an Sievers: Anbei Ura-Linda-Bericht S. 103-121. Zukünftig auch noch Kollationsberichte. BA NS 21 / 348

19381125 RSK (Abteilung II) an Duinker: Die Ausführungen des >Ahnenerbes< sind zutreffend. BA BDC PA Duinker

19381126 De beste grap der eeuw. - Haagsche Post 1938, 26 Nov.

19381126 De beste grap der eeuw. - Haagsche Post 1938, 26 Nov.

19381126 Sievers an Mausser: Anbei >Der Vaderen Erfdeel< mit Aufsatz „Het Oera Linda Bok" [00] BA NS 21 / 348 + 605

19381202 Metzner RSK: Notiz zur Veröffentlichung in den >Vertraulichen Mitteilungen< [s. 3.2.39] BA BDC PA Duinker

19381203 Ihde (RSK) an Precht: Betr. Duinker. Ihde legt Precht nahe, von einer Veröffentlichung Abstand zu nehmen. BA BDC PA Duinker

19381203 Ihde (RSK) an Propagandaministerium: Sowohl Verfasser wie Verlag nahegelegt, auf Veröff. zu verzichten BA BDC PA. Duinker + NS 21/563

19381206 Precht an Präsident RSK: Schon vor ¼ Jahr Ms an Duinker zurück + mitgeteilt: Veröffentlichung kommt nicht infrage BA BDC PA. Duinker

19381215 Trathnigg an Mausser: Anbei Köhler. Besprechung erst nötig, wenn Verlag mahnt. BA NS 21 / 644

 

19390000 Jong M. de Hzn: Het Oera- Linda-boek in Duitsland en hier. Bolsward 1939

19390000 Jong, Hzn., M. de, - Het Oera-Linda-boek in Duitschland en hier. - Bolsward, Fa. A.J. Osinga, (Juni) 1939, 64 pp. 8°.

19390000 JONG, M. DE. Het Oera-Linda-boek in Duitschland en hier. A.J.Osinga. 1939, 1e druk. Soft Cover, 24 * 17 cm. 64 pp. Ex libris op schutblad. Omslag is iets verschoten langs randen. Goede staat. Offered for EUR 11.50 = appr. US$ 14.63 by: L.S. Inkoop en Verkoop van Boeken - Book number: 015101

19390000Jong, Hzn., M. de, - Het Oera-Linda-boek in Duitschland en hier. - Bolsward, Fa. A.J. Osinga, (Juni) 1939, 64 pp. 8°.

19390000Jong, S.D.de, - Heeft Verwijs het O.L.B. geschreven? Een laatste woord van dr M. de Jong. Weinig steekhoudende argumenten. - Leeuw. Crt. 1939, 20 Oct.

19390203 Bekanntmachung [zitiert in: v. Hase an Sievers 8.2.39]: Betr. C Duinker. „Vor der Behandlung etwaiger Verlagsangebote des Schriftstellers C. Duinker, betrifft ‚Die Chronik der Oera-Linda, eine Handschrift aus dem 13. Jahrhundert’ ist Rückfrage bei der RSK unter II 02542 zu halten. Die Angelegenheit hat mit der Person des Verfassers, worauf ausdrücklich hingewiesen wird, nichts zu tun." [Hsl Zusatz Sievers 15.2.39] v. Hase mündlich „mitgeteilt, dass wir Veranlasser der Notiz sind, weil es sich um ein unbrauchbares und die von uns durchgeführte Forschung schädigendes Machwerk handelt." Vertrauliche Mitteilungen für die Fachschaft Verlag – s. BA NS 21 / 563

19390204 Wumkes. D.A., - Het geheim van het Oera Linda Bok, - Uit: ? 1939 4 Febr.

19390204 Wumkes. D.A., - Het geheim van het Oera Linda Bok, - Uit: ? 1939 4 Febr.

19390216 Sievers an Mausser: Anbei Mitteilung von Riem an von Hase [00] BA NS 21 / 607

19390221 Maußer an Sievers: Beklagt sich über Arbeit wegen Habilitation Willy Krogmann. Von Harmjanz zugewiesen. In wichtigen Teilen Plagiat. Maußer stellt Antrag, Krogmann Habilitation zu verweigern: „Stunk und Stank und Krieg, eine hässliche Dreieinheit." Hauptleidtragende: Ahnenerbe. K = Verf. einer Schrift über Ura-Linda-Chr., hat diese aber M. vorenthalten. „Ich habe den Eindruck, dass es sich um einen Auszug aus dem bekannten Berliner Protokoll handelt und um irgendwelche persönliche Garnierungen dazu." Wüst + Ahnenerbe wußten von K.´s Arbeit nichts. Bitte, verschaffen. BA BDC PA. Maußer

19390221 Mausser an Sievers: Bez.: Sievers an Mausser 16.2.39. Mitteilung Riem für Ura- Linda-Chronik sehr wichtig. Betr. Krogmann, „der mir vom Berliner Ministerium, von unserem Freund Harmjanz, zugewiesen wurde": „… derart massive Arbeit" „… gesamte Freizeit vom 9. Januar an bis heute restlos zugedeckt…" „Ich habe die ganze Habilitation schon zu allen Teufeln gewünscht." „Blender." „… in wichtigen Teilen Plagiat." Vorigen Samstag Antrag eingereicht: Habilitation verweigern. Folge: „Stunk und Stank und Krieg." „Der Hauptleidtragende ist nämlich … zur Erhöhung meiner Verärgerung, das Ahnenerbe, das allerdings wie ein unschuldiges Kind in dieses Königsberger Wintergewitter hereingeschlittert ist." „Ich schäume vor Wut" Kommt nicht einmal zur Korrektur vorliegender Berichte. Krogmann habe ihm versprochen, seine Schrift über die Ura- Linda-Chronik vorbeizubringen. Tat er aber nicht.. Bitte, für M. beschaffen. Wüst wusste von ihr nichts. BA BDC PA Maußer

19390314 Sievers an Mausser: Anbei Krogmann: Ahnenerbe oder Fälschung. BA NS 21 / 361 + 608

19390327 Maußer an Sievers: Dank für Krogmanns Ura-Linda-Chr.-Schrift „wertlos" BA BDC PA. Maußer

19390330 Mausser an Sievers: Anbei Ura-Linda-Bericht S. 145ff [00] BA BDC PA Maußer

19390707 Kaiser an Jacob-Friesen: Jacob-Friesen als teilnehmendes Mitglied in >Ahnenerbe< aufgenommen. BA BDC PA. Karl J-F Bl.353

19390731 Himmler an Kieckbusch: Falsch, Jacob-Friesen in weltanschauliche Arbeit der Partei einzubauen. „Er wird in den Dingen der Weltanschauung immer von der Kritik ausgehen, die er als sicherlich sehr guter Gelehrter an die Dinge anlegt." BA BDC PA. Jacob-F. Bl.356

19390812 Sievers an Plassmann: Nach dem Friesische Provinzialbibliothek Kopie der Ura- Linda-Chronik zur Verfügung stellte, Nachkommen Ottemas schreiben wegen Benutzung Nachlaß. Werner Müller fragen, der Leute kennt, die etwas über Ura-Linda-Chr. wissen BA NS 21/348

19390817 Sievers an Persönlichen Stab RFSS: Mausser Forschungen zur Ura-Linda-Chronik stehen kurz vor dem Abschluss BA NS 21 / 057

19390829 Farwerck an Sievers: Ottema starb in den 80er Jahren. „Sein Nachlaß kam an seine Haushälterin Frl. Meus." Großenteils verkauft. BA NS 21 / 348

19390926 Sievers an Mausser: Wegen Ottema-Nachlass mit holländischem Freund in Verbindung. Anfrage, ob Maußer nach Kriegsende hinfahren will, um Briefwechsel einzusehen. BA NS 21 / 814

19391012 Sievers an Maußer: 500,-+ 200,-bewilligt. Bestätigt Empfang Ura-Linda-Bericht BA NS 21/57

19391012 Sievers an Mausser: Empfangsbestätigung für neuen Ura-Linda-Bericht BA NS 21 / 057

19391016 Maußer an Sievers: Dank für Zuschuss zu seinen Krankenkosten. „Was der RF und das >Ahnenerbe< an mir tun, ist der verpflichtende Tatausdruck eines großzügigen Gemeinschaftsgeistes. BA NS 21 / 348

19391020 Jong, S.D.de, - Heeft Verwijs het O.L.B. geschreven? Een laatste woord van dr M. de Jong. Weinig steekhoudende argumenten. - Leeuw. Crt. 1939, 20 Oct.

19391106 Schmitz-Kahlmann an van Houton (holländischer Verleger): Dank. für ZA über Ura-Linda-Chr. An Mitarbeiter BA NS 21/345

19391106 Schmitz-Kahlmann an van Houton: Dank für Zusendung eines ZA. Wird an Mitarbeiter weitergesandt, der sich mit der Ura-Linda-Chronik beschäftigt. BA NS 21 / 345

19391112 Bieder, Theobald an Ahnenerbe: Betr. Neufassung von Bieders Hakenkreuzbuch. „… aus der ‚Konstellation von 1933 zu verstehen." „… ich erinnere an die grosse Einführung in die unglückselige Ura-Linda- Chronik, die von Herrn Dr. Plassmann verfasst war. Heute wäre eine solche Einführung garnicht möglich gewesen. Und daraus kann man ersehen, dass wir Alle Tag für Tag und Jahr für Jahr wachsen, indem wir neue Erkenntnisse aufnehmen." BA NS 21 / 356

 

1940 jan-mrt Wumkes. D.A., - De tragi-comedie van het Oera-Linda-Bok. - Morks Magazijn 1940, Jan.-Maart, pp. 20-35, 95-100, 152-158.

19400000 J. F. Overwijn — Eenige opmerkingen omtrent het „Oera Linda Boek". (Thet Ovira Linda Bok) Dordrecht, 1940.

19400000 Maußer an Sievers: Anbei Schaufelberger an Hess. „Wenn man jeden an den Folgen dieser Krankheit Erkrankten in ein Irrenhaus stecken wollte, dann müßten z.B. 2 beamtete Kollegen an der Univ. Königsberg ebenf. einmal ins Irrenhaus verbracht werden." Sch. fährt häufig zu Bruder. Die einzige, die sich um Bruder kümmern kann. Macht das per Rad. Nach Kaufbeuren schwer + Kostenaufwand. Ob Sievers Weg kennt. BA NS 21/348 + IfZ München NO –3834 - 1940 12 05

19400000 Overwijn. J.F., - Eenige opmerkingen omtrent het 'Oera Linda boek'. - Westfriesch Jaarboek 1940, serie I, deel 3, pp. 12-23.

19400000 Overwijn. J.P., - Eenige opmerkingen omtrent het 'Oera Linda boek'. - Westfriesch Jaarboek 1940, serie I, deel 3, pp. 12-23.

19400000 Sixma van Heemstra, F.S. Le probleme de l' VVra Linda Bok, Etude critique sur la formation de la chroniquw, suivie de la traduction annotee du premier chapitre. Meppel, Krips Repro NV. Met voorwoord van W. Hellinga. Oorspr. 1940.

19400100 Wumkes. D.A., - De tragi-comedie van het Oera-Linda-Bok. - Morks Magazijn 1940, Jan.-Maart, pp. 20-35, 95-100, 152-158.

19400207 Sievers an Huth: Wüst forderte Niederschrift der Aussprache über die Ura- Linda-Chronik in der Aula der Universität Berlin an. Hier nicht zu finden. Ob Huth noch Unterlagen habe? BA NS 21 / 563 - 1940 02 07

19400215 Mausser an Sievers: „Niederschrift der Aussprache über die Ura-Linda-Chronik in der Aula der Universität Berlin" nicht auffindbar. Wüst fragen BA NS 21 / 563 - 1940 02 15

19400320 Bohmers, A an Wüst: Antrag Errichtung Forschungsstätte f. friesische Kultur. Sitz: Aurich BA NS 21/614 - 1940 03 20

19400517 [Eingangsstempel 17.5.40] Maußer an Sievers: Werner Müller versorgte Mausser mit Literatur zur Ura- Linda-Chronik. Sein eigenes werk „hat mir alles in allem sehr gefallen" Von einigen Retouchen abgesehen. BA NS 21 / 341 - 1940 05 17

19400702 Sievers an Maußer: Wüst forderte heute die Niederschrift der Aussprache über die Ura-Linda-Chronik in der Aula der Universität Berlin an. Hier nicht zu finden. Maußers Exemplar an Wüst? BA NS 21 / 563

19400907 Maußer an Sievers: Kündigt Kollationsbericht an, „Vorläufer der gramm. Detailuntersuchung". 1940 09 07 Kleinarbeiten macht Schaufelberger. Erwartet Besuch Plassmanns in Königsberg. BA NS 21/563

19401022 Verslag van 'n vergadering van het Ned.Volkskundig Genootschap (lezing van J.F. Overwijn over het O.L.B.). - Leeuw. Crt. 1940, 22 Oct.

19401022 Verslag van 'n vergadering van het Ned.Volkskundig Genootschap (lezing van J.F. Overwijn over het O.L.B.). - Leeuw. Crt. 1940, 22 Oct.

19401024 De oorsprong van het Friesche volk. Stammen de gegevens van het Oera Linda Bok uit betrouwbare bron? (lezing van J.F. Overwijn). - Utrechtsch Nieuwsbl. 1940, 24 Oct.

19401024 Overwijn, J.F. De oorsprong van het Friesche volk. Stammen de gegevens van het Oera Linda Bok uit betrouwbare bron? (lezing van J.F. Overwijn). - Utrechtsch Nieuwsbl. 1940, 24 Oct.

1940110 Bitter. Karl Gustav, - Wege und Irrwege. Grundsätzliches zum Ura-Linda-Streit. - Hannoverscher Kurier 1934, 10 Jan.

19401201 Thilde Schaufelberger an Rud. Hess: Bruder Eugen Schaufelberger wegen Kinderlähmung (seit frühester Kindheit) seit 15 Jahren in Pflegeanstalt Schönbrunn bei Dachau. „Nun soll er, obwohl geistig vollkommen in Takt, in die Irrenanstalt Kaufbeuren verbracht werden." „Abgesehen von dem Kranken selbst kann dieser neue Schlag für meinen 75jährigen Vater den Tod bedeuten…" Brüder beim Heer bzw. „äußerst verantwortungsvollen Posten bei den Messerschmidt- Flugzeugwerken". Bitte, auf schnellstem Wege verhindern! IfZ München NO-3835 BA NS 21/348 - 1940 12 01

19401212 Komanns (Ahnenerbe) an Maußer Ahnenerbe sieht keine Möglichkeit für Schaufelberger. „Geben Sie doch, bitte, Frl. Sch. zu überlegen, daß es heute kaum noch eine Anstalt gibt, die ausschließl. `Irrenhaus´wäre". Sonderzuwendung für Maußer: 300,-Weihnachten BA NS 21/348+616 + IfZ München NO -3833 - 1940 12 12

19401228 Maußer an Sievers: Dank. für 300,-, aber noch nicht eingetroffen. Arztkosten zusätzlich 1400,-. Abschriften der Ura-Linda-Berichte an RFSS, Wüst, Sievers, Galke, Herrmann. Auch an Dr. Müller – Berlin? BA NS 21/348 - 1940 12 28

1940-1941 Sterck-Proot J.M., - Levensbericht van dr J.F.M. Sterck (Over Verwijs als auteur van het O.L.B.). - Jaarb. Mij Ned. Letterk 1940 -'41, p. 49.

1940-1941 Sterck-Proot J.M., - Levensbericht van dr J.F.M. Sterck (Over Verwijs als auteur van het O.L.B.). - Jaarb. Mij Ned. Letterk 1940 -'41, p. 49.

 

19410000 Heyting, August - Simboliek in ons letterschrift en onze taal. Met enkele tekeningen en bijlagen. Rede voor de kelto-germaanse studiekring Yggdrasil . Den Haag 1941, 41, IV pp. 30cm. Gecycl. Triforeeks No. 17. (No. 73 van de 100 genumm. en getek. exx.). (Op pp. 28-28 over OLB).

19410000 Heyting, August - Simboliek in ons letterschrift en onze taal. Met enkele tekeningen en bijlagen. Rede voor de kelto-germaanse studiekring Yggdrasil . Den Haag 1941, 41, IV pp. 30cm. Gecycl. Triforeeks No. 17. (No. 73 van de 100 genumm. en getek. exx.). (Op pp. 28-28 over OLB).

19410000 Heyting, August Het geheim van het Oera-Linda-Boek : een merkwaardig handschrift (1941)

19410000 Heyting. August, - Het Wapen-Over de Linden en het O.L.B. - Ons Eigen Volk II, 1941, pp. 140-143.

19410000 Heyting. August, - Het Wapen-Over de Linden en het O.L.B. - Ons Eigen Volk II, 1941, pp. 140-143. *612 Heyting. August, - Het geheim van het O.L.B. Een merkwaardig handschrift. Uitgave onder begunstiging van de Kelto-Germaanse Studiekring 'Yggdrasil'. Trifosreeks. - Den Haag. Uitg. Trifos, Groot-Hertoginnelaan 81, 1941, 55 pp. 4° gestenc.

19410000 Overwijn, Jaques Frederik: Thât vvra Linda bok. Egmont 1941

19410000 Publicatie van het OLB door J.F. Overwijn.

19410118 Sievers an Schneider [= Schwerte]: Betr. Ura-Linda-Chronik. „Für die in unserem Auftrag durchgeführten Untersuchungen der Ura-Linda-Chronik benötigen wir noch ein Exemplar der Ausgabe von 1872, die Ottema herausgegeben hat." BA NS 21 / 348 + 617

19410302 Vortragsbericht I o.V.: Vortr. August Heyting für kelto-germanischen Studienkreis. Yggdrasil über Oera-Linda-Buch. Multatuli (hg. v. Spohr) positiv über Ura-Linda-Chr. van Dam wünscht neue Untersuchung. BA BDC PA. Maußer

19410302 Vortragsbericht II o.V.: Vortrag August Heyting (von Sievers an Maußer geschickt) BA BDC PA: Maußer

19410302 Vortragsbericht o.V.: Vortrag Overwijn, J. F. (Kelto-germanischer Studienkreis >Yggdrasil.<). „Was ist die Streckung [!] des Oera-Linda- Buches": Gründliche wissenschaftliche Untersuchung fand bisher nicht statt. Keinen Beweis für Fälschung. Selbst Skeptiker wie Vitringa gaben zu, dass die altfriesische Sprache echt ist. „Seesprache", nicht Sprache der überlieferten Gesetze. Ottema nicht fehlerlos. [Es folgen ziemlich abenteuerliche Etymologien z.B. von Wralda] BA BDC PA: Maußer

19410325 Overwijn. J.F., - De strekking van het O.L.B. Onze voorvaderen: de West-Friezen van Doggerland (Verslag van twee lezingen voor het genootschap 'Yggdrasil'). - Het Vaderland 1941, 25 Maart en 10 Apr.

19410325 Overwijn. J.F., - De strekking van het O.L.B. Onze voorvaderen: de West-Friezen van Doggerland (Verslag van twee lezingen voor het genootschap 'Yggdrasil'). - Het Vaderland 1941, 25 Maart en 10 Apr.

19410403 J.F. Overwijn aan M. Braaksma brief van 1941, 3 Apr.

19410403 J.F. Overwijn aan M. Braaksma brief van 1941, 3 Apr. [Aant. ook in andere brief-collecties, b.v. die van G. Colmjon, W. Eekhoff, Jac. van Loon Jz zitten uitteraard brieven, die op het O.L.B. betrekking hebben].

19410407 Sievers an Maußer: Im Antiquariat endlich Ura-Linda-Chronik gefunden. BA NS 21 / 110

19410410 Overwijn. J.F., - De strekking van het O.L.B. Onze voorvaderen: de West-Friezen van Doggerland (Verslag van twee lezingen voor het genootschap 'Yggdrasil'). - Het Vaderland 1941, 25 Maart en 10 Apr.

19410527 Sievers an Maußer: In den NL wieder erwachtes Interesse an Ura-Linda-Chr. Anbei 3 Berichte. Heyting „politisch indifferent". Yggdrasil „gut gemeint", aber oft „Phantasterei" „Unwissenschaftlichkeit." BA NS 21/110

19410720 Mausser an Sievers: Zu den Vorträgen von Heyting und Overwijn. „Besonders interessant war mir natürlich zu hören, dass auch die Holländer die Echtheit der Ura-L-Chronik nicht anzweifeln. Der Unterschied zwischen mir und ihnen ist nur der, dass ich genagelte Beweise erbringen kann." BA BDC PA Maußer

19410800 Overwijn. J.F., - Thàt Ura Linda Bok, Opnieuw bewerkt en uitgegeven door --. - Enkhuizen, N.V. Enkhuizer Courant v.h. D.C. Egmond, 1941, LVII, 189, XXIV pp. 8° (get. Dordrecht, Aug. 1941). vgl [nr. 635].

19410800 Overwijn. J.F., - Thàt Ura Linda Bok, Opnieuw bewerkt en uitgegeven door --. - Enkhuizen, N.V. Enkhuizer Courant v.h. D.C. Egmond, 1941, LVII, 189, XXIV pp. 8° (get. Dordrecht, Aug. 1941). vgl [nr. *635].

19410831 Maußer an Sievers: Aus Tegernsee 1. Teil Textkollation. Ottema weicht oft vom Ms. ab. „Von einer Fälschung durch Over de Linden kann keine Rede sein." „Sehr kritisch, ich darf sagen, mit mikroskopischer Sachlichkeit." an Material herangegangen. Wünscht Sievers „alles Waffenheil und gesunde Rückkunft" BA NS 21/341

19410925 Sievers Tagebuch-Eintrag: Besprechung Sievers mit Wüst: Wüst berichtet über den Stand der Arbeiten Maussers. BA NS 21 / 127

 

19420000 Heyting. August, - Het Oera Lindaboek. - Het Klokketouw, Den Haag, Maart, 1942.

19420000 Ritz, Joseph Maria: Prof. Dr. Otto Maußer gestorben. Schönere Heimat 38,4,1942, 37-38

19420219 Echo's (Over de verklaring van mevr. J. Sterck-Proot). - Alg. Handelsbl. 1942, 19 Febr. Av.

19420219 Echo's (Over de verklaring van mevr. J. Sterck-Proot). - Alg. Handelsbl. 1942, 19 Febr. Av.

19420221 Thet Oera Linda bok. Het raadsel opgelost? (Betreft de meedeling van mevr. J. Sterck-Proot). - Het Vaderland 1942, 21 Febr.

19420225 Nogmaals: Thet Oera Linda bok. Opmerkingen van August Heyting. - Het Vaderland 1942, 25 Febr.

19420225 Nogmaals: Thet Oera Linda bok. Opmerkingen van August Heyting. - Het Vaderland 1942, 25 Febr.

19420300 Heyting. August, - Het Oera Lindaboek. - Het Klokketouw, Den Haag, Maart, 1942.

19420304 Mirande. A.F., - Thet Oera Lindabok, Echt óf valsch? Men leze het! - Het Nationale Dagblad 1942, 4 Maart.

19420304 Mirande. A.F., - Thet Oera Lindabok, Echt óf valsch? Men leze het! - Het Nationale Dagblad 1942, 4 Maart.

19420307 AV. Sievers + Anlage: Sievers mit Riedweg einig: Institut. Bericht Rauter an RFSS richtig stellen. Anlage „Planung": Institut f. Friesenforschung zusammen mit Reichsarbeitsgemeinschaft f. Wurtenforschung, Ostfries. Landschaft. Sitz Aurich. Korrespondierend mit Friesen-Institut in Holland. Mitarbeiter: Maußer, Lohse (promoviert in Bonn über friesische Sprache), Tackenberg… BA NS 21/296+961 + BA BDC PA. Maußer

19420307 Planungsnotiz Sievers, o.D. (7.3.42): Institut f. Friesenkunde im Ahnenerbe. Mitarbeiter: Maußer in Verbindung mit >Ostfriesische Landschaft< + >Reichsarbeitsgemeinschaft f. Wurtenforschung< Sitz Aurich. Soll mit Frieseninstitut in Holland korrespondieren BA BDC PA. Maußer + BA NS 21/296

19420701 Maußer gestorben Idg. Jahrbuch 26, 1943, 374 – Alzheimer, Heidrun: Volkskunde in Bayern. Ein bibliographisches Lexikon der Vorläufer, Förderer und einstigen Fachvertreter. Würzburg 1991, 173

19420702 Schuller (Schwester von Maußer) an Ahnenerbe: Mitteilung von Maußers Ableben BA NS 21 / 057

19420720 Sievers an Erna Schuller: „Wir wollen uns um den wissenschaftlichen Nachlass, insbesondere Ura-Linda-Chronik kümmern!" BA NS 21 / 348 + 966

19420831 Sievers an Erna Schuller: Bitte, Ziesemer auffordern, der Mitarbeiterin des >Ahnenerbes< Elsemarie Querner den wissenschaftlichen Nachlass Maussers in Königsberg zugänglich zu machen. BA NS 21 / 968

19420915 Wolff an Schuller: Ankündigung: Frl. Anngret Schmidt (Bibliothekarin Salzburg) kommt nach München , um den dortigen Nachlass Maußers aufzunehmen. BA NS 21 / 817 + 969

19420915 Wolff an Ziesemer: Auf besonderen Wunsch von Frau Schuller wird Ilsemarie Querner am 21.9.42 in Königsberg eintreffen. Sievers wäre dankbar, wenn Ziesemer Frl. Gertrud von Lipski Frl. Querner zur Hand geht. BA NS 21 / 969

19421106 o.D. [vor 6.11.42] o. V.: Liste der Bücher aus Nachlass Maußers BA NS 21 / 811

19421106 Sievers an Schuller-Mausser: Bietet RM1,-- pro Buch, zusammen 1538,-- an BA NS 21 / 348 + 973

19421126 Erna Schuller-Mausser an Sievers: 2 mir gut bekannte Fachleute: 2000,-- bestimmt nicht zu hoch. BA NS 21 / 348

19421216 Sievers an Schuller-Mausser: Die genannten Gesichtspunkte wurden in den 1500 schon berücksichtigt. Entspricht wegen besonderer Verbundenheit mit dem Bruder dem Wunsch: 2000,-- BA NS 21 / 348

 

19430000 Karsten, G., - Dr E. Verwijs als briefschrijver. - Frysk Jierboek 1943, pp. 56-72.

19430000 Karsten, G., - Dr E. Verwijs als briefschrijver. - Frysk Jierboek 1943, pp. 56-72.

19430000 Overwijn, J.F., - Merkwaardige namen en plaatsen in het O.L.B. - Ons Eigen Volk III, 1943, pp. 262-271.

19430000 Overwijn, J.F., - Merkwaardige namen en plaatsen in het O.L.B. - Ons Eigen Volk III, 1943, pp. 262-271.

19430000 Rasch. J., - Een voorlooper van het O.L.B. (Het boek van Olof Rudbeck: Atlantica, eind 17de eeuw.). - Historia IX, 1943, p. 144.

19430000 Rasch. J., - Een voorlooper van het O.L.B. (Het boek van Olof Rudbeck: Atlantica, eind 17de eeuw.). -Historia IX, 1943, p. 144.

19430000 Wumkes. G.A., - Opmerkingen oer it Oera Linda Boek. - Paden fen Fryslân IV, Boalsert, 1943, pp.-69, 77, 575.

19430000 Wumkes. G.A., - Opmerkingen oer it Oera Linda Boek. - Paden fen Fryslân IV, Boalsert, 1943, pp.- 69, 77, 575.

19430110 Vertrag Erna Schuller-Mausser – Sievers BA NS 21 / 348

19430113 Friesen. Jacob, - Streitaxtleute lebten auf Texel. Funde geben Auskunft über die Urgeschichte der Insel. - Deutsche Zeitung in den Niederlanden 1943, 13 Jan.

19430113 Friesen. Jacob, - Streitaxtleute lebten auf Texel. Funde geben Auskunft über die Urgeschichte der Insel. - Deutsche Zeitung in den Niederlanden 1943, 13 Jan.

19430117 Friesen, Jacob, - Sachsenburg auf Texel. - Deutsche Zeitung in den Niederlanden 1943, 17 Jan.

19430117 Friesen, Jacob, - Sachsenburg auf Texel. - Deutsche Zeitung in den Niederlanden 1943, 17 Jan.

19430303 Wiesner, Joseph an Ahnenerbe: Organisiert den Transport der Bücher Maußers von Königsberg nach Berlin. BA NS 21 / 348

19430315 Rampf an Ahnenerbe-Bücherei: Organisiert den Transport der Münchner Bücher. Statt nach Berlin nicht besser erst einmal an der Ahnenerbe Außenstelle München liefern? BA NS 21 / 795-113

19430325 Wolff an Rampf: Bücherei in Berlin ohnehin überfüllt. Einverstanden mit München, Widenmayerstr. BA NS 21 / 348 + 980

194310 21 Rampf an Dirlmeier (Dekan Uni München): „Nach Rücksprache mit Herrn Inspektor Leichtfuss von der Universität bitte ich Sie, Herrn Dr. leichtfuss zu ermächtigen, die dem >Ahnenerbe< gehörige Bücherei von Prof. Dr. Mausser zum Zweck des Versandes nach Oberkirchberg in Kisten verpacken zu lassen." BA NS 21 / 795-113

 

19440000 Rimen en teltsjes fen de Broerren Halbertsma. Sechste printing. Mei printen fen Ids Wiersma. Neisjoen troch, mei in libbensskets fen J.P. Wiersma. Ljouwert, 1944.

194401 10 Schmidt, Annegret: „Bericht über den Umzug der Bücherei des Ahnenerbes von Berlin nach Oberkirchberg." BA NS 21 / 843

19440713 Wolff an Querner: Bücher aus Uni München mit den aus Königsberg in Oberkirchberg vereinen. Es kommen noch die Bücher hinzu, die bisher bei Maußers Schwester untergebracht waren. BA NS 21 / 844

19440905 Ahnenerbe an Werner Müller: Anbei Durchschrift des Ms. von Maußer über Ura-Linda-Chr. BA NS 21/348

19441002 Wolff an Rampf: Nach München Frachtgutsperre. Kistenversand für Mausser daher nicht möglich. Erbittet sofortige Sicherstellung Restbücherei Mausser mit Transport Pottenstein BA NS 21 / 348

 

19450000 Heyting, August - Verweer. Den Haag 1945, 32 pp. 21 cm. (Op pp. 11-13 over OLB).

19450000 Heyting, August - Verweer. Den Haag 1945, 32 pp. 21 cm. (Op pp. 11-13 over OLB).

19450106 Persönlicher Stab RFSS, Verwaltung an Sievers: Betr. monatliche Beihilfe für Frau Schuller-Mausser. Sind Voraussetzungen für diese Beihilfe noch dieselben? BA NS 21 / 348

 

19460000 Jan Alexander Beckering Vinckers (1868-1946) overlijdt.

19460000 Kalma, J.J., - Gerben Colmjon, hoeder fan it erfskip. - Assen, van Gorcum en C°, 1946, 95 pp. 8°. [op pp. 61-64 over het O.L.B.]

19460000 Kalma;J.J., - Gerben Colmjon, hoeder fan it erfskip. - Assen, van Gorcum en C°, 1946, 95 pp. 8°. [op pp. 61-64 over het O.L.B.]

19460000 Proefschrift in 't Fries over Eeltje van G. Dijkstra, 1946.

 

19470000 Christina Kroes-Ligtenberg en Jan Prins, ‘Bijlage I: verslagen van de lezingen in de maandelijkse vergaderingen(Behoort bij het Verslag van de Secretaris, afgedrukt op blz. 158)’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1947 (1947)

 

19480500 Wilkins. Harold I., - Atlantis: Light from the old Frisian Oera Linda Boek. - Research (uitg. 'Research centregroup' van 'The Atlantis Research centre', 'The Hoerbiger institute', 'The Avalon Society'), May/June1948,vol. I, nr. I,pp.6-8.

19480600 Wilkins. Harold I., - Atlantis: Light from the old Frisian Oera Linda Boek. - Research (uitg. 'Research centregroup' van 'The Atlantis Research centre', 'The Hoerbiger institute', 'The Avalon Society'), Tresoar, Leeuwarden 2005 31 May/June 1948, vol. I, nr. I, pp. 6-8.

 

19490000 Bron: E. Molenaar, Het Geheimzinnige Handschrift van de Familie Over de Linden. Feiten en gegevens omtrent herkomst en voorgeschiedenis van 'Het Oera Linda Boek'. Bussum, Uitgeversmaatschappij C.A. J. van Dishoeck, 1949. De naam van uitgeverij Pasman te Utrecht is met een strookje papier overgeplakt met de naam van Uitgeverij van Dishoeck te Bussum. p.5 Voorwoord. De feiten en gegevens omtrent de herkomst en de voorgeschiedenis van het Oera Linda Boek, die in dit geschrift in een nieuw groepsverband zijn bijeengebracht, werden ontleend aan de onderstaande publicaties: J. Beckering Vinckers: 'Wie heeft het Oera Linda Boek geschreven ? (Kampen, 1877). L.F. over de Linden: Beweerd, maar niet bewezen' (H. Kuipers, Leeuwarden, 1877) en Aanvulling van de Brochure 'Beweerd, maar niet bewezen' (C. de Boer Jr., Helder, 1912). Dr. M. de Jong Hzn.: 'Het geheim van het Oera Linda Boek' (A.J. Osinga; Bolsward, 1927). Mr. P.C.J.A. Boeles: 'De auteur van het Oera Linda Boek' ('De Vrije Fries', jaargang 1928). Enige inlichtingen zijn nog verkregen van de Gemeente-Archivaris van Enkhuizen, wijlen de heer D. Brouwer, terwijl van de heer C. over de Linden te Amsterdam nauwkeurige afschriften werden ontvangen van alle aanwezige bescheiden (uit de periode voor en tijdens de vertaling van het handschrift van het Oera Linda Boek), behorende tot de correspondentie-verzameling van de familie Over de Linden, thans berustende bij de Provinciale Bibliotheek te Leeuwarden. Ook werd toestemming gevraagd en verkregen, tot het opnemen (als Bijlage I) van een foto van het Wapen van de familie Over de Linden, met de zinspreuk 'Waak'. Toegevoegd zijn bovendien Bijlage II en III bestaande uit: de authentieke tekst van de beide eerste bladzijden van het handschrift van het Oera Linda Boek (in foto-copie), met daarnaast deze tekst in modern letterschrift, benevens de Nederlandse vertaling van Dr. J.G. Ottema. De gehele authentieke tekst (ruim 200 blz. foto-copie) met vertaling toe te voegen moest, wegens de kosten, achterwege gelaten worden. p.6 citaten p.7.  Hoofdstuk I (1) In Augustus 1948 was het honderd jaar geleden, dat de toen 37-jarige Cornelis over de Linden, scheepstimmerman eerste klasse aan 's Rijks Marinewerf te Den Helder, met zijn oudste zoon, de 13-jarige kwekeling Cornelis een reisje maakte naar Enkhuizen om aldaar een bezoek te brengen aan zijn moeder (weduwe van Jan over de Linden) en aan zijn gehuwde tante Aafje (dochter van de in 1820 overleden Andries over de Linden). Een gewoon familie-bezoek dus, waaraan de herinnering reeds lang verloren zou zijn gegaan, ware het niet dat deze beide reizigers bij hun terugkeer uit Enkhuizen naar Den Helder in het bezit waren van een pakket geschriften van zeer buitengewone inhoud. In dit pakket werden door Cornelis over de Linden en zijn zoon aanwezig bevonden een groot en een klein handschrift. Het eerste (waarvan het begin Latijn en het verdere -grootste - gedeeelte Oud-Hollands) werd later herkend als een zeldzaam voorkomend afschrift van 'De Kroniek van Friesland' van Worp van Thabor, terwijl het kleinere handschrift, geschreven in de oud-Friese taal met een onbekend letterschrift, later door de vertaling van Dr. J.G. Ottema bekend zou worden als 'Het Oera Linda Boek'. Over de ouderdom, echtheid en herkomst van dit laatste handschrift is sindsdien veel geschreven en wordt nog steeds gestreden, waarbij de critiek wel vaak het hoogste woord heeft gevoerd, doch waarover het laatste beslissende woord niet is gesproken. Het Oera-Linda-boek-vraagstuk is nog altijd een onopgelost probleem. De herdenking van de bovenvermelde, voor de familie Over de Linden zo belangrijke gebeurtenis in Augustus 1848, waaraan tot nog toe slechts wenig aandacht is geschonken, is daarom een gerede aanleiding en biedt een goede gelegenheid, thans eens meer nauwlettend na te gaan, of er ook aanwijzingen te vinden zijn of uitlatingen bekend zijn geworden, die de aanwezigheid van oude geschriften in de Enkhuizer familie Over de Linden bevestigen. Daartie is het wenselijk te onderzoeken: 1) Welke gegevens bekend zijn of alsnog gevonden kunnen worden, die aantonen dat bedoelde geschriften voor 1848 in Enkhuizen aanwezig waren; 2) Van welk familielid Cornelis over de Linden in 1848 het pakket oude geschriften kan hebben ontvangen; p.8. 3) Of Cornelis over de Linden wel gerechtigd was deze oude familiepapieren in ontvangst te nemen en ze voortaan als zijn eigendom te beschouwen. Over de Enkhuizer familie Over de Linden is een en ander bekend geworden, dat ongetwijfeld van belang is. In de ter beschikking staande gegevens kan men niet verder teruggaan dan die, welke melding maken van Jan over de Linden (overgrootvader van Cornelis uit Den Helder). Hij heeft zich, vermoedelijk uit Friesland komende, te Enkhuizen gevestigd en schijnt uit hoofde van zijn ambt als Jan de Diender bekend gestaan te hebben; zijn geboortedatum en -jaar zijn onbekend gebleven. Zijn zoon Andries, geboren te Enkhuizen in het jaar 1759, van beroep scheepstimmermansbaas, had drie kinderen. Antje, Aaltje en Jan. Antje heeft de ouderlijke woning verlaten, trouwde, maar bleef in Enkhuizen wonen. Toen Aafje trouwde met Hendrik Reuvers, bleef zij met haar man bij haar vader inwonen in de grote koepel met tuin aan de Rietdijk (tegenwoordig Vijzelstraat) te Enkhuizen, die aan haar vader toebehoorde. Ook hun dochter Cornelia Reuvers met haar man en hun zoon Hein Kofman hebben hun leven lang in dit huis gewoond. Laatstgenoemde is er geboren 11 Februari 1853 en er gestorven op 15 Januari 1933. De vermelding van deze gegevens geschiedt in verband met latere verklaringen van Cornelia Reuvers (Wed. Keetje Kofman) en van haar zoon Hein Kofman betreffende oude geschriften vanm de familie Over de Linden te Enkhuizen, die in de voorvaderlijke woning aan de Rietdijk aanwezig zijn geweest en door Cornelis zijn meegenomen naar Den Helder. De zoon van Andries, genaamd Jan en van beroep scheepstimmerman, had een luchthartige en rusteloze natuur. Hij trok van de ene plaats naar de andere al naar hij werk vond. Hij had een zoon, Cornelis, die in 1811 te Enkhuizen werd geboren. Grootvader Andries hield veel van zijn kleinzoon, daar hij de enige stamhouder was. Deze deelde naderhand mede, dat zijn grootvader, als hij daar soms logeerde en zij heel vertrouwelijk tezamen waren, hem dan steeds voorhield, dat hij nooit moest vergeten, dat hun familie van zuiver Fries bloed was en hem toezei later, als hij wat ouder geworden was, hem dat wel eens te zullen uitleggen. Dit is niet geschied. Toen Andries over de Linden (15 April 1820) op 61-jarige leeftijd, overleed, was zijn kleinzoon Cornelis nog maar een kind van 9 jaar. Evenals grootvader Andries was ook de vader van Cornelis vol van zijn oude Friese afkomst, zoals blijkt uit een later bekend geworden mededeling van de heer C. Wijs, die als volgt luidt: 'In het jaar 1831 bevond ik mij aan boord van het korvet p.9 'Nehalennia' (commandant, de kapitein ter zee Rijk *) op de Schelde voor het fort Marie. Ik was op genoemden bodem schoolmeester en ziekentrooster. Daarop bevond zich ook de scheepstimmerman Jan over de Linden, die er in vroolijke buien dikwijls op pochte, dat hij van den oudsten stam ter wereld was en bij zulke gelegenheden de spot dreef met den adel. Ik ben slechts een goed half jaar op het korvet geweest en heb Jan over de Linden uit het oog verloren. Van boeken of geschriften heeft hij nooit gesproken.' Deze Jan, geboren te Enkhuizen op 20 Juni 1787, overleed op 23 Juni 1835 aan boord van Z.M. Wachtschip 'Euridice'. Grootvader Andries, die blijkbaar zijn zoon Jan wel in kennis heeft gesteld met de in zijn familie levende traditie aangaande haar oude Friese afkomst, maar hem nkundig liet van het bestaan van hierop betrekking hebbende oude geschriften, heeft deze laatste ook niet aan zijn zoon nagelaten, daar hij ze hem wegens zijn onverschilligheid niet toevetrouwde. Ook de oudere zuster Antje, in 1876 nog in leven, heeft van het bestaan van het erfstuk nooit kennis gedragen. Andries over de Linden, die met de inhoud van het familieboek en met de opdracht tot geheimhouding en instandhouding door overerving aan het nageslacht en eventueel zonodig door overschrijving, blijkbaar meer op de hoogte was dan algemeen bekend geworden is, heeft de oude geschriften in het bezit van zijn inwonende dochter Aafje gesteld, met opdracht ze later aan zijn kleinzoon en stamhouder Cornelis ter hand te stellen. Aan deze opdracht heeft zij ook gevolg gegeven, echter eerst in het jaar 1848. De oorzaak van deze late overdracht is ook bekend. De echtgenoot van Aafje, Hendrik Reuvers, heeft zich tijdens zijn leven steeds ertegen verzet, dat zijn vrouw de oude familiepapieren, overeenkomstig haars vaders wil, aan Cornelis overdroeg. In 1845 stierf Reuvers; een paar jaar later hertrouwde zij met Koops Meijlhoff, die zij van de aanwezigheid van de oude papieren onkundig liet. Zij overleed te Enkhuizen op 4 Februari 1849. Dat het pakket oude geschriften, waarmede Cornelis over de Linden en zijn zoon in 1848 na een bezoek aan de Enkhuizer familie naar Den Helder terugkeerden, aanwezig is geweest in de voorouderlijke woning van zijn familie aldaar, wordt bevestigd door verschillende zgslieden die, of uit eigen herinnering of als resultaat van een ingesteld onderzoek, enige feiten of bijzonderheden betreffende deze familie te Enkhuizen hebben vermeld, die gepubliceerd werden. Deze gegevens zijn de volgende: A. Het resultaat van een onderzoek, ingesteld in 1876, door de heer Knuivers te Enkhuizen, omtrent de familie Over de Lin- p.10 den aldaar en het toen reeds als het Oera Linda Boek bekend geworden handschrift van Cornelis over de Linden (die inmiddels op 22 Februari 1874 overleden was). Voor dit onderzoek wendde de heer Knuivers zich tot de nog levende afstammelingen van Andries. Oude mannelijke afstammelingen van deze laatste bestonden er niet meer in Enkhuizen, maar wel een dochter van 80 jaar (Antje) en deze had nooit iets van het handschrift vernomen. Wel had de weduwe Keetje Kofman (dochter van Hendrik Reuvers en Aafje o/d L.) er van gehoord. Deze weuwe woonde in het stamhuis van de ene tak van de O.d.Linden's en buiten twijffel' zoo luidt het bericht is hier het handschrift bewaard in een hoek, met stof bedekt. Hoelang het handschrift daar gelegen heeft, wanneer het naar Den Helder is overgebracht, dit wist niemend te vertellen, waar ik ook aanklopte en welke moeite ik overigens aanwendde'.  B. Een mededeling van de Heer Munnik (getrouwd met een voordochter van Cornelis over de Linden's eerste vrouw). Hij vertelt het volgende: 'In 1845 (een jaar voor mijn trouwen) deden C. over de Linden, de boekbinder Stadermann en ik samen een toertje (naar Enkhuizen). Wij kwamen bij een oude schipper, waar Over de Linden's moeder huishoudster was. C. o.d. L. sprak alleen met zijn moeder en den oude en zeide toen wij weer buiten Enkhuizen waren: 'Het is toch een bedonderd werk; die oude heeft een oud boek van ons en wil het niet loslaten. Daaruit blijkt dat onze familie oud is'; verder zoo vertelt M. sprak hij over boschrijke streken zoveel als een heerlijkheid, van landstreken, lindeboomen enz. 'Doch het is oud-Friesch'; daar (zoo zei C. o.d. L.) zit de bl.... Zoo heeft hij wel een paar jaar loopen brommen (van 1845-1847), doch was intusschen begonnen oud-Friesch te leeren' [Opm. uit het vervolg blijkt, dat Cornelis over de Linden het boek niet kon lezen en niet kon hebbe vastgesteld, dat het in het Oudfries geschreven was, laat staan, dat hij geweten zou hebben dat het een familieboek was. Dat is hem eerst door Eelco Verwijs verteld. Eerst daarna raakte hij geinteresseerd en vulde hij zijn boekenkast aan met allerhande wetenschappelijke werken. Overigens is in het bovenstaande sprake van een enkel boek en niet van twee, zodat men zich kan afvragen, of hier niet gesproken wordt over de Worp van Thabor, die zo dik was als een Statenbijbel en voor het grootste deel geschreven was in het Middelnederlands]. (degene, bij wie o.d. Linden om het oude boek vroeg, zal niet de man zijn geweest, bij wie zijn moeder huishoudster was, maar Reuvers, de man van tante Aafje, die zij ook bezocht zullen hebben). C. In een ingezonden stuk in de Friesche Courant van 30 April 1877 deelde de heer M.K. de Jong, hoofd der school te Kooten mede, dat, toen de kwestie van het Oera Linda Boek behandeld werd in de dorps-ontwikkelingsclub 'De Hervorming', een dorpsgenoot, wiens waarheidsliefde boven alle twijffel stond, daar verklaarde, dat zijn oom Leendert over de Linden hem ongeveer 40 jaar geleden (dus ongeveer 1837) al had veteld, dat er nog heel oude geschriften onder de familie Over de Linden berustende waren. D. Een schrijven van de heer D. Brouwer, Gemeente-Archivaris van Enkhuizen aan schrijver dezes d.d. 26 October 1939, van de volgende inhoud: 'Naar aanleiding van Uw verzoek inzake de mogelijkheid, dat het handschrift omstreeks 1848 reeds in het bezit moet zijn p.10 geweest van de familie Over de Linden te Enkhuizen, moet ik U mededelen, dat daaromtrent geen authentieke stukken hier aanwezig zijn, welke zulks zouden kunnen bevestigen. 1) Een lid der familie O. d. L. hier nog woonachtig, verzekerde mij, dat het manuscript voor 1850 berustte bij een ander lid van de familie, wonende in de Vijzelstraat, Cornelis o. d. Linden, die midden 19de eeuw werkzaam was op de Marinewerf te Den Helder, is geboren te Enkhuizen en heeft van zijn tante (Aafje) het handschrift overgenomen. 2) Een oud timmerman, H. Kofman (kleinzoon van Aafje), die zijn leven lang na de weduwe Kofman-Reuvers het bedoelde huis in de Vijzelstraat heeft bewoond, vertelde mij meermalen, dat het pakket, bevattende de stukken van het Oera Linda Boek, in het huis aanwezig is geweest; zelfs wees hij de plaats aan waar het had gelegen, voor het door Cornelis o/d L. was meegenomen naar Den Helder.' E. Een ingezonden stuk in de Enkhuizer Courant van 9 Januari 1934 van een oud-ingezetene van Enkhuizen, de heer Hajo Last te Bussum (aldaar overleden in 1934 op 83-jarige leeftijd), waarin hij o.a. mededeelde gewerkt te hebben met Hein Kofman (kleinzoon van Aafje) en hem eens gevraagd te hebben naar de geschriften, die bij zijn moeder (dochter van Aafje) vandaan zijn gekomen. Hein Kofman zei toen tegen hem: 'Neef Over de Linsden heeft ze gestolen van mijn moeder'. Neen. Hein Kofman, neef Cornelis heeft ze niet gestolen van je moeder; je grootmoeder had die geschriften in bewaring gekregen van haar vader Andries over de Linden, met opdracht ze te doen toekomen aan diens kleinzoon en stamhouder Cornelis en hieraan heeft zij gevolg gegeven. Uit alles wat hierboven vermeld is, blijkt: 1) dat het handschrift van het veelomstreden Oera Linda Boek voor 1848 aanwezig is geweest in Enkhuizen, in de voorouderlijke woning aan de Vijzelstraat; 2) dat tante Aafje in Augustus 1848, bij een bezoek van Cornelis over de Linden en zijn zoon [Cornelis], de oude familiepapieren aan hem, volgens opdracht van haar vader Andries, overhandigd heeft; 3) dat Cornelis over de Linden deze oude geschriften als rechtmatige erfgenaam van zijn grootvader, in bezit heeft genomen.

19490000 E. Molenaar, Het Geheimzinnige Handschrift van de Familie Over de Linden (Bussum, 1949). Bevat correspondentie van Cornelis over de Linden, Eelco Verwijs en Johan Winkler.

19490000 E. Molenaar, Het geheimzinnige Handschrift van de Familie Over de Linden, Bussum, C.A.J. van Dishoeck, 1949. De uitgave van E. Molenaar bevat de volledige teksten van een groot aantal brieven tussen Eelco Verwijs en Cornelis over de Linden , tussen Eelco Verwijs en Johan Winkler en tussen Cornelis over de Linden en J.G. Ottema. De hieronder afgedrukte brieven tonen aan, dat het veronderstelde complot tussen Francois Haverschmidt, Eelco Verwijs en Cornelis over de Linden niet heeft bestaan. Molenaar wijst veeleer op de belangentegenstellingen tussen Verwijs en Over de Linden, waarbij Eelco Verwijs indringend getracht heeft om het gehele handschrift ter beschikking te krijgen, maar Cornelis over de Linden boter bij de vis wilde in de vorm van een vertaling. De heren zijn niet tot elkaar kunnen komen. De aanpak van Ottema, die zich voegde naar de wensen van Cornelis over de Linden, leidde wel tot resultaat. Een deel van de brieven was al in 1929 uitgetrokken door Dr. M. de Jong Hzn in diens Smaadschrift, Romantiek of Wetenschappelijk Bewijs. Cornelis over de Linden beschikte tevens over een echt handschrift van de Kronijk van Friesland van Worp van Thabor (16de eeuw). Verwijs wilde dit handschrift gaarne zelf uitgeven en sloot daarover volgens eigen zeggen een akkoord met het Fries Genootschap, terwijl de uitgaven van die kroniek tot dusver verzorgd waren door J.G Ottema. Juist de combinatie met dit echte handschrift maakte, dat Verwijs ook (wisselend) in de echtheid van het Oera Linda Boek geloofde.

19490000 E. Molenaar, Het geheimzinnige Handschrift van de Familie Over de Linden, Bussum, C.A.J. van Dishoeck, 1949. Tekst. Het besluit van de heer Over de Linden op [maandag] 7 October 1867 om zich rechtstreeks per brief te wenden tot de Archivaris-Bibliothecaris van Friesland, Dr. Eelco Verwijs en hem een paar blaadjes van het oud-Friese handschrift ter vertaling toe te sturen, was een gebeurtenis die een reeks van onvoorziene gevolgen heeft gehad. [...] Het meest kenmerkende van deze correspondentie is wel de grote belangen-tegenstelling tussen Over de Linden en Verwijs. Tegenover de hardnekkig volgehouden pogingen van deze laatste om hem het gehele handschrift toe te vertrouwen, is opvallend de onverzettelijke halsstarrigheid, waarmee Over de linden bleef weigeren het familieboek in zijn geheel uit handen te geven. Hij begeerde eerst de vertaling te kenen en wel katern na katern. Verwijs beloofde hem deze, maar hij wenste eerst inzage te nemen van de gehele inhoud van het handschrift, teneinde daarover verslag te kunen uitbrengen aan het Fries Genootschap. Een laatste uiterste poging hiertoe werd door Verwijs nog gedaan toen hij, in zijn kwaliteit van Archivaris-Bibliothecaris, van de Commissaris des Konings en Gedeputeerde Staten machtiging verzocht en verkreeg, om de heer Over de Linden te Den Helder persoonlijk te gaan bezoeken en alsdan met hem over de overname van de beide handschriften* te onderhandelen. Dit bezoek heeft plaatsgehad op [donderdag] 21 November 1867. Over de Linden was op dit bezoek voorbereid door het schrijven van Verwijs [d.d. [donderdag] 24 oktober 1867].

19490000 J. Molenaar Het geheimzinnige handschrift van de familie Over de Linden : feiten en gegevens omtrent herkomst en voorgeschiedenis van “Het Oera Linda Boek” Bussum : C.A.J. van Dishoeck, 19XX. – 75 p. ; 25 cm.

19490000 Karsten. Gert, - 100 jaar Nederlandse philologie. M. de Vries en zijn school, - Leiden, Ned. U.M.N.V., 1949, 238 pp. 8°. [Op pp. 148-156 over dr E. Verwijs, op p. 156 over het O.L.B.]

19490000 Karsten. Gert, - 100 jaar Nederlandse philologie. M. de Vries en zijn school, - Leiden, Ned. U.M.N.V., 1949, 238 pp. 8°. [Op pp. 148-156 over dr E. Verwijs, op p. 156 over het O.L.B.]

19490000 Molenaar E., - Het geheimzinnige handschrift van de familie Over de Linden. Feiten en gegevens omtrent herkomst en voorgeschiedenis van het Oera Linda Boek. - Westfries Jaarboek XII, 1949, bijl., 1-75.[ook afzonderlijk verschenen: Bussum, U.M. C.A.J. v. Dishoeck (1949), 75 pp. 8°. Op p. 70 de naam van de schrijver en Hilversum Sept. 1949].

19490000 MOLENAAR, E. Het Geheimzinnige Handschrift van de Familie Over de Linden. Feiten en gegevens omtrent herkomst en voorgeschiedenis van Het Oera Linda Boek. Zuilen / Utrecht, Uitgeverij Pasman, 1949. 1e druk 75 pp. ingenaaid. Naam uitgeverij Pasman is doorgehaald en met de handveranderd in van Dishoeck. Vergeeld. Enkele illustraties. enige vergeling Offered for EUR 17.50 = appr. US$ 22.26 by: Antiquariaat Van Veen - Book number: 36829

19490000 Wumkes G.A , Opmerkingen oer it Oera Linda Boek. - Nei Sawntich jier, Tinkskriften, Boalsert 1949, pp. 257, 277.

19490000 Wumkes G.A , Opmerkingen oer it Oera Linda Boek. - Nei Sawntich jier, Tinkskriften, Boalsert 1949, pp. 257, 277.

19490900 Molenaar E., - Het geheimzinnige handschrift van de Familie Over de Linden. Feiten en gegevens omtrent herkomst en voorgeschiedenis van het Oera Linda Boek. - Westfries Jaarboek XII, 1949, bijl., 1-75.[ook afzonderlijk verschenen: Bussum, U.M. C.A.J. v. Dishoeck (1949), 75 pp. 8°. Op p. 70 de naam van de schrijver en Hilversum Sept. 1949].

 

19500310 Poortinga. Y., - It geheim fan it Oera Linda-boek (Bisprek fan it boek fan E. Molenaar [nr 63l]). - Frysk en Frij 1950, 10 Maart.

19500407 Molenaar. E., - Het probleem van het Oera Linda Boek, Nei oanlieding fan in skôging yn 'Frysk en Frij’. - Frysk en Frij 1950, 7 Apr.

19501017 Het Oera-Linda-boek. Interessante beschouwing over een oude strijdvraag. Nieuwsblad v. N.O. Friesland, jg. 70. nos 28 (26.10.1950) en 31 (17.10. 1950).

19501019 Kalma. J.J., - Perkament uit Kruik. (Een falcificatie uit het Friesland van 1869). - Leeuw. Crt. 1950, 19 Oct.

19501026 Het Oera-Linda-boek. Interessante beschouwing over een oude strijdvraag. Nieuwsblad v. N.O. Friesland, jg. 70. nos 28 (26.10.1950) en 31 (17.10. 1950).

19501026 Kalma. J.J., - Perkament uit Kruik. (Een falcificatie uit het Friesland van 1869). - Leeuw. Crt. 1950, 19 Oct. Het Oera-Linda-boek. Interessante beschouwing over een oude strijdvraag. Nieuwsblad v. N.O. Friesland, jg. 70. nos 28 (26.10.1950) en 31 (17.10. 1950).

 

1951 Publicatie van het OLB door J.F. Overwijn (tweede druk).

19510000 Oera Linda boek. - Oosthoek's Encyclopaedie 4e dr. XI, 1951, 758-759.

19510000 Overwijn. J.F., - Thät Wra Linda Bok door -- tweede druk, verbeterd en vermeerderd. - Dordrecht, Chefferd drukkerij (1951), 207, 173, 104, 10 pp. 8° (Inleiding 2de druk get. Dordrecht Jan. 1951) Vgl [nr. *614]. Tekstuitgave.

19510120 Het Oera Linda Boek en Ossian. Naar aanleiding van de jongste (en laatste?) publicatie. (Over het boekje van E. Molenaar, zie: K 631). Heerenveense Koerier, jg. 7, no. 24 van 20.1.1951.

 

19520000 Haantjes. J., - Oera Linda Boek. - Winkler Prins Encyclopaedie, 6de druk, XIV, 1952, 678.

19520000 Oera Linda Bok. - ENSIE, X, 1952, 942.

19520000 Vleer. W.Tsj., - Het Oera Linda Boek. Bestond het handschrift reeds in 1776? - Friese Koerier 1952, 3 Juni.

19520603 Vleer, W.Tsj., - Het Oera Linda Boek en het ontstaan van het geslacht Over de Linden. - De Kaag, post Abbenes, 'Swanneblom' (1952), 23 pp. 4° gestenc. (get. 3 Juni 1952).

 

19530000 Atlantis enträtselt? Wissenschaftler nehmen Stellung zu Jürgen Spanuths Atlantis-Hypothese.  Herausgegeben von Prof. Richard Weyl. – Kiel, Walter G. Mühlau (1953), 79 pp. 8°.

19530000 Colmjon. [jr] G., - De Nederlandse letteren in de 19de eeuw. - Amsterdam, Wereldbibliotheek, 1953. [op pp. 215-229 over het O.L.B. en dr E. Verwijs]

19530000 Spanuth. Jürgen, - Das enträtselte Atlantis. - Stuttgart, Union Deutsche Verlagsgesellschaft (1953), 260 pp. 8º.

19530000 Visser. J., - Oera-Linda-Boek. - De Kath.Encyclopaedie 2e dr. XIX, 1953, 55.

19530000 W. Tsj. Vleer — Het Oera Linda Boek en het ontstaan van het geslacht Over de Linden, 1953.

 

1954 voorjaar Huyser. J.G., - Nieuw licht in het Oera-Linda-Mysterie. - 1954, Rotterdam (C), uitg. H. de Bot, Leopoldstr. 1b, 96 pp., 4° gestenc. (get. Den Haag, voorjaar 1954)

19540000 Grootaers, Jan, - Maskerade der Muze, Vervalsing: namaak en letterdiefstal in eigen en vreemde letterkunde. - Amsterdam, G.J.A. Ruys U.M.N.V., 1954, VIII, 288 pp. 8°. [op pp. 175-192 over het O.L.B.]

19540000 Heemstra, P.S. Sixma van, -Om’t Oera Lindaboek hinne. - In: Nei in oare wrâld, skiedkundige skôgings, Drachten 1954, pp. 42-46.

19540714 Siebs. Theodor, - Die 'Ura Linda-Chronik'. - Berner Tagblatt 1934, 14 Juli.

 

19550000 Serrarens. Ed. A., -De dichter-predikant François Haverschmidt (Piet Paaltjens). - Amsterdam, N.V. Noord Holl. U.M. 1955, 192 pp. 8°. [Op pp. 19 en 90 over het O.L.B.]

19550126 Tekening van Over de Linden in Fries Scheepvaartmuseum. - Leeuw. Crt. 1955, 26 Jan.

 

19560000 „THET OERA LINDA BOK", Bibliografie van gedrukte stukken en overzicht van de verzameling brieven, handschriften, portretten enz., aanwezig op de Provinciale Bibliotheek van Friesland en bij het Fries Genootschap van Geschied-, Oudheiden Taalkunde te Leeuwarden, samengesteld door J.J. KALMA Uitgegeven door de Provinciale Bibliotheek van Friesland Leeuwarden 1956 Woord vooraf. H is het handschrift van Adela's boek, 't Kuiken, dat is er, maar zoek is de kloek. Oudejaarsavond ABC van de "Nederl. Spectator 1871". Het pas verschenen Repertorium "Frieslands verleden" heeft verschillende bezwaren. Niet alleen, dat geen boeken zijn opgenomen, maar ook practisch geen artikelen uit dagbladen. Dat de eerste hun belang hebben behoeft niet te worden aangetoond. Ook de dagbladartikelen hebben echter waarde. Mr P.C. J. A. Boeles schreef in een opstel over de Oera Linda Boek-kwestie: "De als bewijsmateriaal in aanmerking komende feiten moet men uit allerlei geschriften, tot ingezonden stukken toe, verschenen in lokale bladen, bijeen zoeken…" Het spreekt overigens vanzelf, dat in een algemene bibliografie de onderdelen niet volledig tot hun recht komen. Vandaar dat daarnaast speciale bibliografieën, waarbij ook het handschriftelijk materiaal zijn plaats kan krijgen, nodig blijven. Zo kwam het tot deze eerste poging tot aanvulling. Dat hierbij "Thet Oera-Linda-Bôk" gekozen werd hoeft niet te verwonderen. Het laatste woord, speciaal over de kwestie van het auteurschap, is nog niet gezegd en – wij geven weer het woord aan mr Boeles – "hoe weinigen hebbende O.L.B. litteratuur bij de hand en de tijd om daaruit de gegevens bijeen te zoeken en naar tijdsorde te sorteren. Toch komen eerst in dit verband de dingen tot hun recht". Tot nog toe ontbreekt een chronologisch ingerichte bibliografie, die tenminste enige aanspraak op volledigheid kan maken, Wij meenden dus, dat onze lijsten A-C, die een overzicht geven van de collectie, aanwezig op de Prov. bibliotheek van Friesland, een bruikbaar hulpmiddel konden zijn. De wenselijkheid een overzicht te geven van de inhoud van het zg. "Kistje van Winkler" (lijst D) is reeds een en andermaal uitgesproken, vandaar dat dit hier geboden wordt. Het handschrift en alles wat er om heen geschreven is, blijft boeien. Sommigen mogen zich dan met Joh. Winkler geërgerd afwenden en spreken van "dat sleaue boek", anderen zullen zich graag blijven verlustigen in deze "goed geslaagde grap" (dr. F.C. Dominicus). Er zullen er voorlopig genoeg blijven, die de woorden van dr. G.A. Wumkes onderschrijven: "Ien fan de wichtichste dokuminten fan de hiele Fryske skriftkennisse út de 19de ieu" … "in Fryske frijheits mythe" of die zich de uitspraak van de oude C.O. v.d. Linden herinneren: "Sommigen zeggen het is een bijbel." Maar ook zal dit handschrift worden genoemd, als de waarschuwing van dr. J. Bolhuis van Zeeburgh wordt overgenomen: “Bij de Friezen was en is ingenomenheid met hun volksstam veel sterker dan bij de Hollanders. Men gelooft in Friesland zoo gaarne aan al het roemrijke, dat van de vaderen wordt verhaald”. Een bibliograaf doet echter zelf geen keus. Hij noteert, om anderen te helpen bij het vormen van hun mening. De collectie van de Prov. Bibliotheek (gedrukte stukken, brieven, handschriften enz.), die hier beschreven wordt is zeer rijk, maar wij weten wel zeker, nog niet volledig. Moge deze uitgave anderen aansporen hun collecties te raadplegen en het ontbrekende te melden. Het spreekt wel vanzelf, dat de bibliotheek zeer gaarne de ontbrekende stukken in ontvangst zal nemen. J.J.K.

19560000 Genootschap van Geschied-, Oudheiden Taalkunde te Leeuwarden, samengesteld door J.J. KALMA Uitgegeven door de Provinciale Bibliotheek van Friesland Leeuwarden 1956 Ten geleide. Sedert de ‘verschijning’ van het handschrift “Thet Oera Linda Bôk” in 1867 heeft de Provinciale Bibliotheek van Friesland er naar gestreefd een zo volledig mogelijke verzameling gedrukte stukken, brieven, foto’s etc., betrekking hebbende op dit handschrift, bijeen te brengen. Zij ontving fraaie, soms omvangrijke geschenken, o.a. uit het bezit van dr. J.G. Ottema en van de familie Over de Linden. Een zeer bijzondere aanwinst was uiteraard het handschrift zelf, dat wij in 1938 van de heer C. Over de Linden in Amsterdam ten geschenke ontvingen. Aan de plannen om van deze Oera-Linda-Boek collectie een catalogus in boekvorm samen te stellen heeft het in het verleden niet ontbroken. Wij hebben de uitvoering ervan thans te danken aan het enthousiasme van de bibliograaf en historicus ds. J.J. Kalma te Lekkum, door wiens werk de literatuur over dit curieuze handschrift voor belangstellenden thans beter toegankelijk is gemaakt. Zijn werk heeft aan waarde gewonnen, omdat hij, zoals de titel aangeeft, ook die stukken die eigendom zijn van het Fries Genootschap voor geschied-, oudheid- en taalkunde, en die zich in de bibliotheek van het Fries Museum bevinden, heeft beschreven. Ik maak gaarne van de gelegenheid gebruik, hem voor zijn arbeid, geheel belangeloos verricht ten bate van het onderzoek in deze onopgeloste kwestie, hartelijk te bedanken. S. Douma Bibliothecaris der Prov. Bibliotheek van Friesland

19560000 J. J. Kalma — Bibliografie betreffende Thet Oera Linda Bok. Leeuwarden, 1956.

19560000 Kalma, J.J. - "Thet Oera Linda Bok", bibliografie van gedrukte stukken en overzicht van verzameling brieven etc. Uitg. Provinciale Bibliotheek van Friesland, Leeuwarden 1956, 62 pp. 8°.

19560000 Kalma, J.J.: Thet Oera Linda Bôk. Bibliografie van gedrukte stukken en overzicht van de verzameling briefen, handschriften, portretten enz., aanwezig op de Provinciale Bibliotheek van Friesland en bij het Fries Genootschap van Geschied-, Oudheid en Taalkunde te Leeuwarden. Leeuwarden 1956

19560000 Krogmann, Willy: That thusendigste jar. Korrespondenzbl. des Vereins für niederdeutsche Sprachforschung 65, 1956, 39-42

19560000 Poortinga, Y. - Pûen fol heale wiisheit. In : Y. Poortinga, Fan skriften en skriuwers. Grins 1970, pp. 54-62. [ondertitel : Oera Linda-kunde ut de twaade hân]. Eerder verschenen in: De Tsjerne, XI, 1956, pp. 95-102.

19560000 Poortinga; dr Y., - Pûden fol heale wiisheit. Oera-Linda-kunde út de twadde hân. - De Tsjerne XI, 1956, pp. 95-102.

19561000 Miedema, Hessel - Codicologische beschri jving van het handschrift genoemd "Het Oera Linda Boek" te Leeuwarden. Amsterdam, okt. 1956. Doorslag machineschrift [2], 16 bl. 27,5x21,5 cm.

 

19570000 Boeles, P.C.J.A. - De stand der Oera Linda problemen. Aard en inhoud van het Oera Linda boek. It Baeken 19 (1957) pp. 27-30 en 64-71.

19570000 Jan Tjittes Piebenga, ‘VII. It folk oppenearret him’ In: Koarte skiednis fan de Fryske skriftekennisse (1957)

19571109 G.W. - De wraak van Gerben Colmjon. "That Thusendigste Jar", een nieuw Oera Linda-Boek. Deventer Dagblad, 9.11.1957.

19571109 Oera Linda Boek zette Friesland in vuur en vlam. Deventer Dagblad, 9.11.1957.

 

19580000  [Molenaar, E.] - De Friese vlag; het oud-Friese wapen en het Oera Linda Boek. Pleidooi voor een deskundig onderzoek van de inhoud van het handschrift van de familie Over de Linden. Hilversum 1958, 13 pp. 23 cm. met tekstill., 2 afb. en 1 losse bijlage.

19580000 Bruorren Halbertsma. Rimen en teltsjes. Printen fan Ids Wiersma. Sawnde printing ûnder redaksje fan J.P. Wiersma. Boalsert, Ljouwert, 1958.

19580912 Prof. Hellinga gaat met 18 studenten het Oera Linda Bok-mysterie te lijf. Leeuwarder Courant, 12.9.1958.

19581200 International student group studies Oera Linda Bok. Frisian News Items 14, nr. 9 (Dec. 1958), p. 41.

19581200 Prof. Hellinga gaat met 18 studenten het Oera Linda Bok-mysterie te lijf. Leeuwarder Courant, 12.9.1958. International student group studies Oera Linda Bok. Frisian News Items 14, nr. 9 (Dec. 1958), p. 41.

19581219 Oera Linda Bok: fantastisch oudfries historieboek. Algemeen Dagblad, 19.12.1958.

 

19590107 Prof. dr. W.G. Hellinga is bezig met onderzoek van Oera Linda Boek. Het Vrije Vol k, 7.1.1959.

19590108 Oera Linda boek heeft voorbeeld gehad, geschreven in merkwaardig OLB-schrift (Prof. Hellinga voor Fr. Akademy). Leeuwarder Courant, 8.1.1959.

19590411 Piebenga, Dr. H.Tj. - Peins, onderzoekt handschrift van Corn. over de Linden en van dr. Eelco Verwijs. Geheim van Oera Linda Boek benaderd van grafologische kant. Helderse hellingbaas had enorme labiliteit. Leeuwarder Courant. 11. 4. 1959.

19590411 Piebenga, Dr. H.Tj. - Peins, onderzoekt handschrift van Corn. over de Linden en van dr. Eelco Verwijs. Geheim van Oera Linda Boek benaderd van grafologische kant. Helderse hellingbaas had enorme labiliteit. Leeuwarder Courant. 11. 4. 1959.

19590829 Artikel van W. Tsj. Vleer in de Leeuwarder Courant d.d. 29 augustus 1959: Het geslacht OVER DE LINDEN kwam uit Steggerda. De boekverkoper Johannes Jans debet aan Oera Linda-boek? Na het onderzoek van prof Hellinga c.s. over het Oera Linda-boek is het mysterie dat nu reeds 92 jaar om een oplossing vraagt, in een nieuw stadium gekomen. Prof. Hellinga kwam op 4 januari j.l. met de verrassende mededeling, dat Cornelis Over de Linden, die reeds sedert 1876 als de auteur van het geruchtmakende handschrift was gedoodverfd, de auteur niet kon zijn, doch hoogstens slechts het "?boek" slordig had overgeschreven. Het gaat er nu om wie het wel geweest is die dit gigantische werk heeft geschreven en wanneer dit gedaan werd. Prof. Hellinga zal ongetwijfeld bij nader onderzoek wel ontdekken in welke richting gezocht moet worden en mogelijk ook de auteur kunnen aanwijzen. In afwachting van dit verdere onderzoek komt het mij wenselijk voor enige aandacht te vragen voor de afstamming van de familie Over de Linden, daar deze wellicht kan bijdragen tot de ontknoping van het mysterie. HET feit dat in 1952 nog nimmer een onderzoek naar de afstamming van de zovele malen door bet geruchtmakende de Oera Linda boek genoemde familie Over de Linden was verricht, deed mij toen besluiten dit ter hand te nemen. Aanleiding hiertoe was ook de brochure van de heer E. Molenaar: "?Het geheimzinnige handschrift van de familie Over de Linden". In deze brochure zijn een drietal verklaringen opgenomen, die aannemelijk maken dat het handschrift Oera Linda vóór 1850 aanwezig was in de woning van "?tante Aafje" in de Vijzelstraat te Enkhuizen. Ook is sprake van een gelegaliseerde verklaring van een drietal personen, die bevestigen dat al in 1848 ? 1850 het handschrift schrift in bezit was van de familie. Wanneer dit juist is en dat lijkt er nu. na het rapport van prof. Hellinga meer op dan voorheen, dan rijst de vraag: ?"Hoe is de familie aan dit handschrift gekomen; wie heeft er de namen Oera Linda en Lindaoorden enz. in verwerkt?" Het is niet aannemelijk dat een niet-Over de Linden dit deed. Op de één of andere wijze was de auteur bij de familie milie Over de Linden betrokken. Op een vijftal plaatsen en op verschillende pagina’s, treffen we de woorden Ovira Linda, Lindawald, Lindaoorden aan. Dit zijn geen woorden die er door een overschrijver zijn tussen gevoegd, maar reeds in het handschrift moeten gestaan hebben. HET samenstellen van de stamboom Over de Linden was geen gemakkelijk werk. Verder dan Jan Andries, die in 1746 In Enkhuizen opduikt en daar volgens familieaantekeningen politieman was, kon niet worden gekomen. Hoe ook gezocht werd in het Weststellingwerfse gebied en in de Enkhuizer archieven: er kon geen schakel worden gevonden tussen de naam Over de Linden den en de streek van de rivier de Linde in Stellingwerf. De naam bleef dus een raadsel en daar deze vóór 1776 in Enkhuizen niet voorkwam, meende ik ?- gezien ook de Hollandse namen bij de kinderen van Jan Andries en Janke Johannes -? dat een Friese afstamming betwijfeld moest worden. Was dit een teleurstelling, een verrassing werd dat in de stamboom een persoon naar voren kwam die m.i. het Oera-Llnda-mysterie nog groter maakte. De oudste zoon van Jan Andries Johannes, geboren 18 december 1752 te Enkhuizen, was nl. boekverkoper van beroep. Hij overleed 12 mei 1809 in Enkhuizen. Van hem zijn talrijke acten aanwezig in de oud-rechterlijke en notariele archieven van Enkhuizen. Zijn handtekening verraadt een man die uiterst handig met de pen was en tevens een intellectueel die zijn vak uitstekend verstond. Zijn vrouw stierf op 13 november 1805, nog maar 52 jaar oud. Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren, twee jongens en twee meisjes. Eén zoon stierf op drie-jarige leeftijd. De andere zoon Jan, gedoopt 27 november 1776, werd boekdrukker van beroep en zette tevens de zaak van zijn vader voort. Op 31 juli 1802 trouwde hij met Johanna Blikkenhorst. Het lijkt er veel op dat Johannes Jans gemakkelijk in de gelegenheid is geweest de literatuur te verzamelen waaruit het Oera-Lindaboek werd opgebouwd als een familiekroniek. Het plotselinge afbreken er van zou er op kunnen wijzen dat de auteur door ziekte of dood (1809) verhinderd is geworden zijn werk voort te zetten. Het zou zelfs begrijpelijk zijn dat deze ?familiekroniek niet op zijn zoon was overgeerfd, daar die als vakman de vervalsing direct herkende of mogelijk zelf van het werk van zijn vader afgeweten heeft. De broer van Johannes Andries was een eenvoudige scheepstimmerman, en het feit dat diens zoon Jan in 1831 (ook volgens Molenaar) reeds van het bestaan der ?familiekroniek afwist maakt het zelfs aannemelijk dat het ?"boek" overging op de boekverkoper zijn broer. De resultaten van het onderzoek werden door mij destijds beschreven in een brochure ?"Het Oera-Linda-boek en het ontstaan van het geslacht Over de Linden". Deze brochure was een aanleiding voor Mr. J. G. Huyser, oud-president van het Haagse Gerechtshof, ook een brochure te schrijven, waarin nagegaan werd of de geestesrichting, die bet Oera-Linda-boek vertegenwoordigt inderdaad aanwezig was in de levensjaren van de Enkhulzer boekverkoper. Mr Huyser kwam tot de conclusie dat dit inderdaad het geval was en achtte het waarschijnlijk dat Johannes Jans Over de Linden wel meer van de beruchte familiekroniek geweten heeft. Ondanks deze aanwijzingen is het niet uitgesloten dat ook de zoon Jan in staat is geweest een dergelijke kroniek te schrijven. Ook hij was daartoe in de gelegenheid uit hoofde van zijn beroep. Er is ook altijd nog een wapen Over de Linden, waar een bron of brug of put in voorkomt en dat voor een werkstuk van de scheepstimmerman Cornelis Over de Linden is aangezien. Reeds jaren geleden kwam Dr. Kits Nieuwenkamp tot de conclusie dat dit wapen van onmiskenbare laat 18e eeuwse makelij was. Wijlen Dr. Rühl, leraar in de heraldische wetenschap, o.a. ontwerper van het wapen van Indonesie, heeft het wapen dat in bezit is van de Amsterdamse oud-inspecteur van politie Over de Linden, ook gezien en kwam eveneens tot de conclusie dat het een laat 18e eeuws werkstuk moet zijn geweest weest. Nu schijnen de ontwerper van het wapen en de auteur wel één en dezelfde persoon geweest te zijn gezien het symbool in het wapen en de Oera-Linda spreuk: Waak! DOOR het werkje van collega R.S. Roorda "?Nammen út earder tiid" werd ik er op attent gemaakt dat in de bijlagen van de criminele sententies van het Hof van Friesland op 27 april 1741 de naam van de Leeuwarder klerk Jan Overlinde voorkwam. Jammer genoeg was deze Jan Overlinde alleen maar getuige en was de enige bijzonderheid dat de man 22 jaar was, dus geboren in 1718?-1719. Deze leeftijd klopte niet met de leeftijd opgegeven in de overlijdensacte van de Enkhuizer Jan Andries. Hij zou geboren moeten zijn in 1716-?1717. Doch daar men het vroeger met de leeftijd niet zo nauw nam lijkt het er veel op dat de Leeuwarder klerk en de Enkhuizer (politieman?) één en dezelfde persoon waren. Door de heer D.D. Osinga werd ik op de hoogte gebracht met een ondertrouw-inschrijving te Harlingen op 15 augustus 1745 tussen Jan Overdelinde en Janke Hansen, beiden van Harlingen Dit was dus het gezochte huwelijk. De doop van beide personen mocht ik in Harlingen niet vinden, zodat het vrijwel zeker is dat zij van elders kwamen. Waren deze gegevens reeds belangrijk voor de afstamming Over de Linden (Friese afkomst), anders werd het nog toen er nog meer Over de Linden’s In Friesland ontdekt werden. In Sneek tref ik op 17 mei 1829 het huwelijk aan dat gesloten werd tussen Engele Andries Over de Linde, schoenmaker van beroep, en Jantje Simons de Waard uit Munnekezijl. Engele Andries was op 2 jan. 1802 in Lemmer gedoopt als zoon van Andries Engeles en Dina Laskewitz. Het bleek dat deze Andries Engeles in 1811 de naam Over de Linde aannam. Hij was een zoon van Kugele Haitzes en Lysberth Andries in Lemmer, die daar op 16 Jan 1745 waren gehuwd, dus in hetzelfde jaar als Jan Overdelende in Harlingen. En nu kwam de ontknoping: Lysberth of Elisabeth bleek te komen uit: Steggerda ! Daar Jan Andries in Enkhuizen ook een dochter Elisabeth had, kan het niet anders dan Elisabeth in Lemmer en Jan in Enkhuizen zijn zuster en broer geweest en daarom kan aangenomen worden dat de Enkhuizer stamvader eveneens van Steggerda kwam waarmee de naam nu geheel verklaard is, want Steggerda lag vanuit Friesland gerekend: Over de Linde !  Het vreemde is echter dat er geen overeenkomst bestaat in de namen van Jan’s en Elisabeths kinderen. Van Jan waren het: Andries, Trijntje, Harmanus, Marmijntje, Johannes, Margrietje, Barbertje, Andries, Gerrit en Elisabeth. Elisabeths kinderen waren Meint, Harmke, Andries, Jits, Poppe en Aaltje. Hoe de kinderen van Jan vernoemd zijn weten we niet, maar wel dat Meint, Engele en Jits in Lemmer van vaders kant kwamen en Harmke en Poppe dus van moeders kant. Het is daardoor wel mogelijk dat Harmanus naar Jans moeder genoemd is en we als vader en moeder dus een Andries en Harmke moeten zoeken. Maar het doopboek van Steggerda begint juist te laat, nl. in 1728 en ook in de oud-rechterlijke archivalia werd niets van betekenis gevonden. De enige Andries die we in het doopboek, in de reeele cohieren en in het volkstellingsregister van 1744 nog vinden en voor vader in aanmerking komt is een Andries Wybes te Steggerda, in 1744 insolvent die in 1730 nog een zoon Pape liet dopen waarin we dezelfde naam moeten zien als Pope. Ofschoon we met het genealogisch onderzoek nog niet veel verder gekomen komen zijn en de stamvader in Steggerda nog niet eens vaststaat, is nu wel bewezen dat de familie uit Steggerda kwam en de naam dankt aan de rivier de Linde. Het Oera-Linda-mysterie is hiermede voorgoed een familie Over de Linden-zaak geworden, al is het spijtig voor dit geslacht dat van een duizenden jaren oude adellijke afstamming uit de Oera-Linda-oorden geen sprake kan zijn, want adel en bezit viel in Steggerda niet te ontdekken W. TSJ. VLEER [NB. Poging om de Friese afkomst van Cornelis over de Linden aan te tonen, gebaseerd op veel veronderstellingen.]

19590829 Vleer, W.T. - Het geslacht Over de Linden kwam uit Steggerda. De boekverkoper Johannes Jans debet aan Oera Linda-boek? Leeuwarder Courant, 29.8.1959.

19590829 Vleer, W.T. - Het geslacht Over de Linden kwam uit Steggerda. De boekverkoper Johannes Jans debet aan Oera Linda-boek? Leeuwarder Courant, 29.8.1959.

 

19600000 Hellinga, W. Gs. - Hernieuwing van de Oera-Linda Bôk-studie. In: Fryske stüdzjes oanbean oan Prof. Dr. J.H. Brouwer. Assen 1960, 247-249.

19600000 Hellinga, W. Gs. - Hernieuwing van de Oera-Linda Bôk-studie. In: Fryske stüdzjes oanbean oan Prof. Dr. J.H. Brouwer. Assen 1960, 247-249.

19600000 Wirth Roeper Bosch, Herman - Um den Unsinn des Menschseins. Die Werdung einer neuen Geisteswissenschaft. Geistesurgeschichtliche Kleinbuchreihe I. Wien [1960], 141 pp. 20 cm.

19600000 Wirth Roeper Bosch, Herman - Um den Unsinn des Menschseins. Die Werdung einer neuen Geisteswissenschaft. Geistesurgeschichtliche Kleinbuchreihe I. Wien [1960], 141 pp. 20 cm.

19600002 Fuchs, Karl: Bedeutende Schüler des Passauer Gymnasiums In: Jubiläumsbericht 1612-1962, 91

19610000 Kadaster 8276 Westerstraat 60, Wijk: 3-18, Kadaster: 8276, Archief: 2004-08-09 (Edwin Lijnzaad) Overgeschreven op de naam van Dirk van Kalsbeek, in 1970 neemt zijn zoon Cornelis Rimmert Kalsbeek het pand over. In het pand is een zaak gevestigd in scheepsbenodigheden en gereedschappen.

19610509 P [= Piebenga?] - Herman Wirth. Leeuwarder Courant, 9.5-12.5.1961.

19610509 P [= Piebenga?] - Herman Wirth. Leeuwarder Courant, 9.5-12.5.1961.

 

19620000 Beek, G.S. van - Gestencilde aantekeningen betr. het OLB. [c. 1962] 9 mappen, 30 cm.

19620000 Beek, G.S. van - Gestencilde aantekeningen betr. het OLB. [c. 1962] 9 mappen, 30 cm.

19621110 Dader van Oera Linda Boek is nog niet bekend. Drs. Obbema sprak voor Fries Genootschap over onderzoek. Leeuwarder Courant, 10.11.1962.

19621110 Dader van Oera Linda Boek is nog niet bekend. Drs. Obbema sprak voor Fries Genootschap over onderzoek. Leeuwarder Courant, 10.11.1962.

 

19630000 J.H. Halbertsma. Het Heksershol. Hoe Gosse Knop uit Molkwerum zich aan de duivel verkocht, welke zonderlinge gevallen hem op zijn levensreis door het Oude Friesland wedervoeren, wat voor schelmstukken hij beging, en hoe hij een slecht einde vond. Dit alles in het Nederlands overgebracht door Theun de Vries. Amsterdam, Antwerpen, (1963).

 

19640000 Nieuwenhuys, Rob (1964) De dominee en zijn worgengel. Van en over François Haverschmidt. Preken, voordrachten, brieven en andere documenten. Amsterdam.

 

19650000 Krogman, W. - Zur Ura Linda Chronik. In: Us Wurk 14 (1965) 58-62.

19650000 Krogman, W. - Zur Ura Linda Chronik. In: Us Wurk 14 (1965) 58-62.

 

19660000 Heiber, Helmut: Walter Frank und sein Reichsinstitut für Geschichte des neuen Dtld. Stuttgart 1966, 252

 

19670000 Rieth, Adolf: Die Ura-Linda-Chronik. in: Rieth, Adolf: Vorzeit gefälscht. Tü. 1967, S. 133- 6

 

19680000 Broerren Halbertsma. Vertellers op de State. Uit de "Rimen en Teltsjes". Bewerkt door Theun de Vries. Amsterdam, (1968).

 

19690000 Obbema, P.F.J. (1969) "Halbertsma's kryptoniem in het Oera-Linda-bok", in: Joast Hiddes Halbertsma 1789-1869. Brekker en bouwer. Drachten, pp. 328-338.

19690000 Obbema. P.J.F. - Halbertsma's kryptoniem in het Oera Linda-Bok. Joast Hiddes Halbertsma, 1789-1869. In: Brekker en bouwer. 1969, pp. 328-338.

 

19700000 Poortinga, Y. - Pûen fol heale wiisheit. In : Y. Poortinga, Fan skriften en skriuwers. Grins 1970, pp. 54-62. [ondertitel : Oera Linda-kunde ut de twaade hân]. Eerder verschenen in: De Tsjerne, XI, 1956, pp. 95-102.

19700106 Nieuwe visie van Mr G.J. van der Meij : Is Joast Hiddes (Halbertsma) maker van Oera Linda Boek? (Lezing voor Rotary Club te Leeuwarden). Leeuwarder Courant, 6. 1. 1970.

19700106 Nieuwe visie van Mr G.J. van der Meij : Is Joast Hiddes (Halbertsma) maker van Oera Linda Boek? (Lezing voor Rotary Club te Leeuwarden). Leeuvwarder Courant, 6. 1. 1970.

19700110 Dijkstra, A. - "Thet Oera Linda Bok" (onder: Ingezonden). Leeuwarder Courant, 10.1.1970.

19700110 Dijkstra, A. - "Thet Oera Linda Bok" (onder: Ingezonden). Leeuwarder Courant, 10.1.970. Schrijversweekend. Het Oera Linda-boek ontraadseld en nieuw Fries gebed geboren (verslag lezing van F.S. Sixma van Heemstra betr. herkomst van het Oera Linda Boek). Leeuwarder Courant. 4.4.1970.

19700215 Häusler, Friedrich - Die Erweckung des Bewusstseins für das Gesamtbild der Erdenmenschheit, [und] zur Bewusstseinsgeschichte der Menschheit. Dornach 1970, 6 pp. 31 cm. (Fotocopie 129913). Uit : Das Goetheanurn. Wochenschrift für Anthroposophie, 15.2 en 22.2.1970. 49. Jahrg., nr. 7 en 8.

19700215 Häusler, Friedrich - Die Erweckung des Bewusstseins für das Gesamtbild der Erdenmenschheit, [und] zur Bewusstseinsgeschichte der Menschheit. Dornach 1970, 6 pp. 31 cm. (Fotocopie 129913). Uit : Das Goetheanurn. Wochenschrift für Anthroposophie, 15.2 en 22.2.1970. 49. Jahrg., nr. 7 en 8.

19700404 Schrijversweekend. Het Oera Linda-boek ontraadseld en nieuw Fries gebed geboren (verslag lezing van F.S. Sixma van Heemstra betr. herkomst van het Oera Linda Boek). Leeuwarder Courant. 4.4.1970.

19701021 Oera Linda. [Aankondiging reprint]. Leeuwarder Courant 21.10.1970.

19701021 Oera Linda. [Aankondiging reprint]. Leeuwarder Courant 21.10.1970.

 

19710000 Dam, Freark - Worp Wigmana en it Oera Linda Boek. In : It Baeken 33 (1971), nr. 5/6, 240-245.

19710000 Dezutter, W.P. - De godin Nehalennia en het Oera Linda Bok. In : Zeeuws Tijdschrift 21 (1971), 134-135.

19710000 Dezutter, W.P. - De godin Nehalennia en het Oera Linda Bok. In : Zeeuws Tijdschrift 21 (1971), 134-135.

19710000 Huussen Jr., A.H. - Het Oera Linda Boek. In: Spiegel Historiael 6 (1971), 464-471.

19710000 Huussen Jr., A.H. - Het Oera Linda Boek. In: Spiegel Historiael 6 (1971), 464-471.

19710000 Sixma van Heemstra, F.S. - Le problème de l'Wra Linda Bok. Etude critique sur la formation de la chronique, suivie de la traduction annotée du premier chapitre. Précédé d'une préface de W. Hellinga. Meppel z.j. [1972], 57 pp., 23 on. Met 6 facs. en reg.

19710000Dam, Freark - Worp Wigmana en it Oera Linda Boek. In : It Baeken 33 (1971), nr. 5/6, 240-245.

19710118 Oera Linda Boek herdrukt. Grandioze practical joke blijft veel mensen toch boeien. Leeuwarder Courant 18.1.1971.

19710118 Oera Linda Boek herdrukt. Grandioze practical joke blijft veel mensen toch boeien. Leeuwarder Courant 18.1.1971.

 

19720000 Frans J. Los, Die Ura Linda Handschriften als Geschichtsquelle, Oostburg, 1972.

19720000 Los, Frans J. - Die Ura Linda Handschriften als Geschichtsquelle. Oostburg, z.j. [1972]. 144 pp. 22 cm. Met 1 krt, 1 ill.

19720000 Los, Frans J. - Die Ura Linda Handschriften als Geschichtsquelle. Oostburg, z.j. [1972]. 144 pp. 22 cm. Met 1 krt, 1 ill.

19720000 Sixma van Heemstra, F.S. - Le problème de l'Wra Linda Bok. Etude critique sur la formation de la chronique, suivie de la traduction annotée du premier chapitre. Précédé d'une préface de W. Hellinga. Meppel z.j. [1972], 57 pp., 23 on. Met 6 facs. en reg.

19720100 Grootaers, Jan - De nalatenschap van tante Aafje, of het beruchte Oera-Linda-boek. In : Bres No. 38 (dec. 1972 / jan. 1973), pp.85-103.

19720219 Molen, S.J. van der - Sixma van Heemstra en het Oera Linda Boek. Leeuwarder Courant. Bijlage Sneon en Snein, 19.2.1972.

19720219 Molen, S.J. van der - Sixma van Heemstra en het Oera Linda Boek. Leeuwarder Courant. Bijlage Sneon en Snein, 19.2.1972.

19720324 Meij, Mr G.J. van der - Opzet van het Oera Linda Boek is zeer intelligent. [Lezing voor het Lit. Hist. Wurkforbân van de Fryske Akademy]. Leeuwarder Courant 24.3.1972.

19720324 Meij, Mr G.J. van der - Opzet van het Oera Linda Boek is zeer intelligent. [Lezing voor het Lit. Hist. Wurkforbân van de Fryske Akademy]. Leeuwarder Courant 24.3.1972.

19720606  06 Juni 72 [= Datumsangabe des Vorworts] Los, Frans J.: Die Ura Linda Handschriften als Geschichtsquelle Oostburg. o.J.

19721028 Jitris in skot op de Oera Linda Bok. [N.a.v.: Fr.J. Los, Die Ura Linda Handschriften als Geschichtsquelle.] Friesch Dagblad 28. 10. 1972.

19721028 Jitris in skot op de Oera Linda Bok. [N.a.v.: Fr.J. Los, Die Ura Linda Handschriften als Geschichtsquelle.] Friesch Dagblad 28. 10. 1972.

19721111 Molen, S.J. van der - Doctor schiet Ura Linda-'bok'. [Boekbespreking van Fr.J. Los, Die Ura Linda Handschriften als Geschichtsquelle. Oostburg 1972]. Leeuwarder Courant. 11.11.1972.

19721111 Ura Linda Handschriften als Geschichtsquelle. Oostburg 1972]. Leeuwarder Courant. 11.11.1972.

19721200 Grootaers, Jan - De nalatenschap van tante Aafje, of het beruchte Oera-Linda-boek. In : Bres No. 38 (dec. 1972 / jan. 1973), pp.85-103.

 

19730000 J.G. Ottema, Geschiedkundige aanteekeningen en ophelderingen bij Thet Oera Linda Bok (Leeuw . 1873).

19730000 Los, F.J. - Het Oera Linda boek een geschiedbron? Oud stadswapen van Staveren. Een verweerschrift. Amsterdam z.j. [1973], 24 pp. 20 cm.

19730000 Los, F.J. - Het Oera Linda boek een geschiedbron? Oud stadswapen van Staveren. Een verweerschrift. Amsterdam z.j. [1973], 24 pp. 20 cm.

19730000 Urgeschichtliche Untdeckungen am Neuenburgersee, Neue Zürcher Zeitung 3.5. 1973. Fernausgabe No. 120, 73.

19730126 Kousbroek, Rudy - Friese stamtrots. NRC/Handelsblad 26.1.1973 Cultureel Supplement.

19730126 Kousbroek, Rudy - Friese stamtrots. NRC/Handelsblad 26.1.1973 Cultureel Supplement.

19730126 Kousbroek, Rudy - West-Groningen. NRC/Handelsblad 26.1.1973 Cultureel Supplement.

19730126 Kousbroek, Rudy - West-Groningen. NRC/Handelsblad 26.1.1973 Cultureel Supplement.

19730413 Leeuwarder Courant 13.4.1973.

19730413 Undersyk fan wurkqroep oan VU (Vrije Universiteit, A'dam). "Flaters"; Oera Linda Boek humor fan in parodist? Leeuwarder Courant 13.4.1973.

19730413 Wei mear ljocht op "Oera Linda Bok". Friesch Dagblad 13.4.1973.

19730413 Wei mear ljocht op "Oera Linda Bok". Friesch Dagblad 13.4.1973.

19730503 Urgeschichtliche Untdeckungen am Neuenburgersee, Neue Zürcher Zeitung 3.5. 1973. Fernausgabe No. 120, 73.

19730727 Mollinga, Th. - Werelden in botsing [Over het werk van I. Velikofsky, Werelden in botsing, en het Oera Linda Bok). Friesch Dagblad 27.7. 1973.

19730727 Mollinga, Th. - Werelden in botsing [Over het werk van I. Velikofsky, Werelden in botsing, en het Oera Linda Bok). Friesch Dagblad 27.7. 1973.

1973-1974 Hiver S*56 Los, Frans J. - Hypothese. L'affaire des amanujscrits "Oera Linda". [Paris 1973], 13 pp. 30 cm. Met tekstill. en bibliogr. 48869. Nouvelle école. Mélanges. Numéro 24. Hiver 1973-74.

1973-1974 Los, Frans J. - Hypothese. L'affaire des amanujscrits "Oera Linda". [Paris 1973], 13 pp. 30 cm. Met tekstill. en bibliogr. 48869.  Nouvelle école. Mélanges. Numéro 24. Hiver 1973-74.

 

19740000 [zentral] Kater, Michael H. Das >Ahnenerbe< der SS. 1935-1945. Stuttgart 1974, 60 + 137f

19740312 Over het Oera Linda Boek. Franeker Courant 12.3.1974.

19740312 Over het Oera Linda Boek. Franeker Courant 12.3.1974.

19741018 Meij, Mr G. J. van der - voor Fries Genootschap : Schrijver Oera Linda Boek moet J. Halbertsma zijn. Friesch Dagblad 18.10.1974.

19741018 Meij, Mr G. J. van der - voor Fries Genootschap : Schrijver Oera Linda Boek moet J. Halbertsma zijn. Friesch Dagblad 18.10.1974.

19741018 Meij, Mr G.J. van der - Lezing over maker van OERA Linda Bok. Prof. Böttcher zegt : "Het was Halbertsma" (ds. Joost Halbertsma) . Leeuwarder Courant 18.10.1974.

19741018 Meij, Mr G.J. van der - Lezing over maker van OERA Linda Bok. Prof. Böttcher zegt : "Het was Halbertsma" (ds. Joost Halbertsma) . Leeuwarder Courant 18.10.1974.

19741100 G. - Hat ds. Joast Halbertsma it Oera Linda Bok skreaun? [N.a.v. een lezing van Mr G.J. van der Meij], in : De Stim fan Fryslan 36, nû 9 (nov. 1974).

19741100 G. - Hat ds. Joast Halbertsma it Oera Linda Bok skreaun? [N.a.v. een lezing van Mr G.J. van der Meij], in : De Stim fan Fryslan 36, nû 9 (nov. 1974).

 

19750621 Zaal, W. - De ware kunst van het vervalsen. [O.a. over het Oera Linda Bok] Elseviers Magazine 21.6.1975.

19750621 Zaal, W. - De ware kunst van het vervalsen. [O.a. over het Oera Linda Bok] Elseviers Magazine 21.6.1975.

19750712 Andriessen, J.H. - Oera Linda Boek. Vervalsing of - althans gedeeltelijk - geschiedschrijving ? [Onder rubriek : "Lezers"]. Elzeviers Magazine 31, nr. 28 (12.7.1975).

19750712 Andriessen, J.H. - Oera Linda Boek. Vervalsing of - althans gedeeltelijk - geschiedschrijving ? [Onder rubriek : "Lezers"]. Elzeviers Magazine 31, nr. 28 (12.7.1975).

19750726 Zijlstra, J. - Al viir 1900 vreemde vervalsingen. Het brein achter de Vikinschat: Cornelis over de Linden van het Oera-Linda-boek?. Leeuwarder Courant 26.7.1975.

19750726 Zijlstra, J. - Al viir 1900 vreemde vervalsingen. Het brein achter de Vikinschat: Cornelis over de Linden van het Oera-Linda-boek?. Leeuwarder Courant 26.7.1975.

 

19760601 L.F. Over de Linden aan H. Kuipers brieven van 1875, 9 Mei (met min.); 1876, 29 Mei en 1 Juni.

19760626 Molen, S.J. van der - Doctor schiet Ura Linda-'bok'. [Boekbespreking van Fr.J. Los, Die

19760626 Molen, S.J. van der - Oera Linda und kein Ende. [Over de brochure van F.J. Los "Het Oera Linda Boek een geschiedbron"]. Leeuwarder Courant 26.6.1976.

 

1977, 1979 Scrutton, Robert J. - The other Atlantis. ed. by Ken Johnson. [Reprint 1979, oorspr. uitg. 1977].

19770000 Breuker, Ph.H. - De fryske literatuer om 1877 hinne. In: De Vrije Fries 57 (1977) 68-74.

19770000 Breuker, Ph.H. - De fryske literatuer om 1877 hinne. In: De Vrije Fries 57 (1977) 68-74.

19770000 Scrutton, Robert J. - The other Atlantis, ed. by Ken Johnson. Jersey [1977]. 260 pp. 23 cm. Met tekstill. 2 pl. afb. woorden). en reg.

19770000 Scrutton, Robert J. - The other Atlantis, ed. by Ken Johnson. Jersey [1977]. 260 pp. 23 cm. Met tekstill. 2 pl. afb. woorden). en reg.

19770000 Sjoerd van der Schaaf, ‘De bihearske romantyk I’ In: Skiednis fan de Fryske biweging (1977)

 

19780000 G. J. van der Mey — Kanttekeningen bij het Oera Linda Boek, een afspiegeling van de taalgeleerdheid, denkbeelden en schrijfstijl van dr. J. H. Halbertsma, doopsgezind predikant in Deventer.

19780000 Meij, G.J. van der - Kanttekeningen bij het Oera Linda boek. Een afspiegeling van de taalgeleerdheid, denkbeelden en schrijfstijl van dr. J.H. Halbertsrna, doopsgezind predikant in Deventer, [Leeuwarden, 1978], 254 pp. 25 cm. Met tekstill. en losse bijlage: Grafologisch rapport van C.J. Böttcher.

19780000 Meij, G.J. van der - Kanttekeningen bij het Oera Linda boek. Een afspiegeling van de taalgeleerdheid, denkbeelden en schrijfstijl van dr. J.H. Halbertsrna, doopsgezind predikant in Deventer, [Leeuwarden, 1978], 254 pp. 25 cm. Met tekstill. en losse bijlage: Grafologisch rapport van C.J. Böttcher.

19780422 Schreef J.H. Halbertsma het Oera Linda Boek? Leeuwarder Courant 22.4.1978.

19780422 Schreef J.H. Halbertsma het Oera Linda Boek? Leeuwarder Courant 22.4.1978.

19780701 Zaal, Wim - Neef Teunis + Joost Hiddes + Hjir. Elzeviers Magazine 1.7.1978.

19780701 Zaal, Wim - Neef Teunis + Joost Hiddes + Hjir. Elzeviers Magazine 1.7.1978.

 

19790000 A. Feitsma, ‘Keerpunten in de beoefening van het fries, vroeger en nu: tussen tijdgeest en eigen traditie A. Feitsma’ In: Forum der Letteren. Jaargang 1979 (1979)

19790000 Scrutton, Robert J. - The other Atlantis. ed. by Ken Johnson. [Reprint 1979, oorspr. uitg. 1977].

 

19800000 Berghuis, T.D. - Het Oera Linda boek. Nijeberkoop 1980, 12 pp. 21 cm. stencil.

19800000 Berghuis, T.D. - Het Oera Linda boek. Nijeberkoop 1980, 12 pp. 21 cm. stencil.

19800000 Breuker, Ph.B. - It Friesch Genootschap, it Friesch jierboeckjen en it Oera Linda Boek. De striid om taal befoarding tusken 1827 en 1837. In: De Vrije Fries 60 (1980) 49-65.

19800000 Breuker, Ph.H. "It Friesch Genootschap, it Friesch Jierboeckjen en it Oera Linda Boek. De striid om taalbefoardering tusken 1827 en 1837", De Vrije Fries 60 (1980), 49–65.

19800000 R. F. Vulsma — Den Helder — Het Oera Linda Boek — De lidmaten van Enkhuizen — Curtenius en tante Juutje. In: Gens Nostra, 1980.

19800000 Vulsma, R.F. - Den Helder - Het Oera Linda boek - de lidmaten van Enkhuizen - Gurtenius en tante Juutje. In: Gens Nostra 35 (1980) 96-99.

19800000 Vulsma, R.F. - Den Helder - Het Oera Linda boek - de lidmaten van Enkhuizen - Gurtenius en tante Juutje. In: Gens Nostra 35 (1980) 96-99.

 

19810000 Herman Wirth (1885-1981) overlijdt.

19810000 Zittel, Kurt - Barbarossa und die Kraichgauritter : der letzte Kreuzzug Barbarossa's und Altes und Bekarmtes - Neues und Wieder entdecktes : hist. Roman 1981. 126 pp. Anhang p. 11: "Die 'Ura-Linda' Chronik ist keine Fälschung".

19810000 Zittel, Kurt - Barbarossa und die Kraichgauritter : der letzte Kreuzzug Barbarossa’s und Altes und Bekarmtes - Neues und Wieder entdecktes : hist. Roman 1981. 126 pp. Anhang  11: "Die 'Ura-Linda' Chronik ist keine Fälschung".

19810923 Rinsma, Wim en Elli - Het Oera Lindaboek. Een andere benadering. In: Zuid-Friesland 23.9.1981.

19810923 Rinsma, Wim en Elli - Het Oera Lindaboek. Een andere benadering. In: Zuid-Friesland 23.9.1981.

 

1983 summer The new Atlantean: a magazine for the presentation and discussion of topics related to lost continents, cities and civilizations. Issue no. 1 (summer 1983) . [verschijnt onregelmatig; in PBF aanwezig no. 7 (1986); no. 8 (geheel gewijd aan OLB).

19830000 The Oera Linda book = Thet Oera Linda Bok. Transl. from the Frisian by Frank H. Pierce IV. Silverspring, Md. [1983], V, 114 pp. ill/ 29 cm.

19830000 The Oera Linda book = Thet Oera Linda Bok. Transl. from the Frisian by Frank H. Pierce IV. Silverspring, Md. [1983], V, 114 pp. ill/ 29 cm.

19830000 Wimmer, Erich: Zur Volkskunde an bayrischen Universitäten In: Volkskunde als akademische Disziplin. Hg Brückner, Wolfgang / Beitl, Klaus. Wien 1983, 107-115

19830000 Zangenfeld, Ulrich: Maußer, Otto in: Bosls Bayerische Biographie. 8000 Persönlichkeiten aus 15 Jahrhunderten. Regensburg 1983, 511f

 

19840000 Huussen jr., A.H. - Het Oera Linda boek : mystificatie of falsificatie? In: Knoeien met het verleden. Utrecht 1984, 88-110.

19840000 Huussen jr., A.H. - Het Oera Linda boek : mystificatie of falsificatie? In: Knoeien met het verleden. Utrecht 1984, 88-110.

19840000 Luitse, Mr N. - Knoeien met het verleden. Lezing voor het Haags genootschap voor geestelijke vorming op 22.4.1986 [o.a. over het artikel van A.H. Huussen Jr 'Het Oera Linda Boek: mystificatie of falsificatie?' in: Knoeien met het verleden, Ambo 1984, 88- 110]. 15 pp. Stencil.

19840000 Luitse, Mr N. - Knoeien met het verleden. Lezing voor het Haags genootschap voor geestelijke vorming op 22.4.1986 [o.a. over het artikel van A.H. Huussen Jr 'Het Oera Linda Boek: mystificatie of falsificatie?' in: Knoeien met het verleden, Ambo 1984, 88-110]. 15 pp. Stencil.

19840600 WINTERACKER, Dietrich: Fälschungen und ihre Wirkung II: Die Ura-Linda-Chronik. Nation Europa, Juni 1984, S. 51-7

19840622 Huisman, K. - "Skiedniskeboartsjen" mei it Oera Linda Boek. Albert Delahaye's bjusterbaarlike fizy op de histoarje fan de Friezen. Leeuwarder Courant 22.6.1984.

19840622 Huisman, K. - "Skiedniskeboartsjen" mei it Oera Linda Boek. Albert Delahaye's bjusterbaarlike fizy op de histoarje fan de Friezen. Leeuwarder Courant 22.6.1984.

 

19850000 Hermann, Albert - Unsere Ahnen und Atlantis : Nordische Seeherrschaft von Skandinavien bis nach Nordafrika. 2. Aufl . Steinkirchen, 1985, 168 pp. 21 cm. Anhang : Hermann, Albert - Neue Stimmen zur Ura Linda-Chronik. [Reprint van artikel in: Nordische Welt, tijdschrift van de Gesellschaft für Germanische Ur- und Frühgeschichte, 19635, 246-256].

19850000 Hermann, Albert - Unsere Ahnen und Atlantis : Nordische Seeherrschaft von Skandinavien bis nach Nordafrika. 2. Aufl . Steinkirchen, 1985, 168 pp. 21 cm. Anhang : Hermann, Albert - Neue Stimmen zur Ura Linda-Chronik. [Reprint van artikel in: Nordische Welt, tijdschrift van de Gesellschaft für Germanische Ur- und Frühgeschichte, 19635, 246-256].

 

19860000 Schramka, Carmen: Mundartenkunde und germanische Religionsgeschichte. Zur Tätigkeit von Otto Maußer und Otto Höfler In: Volkskunde an der Münchener Universität. Zwei Studien von Eva Gilch und Carmen Schramka mit einem dokumentarischen Beitrag von Hildegunde Prütting. München 1986, 41-54 + 77-82

19860000 The new Atlantean: a magazine for the presentation and discussion of topics related to lost continents, cities and civilizations. Issue no. 1 (summer 1983) . [verschijnt onregelmatig; in PBF aanwezig no. 7 (1986); no. 8 (geheel gewijd aan OLB).

 

19870000 Span, A. - Thet Oera Linda Bok (het Oera Linda Boek) waarheid of verzinsel? In: Archeologische berichten No. 18 (1987), 148-164.

19870000 Span, A. - Thet Oera Linda Bok (het Oera Linda Boek) waarheid of verzinsel? In: Archeologische berichten No. 18 (1987), 148-164.

 

19871200 Los, F.J. - De echtheid der Oera Linda-berichten. In: Teksten, kommentaren en studies, 9e jrg. afl. 49 (dec. 1987), 40-55.

19871200 Los, F.J. - De echtheid der Oera Linda-berichten. In: Teksten, kommentaren en studies, 9e jrg. afl. 49 (dec. 1987), 40-55.

 

19880000 . Corino, Karl Hg): Gefälscht! Betrug in Literatur, Kunst, Musik, Wissenschaft und Politik Nördlingen 1988

19880000 Baumann, Eberhard - Herman Wirth; Verzeichnis der Schriften von Herman Felix Wirth Roeper Bosch von 1911 bis 1980, sowie der Schriften für, gegen, zu und über die Person und das Werk von Herman Wirth. Kolbermoor: Gesellschaft für Europäische Urgemeinschaftskunde, Herman-Wirth-Gesellschaft. 1988 (45).

19880000 Baumann, Eberhard - Herman Wirth; Verzeichnis der Schriften von Herman Felix Wirth Roeper Bosch von 1911 bis 1980, sowie der Schriften für, gegen, zu und über die Person und das Werk von Herman Wirth. Kolbermoor: Gesellschaft für Europäische Urgemeinschaftskunde, Herman-Wirth- Gesellschaft. 1988 (45).

19880600 Rhijn, J. van - Het geheim van het Oera-Linda Boek. Friesland Post 15, nr. 6 (juni 1988) 30-31.

19880600 Rhijn, J. van - Het geheim van het Oera-Linda Boek. Friesland Post 15, nr. 6 (juni 1988) 30-31.

 

19890000 Harvolk, Edgar: „Volkserziehung" durch „Volkserkenntnis." In: Forschungen zur historischen Volkskultur (Fs Gebhard, Torsten) Hg Bauer, Ingolf / Harvolk, Edgar / Mayer, Wolfgang A. München 1989, 340-7

19890314 Eilert, Bernd: Gefälscht, gepfuscht, gelogen. Über Machwerke und Manipulationen in der Kunst und im Leben[Zu Corino] FAZ 14.3.89

19890905 Luitse, Mr N. - Oera Linda Boek. Lezing voor het Haags Genootschap voor Geestelijke Vorming op 5.9.1989. 11 pp. Stencil.

19890905 Luitse, Mr N. - Oera Linda Boek. Lezing voor het Haags Genootschap voor Geestelijke Vorming op 5.9.1989. 11 pp. Stencil.

 

19900000 Luitse, Mr N. - Brieven van Dr J.G. Ottema aan Cornelis en Leendert Floris over de Linden. 1990. 89 pp. Stencil. Tresoar

19900000 Luitse, Mr N. - Brieven van Dr J.G. Ottema aan Cornelis en Leendert Floris over de Linden. 1990. 89 pp. Stencil.

19900000 Luitse, Mr N. - Dr J.G. Ottema's Lijsten van Woorden en Namen welke voorkomen in het OLB en Bouwstoffen voor een grammatica van het OLB. 1990. 115 pp. Stencil.

19900000 Luitse, Mr N. - Supplement op Kalma's bibliografie van 1956 betr. THET OERA LINDA BOK. Den Haag, 1990, 10 pp.

19900000 N. Luitse. Dossier Oera Linda boek. 's-Gravenhage, 1990

19900108 Kuijk, Jan - Was Minerva familie van het Zeeuws Meisje? Dagblad Trouw 8.1.1990, achterpagina.

19900108 Kuijk, Jan - Was Minerva familie van het Zeeuws Meisje? Dagblad Trouw 8.1.1990, achterpagina.

19900500 Luitse, Mr N. - Dossier Oera Linda Boek. Extra Bundel W, uitg. van de Studiekring van Meester-Vrijmetselaars [met portretten van Dr J.G. Ottema en Cornelis Over de Linden en een bibliografie van Dr J.G. Ottema]. Den Haag, mei 1990. 107 pp. Stencil.

19900500 Luitse, Mr N. - Dossier Oera Linda Boek. Extra Bundel W, uitg. van de Studiekring van Meester-Vrijmetselaars [met portretten van Dr J.G. Ottema en Cornelis Over de Linden en een bibliografie van Dr J.G. Ottema]. Den Haag, mei 1990. 107 pp. Stencil.

 

19910000 Luitse, Mr N. - Brieven van Cornelis en Leendert Floris over de Linden aan Dr J.G. Ottema 1871-1874-1879, 1991. 110 pp. Stencil.

19910000 Luitse, N.: Supplement op Kalma’s bibiografie van 1956 betr. „Thet Oera Linda Bôk. Den Haag 1991

19910000 S. 173-5: Mausser, Otto Alzheimer, Heidrun: Volkskunde in Bayern. Ein bibliographisches Lexikon der Vorläufer, Förderer und einstigen Fachvertreter. Würzburg 1991

19910000 Wim Zaal, "De Verlakkers - Literaire vervalsingen en mystificaties", 1991, Amber, Amsterdam. Zie hier.

19910926 Knol, Jelma Sytske - Joast siet net lekker yn syn fel, dêrom skreau er it Oera Linda Boek, in: Frysk en Frij, 26.9.1991.

19911107 Kok, Durk Willem - It Oera Linda Boek, in riedling, in: Frysk en Frij, 7.11.1991.

19911114 Luitse, Mr N. - Dr J.G. Ottema (1804-1879) en het Oera Linda Boek, lezing voor de Ver. DE SPHINX, 's-Gravenhage op 14.11.1991. 12 pp. Stencil.

 

19920000 Jensma, Goffe (1992) "Lees, leer en waak. Het Oera Linda Bok. Een rondleiding". De Vrije Fries 72, pp. 8-52.

 

19930000 Obbema, P.F.J. (1993), 'Tussen Holland en Friesland: het Oera Linda Boek opnieuw gewogen', in: C. Berkvens-Stevelicnk & A. Th. Bouwman (red.), Miscellanea Gentiana. Een bundel opstellen aangeboden aan J.J.M. van Gent bij zijn afscheid als bibliothecaris der Rijksuniversiteit Leiden. Leiden, pp. 215-237.

19930000 Oesterle, Anka: The Office of Ancestral Inheritance and Folklore Scholarship. In: Dow, James R. / Lixfeldt, Hannjost (eds): The Nazification of an Academic Discipline. in the Third Reich. Bloomington, 1993, 220

19930000Molewijk, G.C., Atland, Texland, Frya's Land. Het raadselachtige Oera Linda Boek, Skepter 1993, 6 (4) p.33-36. Het artikel is hier te lezen. http://www.skepsis.nl/oeralinda.html

 

19940000 Heiber, Helmut: Universität unterm Hakenkreuz Bd. 2,2: Die Kapitulation der Hohen Schulen. Münchenu.a.1994, 221

 

19960000 [Zu den Wiederbelebungsversuchen in der New Age Bewegung] Hanegraaff, Wouter J.: New Age religion and Western culture : esotericism in the mirror of secular thought / by Wouter J. Hanegraaff. - Leiden : Brill, 1996

19960000 Jensma, G. (1996), 'Gespeelde traditie: het Oera Linda Boek en de uitvinding van het Friese verleden', in: C. van der Borgt e. a. (eds.), Constructie van het eigene: culturele vormen van regionale identiteit in Nederland. Amsterdam, p. 219-234.

 

19970000 A. Feitsma, ‘Anthonia Feitsma Taalkundig reisplan voor een gezelschap Hollanders J.H. Halbertsma als taalideoloog en taalkundige’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997)

19970000 Killy, Walther / Vierhaus, Rudolf: Dt Biographische Enzyklopädie. München 1997, Bd. 6, 672

19970000 Klaes Dykstra en Bouke Oldenhof, ‘4. It Nijfryske tiidrek: de 19de ieu’ In: Lyts hânboek fan de Fryske literatuer (1997)

 

19990000 Lerchenmueller, Joachim / Simon, Gerd: Maskenwechsel. Wie der SSHauptsturmführer Schneider zum BRD-Hochschulrektor wurde und andere Geschichten über die Wendigkeit dt Wissenschaft im 20. Jahrhundert. Tübingen 1999, 1116f + 148-153

 

20020000 Jensma, Goffe 'Geen Fries spot met zijn land'. Nationalisme, ironie en het Oera Linda-boek (2002)

20020000 Storm, Sönje: Die öffentliche Aussprache über Herman Wirths Ura- Linda-Chronik in Berlin (1934). In: Bilder des Nordens in der Germanistik 1929-1945. Wissenschaftliche Integrität oder politische Anpassung? Hg. von Birgitta Almgren. Huddinge (Södertörns Högskola) 2002, S. 79-97.

 

20030000 Jensma, Goffe '...als God er zooveel eeuwen over gewaakt heeft...'. Yntinsje en resepsje fan it Oera Linda-boek (2003)

20030810: Enkhuizer Courant Westerstraat 60, Wijk: 3-18, Kadaster: 8276, Archief: 2004-08-09 (Edwin Lijnzaad) Pand wordt door brand verwoest. Uitsluitend de voorgevel en de zijgevel blijven behouden.

 

20040000 “Magnifiek misverstand”, Hendrik Spiering. In: NRC, 5.12.2004.

20040000 Jensma, Goffe Ironie én ernst. Het Oera Linda-boek als uiting van hoge of lage cultuur (2004)

20040000 Jensma, Goffe Theunis De gemaskerde God : François Haverschmidt en het Oera Linda-boek Proefschrift Rijksuniversiteit Groningen 2004 (2004)

20041123 Goffe Jensma, Oera Linda-boek was poging van Haverschmidt om bijbel te ontkrachten. Proefschrift. Datum: 23 november 2004  De titel van zijn proefschrift luidt: De gemaskerde god. François Haverschmidt en het Oera Linda-boek. Er is een handelsuitgave door Uitgeversmaatschappij Walburg Pers in Zutphen. ISBN 90-5730-344-2.

 

20050000 J.T.Bremer, Francois Haverschmidt en het Oera Linda Boek, Levend verleden, 2005, jaargang 17, nr. 3, pag. 64-69.

20050000 SUPPLEMENT op Kalma's bibliografie van 1956 betr. "THET OERA LINDA BOK" (bijgewerkt door Mr N. Luitse, Den Haag tot 20 november 1991) A Bibliografie van gedrukte (c.q. gestencilde) stukken betreffende het Oera Linda Boek, aanwezig op de Provinciale Bibliotheek te Leeuwarden. De met * gemerkte nummers verschenen in brochure- of boekvorm. Krantenartikels, die met * gemerkt zijn, werden ook als overdruk verspreid. Tresoar 2005.

 

20060000 Het Oera-Linda boek. Falsificatie of mystificatie?, in : Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden, 121, 2006, pp. 439-446.

20060000 Huisman, Kerst Mysteries in Friesland (2006)

20060000 Jensma, Goffe Het Oera Linda-boek : facsimile-transcriptie-vertaling (2006)

 

20071100 Jensma, Goffe (November 2007), "How to Deal with Holy Books in an Age of Emerging Science. The Oera Linda Book as a New Age Bible", Fabula 48 (3–4): 229–249.

 

 

Z.j. Aan mijn kleinzoon Cornelis en verdere nakomelingen. Ongedateerd opstel van C. Over de Linden in 3 cahiers 4°, tellende 63 bladen.

Z.j. Aat van Gilst, Herman Wirth, Soesterberg, Aspekt, Biografie, Serie: Aspekt, Biografie. ISBN: 90 5911 305 5, 73 bladzijden, gebonden, geïllustreerd. Herman Wirth (1885 -1981 ) was een veelzijdige geleerde die zowel verguisd als bewonderd werd maar die tegenwoordig vrijwel vergeten is. Hij bezat de moed en de fantasie om nieuwe wegen te zoeken en die in een samenvattend overzicht onder te brengen. Zijn vele publikaties betroffen Nederlandse filologie, waarin hij in Berlijn hoogleraar was, muziekwetenschap, prehistorie, taalarcheologie, symbool en godsdienstgodsgeschiedenis, en het ontstaan en vergaan van oude culturen. De Reichsführer-SS Himmler was gecharmeerd van zijn romantische ideeën, en Wirth werd hoofd van het wetenschappelijke bureau van de SS, de Ahnenerbe. Dat hij daarbij theorieën verkondigde die sterk afwijken van de gangbare wetenschappelijke inzichten, zoals over de echtheid van het Oera Linda-boek, heeft hem zijn ambt van hoogleraar gekost en is tot heden de aanleiding geweest tot vele pro- en contra geschriften.

z.j. Afdruk ongedateerd. Mr. Hettema schreef op bl. 1 zijner Friesche Spraakleer: 'De Friezen namen tegelijk met het Kristendom, het Latijnsche letterschrift in den vedraaiden vorm aan, hetwelk monnikenschrift genoemd wordt, en waarvan de Hollandsche en Engelsche zoogenaamde blackletters alsmede de Deensche en Duitsche, zoogenaamde Gothische letters afkomstig zijn'. Tekst volgt.

Z.j. Afschrift van het O.L.B. van de hand van dr J.G. Ottema, tellende 211 pp. fol.

z.j. Art. uit Vrije Fries XXV: Johan Winkler's nagelaten geschrift over het Oera Linda Bok. Met naschrift van mr P.C.J.A. Boeles. [nr. 234]

z.j. Begin van een vertaling van het O.L.B. in het Duits, tellende 15 pp. fol.

Z.j. Begin van een woordenboek op 'Thet Oera Linda Bôk' (A-Blodhêd) van de hand van dr J.G. Ottema, 17 pp. fol.

Z.j. Bouwstoffen voor een grammatica van 'Thet Oera Linda Bôk' van de hand van dr J.G. Ottema, 122 beschreven pp. fol.

z.j. Brief van Cornelis over de Linden aan J.G. Ottema ongedateerd. Tekst volgt.

z.j. Briefwisseling betr. het Oera Lindaboek 1-2 Fred. Muller aan M.A.G. Campbell en onbek.; 3-8 P. Schmidt van Gelder aan Fred. Muller; 9 P. Schmidt van Gelder aan L.F. over de Linden; 10 Waling Dijkstra aan Fred. Muller; 11 A.M. Berg aan onbek. (Fred. Muller of P. Schmidt van Gelder [… op fiche staat : uit de jaren 1876-1877]. 12-14 Prof. E. Schröder aan Prof. Dr. J.W. Muller; 15 P.C.J.A. Boeles aan Prof. Dr. J.W. Muller; 16 H.A. Stadermann aan A. Heyting [uit de jaren 1917-1934]

z.j. Briefwisseling betr. het Oera Lindaboek. 1-2 Fred. Muller aan M.A.G. Campbell en onbek.; 3-8 P. Schmidt van Gelder aan Fred. Muller; 9 P. Schmidt van Gelder aan L.F. over de Linden; 10 Waling Dijkstra aan Fred. Muller; 11 A.M. Berg aan onbek. (Fred. Muller of P. Schmidt van Gelder [… op fiche staat : uit de jaren 1876-1877]. 12-14 Prof. E. Schröder aan Prof. Dr. J.W. Muller; 15 P.C.J.A. Boeles aan Prof. Dr. J.W. Muller; 16 H.A. Stadermann aan A. Heyting [uit de jaren 1917-1934]

z.j. Bundel met verschillende aantt. van dr J.G. Ottema. Hierin o.m. het voorbericht voor de 2de druk van de O.L.B.uitgave in twee stadia, aantt. voor de 'Inleiding', een 'inhoud', een naamlijst, losse blaadjes met letterproeven uit het hs., mapje met 'The bok thêra Adela Folstar', 3 overdrukken uit L.C. van 18 Oct. 1872, afschrift van art. uit Allg. Zeitung van 19 Oct. 1873, opstel 'Voici notre histoire primitive', bladen met schrijfproeven, aant. omtrent de paginering van het hs. hs., een kaart van Geilkerck, aant. over de Sêphyr genoemd op p. 55 van het O.L.B. met 2 tekeningen, copie van een gedeelte uit boek, aant. voor het antwoord op het geschrift van J.F. Berk, vertaling van art., aant. over maandnamen, aantt. over de inhoud van het O.L.B. en art. over Theelrecht.

z.j. Burger jr. C.P. , - Stukken betreffende het Oera-Linda-Boek. [bespr. van nr. *209]. - Het Boek II, pp. 188-189.

z.j. C. Over de Linden aan ? gedeelte van minute, ongedateerd (betreft de historie van de uitgave van het hs.).

Z.j. Collectie van lithografieën naar het O.L.B. (uit: Friesche oudheden) en van illustratiemateriaal uit brochures van dr J.G. Ottema.

z.j. Concept - brochure van S.J. Meyer: Een en ander in verband met het Oera Linda Bok.

z.j. 'Das Ahnenerbe' (prof. H. Wirth, S.S. Obersturmführer, als 'Ehren-prasident' door Himmler

z.j. Die Ura-Linda-Chronik. - Rheinisch-Westfalische Zeitung, Essen, 25 Aug.

z.j. Dr Eelco Verwijs aan dr J.G. Ottema fragmentbrief [afgedrukt bij Ottema: Thet Oera Linda Bok 2e uitg. p IX en bij Boeles: De houding … p. 24-25]

z.j. Feldkeller, Paul, - Weltanschauungskampf um Hermann Wirth (Over de samenkomst op 23 Juni

Z.j. Fotografieën van 'Thet Oera Linda Bok' (3 stuks van p. 45, 4 stuks van p. 46, 2 stuks van p. 47).

Z.j. Fotografische glasplaten (3 stuks) van een paar bladzijden van 'Thet Oera Linda Bok' en van het familiewapen-Over de Linden.

Z.j. Fotografische portretten van C. Over de Linden (3 stuks). Het kleinste bevat op de achterzijde een stamboom van het geslacht-Over de Linden volgens het O.L.B. Een der twee overige (van G.H. Matthysen te Leeuwarden) draagt de handtekening van C. Over de Linden. Op de 3de is een handtekening op briefpapier bij geplakt.

z.j. Fotografische portretten van C. Over de Linden (3 stuks). Het kleinste bevat op de achterzijde een stamboom van het geslacht-Over de Linden volgens het O.L.B. Een der twee overige (van G.H. Matthysen te Leeuwarden) draagt de handtekening van C. Over de Linden. Op de 3de is een handtekening op briefpapier bij geplakt.

Z.j. Gedeeltelijke vertaling van het O.L.B. door C. Over de Linden in 2 cahiers 4°, tellende 55 pp., ongedateerd.

z.j. Gedeelten uit de brochure: Aanvulling van de brochure 'Beweerd maar niet bewezen'.

Z.j. Gelegaliseerde verklaring, dat het O.L.B. tussen 1848 en '50 reeds bekend was (in tweevoud).

Z.j. Handschrift van C. Over de Linden, ongedateerd, omvattende zes delen 4°. De delen zijn deels wel en deels niet gepagineerd. Deel I telt 66, 10, 300, 177, (159) pp., deel II 420 pp., deel III (283) pp., deel IV 306 pp., deel V (103) pp., deel VI (51) pp. De opstellen, waarvan deel V door een andere hand is geschreven en aangevuld door C. Over de Linden, bestaan uit godsdienstig-ethische beschouwingen van de 'vrije bouwlieden' in Amerika, Deel I omvat een godsdienstgeschiedenis van broeder Jonathan, die o.a. spreekt over Bram, Ben, Boetha, de 2de held en 3de hervormer Mozes, de 3de held en 4de hervormer Yes en Mahomed. Deel II bevat soortgelijke beschouwingen. De delen III en VI handelen over broeder Loving, deel IV geeft woorden van broeder Jonathan en deel V van broeder Cornelis.

z.j. Handschrift van C. Over de Linden, ongedateerd, omvattende zes delen 4°. De delen zijn deels wel en deels niet gepagineerd. Deel I telt 66, 10, 300, 177, (159) pp., deel II 420 pp., deel III (283) pp., deel IV 306 pp., deel V (103) pp., deel VI (51) pp. De opstellen, waarvan deel V door een andere hand is geschreven en aangevuld door C. Over de Linden, bestaan uit godsdienstig-ethische beschouwingen van de 'vrije bouwlieden' in Amerika, Deel I omvat een godsdienstgeschiedenis van broeder Jonathan, die o.a. spreekt over Bram, Ben, Boetha, de 2de held en 3de hervormer Mozes, de 3de held en 4de hervormer Yes en Mahomed. Deel II bevat soortgelijke beschouwingen. De delen III en VI handelen over broeder Loving, deel IV geeft woorden van broeder Jonathan en deel V van broeder Cornelis.

Z.j. Heemstra, F.S. Sixma van (s.a), Le problème de l'VVraLinda Bok: étude critique sur la formation de la chronique, suivie de la traduction annotée du premier chapitre. Meppel.

z.j. Heemstra, P.S. Sixma van, -Om’t Oera Lindaboek hinne. - In: Nei in oare wrâld, skiedkundige

z.j. Herrmann. Albert. - Unsere Ahnen und Atlantis, Nordische Seeherrschaft von Skandinavien bis nach

Z.j. Het raadselachtige Oera Linda Boek”, G.C. Molewijk. Op: Skepsis-website

z.j. Heyting. August, - Het geheim van het O.L.B. Een merkwaardig handschrift.

z.j. In het Nederlands vertaalde fragmenten van het O.L.B., tellende 56 pp. fol.

z.j. Island oder Atlantis. - Deutsche Zeitung, Berlin, 24 Juni.

z.j. Jensma, Goffe: Het Oera Linda-boek. Wat er is en wat er mist http://www.oeralindaboek.nl /index.php?m=dossiers&p= dossier2

z.j. Lijst van woorden, welke voorkomen in het Oera Linda Bôk en wel van de zelfst. en bijv. naamwoorden, bijwoorden en werkwoorden A-R in band I. In band II de voortzetting S-W, benevens de behandeling van het lidwoord, voornaamwoord, telwoorden, voorzetsels en werkwoord. Hs van dr J.G. Ottema in 4°, tellende 115 en 79 pp.

z.j. Linde. A. van der, - Dronkenlogica. - De Ned, Spectator 27 Nov., p. 383.

z.j. Lühe-Verlag, Steinkirchen - Die Oera Linda-Handschriften. Band 1: Die ingaëvonischen Burgentexte, ca. 370 S. Band 2: Die Handschriften der Kinder Adel as, ca, 320 S.

Z.j. Map met aantt., welke zich bij de brieven van dr J.G. Ottema bevonde, waarbij een van de hand van mr W.B.S. Boeles, drie van de hand van L.F. Over de Linden, waarvan een getekend, een vel met de aanhef van het voorwoord van het O.L.B. en een copie-schrijven van H. K.(= Kuipers) aan de redactie van de Navorscher.

z.j. Map met aantt., welke zich bij de brieven van dr J.G. Ottema bevond, waarbij een van de hand van mr W.B.S. Boeles, drie van de hand van L.F. Over de Linden, waarvan een getekend, een vel met de aanhef van het voorwoord van het O.L.B. en een copie-schrijven van H. K.(= Kuipers) aan de redactie van de Navorscher.

Z.j. Opstel van C. Over de Linden over het hs. in 1 cahier 4°, tellende 20 pp., ongedateerd Origineel handschrift

z.j. Opstel van C. Over de Linden over het hs. in 1 cahier 4°, tellende 20 pp., ongedateerd (met verschillende verscheurde bladen).

z.j. Undersyk fan wurkqroep oan VU (Vrije Universiteit, A'dam). "Flaters"; Oera Linda Boek humor fan in parodist?

z.j. Verdam. J. - Levensbericht van Eelco Verwijs. - Levensberichten der afgestorven medeleden van de Mij der Ned. Letterkunde, pp. 75-116.

z.j. Verzameling J.F. Overwijn, Dordrecht (ca. 1935-ca.1960) 9 portefeuilles.

z.j.Begin van een woordenboek op 'Thet Oera Linda Bôk' (A-Blodhêd) van de hand van dr J.G. Ottema, 17 pp. fol.Zonder jaar

 

 

 

 

breedte 1506 px

 

  

Rodinbook